Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3509

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
22-06-2020
Zaaknummer
8200667 CV EXPL 19-18576
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Koop op afstand. Toewijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8200667 CV EXPL 19-18576

Uitspraakdatum: 3 juni 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Zalando SE,

gevestigd te Berlijn, Duitsland,

de eisende partij,

gemachtigde: R. Slagman,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

de gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 12 februari 2020 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 11 maart 2020 heeft gedaan.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand met betrekking tot een zaak tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument onder meer aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

2.2.

Ingevolge deze bepalingen dient de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze te informeren over de voornaamste kenmerken van de zaak, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten, de mogelijkheid van herroeping en de kosten van retournering. Uitdrukkelijk zij er op gewezen dat dit slechts een samenvatting is van de kern van deze bepalingen. De kantonrechter verwijst voor het overige naar hetgeen in die bepalingen verder is vermeld en attendeert erop dat afhankelijk van de aard van de zaak meer of minder informatie wordt verlangd.

2.3.

Waar het in artikel 6:230m BW gaat om de vraag welke informatie moet worden verstrekt, bepaalt artikel 6:230v BW de wijze waarop die informatie moet worden gegeven. Ook de wijze waarop de informatie gegeven moet worden, verschilt naar gelang de aard en de inhoud van de overeenkomst.

2.4.

Wat de wijze van verstrekking van de informatie betreft kan de handelaar naar het oordeel van de kantonrechter niet volstaan met het opnemen daarvan in algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces dient de consument stap voor stap langs deze informatie te worden geleid, zodat er geen enkel misverstand kan ontstaan over de vraag of de gemiddelde consument deze informatie bewust onder ogen heeft gekregen. Het gebruik van ‘kleine lettertjes’, zo blijkt uit de kamerstukken, is in dat verband niet aanvaardbaar.

2.5.

Als sluitstuk heeft de wetgever bepaald dat de handelaar binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval bij de levering van de zaken, de consument op een duurzame gegevensdrager een bevestiging van de overeenkomst verstrekt waarin alle verlangde informatie is opgenomen, voor zover de handelaar deze niet voor het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt.

Zo’n duurzame gegevensdrager kan, bijvoorbeeld, een brief zijn, een e-mailbericht, een pdf-bestand of zelfs een factuur, mits daarin alle informatie is opgenomen.

2.6.

In geval van een procedure dient de eisende partij te stellen dat aan al deze verplichtingen is voldaan, daargelaten of de eisende partij zelf de verkopende partij is of via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden.

Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een in printscreens vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, de eisende partij dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan.

2.7.

In deze zaak heeft de eisende partij gesteld dat de koopovereenkomst is gesloten in haar webwinkel. Verder heeft de eisende partij gesteld dat de vordering niet gebaseerd is op bepalingen in de algemene voorwaarden.

Daarnaast is gesteld dat voldaan is aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen. Hierbij heeft de eisende partij verwezen naar haar algemene voorwaarden waarin deze informatie is opgenomen en die in de vorm van een link worden aangeboden dan wel te raadplegen zijn op haar website. De eisende partij heeft voorts het bestelproces toegelicht en daarbij gesteld dat de gedaagde partij een factuur heeft ontvangen met daarop de specificatie van de gekochte zaken en wat er in rekening is gebracht. De eisende partij heeft deze factuur overgelegd.

2.8.

De kantonrechter kan niet vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze alle in artikel 6:230m BW bedoelde informatie is verstrekt en/of op een duurzame gegevensdrager ter beschikking is gesteld zoals bedoeld in 6:230v BW. In deze zaak is met name van belang dat geen concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden, bestelbevestiging is overgelegd. Over het account, en met name of hierin de bestelling is terug te vinden, alle informatie over de bestelling hierin toegankelijk wordt gemaakt voor toekomstig gebruik en deze informatie ongewijzigd blijft, is geen nadere toelichting verstrekt.

2.9.

De vraag is welke consequenties dit voor de vordering van de eisende partij moet hebben. De rechtspraak over de vraag of en op welke wijze de naleving van de informatieverplichtingen moet worden getoetst en bij niet naleving daarvan moet worden gesanctioneerd, is nog niet uitgekristalliseerd.

Daarom zal aan de tekortkomingen in deze zaak, die betrekking heeft op een eenmalige koop op afstand, op dit moment geen sanctie worden verbonden. De vordering komt de kantonrechter voor wat betreft de hoofdsom niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de gedaagde partij de gekochte zaken kennelijk zonder commentaar heeft behouden.

2.10.

Op basis van het voorgaande wordt duidelijk wat in het kader van de wettelijke informatieverplichtingen (van artikelen 6:230m en 6:230v BW) van handelaren wordt verwacht, zowel ten aanzien van het verkoopproces als ten aanzien van de manier waarop een vordering op basis van koop op afstand moet worden onderbouwd. Zowel handelaren, als hun rechtsopvolgers en gemachtigden zijn aldus in staat om hun werk daarop in te richten. Als dat met ingang van 1 januari 2021 desondanks niet het geval blijkt, zullen wel degelijk sancties kunnen worden opgelegd, processueel bij onvoldoende substantiëring of materieel als niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een verkoopproces dat aan de eisen van de wetgever voldoet.

2.11.

De gevorderde koopsom ten bedrage van € 148,71 wordt dan ook toegewezen.

2.12.

Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

2.13.

De gedaagde partij zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de kosten voor de akte voor rekening van de eisende partij blijven.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 148,71, vermeerderd met de wettelijke rente over € 107,40 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 85,04

griffierecht· € 121,00

salaris gemachtigde € 36,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.