Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3204

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-04-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
8046682 CV EXPL 1-13480
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Ambtshalve toetsing annuleringskosten ANVR-voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8046682 CV EXPL 19-13840

Uitspraakdatum: 22 april 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

Tui Nederland N.V.

te Rijswijk

de eisende partij

hierna TUI

gemachtigde: P.F. van den Berg (Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.)

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

de gedaagde partij

hierna [gedaagde]

niet verschenen

1 De procedure

TUI heeft [gedaagde] gedagvaard. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 11 december 2019 heeft de kantonrechter TUI in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 15 januari 2020 heeft gedaan.

2 De beoordeling

2.1

TUI heeft bij dagvaarding gevorderd [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 692,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over

€ 599,27, vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van gehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

De kantonrechter moet op grond van de wet toetsen of de vordering niet in strijd komt met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden de vordering kunnen dragen. Daarnaast moet de kantonrechter, nu [gedaagde] een consument is, op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toepassen, ook als daarom niet is gevraagd (‘ambtshalve toetsing’). De dagvaarding dient voldoende informatie te verschaffen om de rechter in staat te stellen de vordering te beoordelen en daarbij te beslissen of er aanleiding is tot ambtshalve toepassing van Europees consumentenrecht. Nu de in dit geding uitgebrachte dagvaarding naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie daartoe verschafte – er is slechts een bedrag aan hoofdsom genoemd – en daarmee dus niet voldeed aan de eisen van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 11 december 2019 een toelichting gevraagd op de vordering van TUI en verzocht de daarop betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Hieraan heeft TUI bij akte van 15 januari 2020 voldaan.

2.3

Uit de akte volgt dat [gedaagde] op 20 februari 2019 op een vestiging van TUI een elf-daagse vliegreis voor twee personen naar Curaçao heeft geboekt, inclusief accommodatie. De vertrekdatum was 3 oktober 2019. De totale reissom was € 3.853,50. Deze reis was in optie gezet. [gedaagde] heeft op 25 februari 2019 aan TUI kenbaar gemaakt dat de reis definitief door diende te gaan. Op voornoemde reisovereenkomst zijn de ANVR-voorwaarden met aanvulling van de voorwaarden van TUI van toepassing. Deze zijn voorafgaand aan de boeking bekend gemaakt en nadien naar [gedaagde] gemaild. Ondanks aanmaningen en een betalingstoezegging is [gedaagde] in gebreke gebleven met betaling van de aanbetaling van

€ 599,28. TUI zag zich vervolgens op 24 april 2019 genoodzaakt de reis te annuleren en de annuleringskosten voor een bedrag van € 599,27 bij [gedaagde] in rekening te brengen. TUI heeft dit gedaan middels een nota van 24 april 2019. Deze nota is door [gedaagde] onbetaald gelaten.

2.4

TUI heeft aangevoerd dat zij als gevolg van de annulering schade heeft geleden, die onder meer bestaat uit personeelskosten, advertentie- en reclamekosten, de kosten van haar site, huur van een vliegtuig (bij KLM) en gederfde winst. Omdat de daadwerkelijk gemaakte kosten voor een geannuleerde reis niet concreet zijn vast te stellen, heeft TUI voor de berekening van de annuleringskosten aansluiting gezocht bij artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden, welke algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. In dit artikel is een staffel opgenomen voor de berekening van de annuleringskosten. Uit deze staffel volgt dat, indien de reis tot 42 dagen voor vertrek wordt geannuleerd – zoals in de onderhavige zaak het geval was – de annuleringskosten gelijk zijn aan de aanbetaling, maar niet meer dan 35% van de totale reissom mogen bedragen.

2.5

TUI heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden geen onredelijk bezwarend beding vormt, erop gewezen dat dit artikel en de daarin opgenomen staffel in overleg met de Consumentenbond in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg van de SER tot stand is gekomen, om een zeker evenwicht te waarborgen tussen de belangen van de consument en die van de reisorganisatie. In de jurisprudentie is ook al meerdere keren bepaald dat dit geen onredelijk bezwarend beding is, aldus TUI. Het bedrag dat TUI aan annuleringskosten bij [gedaagde] in rekening heeft gebracht is 15% van de reissom van € 3.853,50, zijnde € 599,27. Dit bedrag is in feite gelijk aan de verschuldigde aanbetaling (€ 599,28).

2.6

De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op het bovenstaande, artikel 9.2 van de ANVR-voorwaarden geen onredelijk bezwarend beding vormt en dat, nu TUI de reis op 24 april 2019 heeft geannuleerd en zodoende heeft voorkomen dat de kosten onnodig hoog zouden oplopen, de vordering van TUI kan worden toegewezen.

2.7

Nu [gedaagde] deze annuleringskosten tot op heden niet heeft betaald en TUI aan alle voorwaarden heeft voldaan om aanspraak te kunnen maken op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, kunnen die bedragen dan ook worden toegewezen.

2.8

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Echter, zoals hierboven in 2.2 reeds is overwogen, voldeed de dagvaarding niet aan de vereisten van artikel 21 Rv. Dit dient voor rekening van TUI te blijven, zodat de kantonrechter geen punt zal toekennen voor de door TUI genomen akte.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan TUI van € 692,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 599,27 vanaf 10 september 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van TUI tot en met vandaag vaststelt op:

€ 85,18 wegens dagvaardingskosten,

€ 486,00 wegens griffierecht en

€ 120,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter