Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2807

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
15-04-2020
Zaaknummer
8044646 \ CV EXPL 19-7084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Factuur tandarts. Verschuldigdheid buitengerechtelijke incassokosten, ontvangst veertiendagenbrief artikel 3:37 lid 3 BW. Toerekening betaling, artikelen 6:43 en 6:44 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8044646 \ CV EXPL 19-7084

Uitspraakdatum: 8 april 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap Infomedics B.V.

gevestigd te Almere

eiseres

verder te noemen: Infomedics

gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Infomedics heeft bij dagvaarding van 4 september 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingesteld.

1.2.

Infomedics heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. Infomedics heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd op de tegenvordering.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft op 19 februari 2019 een tandartsbehandeling gehad bij Tandheelkundig Centrum Van Dedem te Hoorn (hierna: de tandarts). De tandarts heeft haar facturering uitbesteed aan Infomedics. Infomedics heeft [gedaagde] op 22 maart 2019 een nota met nummer 0199 4787 4207 1 gestuurd voor een bedrag van € 66,45. De betalingstermijn was 30 dagen.

2.2.

Op 4 april 2019 heeft [gedaagde] weer een tandartsbehandeling gehad. Hiervoor heeft Infomedics hem op 19 april 2019 een nota met nummer 3210 1207 8780 71 gestuurd voor een bedrag van € 84,84.

2.3.

Infomedics heeft [gedaagde] voor nota 0199 4787 4207 1 betalingsherinneringen gestuurd.

2.4.

Op 16 mei 2019 heeft [gedaagde] onder meer aan Infomedics geschreven dat hij – in verband met een behandeling bij een andere tandarts – een bedrag onverschuldigd aan Famed heeft betaald. [gedaagde] heeft Infomedics gevraagd of hij dat bedrag met haar vordering mag verrekenen.

2.5.

Infomedics heeft de vordering met betrekking tot nota 0199 47874207 1 ter incasso uit handen gegeven aan CMIB Incassobureau B.V. (hierna: CMIB). CMIB heeft [gedaagde] op 28 juni 2019 en 19 juli 2019 aanmaningen gestuurd. Bij deze brieven is € 40,- aan incassokosten in rekening gebracht.

2.6.

Op 8 augustus 2019 heeft [gedaagde] een bedrag van € 151,27 aan Infomedics betaald met daarbij de omschrijving “32101207878071 en 0199478742071”. Op deze datum heeft [gedaagde] aan CMIB geschreven dat hij dit bedrag onverschuldigd en onder protest heeft betaald en dat hij bezwaar maakt tegen de in rekening gebrachte incassokosten.

2.7.

Op 9 augustus 2019 heeft CMIB aan [gedaagde] geschreven dat zij de incassokosten terecht in rekening heeft gebracht.

2.8.

Op 12 augustus heeft [gedaagde] aan CMIB geschreven:

“(…) Ik vraag mij de aanmaning(en) bedoelt zoals in art. 6:98 lid 6 BW te overleggen tezamen met het bewijs van ontvangst hiervan.

Aangezien ik 100% zeker ben, dat ik geen dergelijke aanmaning(en) heb gekregen, vraag ik u hoe u juridisch meent betaling te kunnen afdwingen.”

3 De vordering, het verweer en de tegenvordering

3.1.

Infomedics vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 80,79, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Infomedics legt aan haar vordering ten grondslag – samengevat – dat [gedaagde] eerdergenoemde nota 0199 4787 4207 1 ondanks herhaalde aanmaning niet volledig heeft betaald. Infomedics stelt verder dat zij op 3 mei 2019 een aanmaning zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft verstuurd aan het adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] daar zijn woonplaats had.

3.2.

[gedaagde] betwist de vordering. [gedaagde] erkent wel dat hij het bedrag van de door Infomedics genoemde nota nog moet betalen, maar hij stelt dat hij een beroep op verrekening kan doen in verband met een onverschuldigde betaling aan Famed. Daarbij merkt [gedaagde] op dat Famed en Infomedics volgens hem “samen zouden gaan” en inmiddels eenzelfde eigenaar hebben. Verder voert [gedaagde] aan dat hij de door Infomedics genoemde nota’s onder protest heeft betaald, omdat niet is gereageerd op zijn verzoek om tot verrekening over te gaan. [gedaagde] heeft om die reden bezwaar gemaakt tegen de incassokosten, waarbij hij ook heeft gesteld dat hij van Infomedics geen aanmaningen heeft ontvangen.

3.3.

[gedaagde] vraagt bij wijze van tegenvordering om Famed vanwege de gestelde onverschuldigde betaling te veroordelen tot betaling van € 69,07, vermeerderd met kosten. Infomedics heeft daartegen verweer gevoerd.

4 De beoordeling

de vordering

4.1.

Infomedics vordert betaling van factuur 0199 4787 4207 1, inclusief rente en kosten, die [gedaagde] volgens haar niet volledig heeft betaald.

4.2.

Niet in geschil is dat [gedaagde] op 8 augustus 2019 een bedrag van € 151,27 aan Infomedics heeft betaald.

4.3.

Uit de stellingen en producties van Infomedics bij conclusie van repliek, begrijpt de kantonrechter dat haar standpunt is dat nota 0199 4787 4207 1 ad € 66,45 op 8 augustus 2019 was verhoogd met € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten en € 0,23 aan wettelijke rente, en dat nota 3210 1207 8780 71 ad € 84,82 was verhoogd tot € 125,11. Kennelijk heeft Infomedics ook over laatstgenoemde nota rente en kosten berekend. Infomedics stelt dat [gedaagde] deze nota op 8 augustus 2019 volledig heeft betaald. De kantonrechter constateert dat de nota 3210 1207 8780 71 in de dagvaarding niet wordt genoemd. De nota noch betalingsherinneringen hiervoor heeft Infomedics in het geding gebracht. Uit de door [gedaagde] overgelegde stukken blijkt dat deze nota van een latere datum is dan nota 0199 4787 4207 1.

4.4.

Volgens [gedaagde] zijn beide nota’s ten onrechte verhoogd met rente en kosten, omdat hem een beroep op verrekening toekomt en omdat hij geen ‘veertiendagenbrief’ heeft ontvangen. In artikel 6:27 lid 2 BW is bepaald dat een schuldenaar de bevoegdheid tot verrekening heeft, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering. Aangezien [gedaagde] stelt dat hij een prestatie te vorderen heeft van Famed, terwijl het in deze procedure gaat om een vordering van Infomedics, gaat het hier niet om dezelfde wederpartij. Dit betekent dat [gedaagde] niet bevoegd is tot verrekening. De enkele omstandigheid dat Famed en Infomedics “samen zouden gaan” en inmiddels eenzelfde eigenaar hebben, zoals [gedaagde] stelt, is onvoldoende om te oordelen dat Famed eenzelfde rechtspersoon en partij is als Infomedics.

4.5.

Voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten voor nota 0199 4787 4207 1 ad € 40,- beroept Infomedics zich op de brief van 3 mei 2019. Artikel 6:96 lid 6 BW vereist voor toewijzing van deze kosten dat [gedaagde] door Infomedics vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen. Een dergelijke aanmaning is aan te merken als een verklaring als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW. Daardoor heeft deze aanmaning pas werking als deze [gedaagde] heeft bereikt. Op Infomedics rust de stelplicht en bewijslast dat aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 is voldaan. Die stelplicht omvat ook dat en op welke dag de [gedaagde] de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Nu [gedaagde] de ontvangst betwist, dient Infomedics feiten en omstandigheden te stellen en te bewijzen waaruit blijkt dat zij de brief heeft verzonden naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] daar door Infomedics kon worden bereikt, en dat en op welke dag de brief daar is aangekomen. Dit heeft Infomedics nagelaten. De kantonrechter ziet geen aanleiding om Infomedics in de gelegenheid te stellen om dit bewijs alsnog te leveren, nu Infomedics geen daarop gericht bewijsaanbod heeft gedaan. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de veertiendagenbrief heeft ontvangen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom niet toewijsbaar.

4.6.

[gedaagde] heeft nota 0199 4787 4207 1 niet binnen de daarin gestelde termijn voldaan, zodat hij daarover wettelijke rente verschuldigd is.

4.7.

In dit geval heeft [gedaagde] bij de betaling op 8 augustus 2019 twee verschillende nota’s aangewezen, waarvan 0199 4787 4207 1 de oudste vordering is. Op grond van artikel 6:43 lid 2 jo. 6:44 lid 1 BW strekt de betaling van € 151,27 daarom eerst in mindering van de rente over die nota en vervolgens van de hoofdsom ad € 66,45. De rente bedroeg op 28 juni 2019 – de datum van de laatste door Infomedics overgelegde aanmaning waarbij in rekening gebrachte rente is gespecificeerd – € 0,23. Dit betekent dat [gedaagde] nota 0199 4787 4207 1, inclusief rente, op 8 augustus 2019 al volledig heeft betaald.

4.8.

Aangezien Infomedics bij dagvaarding (specifiek) betaling van nota 0199 4787 4207 1 heeft gevorderd, terwijl deze nota en de rente hierover gezien het voorgaande volledig zijn betaald, zal de vordering worden afgewezen.

de tegenvordering

4.9.

Gelet op wat in punt 4.4 van dit vonnis is overwogen, zal de tegenvordering worden afgewezen.

de vordering en de tegenvordering

4.10.

De kantonrechter is van oordeel dat het in dit geval redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, mede omdat de vordering en de tegenvordering over en weer worden afgewezen. Overigens merkt de kantonrechter nog op dat voor zover er al reden zou zijn om Infomedics in de kosten van de zaak van de vordering te veroordelen, de door [gedaagde] genoemde kosten geen kosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

5.1.

wijst de vordering af;

de tegenvordering

5.2.

wijst de vordering af;

de vordering en de tegenvordering

5.3.

bepaalt dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter