Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:3067

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-04-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
8214380
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

premie zorgverzekering; betalingsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8214380 \ CV EXPL 19-9393 (rvk)

Uitspraakdatum: 22 april 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht

eiseres

verder te noemen: Zilveren Kruis

gemachtigde: Ph.A.C.M. van den Broek, GGN Mastering Credit B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

in persoon procederend

1 Het procesverloop

1.1.

Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding van 25 november 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.

1.2.

Zilveren Kruis heeft hierop schriftelijk gereageerd en haar eis verminderd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Zilveren Kruis is een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswet. [gedaagde] is bij Zilveren Kruis verzekerd tegen ziektekosten onder referentienummer ZKA175221685/1011675753.

2.2.

[gedaagde] is voor deze verzekering een maandelijkse premie verschuldigd.

2.3.

[gedaagde] heeft een bedrag van € 2.371,69 aan premie, eigen risico en eigen bijdrage onbetaald gelaten.

2.4.

Op 18 november 2019 heeft [gedaagde] via de website met (de incassogemachtigde van) Zilveren Kruis een betalingsregeling getroffen. Daarin is afgesproken dat [gedaagde] maandelijks een bedrag van € 168,- moet betalen. De eerste betaling moet uiterlijk 29 november 2019 door (de gemachtigde van) Zilveren Kruis zijn ontvangen.

2.5.

De incassogemachtigde van Zilveren Kruis heeft op 19 november 2019 de volgende brief (eveneens per e-mail) aan [gedaagde] gestuurd:

‘(…)

In deze brief geven wij u een reactie op het door u gestuurde betaalbewijs. De betaling van 27 september 2019 betreft de automatische afschrijving voor de premiemaand oktober 2019. Deze betaling is op 30 september 2019 gestorneerd. De premiemaand is nog verschuldigd.

Inmiddels hebben we weer een nieuwe factuur ontvangen. U heeft op 18 november 2019 weer een regeling getroffen via onze website. Deze regeling laten wij bij deze meteen weer vervallen. Er is voor u geen regeling meer mogelijk, daar de lopende premies bij opdrachtgever niet betaald worden. Er is helaas geen regeling meer mogelijk.

Wij hebben opdracht verdere maatregelen te treffen.

Het totaalbedrag dat u nog moet betalen is € 1.918,76

Dit bestaat uit:

(….)

U kunt op 3 manieren veilig en makkelijk betalen :

  1. Ga naar www.ggn.nl/directbetalen . Met uw dossiernummer, postcode 1782 MD en huisnummer 49 kunt u direct betalen met iDEAL.

  2. Ga naar www.ggnnl/mijnincasso om te betalen. Log in met de inlognaam en het wachtwoord dat u heeft gekozen. U vindt hier uw persoonlijke overzicht en kunt online verschillende zaken regelen, zoals een betalingsregeling aanvragen.

  3. Maak het bedrag over naar rekeningnummer (…) op naam van GGN Mastering Credit. Vermeld bij uw betaling het dossiernummer.

Kunt u niet betalen?

Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Samen zoeken we dan naar een oplossing.

(…)’

3 De vordering

3.1.

Zilveren Kruis vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.748,73.

3.2.

Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten zorgverzekeringsovereenkomst gehouden is een bedrag aan premies, eigen risico en eigen bijdrage van € 2.371,69 te voldoen. Omdat [gedaagde] ook na betalingsherinneringen en aanmaningen en het verzenden van een 14-dagenbrief niet binnen de daarin gestelde termijn tot betaling is overgegaan, is hij de buitengerechtelijke kosten van € 267,87 incl. btw verschuldigd. Gelet op het betalingsverzuim is hij ook de wettelijke rente van € 2,76, gerekend tot 25 november 2019, verschuldigd.

3.3.

Vanwege de – buiten de gestelde termijn van 14 dagen – ontvangen betalingen van in totaal € 725,59 resteert te vorderen € 1.916,73.

3.4.

Zilveren Kruis heeft vervolgens, wegens een na het uitbrengen van de dagvaarding ontvangen betaling van € 168,- haar vordering met dat bedrag verminderd zodat te vorderen resteert € 1.748,73.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij een betalingsregeling met Zilveren Kruis heeft afgesproken om de betalingsachterstand in te lopen, maar dat Zilveren Kruis nog voordat de eerste termijn van die betalingsregeling was verstreken tot dagvaarding is overgegaan. [gedaagde] is dus ten onrechte gedagvaard.

5 De beoordeling

5.1.

Als eerste moet beoordeeld worden of [gedaagde] ten onrechte is gedagvaard en zo ja, welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden.

5.2.

Tussen partijen is niet geschil dat [gedaagde] een betalingsregeling heeft getroffen waarbij [gedaagde] een bedrag van € 168,- per maand zou betalen om de schuld aan Zilveren Kruis in te lossen. [gedaagde] voert aan dat hij ten onrechte is gedagvaard; hij kwam immers de overeengekomen betalingsregeling correct na.

5.3.

Zilveren Kruis heeft daar in haar conclusie van repliek tegen ingebracht dat de regeling (na een dag) is komen te vervallen omdat [gedaagde] de lopende premietermijnen niet voldeed. [gedaagde] is hier in zijn conclusie van dupliek niet (gemotiveerd) op ingegaan, zodat vastgesteld wordt dat de betalingsregeling is komen te vervallen op 19 november 2019.

5.4.

[gedaagde] is vervolgens op 25 november 2019 gedagvaard. De kantonrechter acht die termijn, mede gelet op het feit dat in de brief van 19 november 2019 geen specifieke betaaltermijn genoemd wordt, onredelijk kort. De kantonrechter zal hieraan gevolgen verbinden ten aanzien van de proceskostenveroordeling. De kantonrechter acht het redelijk dat [gedaagde] niet veroordeeld wordt in de proceskosten van Zilveren Kruis, maar dat beide partijen de eigen kosten zullen dragen. Anders dan [gedaagde] wellicht meent, is het niet zo dat het voorbarig dagvaarden betekent dat de vordering niet toewijsbaar is; [gedaagde] was immers te laat met het betalen van de premies, eigen risico en eigen bijdragen en hij verkeerde daarom in verzuim.

5.5.

[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de gestelde betalingsachterstand, dit betekent dat hij de gevorderde bedragen aan premie, eigen bijdrage en eigen risico verschuldigd is.

5.6.

In de betalingsregeling waren ook, zo begrijpt de kantonrechter uit de stellingen en de stukken van partijen, buitengerechtelijke incassokosten begrepen. Zilveren Kruis heeft ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten gesteld dat zij twee aanmaningen heeft gestuurd; een op 8 augustus 2018 en een op 9 april 2019. De kantonrechter constateert dat de aanmaning van 8 augustus 2018 voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De aanmaning van 9 april 2019 voldoet daar echter niet aan omdat in die aanmaning aan [gedaagde] geen termijn voor betaling is gegeven van 14 dagen ingaande de dag na ontvangst van de aanmaning, zoals vereist door artikel 6:96 BW. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten slechts toewijsbaar zijn tot een bedrag van € 48,40 - welk bedrag in overeenstemming is met het wettelijke tarief - zoals genoemd in de aanmaning van 8 augustus 2018.

5.7.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Zilveren Kruis zal toewijzen tot een bedrag van € 1.529,26. Tegen de gevorderde rente is geen verweer gevoerd. Deze is toewijsbaar als na te melden.

5.8.

De proceskosten zullen, zoals hiervoor reeds is weergegeven, gecompenseerd worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 1.529,26, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.697,26 vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter