Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3754

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
20-05-2020
Zaaknummer
7905251 / CV EXPL 19-10134
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaart. Vertraging wegens een staking van de Franse luchtverkeersleiding (de vlucht zou over Frankrijk vliegen) en CTOT's als gevolg daarvan. Luchtvaartmaatschappij kon hierop geen invloed uitoefenen. Buitengewone omstandigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 4, p. 196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7905251 / CV EXPL 19-10134

Uitspraakdatum: 8 april 2020

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: voorheen ARAG, thans S. Kiziler-Pekcan van Flight Claim

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: Transavia

gemachtigde: mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 8 juli 2019 een vordering tegen Transavia ingesteld. Transavia heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia een schriftelijke reactie heeft gegeven. Vervolgens heeft de passagier nog een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Transavia een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagier diende te vervoeren van Barcelona, Spanje naar Eindhoven op 27 mei 2018 met vluchtnummer HV6788, hierna: de vlucht.

2.2.

Transavia heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd waardoor deze niet kon landen op de luchthaven van Eindhoven. Het toestel is uitgeweken naar Amsterdam-Schiphol Airport, van waaruit de passagier met eigen vervoer verder is gereisd naar Eindhoven.

2.3.

De passagier is met meer dan drie uur vertraging op haar eindbestemming gearriveerd.

2.4.

De passagier heeft compensatie van Transavia gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Transavia heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Transavia, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Transavia vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4 Het verweer

4.1.

Transavia betwist de vordering en doet een beroep op buitengewone omstandigheden. De vertraging van de vlucht is te wijten aan een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 en overweging 14 en 15 van de Considerans van de Verordening. Er was een staking die gevolgen had voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij en er was een besluit van luchtverkeersbeheer dat heeft gezorgd voor een vertraging van één of meer vluchten van een specifiek vliegtuig. Dit is een omstandigheid waar Transavia geen enkele controle op kan uitoefenen. Transavia heeft ter onderbouwing, onder meer, het volgende aangevoerd.

4.2.

Op 27 mei 2018 was er sprake van een staking van de luchtverkeersleiding in het zuiden van Frankrijk, alsmede een capaciteitsreductie van de luchtverkeersleiding in de regio van Barcelona. Een dergelijke staking in Frankrijk heeft, vanwege de grootte en geografische ligging, grote gevolgen niet alleen voor vluchten naar Frankrijk, maar ook voor vluchten die over of langs Frankrijk vliegen. In geval van een staking van de luchtverkeersleiding is luchtverkeer beperkt mogelijk. De Network Manager Operations Center (NMOC, onderdeel van Eurocontrol), verantwoordelijk voor het toewijzen van slottijden waarop een vliegtuig mag vertrekken, heeft aan de vlucht in kwestie concrete beperkingen opgelegd door een slottijd toe te wijzen van 23:49 uur lokale tijd (21:49 uur UTC (universele wereldtijd)). Uiteindelijk heeft de vlucht kunnen vertrekken om 23:33 uur lokale tijd (21:33 uur UTC). Wegens de wettelijk opgelegde avondsluiting van de luchthaven Eindhoven moest de vlucht uitwijken naar Amsterdam-Schiphol Airport en is deze met een vertraging van 2 uur en 16 minuten geland om 01:31 uur lokale tijd (23:31 uur UTC).

4.3.

Transavia kan geen invloed uitoefenen op deze omstandigheden. Zij heeft geen enkele invloed op de staking of het capaciteitsgebrek van de luchtverkeersleiding en het besluit van de NMOC om de vlucht een vertraagde slottijd toe te wijzen. Transavia kon de omstandigheden niet voorkomen door het treffen van aan de situatie aangepaste maatregelen. Zij heeft geprobeerd het originele vluchtschema zo goed mogelijk na te komen en is altijd in contact geweest met de toren op de luchthaven van Barcelona om eventueel eerder dan de gegeven slottijd te mogen vertrekken. Het toestel is dan ook iets eerder vertrokken (21:33 uur UTC) dan de laatst gegeven slottijd (21:49 uur UTC). Transavia heeft al het redelijkerwijs mogelijke gedaan om de aldus ontstane vertraging zo beperkt mogelijk te houden. Transavia betwist tevens de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn aan de passagiers.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De Verordening is van toepassing op het geschil.

5.2.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van méér dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming Eindhoven. Op grond van de Verordening is Transavia gehouden de passagier hiervoor te compenseren, tenzij Transavia ingevolge artikel 5, lid 3 van de Verordening kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en dat de vertraging, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden. Op grond van punt 14 van de Considerans van de Verordening kunnen dergelijke omstandigheden zich, onder meer, voordoen in geval van stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

5.3.

Transavia heeft ter onderbouwing van de door haar gestelde buitengewone omstandigheden een Management Report van het Operations Control Center (OCC) overgelegd waaruit voldoende blijkt dat op 27 mei 2018 sprake is geweest van een staking van de Franse luchtverkeersleiding in het zuiden van Frankrijk en dat dit voor veel vluchten door het luchtruim boven Frankrijk heeft geresulteerd in vertraging. Ook blijkt daaruit dat sprake was van een capaciteitsprobleem bij de luchtverkeersleiding in Barcelona. Tot slot is daarin vermeld dat de vlucht is vertraagd als gevolg van de luchtverkeersleiding en dat deze vanwege de nachtsluiting van Eindhoven naar Amsterdam is uitgeweken. De passagier heeft dit op zichzelf niet betwist. Daarnaast staat als onbetwist vast dat de NMOC de slottijden toewijst en dat Transavia daar geen invloed op heeft. Transavia heeft verwezen naar zeven slotberichten die zien op de vlucht in kwestie en die zijn verstuurd door de NMOC. In deze slotberichten staan gewijzigde slottijden aangegeven voor de vlucht onder vermelding van NEWCTOT, dat wil zeggen: New Calculated Take-Off Time. Oorspronkelijk had de vlucht een geplande vertrektijd van 21:00 uur lokale tijd vanuit Barcelona. Uit de slotberichten blijkt dat de NEWCTOT zeven keer is gewijzigd en dat de vlucht uiteindelijk als slottijd 21:49 uur UTC toegewezen heeft gekregen, ofwel 22.49 uur lokale tijd. In deze berichten staat als oorzaak voor de gewijzigde slottijden code OE81 vermeld. Uit de door Transavia overgelegde uitleg van dergelijke codes van IATA blijkt dat deze code staat voor “ATFM due to ATC EN-ROUTE DEMAND/CAPACITY, standard demand/capacity problems”. De slotberichten bevestigen dus het betoog van Transavia dat de oorspronkelijke slottijd van vlucht HV6788 meerdere keren is gewijzigd vanwege verminderde capaciteit bij de luchtverkeersleiding. Gezien voornoemd Management Report acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat die capaciteitsproblemen het gevolg waren van de staking van de Franse luchtverkeersleiding.

5.4.

De kantonrechter gaat voorbij aan de door de passagier aangevoerde omstandigheid dat twee andere vluchten op 27 mei 2018 in de avonduren wel zijn uitgevoerd vanaf Barcelona. Transavia heeft op dat punt terecht betoogd dat het feit dat andere vluchten wel zijn uitgevoerd niet betekent dat de vlucht geen hinder heeft ondervonden door de staking.

5.5.

De kantonrechter is van oordeel dat Transavia niet kon anticiperen op alle door de staking ontstane vertragingen, waaronder die van vlucht HV6788. Zij kan immers geen invloed uitoefenen op een staking van de Franse luchtverkeersleiding en de toewijzing van latere slottijden als gevolg daarvan. De vertraging is vervolgens verder opgelopen door het (moeten) uitwijken van vlucht HV6788 naar Amsterdam-Schiphol Airport vanwege de nachtsluiting van de luchthaven Eindhoven. De kantonrechter is van oordeel dat deze omstandigheid het directe gevolg is van de staking van de Franse luchtverkeersleiding. Transavia heeft voldoende aangetoond dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.

5.6.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of Transavia alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. De passagiers stellen dat Transavia naar een passende oplossing had moeten zoeken en bijvoorbeeld via een andere route had kunnen vliegen. De kantonrechter volgt deze stelling van de passagiers niet. De vlucht kon immers niet eerder vertrekken dan de uiteindelijk definitief aan haar toegewezen slottijd. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt niet in te zien dat het latere vertrek had kunnen worden ingelopen door het vliegen van een andere route. Bovendien zou dit onaanvaardbare offers van Transavia vergen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat in de gegeven omstandigheden niet meer van Transavia kon worden verwacht. De vordering van de passagiers zal dan ook worden afgewezen. De overige verweren van Transavia behoeven derhalve geen bespreking.

5.7.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Transavia zullen worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de passagier worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Transavia;

6.3.

veroordeelt de passagier tot betaling van € 36,00 aan nakosten, voor zover Transavia daadwerkelijk nakosten zal maken;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. M. Kruithof, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter