Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2813

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4305
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De belastingplichtige heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2016 heeft voldaan aan het urencriterium en heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek. De urenoverzichten zijn te globaal en onvoldoende gespecificeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 29-04-2020
V-N Vandaag 2020/1167
FutD 2020-1387
V-N 2020/34.35.9
NTFR 2020/1411
Belastingadvies 2020/21.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4305

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.904. Voorts is er bij beschikking een verzuimboete van € 369 opgelegd en een bedrag van € 217 aan belastingrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2020 te Haarlem. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Hassan en R. Korthof.

Overwegingen

Feiten

1. Sinds 1 oktober 2015 verricht eiser activiteiten onder de naam ‘ [A] ’.

2. Eiser heeft in 2016 een bedrag van € 53.277 aan looninkomsten genoten van [B] B.V. (hierna: [B] ). Eiser heeft 2014 een vaststellingsovereenkomst gesloten met [B] . Volgens de overeenkomst wordt eiser van 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2016 volledig in staat gesteld activiteiten te verrichten tot het vinden van een dienstverband buiten [B] . De arbeidsovereenkomst is met ingang van 1 augustus 2016 beëindigd.

3. In de door eiser ingediende aangifte ib/pvv 2016 is, voor zover hier van belang, een omzet aangegeven van € 3.000 en een bedrag aan kosten van € 9.000. Voorts is in de aangifte een bedrag van € 7.280 aan zelfstandigenaftrek vermeld, welk bedrag tevens als niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek is vermeld.

4. Verweerder heeft bij de aanslagregeling de zelfstandigenaftrek niet geaccepteerd.

Geschil

5. In geschil is of eiser recht heeft op vaststelling van (niet gerealiseerde) zelfstandigenaftrek. De verzuimboete is niet in geschil.

6. Eiser stelt dat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek, omdat hij ruim aan het urencriterium voldoet. Het feit dat eiser voortdurend werkt, dat hij vrijwel niet kan factureren, dat hij online cursussen heeft gevolgd waar hij geen diploma’s van heeft en dat de urenopgaves op details onderling afwijken, is geen argument om de zelfstandigenaftrek te weigeren.

7. Verweerder stelt dat hij het niet aannemelijk acht dat eiser ten minste 1.225 uren heeft besteed aan werkzaamheden in zijn onderneming, laat staan 2.257 uren. Er zijn verschillende urenoverzicht overgelegd. Er wordt nauwelijks tijd besteed aan omzet genererende werkzaamheden. De urenoverzichten zijn globaal opgezet en achteraf opgemaakt.

8. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid beroep

9. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) aan op de dag na die van dagtekening van de uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

10. De dagtekening van de bestreden uitspraak op bezwaar is 26 juli 2019. Gesteld noch gebleken is dat de uitspraak op bezwaar pas na die datum is verzonden, zodat de termijn voor het indienen van het beroepschrift eindigde op 6 september 2019. Het beroepschrift is gedagtekend op 4 september 2019 en bij de rechtbank ontvangen op 10 september 2019, hetgeen binnen een week na afloop van de termijn is.

11. In de regel is een poststuk reeds ter post bezorgd op het moment dat het in de brievenbus is gedeponeerd dan wel op het moment dat het op het postkantoor is aangeboden. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij het beroepschrift uiterlijk op 6 september 2019 ter verzending heeft aangeboden bij een postagentschap. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan die verklaring te twijfelen. Het beroepschrift is tijdig ingediend en het beroep is daarmee ontvankelijk.

Zelfstandigenaftrek

12. In artikel 3.76, eerste lid, van de Wet IB 2001 is opgenomen dat de zelfstandigenaftrek geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat eiser, die hierop aanspraak wenst te maken, aannemelijk maakt dat hij aan de daartoe gestelde voorwaarden voldoet.

13. Eiser heeft in bezwaar urenoverzichten en uitdraaien van een agenda overgelegd. Volgens eiser blijkt daaruit dat hij in totaal 2.240 en 2.257 uren aan ondernemingsactiviteiten heeft besteed. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij veel uren heeft besteed aan het opstellen van het business plan, acquisitie, het volgen van (online) cursussen, sollicitaties, product- en dienstontwikkeling en reizen. Gelet hierop heeft eiser meer dan 1.225 uur in zijn onderneming gewerkt, zo voert hij aan.

14. De rechtbank overweegt hierover dat zowel ieder van deze omstandigheden afzonderlijk als deze omstandigheden gezamenlijk onvoldoende zijn om aannemelijk te achten dat eiser in 2016 minimaal 1.225 uren aan zijn onderneming heeft besteed. Zo bevatten de overgelegde urenoverzichten getotaliseerde stelposten en zijn ze te globaal en onvoldoende gespecificeerd van aard. Het is aan eiser om helderheid te verschaffen over de feiten. Die helderheid wordt met de urenopstellingen en de uitdraaien van de agenda, ook met de door hem gegeven toelichting, in onvoldoende mate gegeven. In de bezwaarprocedure heeft eiser een urenoverzicht verstrekt waarop vermeld staat dat hij 480 uren heeft besteed aan sollicitaties. Op het in de beroepsprocedure vermelde urenoverzicht staan geen uren vermeld bij sollicitaties, terwijl het totaal aantal uren van de urenoverzichten die in de bezwaar- en beroepsprocedure zijn verstrekt niet tot nauwelijks (in ieder geval niet met 480 uren) van elkaar verschillen. Eiser heeft daarvoor ter zitting geen toereikende verklaring gegeven.

15. Voor zover eiser heeft gesteld dat verweerder is gehouden om actief onderzoek te doen naar de projecten van eiser, kan eiser daarin niet worden gevolgd.

16. De stelling van eiser dat hij oprecht is, laat onverlet dat het op zijn weg ligt om middels stukken te bewijzen dat hij voldoet aan het urencriterium.

17. Voor zover eiser heeft gesteld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het motiveringsbeginsel dan wel het zorgvuldigheidsbeginsel, is de rechtbank van oordeel dat daarvan geen sprake is. Uit de dossierstukken volgt dat verweerder de door eiser overgelegde stukken heeft bestudeerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de uitspraak op bezwaar ook voldoende gemotiveerd op welke gronden hij tot de conclusie is gekomen dat niet aan het urencriterium is voldaan.

18. Uit het voorgaande volgt dat eiser over het jaar 2016 niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan het urencriterium heeft voldaan. Verweerder heeft over het jaar 2016 dan ook terecht geen (niet-gerealiseerde) zelfstandigenaftrek vastgesteld.

19. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

20. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Marinus, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 15 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.