Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3154

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-04-2020
Datum publicatie
28-04-2020
Zaaknummer
7988226 CV EXPL 12408
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Ambtshalve toetsing. Telefonie en toestel. Eisende partij heeft vordering onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7988226 CV EXPL 19-12408

Uitspraakdatum: 22 april 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

Arrow Global Investments Holdings Benelux B.V., voorheen h.o.d.n. InVesting B.V., rechtsopvolgster van KPN B.V.

gevestigd te Hilversum,

de eisende partij,

gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

de gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

1.2.

Bij tussenvonnis van 4 december 2019 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, wat zij bij akte van 15 januari 2020 heeft gedaan.

2 De beoordeling

2.1.

KPN B.V. heeft op 30 juli 2013 haar vordering met betrekking tot de door de gedaagde partij onbetaalde facturen gecedeerd aan de eisende partij. De eisende partij legt aan haar vordering ten grondslag dat KPN B.V. twee overeenkomsten inzake mobiele telecommunicatiediensten met de gedaagde partij heeft gesloten. Aan de gedaagde partij zijn bovendien twee mobiele telefoontoestellen verstrekt op basis van een leaseovereenkomst, aldus de eisende partij. Volgens de eisende partij is de gedaagde partij haar betalingsverplichtingen uit hoofde van die overeenkomsten niet nagekomen.

2.2.

In het tussenvonnis van 4 december 2019 heeft de kantonrechter als volgt overwogen:

“De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte op de volgende punten een toelichting te geven op de vordering en de hierna genoemde stukken over te leggen:

1) De contracten (mbt de telefoonnummers 06- [telefoonnummer 1] en 06- [telefoonnummer 2] ) (…)”.

2.3.

Bij akte heeft de eisende partij aangegeven dat de leaseovereenkomst niet meer aan te leveren is. Gelet daarop doet zij afstand van de bij dagvaarding gevorderde kosten met betrekking tot deze overeenkomst. De eisende partij heeft echter evenmin de gestelde overeenkomsten met betrekking tot mobiele telecommunicatiediensten overgelegd. Niet aangegeven is waarom dat het geval is en welk(e) gevolg(en) daaraan volgens haar verbonden moet(en) worden.

2.4.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

2.5.

Het is aan de eisende partij om aan te tonen, of in ieder geval door middel van stukken en een deugdelijke toelichting aannemelijk te maken, dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een overeenkomst of een kopie van de bevestiging van de aanmelding via de website. Indien dat door omstandigheden niet mogelijk is, kan in sommige gevallen ook worden volstaan met, bijvoorbeeld, het overleggen van bewijsstukken van door de gedaagde partij gedane betalingen. Dit heeft de eisende partij echter nagelaten. Het enkel overleggen van facturen volstaat niet. Nog los van het feit dat de in deze zaak overgelegde facturen onbetaald zijn gebleven, blijkt uit een factuur op zichzelf niet dat deze daadwerkelijk is verzonden en ook is betaald. Dat de gedaagde partij (op enig moment) heeft ingestemd met het verstrekken van telefoons en telefoniediensten door de eisende partij, en dat hieruit betalingsverplichtingen voortvloeien, volgt hieruit dus niet.

2.6.

De conclusie is dat de vordering van de eisende partij als onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen.

2.7.

De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Nu de gedaagde partij niet in het geding is verschenen, worden deze kosten op nihil gesteld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.