Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2916

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
C/15/275473 / FA RK 18-3451
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Lopende afspraken begeleide omgang op vrijdagmiddag blijven doorgaan, voor zover als dat op dit moment, met de huidige Corona-maatregelen, mogelijk is. Situatie bij de vader is niet onveilig; de kinderen zijn kwetsbaar vanwege hun traumatische ervaringen in het verleden en hebben veel veiligheid nodig. Naast begeleide omgang zullen onbegeleide omgangsmomenten plaatsvinden, waarvoor de rechtbank een stappenplan vaststelt. Zolang de huidige Corona-maatregelen gelden, kan fysiek contact niet plaatsvinden met een betrokkene die hoest of niest en een temperatuur van meer dan 38 graden heeft of benauwd is. Skype-contact of telefonisch contact als alternatief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2020/77
FJR 2020/42.26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

zorgregeling

zaak-/rekestnr.: C/15/275473 / FA RK 18-3451

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 15 april 2020

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J.G. Wiebes, kantoorhoudende te Lelystad,

tegen

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. N.D. Groenewoud, kantoorhoudende te Nieuw-Vennep,

--betreffende--

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , Syrië,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , Syrië,

hierna mede te noemen: de minderjarigen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 15 mei 2019 en de daarin vermelde stukken;

- het aanvullende rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 14 oktober 2019;

- de F-formulieren, met bijlagen, van de advocaat van de vader van 28 oktober 2019, 18 januari 2020 en 17 februari 2020;

- het F-formulier van de advocaat van de moeder van 29 oktober 2019.

1.2.

De nadere behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 maart 2020 in aanwezigheid van partijen, de bijgestaan door hun advocaten. Partijen werden ieder vergezeld van een tolk in de Arabische taal.

De Raad van de Kinderbescherming (hierna: de Raad) is als informant opgeroepen. Er is – met bericht van verhindering – geen raadsvertegenwoordiger verschenen.

2 De verdere beoordeling

2.1

Bij beschikking van 15 mei 2019 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder bepaald en er is een tijdelijke zorgregeling vastgesteld. Deze tijdelijke regeling houdt in dat de minderjarigen eenmaal per week op vrijdag gedurende twee uur bij de vader verblijven, in het bijzijn van de moeder. De rechtbank heeft daarbij overwogen – samengevat – dat de ouders in onderling overleg samen met de betrokken hulpverlening (Meerteam/Altra/Sensa Zorg) zullen moeten bekijken hoe de omgang kan worden uitgebreid en of begeleiding van de moeder nodig blijft. De Raad is gevraagd nader advies uit te brengen over de definitieve zorgregeling en over de eventuele invulling van de omgangsbegeleiding.

2.2

De Raad heeft op 14 oktober 2019 nader gerapporteerd. Uit deze rapportage blijkt dat Sensa Zorg vanaf 1 juli 2019 is betrokken in de persoon van [medewerker Sensa Zorg] . Volgens de Raad gaat het goed met de kinderen. Er is echter geen echte omgangsregeling tot stand gekomen. De moeder werkt volgens de Raad goed mee met Sensa Zorg en zij staat open voor contact tussen de vader en de minderjarigen, op voorwaarde dat de omgang wordt begeleid. De moeder moet weer vertrouwen in de vader krijgen.

Toen de moeder de echtscheiding doorzette, wilde de vader niet meer meewerken aan de tijdelijke omgangsregeling. Hij had wel dagelijks via beeldbellen contact met de kinderen. De vader heeft inmiddels laten weten dat hij toch weer wil meewerken aan de begeleide omgang. De kinderen blijven volgens de Raad angstig ten opzichte van hun vader. Mogelijk is er nog hulpverlening nodig. De vader moet laten zien dat hij betrouwbaar is en dat hij kan afstemmen op de angst en de weerstand van de minderjarigen. Volgens de Raad hebben de kinderen nu duidelijkheid nodig. De Raad adviseert een zorgregeling waarbij de minderjarigen onder begeleiding van derden bij de vader verblijven, gedurende twee uur per week op vrijdag op een door de ouders en de hulpverlening te bepalen plek. De Raad merkt nog op dat dagelijks skypecontact met de vader te belastend voor de kinderen is, twee vaste dagen in de week zou beter zijn.

2.3

[medewerker Sensa Zorg] van Sensa Zorg heeft op 29 januari 2020 een e-mailbericht aan de advocaat van de vader gestuurd. Dit bericht houdt – kort weergegeven – het volgende in. De moeder is sinds december 2019 een paar keer samen met de kinderen bij de vader thuis geweest. De vader is ook bij de moeder thuis geweest. Het initiatief van dit contact gaat ook soms van de kinderen uit. [medewerker Sensa Zorg] heeft geconstateerd dat de kinderen alleen met de vader kunnen zijn. [medewerker Sensa Zorg] raadt een dergelijk onbegeleid contact aan om een gezonde onderlinge band te kunnen opbouwen. De vader wil graag één tot twee dagen per week onbegeleide omgang.

2.4

De moeder heeft ter zitting toegelicht dat er meestal op vrijdag één à twee uur omgang is onder begeleiding van [medewerker Sensa Zorg] . Zijzelf is dan ook altijd aanwezig. Er is door de weeks inmiddels vaker contact tussen de man en de kinderen. Dit is gemakkelijk omdat de vader vlakbij woont. De moeder is tot nu toe altijd bij de omgang aanwezig geweest. De moeder wil toewerken naar onbegeleide omgang. Zij heeft dat met de kinderen besproken, maar die willen dat zij altijd bij de omgang aanwezig is. Zelfs als de kinderen met de vader skypen willen ze dat de moeder daarbij aanwezig is. [minderjarige 1] is al wel een keer samen met de vader naar de kapper geweest. [minderjarige 2] is nog niet alleen met de vader geweest. De moeder hoopt dat de kinderen er op enig moment aan toe zijn om alleen met hun vader te zijn, maar zij vindt het daarvoor nu nog veel te vroeg. De moeder is bang dat de kinderen een terugslag krijgen als de omgang te snel onbegeleid zal plaatsvinden. Zij vindt de situatie zoals deze nu is met begeleiding door Sensa Zorg goed lopen, met dien verstande dat [medewerker Sensa Zorg] onlangs is gestopt en dat zij nu moeten wennen aan haar opvolger. De moeder wil graag dat het dagelijkse skypecontact tussen de vader en de kinderen wordt voortgezet.

Mr. Wiebes acht het geraden om de zaak voor de duur van een jaar aan te houden om te kunnen bezien in hoeverre er stappen zijn ondernomen om tot onbegeleide omgang te komen. Het is daarbij van belang dat de moeder de kinderen steeds stimuleert om zonder haar naar hun vader te gaan. Voorlopig moet Sensa Zorg betrokken blijven.

2.5

De vader wil dat er snel wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang. Er is inmiddels een lang traject doorlopen om de verhouding tussen partijen te verbeteren en de kinderen (weer) aan hem te laten wennen. Hierbij zijn grote stappen gemaakt. Gebleken is dat de kinderen hun oorlogstrauma’s redelijk hebben verwerkt, zo vindt ook de moeder. De verstandhouding tussen partijen is inmiddels genormaliseerd en er is geen enkele aanwijzing dat de kinderen niet veilig zouden zijn bij de vader. De vader heeft inmiddels bijna dagelijks contact met de kinderen en de moeder. De volgende stap moet daarom onbegeleide omgang zijn. De begeleiding door Sensa Zorg kan nog enkele weken voortduren, maar de moeder moet niet langer aanwezig zijn bij de omgang. Vervolgens kan de omgang zonder begeleiding opgebouwd worden van een dag naar twee dagen met overnachting. Volgen de vader kan het onderlinge vertrouwen juist pas groeien als blijkt dat deze onbegeleide omgang goed gaat.

2.6

De rechtbank overweegt het volgende. Het uitgangspunt is dat kinderen met hun beide ouders onbegeleide omgang hebben, zodat zij onbelemmerd met beiden een eigen band kunnen hebben. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld als blijkt dat de veiligheid van een kind bij een ouder niet gegarandeerd kan worden, moet dat contact onder begeleiding plaatsvinden. In de onderhavige zaak was sprake van bijzondere omstandigheden, omdat de kinderen getraumatiseerd waren door de oorlogssituatie in Syrië en door het verblijf in het AZC na aankomst in Nederland. [minderjarige 1] had zijn vader lange tijd niet gezien en [minderjarige 2] kende hem helemaal niet. Daarbij kwam dat de verhouding tussen partijen verstoord was geraakt. Het was daarom in het belang van de kinderen dat de omgang met hun vader, die zij niet of nauwelijks kenden, voorzichtig onder begeleiding op gang werd gebracht. Inmiddels is de situatie in positieve zin gewijzigd. De kinderen lijken hun oorlogstrauma’s redelijk verwerkt te hebben, zij zijn gesetteld in Nederland en de verstandhouding tussen partijen is verbeterd. Bovendien hebben de kinderen inmiddels dagelijks via skype en een paar keer per week fysiek contact met hun vader, zij het dat dit tot nu toe altijd in het bijzijn van de moeder is.

Bij deze stand van zaken acht de rechtbank het in het belang van de kinderen om verder toe te werken naar onbegeleide omgang, hetgeen altijd het doel is geweest. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de situatie bij de vader onveilig is; wel dat de kinderen kwetsbaar zijn vanwege hun traumatische ervaringen in het verleden en dat zij veel veiligheid nodig hebben.

2.7

Voor het toewerken naar onbegeleide omgang zal de rechtbank een stappenplan vaststellen. Uitgangspunt daarbij is dat de lopende afspraken voor omgang met de vader op vrijdagmiddag (twee uur onder begeleiding van Sensa Zorg) blijft doorgaan, voor zover als dat op dit moment, met de huidige Coronamaatregelen, mogelijk is. In de omgangsmomenten onder begeleiding van Sensa Zorg zal er naartoe worden gewerkt dat deze buiten aanwezigheid van de moeder gaan plaatsvinden. Daartoe zal in overleg tussen de vader, de moeder en Sensa Zorg moeten worden bezien welke afbouw in de aanwezigheid van de moeder in het belang van de kinderen is. De rechtbank acht het daarbij een goede start om moeder eerst een kwartiertje buiten zicht te laten zijn, dan een half uur, dan een uur en vervolgens de hele omgang van twee uur.

Naast deze begeleide omgang zullen vanaf 22 april 2020 wekelijkse geheel onbegeleide omgangsmomenten plaatsvinden, dus buiten aanwezigheid van Sensa zorg en de moeder, volgens onderstaande opbouwregeling. De moeder en de vader zullen daartoe samen, onder begeleiding van Sensa zorg, afspraken moeten maken op welke dag en op welke plek die omgang zal zijn. Het is in het belang van de kinderen dat de moeder de kinderen in de omgang met hun vader steunt, en hen de zekerheid en het vertrouwen geeft dat zij, hoewel niet in zicht, er wel voor de kinderen is en hen op het afgesproken tijdstip weer ziet. De rechtbank geeft de moeder in overweging bij de onbegeleide omgangsmomenten hulp en steun te zoeken wanneer zij dat nodig heeft of wanneer dit haar kan helpen de kinderen zekerheid en vertrouwen te geven in haar medewerking aan de onbegeleide omgangsregeling.

De rechtbank overweegt dat onduidelijk is hoe de maatregelen rondom het Coronavirus zich zullen ontwikkelen, en of begeleide omgang door Sensa zorg binnen die maatregelen mogelijk is. Wanneer begeleiding van de omgang door Sensa zorg niet mogelijk is, acht de rechtbank het belang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun vader kunnen blijven zien, zwaarder wegen dan de zorg van de moeder rondom onbegeleide omgang (zie de overwegingen onder 2.6).

2.8

Opbouwregeling onbegeleide omgang met ingang van 22 april 2020:

  • -

    de eerste week: een half uur onbegeleid;

  • -

    de tweede en de derde week: twee keer een half uur onbegeleid;

  • -

    de vierde en de vijfde week: één keer een half uur en één keer een uur onbegeleid;

  • -

    de zesde en de zevende week: twee keer een uur onbegeleid;

  • -

    de achtste en de negende week: één keer twee uur en één keer anderhalf uur onbegeleid;

  • -

    vanaf de tiende week tot aan de pro forma datum: iedere week twee keer twee uur onbegeleid.

2.9

In verband met de huidige Corona-maatregelen merkt de rechtbank op dat zolang deze maatregelen gelden, fysiek contact niet kan plaatsvinden met een betrokkene die hoest of niest en een temperatuur van meer dan 38 graden heeft of benauwd is. Is dit het geval, dan is Skype-contact of telefonisch contact een alternatief voor fysiek contact.

2.10

De rechtbank zal de zaak aanhouden tot 15 juli 2020 pro forma in afwachting van het verloop van deze tijdelijke begeleide en onbegeleide zorgregeling. Omdat de zaak voor een zo korte periode wordt aangehouden, en omdat de fysieke omgang mogelijk beperkt is vanwege de geldende Corona-maatregelen, ziet de rechtbank nu geen aanleiding om de Skype-contacten te beperken, als door de raad geadviseerd.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

stelt, met wijziging van de tijdelijke zorgregeling vastgesteld bij voormelde beschikking van 15 mei 2019, totdat nader wordt beslist, de volgende tijdelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast:

de minderjarigen [minderjarigen] :

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , Syrië,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , Syrië,

verblijven bij de vader op elke vrijdag gedurende twee uur, onder begeleiding van een medewerker van Sensa Zorg, en daarnaast vanaf 22 april 2020 onbegeleid volgens de opbouwregeling zoals weergegeven onder 2.8 en 2.9;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

houdt de beslissing over de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 juli 2020 PRO FORMA;

3.4.

verzoekt de advocaten de rechtbank schriftelijk te berichten over het verloop van de tijdelijke begeleide en onbegeleide zorgregeling en de daaraan te verbinden gevolgen.

3.5.

bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk 8 juli 2020 door de rechtbank ontvangen dient te zijn.

De rechtbank zal daarna beslissen over de verdere voortgang van de procedure;

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Schreuder, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Struijk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2020.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.