Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2593

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
8219172 \ CV EXPL 19-19145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. PWN. Monopolist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8219172 \ CV EXPL 19-19145

Uitspraakdatum: 8 april 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland

te Velserbroek

de eisende partij

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 31 december 2019 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 28 januari 2020 heeft gedaan.

De beoordeling

De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kantonrechter heeft bij de beoordeling van de vordering ook ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. Deze toets geeft geen aanleiding de vordering af te wijzen. Daarbij overweegt de kantonrechter dat aan een eventuele schending van de informatieverplichtingen bedoeld in (met name) artikel 6:230m BW in dit geval geen gevolg wordt verbonden. De eisende partij moet namelijk als ‘monopolist’ worden aangemerkt en de gedaagde partij heeft geen alternatief voor de zaak of de dienst waar het hier om gaat.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 18,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De kosten voor de te nemen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 188,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 148,72 vanaf 26 november 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 85,14 wegens dagvaardingskosten,

€ 121,00 wegens griffierecht en

€ 36,00 wegens salaris gemachtigde;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 18,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter