Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3157

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
8120045 CV EXPL 16202
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Ambtshalve toetsing. Beveiligingsovereenkomst. Dienstverlening. Oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden. Afwijzing contractuele rente

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8120045 CV EXPL 19-16202

Uitspraakdatum: 8 april 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Stanley Security B.V.,

te Amersfoort,

hierna: Stanley Security,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

hierna: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Stanley Security heeft [gedaagde] gedagvaard. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 11 december 2019 heeft de kantonrechter Stanley Security in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 15 januari 2020 heeft gedaan.

2 De vaststaande feiten

2.1.

[gedaagde] en Stanley Security hebben op 31 maart 2014 twee overeenkomsten tot aanschaf van beveiligingsapparatuur en service-abonnement gesloten. Er is beveiligingsapparatuur geplaatst in en aan de woning van [gedaagde] . De totale koopsom van deze apparatuur is voldaan binnen veertien dagen na installatie en oplevering.

De abonnementen zien onder meer op periodiek onderhoud, contact met de meldkamer en helpdesk van Stanley Security. De abonnementen zijn ingegaan op 10 april 2014. De abonnementskosten bedroegen € 13,70 per week en werden per kwartaal gefactureerd.

2.2.

Van de overeenkomsten maken algemene voorwaarden deel uit. Artikel 9.1 van de algemene voorwaarden luidt:

“Tenzij anders overeengekomen gelden de navolgende looptijden:

Service en Onderhoud Abonnement: 5 jaar

Meldkamer Abonnement: 5 jaar.”.

2.3.

In artikel 11.6 van de algemene voorwaarden staat:

“Indien Klant niet binnen de overeengekomen termijn betaalt, is Klant van rechtswege in verzuim zonder dat enige ingebrekestelling nodig is. Klant is 1,5% rente per maand verschuldigd vanaf vervaldag van de in rekening gebrachte bedragen. Verder is Klant gehouden tot vergoeding van zowel buitengerechtelijke als gerechtelijke kosten, daaronder begrepen kosten van advocaten, deurwaarders en incassobureaus. De buitengerechtelijke kosten worden gesteld op tenminste 15% van de hoofdsom met rentes met een minimum van Euro 500,00. De gerechtelijke kosten zijn de werkelijk gemaakte kosten.”.

2.4.

Stanley Security heeft vier facturen verzonden aan [gedaagde] , elk voor een bedrag van € 215,50. Deze facturen zijn onbetaald gebleven.

3 De vordering

3.1.

Stanley Security vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.194,18, primair vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand over een bedrag van € 862,- vanaf 13 september 2019 tot de dag van voldoening, subsidiair vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert Stanley Security veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en nakosten.

3.2.

Het gevorderde bedrag van € 1.194,18 is opgebouwd uit een bedrag van € 862,- aan hoofdsom, € 202,88 aan contractuele rente en € 129,30 aan buitengerechtelijke kosten.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van consumentenovereenkomsten. Noch uit de overeenkomsten zelf, noch uit de andere overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde] de overeenkomsten is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Sterker, uit de stukken blijkt dat de beveiligingsapparatuur in en aan de woning van [gedaagde] is geïnstalleerd, onder meer in de slaapkamers, woonkamer, keuken en het toilet.

4.2.

Dit heeft tot gevolg dat de (in het Nederlandse recht geïmplementeerde) regels inzake Europees consumentenrecht van toepassing zijn. Volgens vaste Europese rechtspraak is de Nederlandse rechter ambtshalve gehouden te toetsen of een beding in een consumentenovereenkomst waarover tussen partijen niet afzonderlijk is onderhandeld, zoals een beding in algemene voorwaarden, als een oneerlijk beding moet worden aangemerkt in de zin van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn) (zie onder andere HvJEU 30 mei 2013, ECLI:EU:C:2013:341).

4.3.

Op grond van artikel 3 van de richtlijn wordt een beding als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De Nederlandse rechter dient deze toets (onder andere) te verrichten via de open norm van artikel 6:233 sub a BW en, meer in het bijzonder, de artikelen 6:236 en 6:237 BW. Op grond van de open norm is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien het onredelijk bezwarend is, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen en de overige omstandigheden van de overeenkomst.

4.4.

Op grond van artikel 6:237 sub k BW wordt een overeenkomst ‘als bedoeld in artikel 236 onder j’ met een duur van meer dan één jaar zonder dat de wederpartij de bevoegdheid is gegeven de overeenkomst telkens na een jaar op te zeggen, vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Artikel 6:236 onder j BW ziet op overeenkomsten tot het geregeld afleveren van zaken, het afleveren van elektriciteit daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen. De Parl. Gesch. Boek 6 (MvT, Inv. Wet, p. 1706) noemt onder meer als voorbeeld een overeenkomst waarbij een abonnement op een tijdschrift wordt genomen. Een beveiligingsabonnement kan daarmee naar het oordeel van de kantonrechter op één lijn worden gesteld, temeer omdat gelet op de ratio van artikel 6:236 sub j BW dit artikel ruim moet worden uitgelegd. Overeenkomsten als de onderhavige, waarbij apparatuur en personeel ter beschikking worden gesteld ter beveiliging van een woning, kunnen daarom worden aangemerkt als overeenkomsten tot het geregeld doen van verrichtingen.

4.5.

Dit betekent dat de onderhavige overeenkomsten met een looptijd langer dan een jaar op grond van artikel 6:237 sub k BW worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Stanley Security heeft niets gesteld ter weerlegging van dit vermoeden. Daarmee moet er in deze zaak vanuit worden gegaan dat artikel 9.1 van de algemene voorwaarden van Stanley Security onredelijk bezwarend is. Het beding is dan ook vernietigbaar voor zover het niet voorziet in een mogelijkheid om de overeenkomst na één jaar op te zeggen. Dit betekent dat [gedaagde] de overeenkomst na een jaar tussentijds mocht opzeggen.

4.6.

Stanley Security heeft bij dagvaarding aangegeven welk verweer [gedaagde] heeft gevoerd. Volgens Stanley Security heeft [gedaagde] als verweer gevoerd dat hij de overeenkomsten telefonisch heeft opgezegd als gevolg van het afbreken van het pand. Nog los van de vraag of dit verweer in deze verstekzaak een rol kan spelen, is de kantonrechter van oordeel dat het al afstuit op het feit dat niet is gebleken dat [gedaagde] de overeenkomsten schriftelijk heeft opgezegd. Op grond van artikel 9.3 van de algemene voorwaarden van Stanley Security is dit een vereiste, dat bovendien niet onredelijk (bezwarend) wordt geacht.

4.7.

Nu niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] de overeenkomsten tussentijds heeft opgezegd, duurden deze voort tot (in ieder geval) 10 april 2019. Als gevolg hiervan was [gedaagde] tot die datum de abonnementskosten verschuldigd. Stanley Security heeft deze kosten op goede gronden in rekening gebracht. Uit de overgelegde aanmaningen en ‘kennisgeving dagvaarding’ blijkt dat [gedaagde] heeft nagelaten het totaalbedrag van € 862,- te betalen.

4.8.

De vordering tot betaling van € 862,- ligt gelet hierop voor toewijzing gereed.

4.9.

Ten aanzien van de gevorderde contractuele rente overweegt de kantonrechter als volgt.

4.10.

In het kader van een richtlijnconforme interpretatie van artikel 6:233 sub a BW vormt het feit dat een beding is opgenomen in de bijlage bij artikel 3 lid 3 van de richtlijn een indicatie dat er sprake is van een onredelijk bezwarend beding. Als oneerlijke bedingen in de zin van de richtlijn kunnen worden aangemerkt “bedingen die tot doel of tot gevolg hebben de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen”.

4.11.

Ingevolge artikel 6 van de richtlijn en artikel 6:233 sub a BW kan de rechter een onredelijk bezwarend beding vernietigen, waarbij de overeenkomst voor partijen bindend blijft indien deze zonder het oneerlijke beding kan voortbestaan. Matiging is niet toegestaan.

4.12.

Artikel 11.6 van de algemene voorwaarden van Stanley Security betreft een boetebeding in de vorm van een contractuele vertragingsrente van 1,5% per maand. Aangezien hiermee, afgezet tegen de wettelijke rente van artikel 6:119 BW, een onevenredig hoge schadevergoeding wordt opgelegd, is de kantonrechter in aansluiting op Europese en Nederlandse rechtspraak (HvJEU 14 maart 2013, ECLI:EU:C:2013:164, rov. 74, HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691, rov. 3.10 en Hof Amsterdam 3 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:165, rov. 2.6) van oordeel dat artikel 11.6 oneerlijk is in de zin van de richtlijn.

4.13.

Stanley Security heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die dit aanmerkelijk afwijkende percentage in dit specifieke geval kunnen rechtvaardigen.

4.14.

De kantonrechter vernietigt artikel 11.6 van de algemene voorwaarden en zal de vordering van Stanley Security tot betaling van de contractuele rente afwijzen. De subsidiaire vordering tot betaling van de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen ligt voor toewijzing gereed. Stanley Security heeft de wettelijke rente tot 13 september 2019 begroot op een bedrag van € 21,76. Dit bedrag zal worden toegewezen.

4.15.

Stanley Security maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat een kosteloze aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden.

4.16.

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Stanley Security van € 883,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 862,- vanaf 13 september 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Stanley Security tot en met vandaag vaststelt op:

€ 85,14 wegens dagvaardingskosten,

€ 486,00 wegens griffierecht en

€ 120,00 wegens salaris gemachtigde;

en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op € 60,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Indien van toepassing dienen beide bedragen te worden vermeerderd met btw;

5.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.