Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3275

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
07-05-2020
Zaaknummer
8117617
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ontvankelijk. Schriftelijk verder procederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8117617 \ CV EXPL 19-8013 (IL)

Uitspraakdatum: 29 april 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[opposant]

wonende te [woonplaats]

eisende partij in het verzet

verder te noemen: [opposant]

gemachtigde: mr. G.M. Terlingen

(toevoeging 4NU7161)

tegen

de besloten vennootschap

M&O Investment B.V., h.o.d.n. Royal Cars & Watches

gevestigd te Spanbroek

gedaagde partij in het verzet

verder te noemen: Royal Cars

gemachtigde: TeRecht deurwaarders

1 Het procesverloop

1.1.

Royal Cars heeft bij inleidende dagvaarding van 19 juni 2019 een vordering ingesteld tegen [opposant] .

1.2.

[opposant] is niet verschenen, waarna [opposant] bij verstekvonnis van 17 juli 2019 is veroordeeld.

1.3.

Bij dagvaarding van 15 oktober 2019 is [opposant] in verzet gekomen van dat verstekvonnis.

1.4.

Bij tussenvonnis van 6 november 2019 heeft de kantonrechter bepaald dat partijen zich eerst moeten uitlaten over de tijdigheid van het ingestelde verzet.

1.5.

Partijen hebben vervolgens schriftelijk gereageerd.

1.6.

De kantonrechter heeft daarna bij tussenvonnis van 18 december 2019 een mondelinge behandeling bepaald.

1.7.

De geplande mondelinge behandeling is door de maatregelen betreffende het coronavirus uitgesteld. Bij brief van 1 april 2020 heeft de griffier aan partijen bericht dat er geen nieuwe datum voor een mondelinge behandeling kan worden vastgesteld en dat de kantonrechter vonnis zal wijzen op 29 april 2020.

2. De feiten

2.1.

[opposant] heeft op 21 januari 2019 een auto (Audi RS 3) van Royal Cars gehuurd.

2.2.

Op 22 januari 2019 heeft [opposant] een aanrijding veroorzaakt, waarbij schade aan de auto is opgetreden.

3 De vordering, het verweer en de tegenvordering

3.1.

Royal Cars heeft bij inleidende dagvaarding van [opposant] betaling gevorderd van € 5.479,63, vermeerderd met de wettelijke rente van 2% per jaar over € 4.860,00 vanaf de dag van de dagvaarding. Royal Cars heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [opposant] de auto van haar heeft gehuurd en daarmee schade heeft gereden ad € 4.860,00. [opposant] is daarnaast de wettelijke handelsrente over het schadebedrag verschuldigd (€ 8,63 tot aan de dagvaarding) en de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW (€ 611,00).

3.2.

[opposant] is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde, met dien verstande dat de wettelijke rente is toegewezen. [opposant] is daarnaast veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

3.3.

[opposant] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. [opposant] vordert daarnaast, voorwaardelijk (onder de voorwaarde dat de aansprakelijkheid tot de vergoeding van schade en/of ter fine van de eigen bijdrage door [opposant] wordt afgewezen), om Royal Cars te veroordelen tot terugbetaling van € 2.800,00 met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de verzetdagvaarding. Daartoe voert [opposant] aan dat hij op grond van een mondeling gesloten overeenkomst de auto voor twee dagen heeft gehuurd voor € 1.600,00, met onbeperkte kilometers en inclusief een cascoverzekering. [opposant] heeft naast het bedrag van € 1.600,00 een borg van € 1.500,00 aan Royal Cars betaald. De schade aan de auto valt onder de dekking van de overeengekomen cascoverzekering, behoudens een eventueel te betalen eigen risico. [opposant] is de gevorderde schade dus niet verschuldigd. Hij heeft na de aanrijding onverplicht € 500,00 aan Royal Cars betaald. [opposant] betwist verder dat de door Royal Cars in het geding gebrachte overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en dat de door Royal Cars gehanteerde algemene voorwaarden zijn overeengekomen. [opposant] voert ook verweer tegen het gevorderde schadebedrag. In het geval van aansprakelijkheid tot de vergoeding van schade en/of ter fine van de eigen bijdrage moet (€ 800,00 voor een dag niet genoten huur + € 1.500,00 aan borg + € 500,00 aan onverplicht betaald bedrag, zijnde) € 2.800,00 worden verrekend. [opposant] betwist verder de verschuldigdheid van € 35,00 wegens ‘boetes’ en de wettelijke rente en incassokosten.

4 De beoordeling

De ontvankelijkheid van het door [opposant] ingestelde verzet

4.1.

In deze zaak moet worden beoordeeld of het verzet binnen vier weken na een door [opposant] in persoon gepleegde daad van bekendheid met het verstekvonnis is gedaan. Uit de rechtspraak volgt dat de gedaagde ( [opposant] ) zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten (HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652).

4.2.

[opposant] stelt dat het verstekvonnis niet in persoon aan hem, maar aan zijn moeder is betekend, en dat hij pas op 11 oktober 2019 via zijn advocaat bekend is geworden met het verstekvonnis. Volgens [opposant] is het verzet tijdig daarna ingesteld.

4.3.

Royal Cars voert aan dat het verzet niet tijdig is gedaan. Royal Cars voert daartoe in de eerste plaats aan dat de inleidende dagvaarding op 19 juni 2019 in persoon aan [opposant] is uitgereikt en hij de deurwaarder heeft meegedeeld dat hij verweer zou voeren, maar dat niet heeft gedaan. Omdat [opposant] op de hoogte was van de procedure, had hij ook op de hoogte kunnen zijn van het feit dat er een uitspraak tegen hem zou zijn gedaan, aldus Royal Cars. De kantonrechter volgt Royal Cars niet in dit standpunt. De door haar genoemde omstandigheden hebben plaatsgevonden voordat het verstekvonnis is gewezen. Daaruit kan niet volgen dat [opposant] bekend was met dat vonnis en dus ook niet dat het verzet te laat is ingesteld.

4.4.

Royal Cars voert in de tweede plaats aan dat de moeder/huisgenoot van [opposant] op 30 juli 2019 heeft aangegeven dat zij de zaken voor haar zoon behartigt en dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de moeder de betekening van het verstekvonnis en de contacten met de gemachtigde van Royal Cars niet met haar zoon heeft besproken. De kantonrechter volgt Royal Cars ook niet in dit standpunt. De enkele veronderstelling dat een ander (de moeder) [opposant] op de hoogte zal hebben gebracht van de ontvangst dan wel de inhoud van het vonnis, levert immers geen daad van [opposant] op waaruit ondubbelzinnig de bekendheid met de strekking en de hoofdinhoud van het vonnis volgt. Verder is niet gesteld of gebleken dat sprake is van een daad van bekendheid van een derde die in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als een daad van [opposant] en derhalve aan hem kan worden toegerekend.

4.5.

De kantonrechter heeft geen reden om te twijfelen aan de stelling van de advocaat van [opposant] dat hij het verstekvonnis (voor het eerst) op 11 oktober 2019 met hem heeft besproken. Deze omstandigheid levert een daad van bekendheid op. De verzettermijn van vier weken is dus op die datum aangevangen.

4.6.

De kantonrechter concludeert dat [opposant] - met de dagvaarding van 15 oktober 2019 - tijdig verzet heeft ingesteld en om die reden ontvankelijk is in het verzet tegen het verstekvonnis.

De vordering en de tegenvordering

4.7.

Gelet op de inhoud van de tot dusver gewisselde gedingstukken is de kantonrechter van oordeel dat er thans aanleiding bestaat om de zaak naar de rol te verwijzen voor een nadere schriftelijke ronde. Eerst zal Royal Cars een conclusie van repliek in conventie/antwoord in voorwaardelijke reconventie mogen nemen, waarna [opposant] een conclusie van dupliek in conventie/repliek in voorwaardelijke reconventie zal mogen nemen. Vervolgens zal Royal Cars nog een conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie mogen nemen. In beginsel zal daarna - anders dan in het tussenvonnis van 18 december 2019 is bepaald, in verband met de huidige coronamaatregelen - eindvonnis worden gewezen.

4.8.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 27 mei 2020 voor conclusie van repliek in conventie/antwoord in voorwaardelijke reconventie aan de kant van Royal Cars;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter