Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3432

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-05-2020
Datum publicatie
13-05-2020
Zaaknummer
8447619
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming wegens hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8447619 \ VV EXPL 20-63

Uitspraakdatum: 8 mei 2020

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

de stichting
Woningstichting Kennemer Wonen

gevestigd te Heiloo

eiseres
verder te noemen: Kennemer Wonen

gemachtigde: mr. M.J. Dekker

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Jurist & Bewind B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde]

gevestigd te Amsterdam

gedaagde
verder te noemen: de bewindvoerder

gemachtigde: mr. P.K. de Blieck-Willemsen

1 Het procesverloop

1.1.

Kennemer Wonen heeft de bewindvoerder op 16 april 2020 gedagvaard. De bewindvoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 april 2020 waarbij aan de zijde van de bewindvoerder [onderbewindgestelde] zelf is verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten. Kennemer Wonen heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft Kennemer Wonen bij brief van 23 april 2020 nog stukken toegezonden. De bewindvoerder heeft per e-mail van 24 april 2020 nog een nader stuk toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Sinds 18 december 2008 huurt [onderbewindgestelde] de woning aan [adres] (hierna: de woning). Van de huurovereenkomst maken deel uit de algemene huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte versie augustus 2003 (hierna: de algemene voorwaarden).

2.2.

In de algemene voorwaarden staat – voor zover hier relevant – het volgende:

Artikel 6.3
Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

Artikel 6.6.
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.

Artikel 6.7
Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.

2.3.

Bij beschikking van 9 maart 2018 is [onderbewindgestelde] (hierna: [onderbewindgestelde] ) onder bewind gesteld.

2.4.

Op 13 februari 2020 heeft de politie Noord-Holland in de woning 19 hennepplanten, 15 gram gedroogde hennep in gripzakjes, twee lampen, een koolstoffilter en afzuigbuizen aangetroffen.

2.5.

Op 18 februari 2020 heeft Kennemer Wonen [onderbewindgestelde] per brief aangegeven dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden en de woning zal worden ontruimd. Kennemer Wonen heeft [onderbewindgestelde] de gelegenheid gegeven de huur zelf op te zeggen.

2.6.

[onderbewindgestelde] heeft de huurovereenkomst niet opgezegd.

3 De vordering

3.1.

Kennemer Wonen vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening de bewindvoerder veroordeelt:
I. om te ontruimen en ontruimd te houden en te verlaten de woning inclusief aanhorigheden aan [adres] met alle daarin van haar, althans van [onderbewindgestelde] , de zijnen en derden aanwezige personen en zaken, zodanig dat de woning inclusief aanhorigheden leeg en bezemschoon wordt opgeleverd en wel binnen drie dragen na betekening van dit vonnis, onder afgifte van alle sleutels aan Kennemer Wonen op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat de bewindvoerder in gebreke blijft deze veroordeling na te komen;
II. tot betaling aan Kennemer Wonen van een bedrag van € 478,22 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de woning niet is ontruimd met ingang van 1 mei 2020 zulks totdat de woning is ontruimd en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze termijnen opeisbaar worden tot aan de dag der algehele voldoening;
III. in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten.

3.2.

Kennemer Wonen legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [onderbewindgestelde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door schending van de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden. Deze tekortkomingen zijn zo ernstig dat ontruiming van de woning gerechtvaardigd is. Nu in de woning een professionele hennepkwekerij is aangetroffen, is de woning gebruikt in strijd met de bestemming en is in strijd gehandeld met goed huurderschap. Kennemer Wonen hanteert een ‘zero-tolerance’ beleid ten aanzien van hennep. Daarnaast veroorzaakt [onderbewindgestelde] ernstige overlast in de omgeving.

4 Het verweer

4.1.

De bewindvoerder betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [onderbewindgestelde] kampt met psychische klachten en regelmatig psychoses heeft. Tijdens een van zijn psychoses is hij door een kennis benaderd, die een hennepkwekerij in de woning heeft opgezet. De kwekerij is echter nooit aangesloten geweest en [onderbewindgestelde] heeft zelf aan de politie gebeld laten weten dat er een hennepkwekerij in de woning was. Het contact met deze kennis is inmiddels verbroken. Er was geen sprake van het telen van hennep op een bedrijfsmatige wijze. Sinds kort gebruikt [onderbewindgestelde] een ander soort medicatie, waardoor hij veel rustiger is geworden en geen last meer heeft van psychoses. Sindsdien veroorzaakt [onderbewindgestelde] ook geen overlast meer. Nu [onderbewindgestelde] zijn psychoses onder controle heeft door de juiste medicatie en hij inmiddels onder behandeling is, is het voor [onderbewindgestelde] van groot belang dat hij zijn woning behoudt. Tot slot voert de bewindvoerder verweer tegen het verzoek van Kennemer Wonen het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5 De beoordeling

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Kennemer Wonen daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, nu het hier gaat om een vordering tot ontruiming onder meer wegens het in strijd met de huurvoorwaarden hebben van een hennepkwekerij.

5.2.

Verder is voor toewijzing van de vordering in kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

De vraag die beantwoord dient te worden is of hetgeen door de politie in de woning is aangetroffen, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende grond oplevert voor ontruiming. De kantonrechter neemt daarbij als uitgangspunt dat een tekortkoming van voldoende gewicht de ontbinding van de huurovereenkomst en daarop vooruitlopend, de ontruiming van de woning kan bewerkstelligen, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding en ontruiming met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het is aan Kennemer Wonen om het bestaan van een grond voor ontbinding (en ontruiming) te stellen en, bij voldoende betwisting, te bewijzen. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die een beroep op de tenzij-bepaling rechtvaardigen, liggen bij de bewindvoerder.

5.4.

Kennemer Wonen heeft haar vordering met name gestoeld op de stelling dat het gebruik van de woning in strijd is met de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden en dat [onderbewindgestelde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen. Ter onderbouwing hiervan heeft Kennemer Wonen gewezen op de aangetroffen hennepplantage en op de door [onderbewindgestelde] veroorzaakte overlast. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat [onderbewindgestelde] een zwaarwichtig belang heeft bij het behouden van zijn woning. Ook betwist de bewindvoerder dat sprake was van een bedrijfsmatig karakter van de hennepkwekerij. De kwekerij is nimmer aangesloten geweest en de gevonden zakjes hennep waren bestemd voor eigen gebruik.

5.5.

Uitgangspunt is dat in de huurovereenkomst het kweken van hennep in het gehuurde uitdrukkelijk is verboden. Vast staat dat in de door [onderbewindgestelde] gehuurde woning een hennepkwekerij is aangetroffen. Uit het politierapport blijkt dat in de woning 19 hennepplanten van circa 15 centimeter hoog en 15 gram gedroogde hennep in zakjes aanwezig waren. [onderbewindgestelde] heeft ook erkend dat de hennepkwekerij in de woning is aangelegd. Het aantal aangetroffen planten overstijgt het privékarakter en ook de wijze waarop de kwekerij was ingericht (met assimilatielampen, een koolstoffilter en afvoerbuizen) duidt op een bedrijfsmatige aanpak. In aanmerking genomen het commerciële karakter van de onderhavige kwekerij, de met de hennepkweek gepaard gaande risico’s van brand, schade en andere nadelen (bijvoorbeeld het verzekeringsrisico), levert het aanwezig hebben van een hennepkwekerij in het gehuurde tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op. Deze tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de in deze gevorderde ontruiming van het gehuurde.

5.6.

De bewindvoerder stelt dat de kwekerij door een kennis van [onderbewindgestelde] is opgezet en dat [onderbewindgestelde] zelf aan de politie de kwekerij heeft laten zien. Deze stelling kan de bewindvoerder niet baten. [onderbewindgestelde] , als huurder van de woning, is verantwoordelijk voor al hetgeen in het gehuurde plaatsvindt. Zelfs indien hij part noch deel had aan het opzetten en de exploitatie van de kwekerij in het gehuurde, blijft sprake van een tekortkoming waarvoor hij aansprakelijk is (HR 9 december 2005, LJN AU 3255). Het verweer van de bewindvoerder dat de hennepkwekerij nooit aangesloten was, heeft de bewindvoerder niet nader onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen na de gemotiveerde betwisting hiervan door Kennemer Wonen.

5.7.

De bewindvoerder heeft ook een beroep gedaan op het woonbelang van [onderbewindgestelde] . De bewindvoerder heeft in dit verband aangevoerd dat [onderbewindgestelde] momenteel zijn psychoses onder controle heeft en inmiddels onder behandeling is. De kans is groot dat [onderbewindgestelde] weer afglijdt en terugvalt in zijn drugsgebruik als hij de woning verliest. Ook heeft [onderbewindgestelde] geen familie of vrienden waarbij hij kan verblijven, aldus de bewindvoerder. De kantonrechter is van oordeel dat deze omstandigheden niet dermate bijzonder en zwaarwegend zijn dat het woonbelang van [onderbewindgestelde] zwaarder weegt dan het belang van Kennemer Wonen bij een huurder die zich houdt aan de woonbestemming en die zich als een goed huurder gedraagt. Weliswaar zijn de gevolgen voor [onderbewindgestelde] aanzienlijk, mede gezien de persoonlijke omstandigheden, echter heeft [onderbewindgestelde] de gevolgen over zichzelf afgeroepen door in het gehuurde een (bedrijfsmatige) hennepkwekerij te hebben, althans dat mogelijk te maken door het verschaffen van toegang tot de woning aan anderen. Daarnaast heeft de bewindvoerder nagelaten de stelling dat [onderbewindgestelde] nergens terecht kan - na de gemotiveerde betwisting hiervan door Kennemer Wonen - nader te onderbouwen.

5.8.

Een en ander betekent dat voornoemde door de bewindvoerder gestelde feiten en/of omstandigheden, afgezet tegen de ernst van de tekortkoming en het belang van Kennemer Wonen, niet aan de ontbinding van de huurovereenkomst en daarmee aan toewijzing van de vordering tot ontruiming van de woning in de weg staan. Deze zal dan ook worden toegewezen, maar in verband met de coronacrisis en de omstandigheid dat de plantage inmiddels is ontmanteld, niet eerder dan per 1 juni 2020.

5.9.

Het betoog van Kennemer Wonen dat sprake is van ernstige en structurele overlast kan niet leiden tot een eerdere datum van ontruiming omdat die overlast in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk is geworden. Kennemer Wonen heeft haar stelling enkel onderbouwd met drie verklaringen van omwonenden die achteraf zijn opgemaakt. Van eerdere klachten is niet gebleken en (bijvoorbeeld) rapportages, gespreksverslagen of waarschuwingen zijn ook niet overgelegd.

5.10.

De bewindvoerder heeft verzocht de vordering bij toewijzing daarvan niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Als op de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad verweer wordt gevoerd, moet een belangenafweging plaatsvinden. De maatstaf daarbij is of het belang van degene die de uitvoerbaarheid bij voorraad vordert, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij het behoud van de bestaande toestand totdat de uitspraak kracht van gewijsde heeft of op een eventueel rechtsmiddel is beslist (ECLI:NL:HR:1996:ZC2215, NJ 1997, 684).

5.11.

De kantonrechter ziet in hetgeen de bewindvoerder heeft aangevoerd geen aanleiding om de vordering af te wijzen. Immers, gesteld noch gebleken is dat [onderbewindgestelde] geen andere woning kan vinden en de bewindvoerder heeft niet aangevoerd dat [onderbewindgestelde] persé in deze woning moet blijven wonen. De kantonrechter zal het vonnis daarom zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.12.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Kennemer Wonen zal toewijzen met dien verstande dat de ontruiming per 1 juni 2020 wordt toegewezen.

5.13.

De gevorderde dwangsom zal op hierna te noemen wijze worden gematigd en gemaximeerd.

5.14.

De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de bewindvoerder ook veroordeeld tot betaling van nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door Kennemer Wonen worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt de bewindvoerder om te ontruimen en ontruimd te houden en te verlaten de woning inclusief aanhorigheden aan [adres] met alle daarin van haar, althans van de heer [onderbewindgestelde] , de zijnen en derden aanwezige personen en zaken, zodanig dat de woning inclusief aanhorigheden leeg en bezemschoon wordt opgeleverd op
uiterlijk 1 juni 2020, onder afgifte van alle sleutels aan Kennemer Wonen op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat de bewindvoerder in gebreke blijft deze veroordeling na te komen met een maximum van € 5.000,00;

6.2.

veroordeelt de bewindvoerder tot betaling aan Kennemer Wonen van een bedrag van
€ 478,22 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de woning niet is ontruimd met ingang van 2 juni 2020 zulks totdat de woning is ontruimd en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze termijnen opeisbaar worden tot aan de dag der algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Kennemer Wonen tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 83,38

griffierecht € 124,00

salaris gemachtigde € 480,00 ;

te vermeerderen met € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Kennemer Wonen worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter