Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3903

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
09-06-2020
Zaaknummer
8286675
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toerekening betaling conform betalingskenmerk. Verschrijving betalingskenmerk waardoor betaling is geboekt op een ander dossier en procedure is voortgezet. Verzet is gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2020/270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8286675 \ CV EXPL 20-327 (NE)

Uitspraakdatum: 3 juni 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Muijs Installatiewerken Holding B.V., t.h.o.d.n. Connector Techniek

gevestigd te Sint Maarten

eisende partij in het verzet

verder te noemen: Muijs

gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Techniek Nederland, rechtsopvolger van Uneto-VNI

gevestigd te Zoetermeer

gedaagde partij in het verzet

verder te noemen: Techniek Nederland

gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders

1 Het procesverloop

1.1.

Techniek Nederland heeft bij inleidende dagvaarding van 11 oktober 2019 een vordering ingesteld tegen Muijs.

1.2.

Muijs is niet verschenen, waarna Muijs bij verstekvonnis van 20 november 2019 is veroordeeld.

1.3.

Bij dagvaarding van 17 januari 2020 is Muijs in verzet gekomen van dat verstekvonnis en heeft daarbij een tegenvordering ingediend.

1.4.

Techniek Nederland heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Muijs een schriftelijke reactie heeft gegeven. Techniek Nederland heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

2 De feiten

2.1.

Techniek Nederland heeft op 1 maart 2018 een factuur naar Muijs verstuurd van
€ 641,63 met omschrijving contributie installatiebedrijf 2018.

2.2.

Omdat Muijs de factuur niet heeft betaald, heeft Techniek Nederland de incasso van de vordering uit handen gegeven aan haar gemachtigde, waarna Muijs een deelbetaling heeft gedaan.

2.3.

Op 11 oktober 2019 is Muijs gedagvaard, waarbij aan Muijs de mogelijkheid is geboden, ter voorkoming van verdere kosten, uiterlijk drie dagen voor de zitting de vordering en de kosten van dagvaarding, gezamenlijk groot € 767,66, te betalen en bij de betaling het dossiernummer ESE/9360068 te vermelden.

2.4.

De zittingsdatum waartegen Muijs was opgeroepen te verschijnen was 6 november 2019.

2.5.

Muijs heeft op 30 oktober 2019 via I-Deal € 767,66 overgemaakt naar de gemachtigde van Techniek Nederland (hierna: Flanderijn) onder vermelding van dossiernummer 9360067.

2.6.

Flanderijn heeft de betaling van Muijs overeenkomstig de omschrijving bij de betaling toegerekend aan een openstaande vordering van een debiteur die bij haar is geregistreerd onder dossiernummer 9360067.

2.7.

Techniek Nederland heeft geen betaling ontvangen en heeft daarom de procedure niet ingetrokken. Muijs is niet in de procedure verschenen en tegen haar is verstek verleend.

2.8.

Flanderijn heeft in opdracht van Techniek Nederland op 23 december 2019 executoriaal beslag gelegd op de tegoeden van Muijs bij de ING Bank. ING Bank heeft voor het beslag
€ 100,00 in rekening gebracht bij Muijs.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Techniek Nederland heeft bij inleidende dagvaarding van 11 oktober 2019 betaling gevorderd van € 559,60, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 12 % per jaar over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding. Techniek Nederland heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat Muijs de factuur, ondanks herhaalde aanmaning, onbetaald heeft gelaten. Muijs is op 1 april 2018, na het verstrijken van de overeengekomen betalingstermijn, in verzuim komen te verkeren. Naast betaling van de hoofdsom maakt Techniek Nederland daarom aanspraak op de contractuele rente van 12 % per jaar, tot 11 oktober 2019 € 96,36, en buitengerechtelijke incassokosten van € 96,24. Na de (incasso)opdracht aan de gemachtigde van Techniek Nederland heeft Muijs € 274,63 betaald. Dit bedrag is eerst toegerekend aan de gemaakte kosten, daarna aan de verschenen rente en ten slotte aan de hoofdsom.

3.2.

Muijs is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde. Ook de nevenvorderingen zijn toegewezen.

3.3.

Muijs vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. Daartoe voert Muijs aan dat hij op 30 oktober 2019 de openstaande vordering inclusief de kosten van de dagvaarding heeft betaald aan Flanderijn. Muijs heeft voorafgaand aan de betaling telefonisch contact gezocht met en op 31 oktober 2019 een e-mail met een betalingsbewijs gestuurd naar Flanderijn. Hoewel bij de betaling het laatste cijfer van het betalingskenmerk onjuist was (9360067 in plaats van 9360068), is in de e-mail het correcte betalingskenmerk vermeld. Van Flanderijn mag worden verwacht dat zij als zorgvuldig handelend gerechtsdeurwaarder ontvangen betalingen controleert, zeker gelet op de e-mail die Muijs de volgende dag heeft verstuurd. Flanderijn had moeten opmerken dat de betaler en het bedrag niet overeenkwamen met de debiteur behorend bij het dossiernummer en de openstaande vordering van die debiteur. Doordat de betaling niet op het juiste dossier is afgeboekt, heeft Techniek Nederland de procedure niet ingetrokken en is op 20 november 2019 een verstekvonnis gewezen, terwijl die procedure onnodig is gevoerd.

3.4.

Muijs vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter Techniek Nederland veroordeelt tot betaling van € 100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2020, alsmede veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 en de proceskosten. ING Bank heeft € 100,00 bij Muijs in rekening heeft gebracht voor het ten onrechte gelegde beslag. Deze kosten komen voor rekening van Techniek Nederland, omdat er sprake is van onrechtmatig handelen.

3.5.

Techniek Nederland betwist de tegenvordering.

4 De beoordeling


de vordering in verzet

4.1.

Onbetwist staat vast dat Muijs op tijd in verzet is gekomen, zodat de zaak opnieuw zal worden beoordeeld.

4.2.

In deze zaak staat vast dat Muijs de vordering en de kosten van de dagvaarding tijdig heeft betaald aan Flanderijn. Muijs heeft echter een verkeerd betalingskenmerk vermeld bij de betaling, waardoor de betaling niet is toegerekend aan de vordering van Techniek Nederland op Muijs.

4.3.

Muijs stelt zich op het standpunt dat Techniek Nederland de procedure ten onrechte heeft voortgezet, wat heeft geleid tot het verstekvonnis. Techniek Nederland voert aan dat Muijs op 18 oktober 2019 contact heeft opgenomen met Flanderijn in verband met de uitgebrachte dagvaarding. Na dit contact heeft Muijs niets meer van zich laten horen en is zij niet verschenen op de eerste zittingsdag. De e-mail van 31 oktober 2019 waar Muijs zich op beroept, heeft Flanderijn niet ontvangen. Flanderijn heeft de betaling van Muijs overeenkomstig artikel 6:43 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek toegerekend aan de verbintenis die de schuldenaar heeft aangewezen. Indien Muijs het juiste betalingskenmerk had vermeld, was de betaling op de vordering van Muijs verwerkt. De gevolgen van het vermelden van het verkeerde betalingskenmerk komen voor rekening en risico van Muijs, aldus steeds Techniek Nederland.

4.4.

De kantonrechter volgt Techniek Nederland niet in haar standpunt. Weliswaar is Muijs verantwoordelijk voor het vermelden van het juiste betalingskenmerk, maar gelet op de volgende omstandigheden lag het op de weg van Flanderijn een nadere controle uit te voeren en niet de betaling zonder meer toe te rekenen aan het dossier dat correspondeerde met het betalingskenmerk. De betaling was afkomstig van een bankrekening op naam van Connector B.V. De betaler was dan ook niet de schuldenaar in het dossier van Flanderijn waarin de betaling is afgeboekt. De naam van de betaler had echter wel bekend mogen worden verondersteld bij Flanderijn, maar in ieder geval bij Techniek Nederland. De factuur en de correspondentie van Techniek Nederland waren immers gericht aan Connector Techniek. Daarom was deze naam, anders dan Techniek Nederland stelt, relatief eenvoudig te herleiden naar Muijs. Verder betrof de betaling een zeer specifiek bedrag, namelijk € 767,66, en deze kwam – naar de kantonrechter op basis van de stellingen aanneemt – niet overeen met de vordering waarop de betaling is afgeboekt, terwijl dit wel exact het bedrag was dat openstond in een ander dossier van Flanderijn (het onderhavige dossier) en waarvoor korte tijd daarvoor een dagvaarding was uitgebracht. Flanderijn controleert enkel op het bij de betaling vermelde dossiernummer. Door een eenvoudige verschrijving leidt dit ertoe dat het bedrag op een verkeerd dossier kan worden afgeboekt. Indien Flanderijn geen controle uitvoert, maar enkel kijkt naar het dossiernummer, mag van haar worden verwacht dat dit minder gevoelig is voor een verschrijving. Al met al was er voor Flanderijn voldoende reden om nader te onderzoeken of de betaling op de juiste vordering is afgeboekt. Dat zij dit niet heeft gedaan komt voor rekening en risico van Techniek Nederland.

4.5.

Dit betekent dat Muijs de vordering tijdig heeft voldaan en Techniek Nederland ten onrechte de procedure niet heeft ingetrokken. Het verzet is gegrond en het verstekvonnis kan dan ook niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering zal alsnog worden afgewezen.

4.6.

Techniek Nederland wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure, met dien verstande dat de kosten van de verzetdagvaarding door Muijs zelf gedragen moeten worden.

de tegenvordering

4.7.

Techniek Nederland heeft de procedure ten onrechte voortgezet, terwijl Muijs voldoende heeft onderbouwd dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de procedure was ingetrokken en zij niet hoefde te verschijnen. Dit heeft geleid tot het verstekvonnis. De kantonrechter is van oordeel dat Muijs er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de procedure was ingetrokken. Het in opdracht van Techniek Nederland gelegde beslag is dan ook onrechtmatig. De daaruit voortvloeiende schade komt daarom in beginsel voor vergoeding in aanmerking. De schade waarvan Muijs vergoeding vordert bestaat uit behandelkosten die haar bank in rekening heeft gebracht wegens het in opdracht van Techniek Nederland gelegde beslag.

4.8.

Techniek Nederland beroept zich op eigen schuld (artikel 6:101 BW) van Muijs. De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van Techniek Nederland. Hoewel Muijs niet heeft betwist dat het verstekvonnis op 18 december 2019 aan haar is betekend en het op haar weg lag op dat moment al contact op te nemen met Techniek Nederland dan wel Flanderijn, is niet gesteld of gebleken dat het beslag niet zou zijn gelegd als Muijs dit had gedaan. Integendeel, Flanderijn bericht op 30 december 2019 aan Muijs, nadat Muijs contact had opgenomen met Flanderijn over de betaling, dat het beslag zal worden opgeheven zodra de restantvordering (de proceskosten in de verstekprocedure) is betaald.

4.9.

De conclusie is dat de kantonrechter de tegenvordering van Muijs, vermeerderd met de wettelijke rente zal toewijzen. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, nu Muijs niet heeft onderbouwd dat incassowerkzaamheden zijn verricht.

4.10.

De proceskosten komen voor rekening van Techniek Nederland, omdat zij ongelijk krijgt. Gelet op de samenhang met de vordering, worden de kosten op nihil begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

5.1.

verklaart het verzet gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 20 november 2019;

5.2.

wijst de oorspronkelijke vordering alsnog af;

5.3.

veroordeelt Techniek Nederland tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Muijs worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van Muijs;

de tegenvordering

5.4.

veroordeelt Techniek Nederland tot betaling aan Muijs van € 100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 januari 2020 tot de dag van algehele betaling;

5.5.

veroordeelt Techniek Nederland in de proceskosten, die tot op heden voor Muijs worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter