Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3817

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-05-2020
Datum publicatie
28-05-2020
Zaaknummer
7765791 CV EXPL 19-6415
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. De passagier heeft niet aan de stelplicht voldaan en evenmin aan het bevel van de kantonrechter. De enkele ontkenning van de overdracht van de vordering is in de onderhavige omstandigheden onvoldoende. Passagier niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7765791 \ CV EXPL 19-6415

Uitspraakdatum: 20 mei 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier] ,

wonende te [woonplaats] (Verenigde Staten),

eiser,

hierna te noemen: de passagier,

gemachtigde: mr. D.E. Lof, mr. E.J. Hoekstra,

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

United Airlines Inc.,

gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten), mede kantoorhoudende te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer),

gedaagde,

hierna te noemen: United Airlines,

gemachtigde: mr. G.W. Oreel, mr. T.A. Uildriks.

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 4 april 2019 een vordering tegen United Airlines ingesteld. United Airlines heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna United Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven.

1.3.

Op 3 december 2019 is namens de passagier een pleidooiverzoek gedaan in deze en in 13 andere zaken tegen United Airlines. United Airlines heeft daarop bij brief van 9 december 2019 bezwaar gemaakt. Bij tussenvonnis van 22 januari 2020 is pleidooi bepaald op 31 maart 2020 (gelijktijdig in 14 zaken).

1.4.

In aanloop naar het pleidooi heeft de kantonrechter per brief van 9 maart 2020 op grond van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de gemachtigde van de passagiers bevolen om van alle passagiers in de 14 zaken het “Assignment Form” te overleggen. De gemachtigde van de passagiers heeft daaraan geen gehoor gegeven.

1.5.

Per brief van 13 maart 2020 heeft de gemachtigde van de passagiers het pleidooi ingetrokken. Ter toelichting is aangegeven dat gelet op recente uitspraken over de ontvankelijkheid van de passagier mondelinge toelichting niet meer noodzakelijk is.

1.6.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan United Airlines de passagier op 28 september 2018 diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol naar Houston (Verenigde Staten) met vlucht UA 21 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vlucht is met vertraging uitgevoerd. De passagier heeft zijn eindbestemming meer dan drie uur later bereikt.

2.3.

De buitenlandse rechtspersoon AirHelp Limited (hierna: AirHelp) heeft compensatie van United Airlines gevorderd wegens vertraging van de vlucht. United Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.4.

Namens AirHelp heeft de gemachtigde op 26 november 2018 United Airlines schriftelijk aangemaand tot betaling over te gaan uiterlijk twee weken later, aan welke aanmaning United Airlines geen gevolg heeft gegeven.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat United Airlines bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat United Airlines vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4 Het verweer

4.1.

United Airlines betwist de vordering. Zij voert als primair verweer – samengevat – aan dat de passagier zijn vorderingsrecht heeft gecedeerd aan claimbureau AirHelp. AirHelp heeft immers eerder namens de passagier compensatie van United Airlines gevorderd. Ter zake van deze gecedeerde vordering heeft AirHelp uitdrukkelijk aangegeven dat geen rechtstreekse betaling aan de passagier mag worden gedaan:

Please note, that our client/clients assigned the claim to us by signing the attached Assignment Form. Consequently, any payments made by you directly to our client/clients will have no legal effect.”

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

United Airlines betwist dat de passagier zelf nog vorderingsgerechtigd is. United Airlines meent dat de passagier zijn vorderingsrecht door het ondertekenen van het “Assignment Form” heeft overgedragen aan AirHelp.

5.3.

In de dagvaarding is niet vermeld dat de passagier het door AirHelp gehanteerde “Assignment Form” heeft ondertekend en dat AirHelp daar eerder tegenover United Airlines een beroep op heeft gedaan (hetgeen niet conform het bepaalde in artikel 21 Rv is), noch is dit Formulier – ondanks daartoe het bevel ex artikel 22 Rv van de kantonrechter te hebben gekregen – door de passagier in het geding gebracht. In de conclusie van repliek wordt enkel weersproken dat er tussen de passagier en AirHelp cessie heeft plaatsgevonden.

5.4.

Het verweer van United Airlines houdt in dat de vordering tot betaling van de compensatie, blijkens het door AirHelp aan haar verstrekte Formulier, door de passagier is gecedeerd aan AirHelp. Uit eerder gepubliceerde uitspraken van deze rechtbank volgt dat AirHelp zich, met verwijzing naar haar eigen Formulier, meermalen heeft beroepen op cessie van de vordering door passagiers. Gelet op het verweer van United Airlines ter zake van de overdracht van die vordering door de passagier en het beroep op niet ontvankelijkheid van de passagier om alsnog op eigen naam een vordering bij de rechtbank in te dienen, lag het op de weg van de passagier om te voldoen aan het bevel van de kantonrechter om het bewuste Formulier in het geding te brengen, dan wel onderbouwd met stukken toe te lichten waarom de passagier toch in zijn vordering zou kunnen worden ontvangen. De enkele ontkenning van de overdracht van de vordering is onder deze omstandigheden dan ook onvoldoende. Daarbij neemt de kantonrechter nog in overweging dat de gemachtigden van de passagier tevens met grote regelmaat optreden als gemachtigden van AirHelp en derhalve bekend kunnen worden geacht met de onderhavige discussie.

5.5.

De passagier heeft niet aan de stelplicht voldaan en evenmin aan het bevel van de kantonrechter. De conclusie moet dan ook zijn dat het verweer van United Airlines slaagt en dat als niet, althans onvoldoende weerlegd is komen vast te staan dat de passagier zijn vordering aan AirHelp heeft gecedeerd en derhalve de passagier niet ontvankelijk moet worden verklaard. Aan de inhoudelijke verweren van United Airlines wordt daarom niet meer toegekomen.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door United Airlines worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart de passagier niet ontvankelijk in zijn vordering;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor United Airlines worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van United Airlines;

6.3.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 60,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt door United Airlines;

6.4.

verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter