Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3217

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-04-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
8163911 \ CV FORM 19-17639
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Staking eigen personeel vormt in het onderhavige geval een buitengewone omstandigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/133
S&S 2020/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8163911 \ CV FORM 19-17639

Uitspraakdatum: 22 april 2020

Beschikking in de zaak van:

[passagier sub 1] ,

[passagier sub 2] ,

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: Probe-ASP BV h.o.d.n. Aviclaim

tegen

Scandinavian Airlines System (SAS),

gevestigd te Stockholm (Zweden)

verwerende partij

verder te noemen: SAS

gemachtigde: mr. A. Muhammad

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 8 november 2019;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 30 januari 2010.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met SAS een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan SAS de passagiers diende te vervoeren van Washington Airport (Verenigde Staten) via Kopenhagen (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 2 mei 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van SAS verzocht in verband met voornoemde annulering.

2.4.

SAS heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.5.

De passagiers hebben de vordering van hun minderjarige kind aan zichzelf gecedeerd.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken SAS te veroordelen tot betaling van:

- € 900,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 135,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat SAS vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 5 lid 1 sub c onder iii in samenhang met artikel 7 lid 2 sub c van de Verordening tot een bedrag van € 900,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door SAS van de buitengerechtelijke kosten.

3.4.

SAS betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de oorspronkelijke vlucht van de passagiers is geannuleerd en dat de passagiers met de vervangende vlucht met een vertraging van meer dan drie uur maar minder dan vier uur op de eindbestemming zijn aangekomen. SAS is gelet hierop gehouden 50% van het forfaitair vastgestelde compensatiebedrag te voldoen, tenzij SAS kan aantonen dat de annulering is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5, lid 3, van de Verordening, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen, niet voorkomen konden worden.

4.3.

SAS beroept zich op buitengewone omstandigheden omdat de annulering is veroorzaakt door de staking van SAS-piloten. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening zich onder meer kunnen voordoen in geval van stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

4.4.

Niet iedere staking levert een buitengewone omstandigheid op. Het is aan de luchtvaartmaatschappij om aan te tonen dat de staking hoe dan ook niet voorkomen had kunnen worden door het treffen van maatregelen die op het tijdstip van de staking voldoen aan voor de luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden.

4.5.

SAS voert aan dat zij in april 2019 werd geconfronteerd met een pilotenstaking, ondanks dat zij alles in het werk had gesteld om die staking en de gevolgen daarvan te voorkomen. De aanleiding voor de staking was de vervroegde en eenzijdige beëindiging van de lopende piloten-cao door SAS-piloten in Denemarken, Zweden en Noorwegen. In 2012 stond SAS op de rand van faillissement en moest zij voor haar voortbestaan vechten. Na een aantal hersteljaren maakte SAS in 2018 weer beperkte winst en de SAS piloten zagen daarin aanleiding om looneisen te stellen. De piloten eisten echter arbeidsvoorwaarden waar SAS financieel niet aan kon voldoen, waaronder een salarisverhoging van 13% over 3 jaar. Die looneisen betekenden een verdubbeling van wat gangbaar is in de private sector. Als SAS de 13% looneis zou inwilligen dan zou de continuïteit van SAS in gevaar komen en daarmee vele duizenden banen.

4.6.

Nadat de pilotenvakbonden op 2 april 2019 dreigden met stakingen is een mediationtraject gestart bij onafhankelijke mediators in Zweden, Denemarken en Noorwegen. Ondertussen was SAS begonnen met het treffen van maatregelen. De piloten weigerden het compromis dat de onafhankelijke mediators hadden voorgesteld en hielden vast aan hun oorspronkelijke eisen. Na het mislukken van de onderhandelingen werden op 26 april 2019 de stakingen aangekondigd. Het betrof een staking van 1409 piloten (95% van alle piloten in Scandinavië). Vervolgens zijn op 1 mei 2019 de collectieve onderhandelingen hervat. Op 2 mei 2019, om 23:05 uur werd overeenstemming bereikt over een nieuwe cao en is de staking na bijna zeven dagen beëindigd. De staking heeft SAS naar schatting 9 miljoen euro per dag gekost. SAS had dan ook geen andere optie dan een loonstijging van 10,5% over drie jaar te accepteren.

4.7.

Volgens SAS ligt deze staking buiten haar invloedssfeer omdat de aanleiding voor de staking niet een door haar ingegeven (eenzijdige) wijziging van arbeidsvoorwaarden is, maar een buitensporige looneis van de zijde van de piloten. In Scandinavië zijn, anders dan in Nederland, ook geen (rechts)middelen om een staking te voorkomen. SAS kon dan ook niet anders dan de gevolgen van de staking voor de passagiers minimaliseren. Zo heeft SAS bewerkstelligd dat alsnog 30% van de vluchten door middel van een zogeheten wet lease constructie konden worden uitgevoerd. In het voorliggende geval is het onjuist en onredelijk om de luchtvaartmaatschappij te verplichten tot compensatie. Dat geldt te meer omdat in de voorliggende situatie sprake was van massale en aanhoudende vertragingen en annuleringen. Dit op zichzelf is al een aanwijzing dat sprake is van buitengewone omstandigheden, aldus SAS. Bovendien waren er ernstige financiële gevolgen voor de luchtvaartmaatschappij; de staking heeft ruim 380.000 passagiers getroffen, een verplichting tot het betalen van compensatie zou een buitensporige last opleveren.

4.8.

Om de gevolgen van de passagiers te verlichten heeft SAS vele ingrijpende en zeer kostbare maatregelen getroffen. SAS heeft om een einde te maken aan de staking grotendeels aan de vergaande eisen van de piloten voldaan, waardoor SAS nu geconfronteerd wordt met aanzienlijke hogere personeelsuitgaven.

4.9.

SAS heeft verder nog gewezen op een voorstel van de Europese Commissie tot wijzigingen van de Verordening, waarin de definitie van bijzondere omstandigheden in lijn is gebracht met de jurisprudentie en waarin een lijst is opgenomen van omstandigheden die als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. Een van de doelen van dit voorstel is om meer rekening te houden met de financiële draagkracht van luchtvaartmaatschappijen, aldus SAS. Voorts blijkt uit het voorstel van de Europese Commissie dat een pilotenstaking, ongeacht de aanleiding voor die staking, wordt aangemerkt als bijzondere omstandigheid. Daarnaast heeft ook het Duitse Bundesgerichtshof geoordeeld dat een situatie waarin samengevat een aanzienlijk deel van de piloten niet beschikbaar is geen omstandigheden zijn die tot de normale bedrijfsvoering behoren.

4.10.

De kantonrechter is van oordeel dat SAS voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in de periode van 26 april 2019 tot en met 3 mei 2019 sprake was van een pilotenstaking, waardoor annulering van de vlucht in kwestie onvermijdelijk was. De kantonrechter overweegt dat een staking van eigen personeel in de regel een protestgeluid is om een wens tot verbetering van het loon of andere arbeidsvoorwaarden kracht bij te zetten of om duidelijk te maken dat men het oneens is met (aangekondigd) beleid van de werkgever. In het voorliggende geval gold de cao tot 2020 maar hebben de piloten deze cao (eenzijdig) opgezegd. De piloten hebben vervolgens verstrekkende looneisen neergelegd. SAS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij redelijkerwijs niet kon instemmen met deze eis vanwege de financiële gevolgen. De piloten waren in eerste instantie en ook na mediation niet bereid om van de oorspronkelijke eis af te stappen. Ook nadat de stakingen waren aangekondigd heeft SAS zich ingespannen om het geschil zo snel mogelijk te beslechten. Partijen zijn binnen één week tot een regeling gekomen. Voor de onderhavige vlucht kwam deze regeling echter te laat tot stand.

4.11.

Gelet op bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de omstandigheden in het onderhavige geval niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij. Het betreft hier een van buiten komende oorzaak, te weten de eenzijdige opzegging van de lopende cao en daaropvolgende hoge looneisen waar de piloten niet van wilden afwijken, waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed kan uitoefenen. Weliswaar had SAS door direct in te stemmen met de looneis de staking kunnen voorkomen, maar in onderhavige geval is de kantonrechter van oordeel dat redelijkerwijs niet van SAS kon worden verwacht dat zij zonder in onderhandeling te treden akkoord ging met die eis.

4.12.

Vervolgens ligt de vraag voor of SAS alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering te voorkomen dan wel de vertraging te beperken. Uit hetgeen is overwogen in overweging 4.11. volgt dat SAS voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de staking en daarmee ook de annulering van de vlucht te voorkomen. Niet alleen heeft SAS door de wet lease constructie nog een aantal vluchten weten uit te voeren, ook heeft SAS het aantal medewerkers in de callcenters, social media teams en grondpersoneel uitgebreid om alle vragen van passagier te beantwoorden en passagiers zoveel mogelijk te kunnen bijstaan. Voorts is aan alle passagiers, 8 dagen voor de staking, de mogelijkheid aangeboden om vrijwillig om te boeken dan wel te annuleren. Bij annuleringen heeft het Passenger Communication Center alle mogelijke omboekopties onderzocht. Voorts is SAS meerdere overeenkomsten en daarmee kosten aangaan om passagiers nog sneller te kunnen omboeken door middel van het gebruik van verschillende systemen. Passagiers werden vervolgens per sms op de hoogte gehouden.

4.13.

Ten aanzien van de onderhavige passagiers zijn de passagiers omgeboekt naar andere vluchten; met United Airlines van Washington Dulles naar Geneve Cointrin en vervolgens met KLM naar Amsterdam. Het aangepaste vluchtschema is op 1 mei 2019 aan de passagiers meegedeeld en met de vervangende vlucht zijn de passagiers met een vertraging van slechts 3 uur en 51 minuten op de eindbestemming aangekomen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat SAS alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de passagiers zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vervoeren. Aan SAS komt dan ook een beroep op grond van artikel 5 lid 3 van de Verordening toe. De vordering van de passagiers tot betaling van compensatie wordt afgewezen.

4.14.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van SAS tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open