Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2471

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
15-04-2020
Zaaknummer
8087524 \ CV EXPL 19-7590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

overeenkomst van opdracht; feitelijk voortzetting door andere partij; bepaalde tijd; redelijk loon na opzegging voor bepaalde tijd; tekortkoming, schade

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8087524 \ CV EXPL 19-7590 WD

Uitspraakdatum: 8 april 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Totall-IT

gevestigd te Huizen

eiseres

verder te noemen: Totall-IT

gemachtigde: mr. J. Bennani-Karim

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Marant Management B.V.

gevestigd te Heerhugowaard

gedaagde

verder te noemen: Marant Management

gemachtigde: mr. M. Smit

1 Het procesverloop

1.1.

Totall-IT heeft bij dagvaarding van 26 september 2019 een vordering tegen Marant Management ingesteld. Marant Management heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

Op 11 maart 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Marant Management heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd en tot het procesdossier behoren. Voorafgaand aan de zitting heeft Totall-IT nog een schriftelijke reactie op de tegenvordering ingediend, onder overlegging van producties. Voorts heeft Totall-IT bij brief van 5 maart 2020 nog een productie ingediend. Marant Management heeft bij brief van 5 maart 2020 nog een productie ingebracht.

1.3.

Na afloop van de mondelinge behandeling ter zitting is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2 De feiten

2.1.

Totall-IT is een vennootschap die zich richt op (i) de advisering en ondersteuning van haar klanten op het gebied van informatietechnologie en (ii) hosting en verhuur.

2.2.

Marant B.V. (hierna: Marant) is een vennootschap die zich richt op het ontwerpen en bouwen van kunststof producten. Zij is medio december 2017 in staat van faillissement verklaard.

2.3.

Medio september 2016 hebben Totall-IT en Marant een overeenkomst gesloten.

2.4.

Op 12 oktober 2016 heeft Totall-IT aan Marant de volgende e-mail gestuurd:

“Hierbij dezelfde overeenkomst echter nu met mijn handtekening was ik vergeten. Wil je deze ondertekenen en terugzenden”

2.5.

Deze e-mail bevatte als bijlage een schriftelijk stuk. Dat stuk bevat de volgende passage:

2.6.

Op dezelfde dag heeft Marant deze e-mail als volgt beantwoord:

“Ga ik vrijdag doen.”

2.7.

Op 25 september 2017 is Marant Management opgericht.

2.8.

Op 24 oktober 2017 heeft Totall-IT een e-mail ontvangen met als onderwerp: Factuurnr. 16880. De e-mail luidt als volgt:

“Zou u bovenstaand factuurnr. willen sturen naar Marant Management BV? Zie bijlage voor Company Details.”

2.9.

Totall-IT heeft aan het verzoek voldaan. De betreffende factuur is betaald door Marant Management.

2.10.

Totall-IT heeft ook de daarop volgende facturen op naam van Marant Management gesteld en aan haar verzonden.

2.11.

De facturen die zien op de dienstverlening van Totall-IT over de periode tot 1 juni 2018 zijn door Marant Management betaald.

2.12.

De door Totall-IT op 26 februari 2018 verzonden factuur voor een bedrag van € 121,84 die ziet op in rekening gebrachte rente en administratiekosten, heeft Marant Management niet betaald.

2.13.

De door Totall-IT aan Marant Management verzonden facturen die zien op de dienstverlening van Totall-IT over de periode vanaf 1 juni 2018, heeft Marant Management niet betaald.

2.14.

Bij brief van 10 augustus 2018, verzonden namens Marant Management, heeft Marant Management de overeenkomst met Totall-IT opgezegd met ingang van 1 september 2018.

2.15.

In verband met deze opzegging heeft Totall-IT op 8 oktober 2018 aan Marant Management een factuur verzonden voor een bedrag van € 10.352,76. Dit bedrag ziet op de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019.

2.16.

Marant Management heeft deze factuur niet betaald.

3 De vordering

3.1.

Totall-IT vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Marant Management veroordeelt tot betaling van:

primair

( i) een bedrag van € 10.352,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 november 2018 tot aan de dag der voldoening;

subsidiair

(ii) een naar redelijkheid vast stellen deel van het loon, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der voldoening;

Primair en subsidiair

(iii) een bedrag van € 3.818,55, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 oktober 2018 tot aan de dag der voldoening;

(iv) een bedrag van € 916,71 (buitengerechtelijke kosten);

( v) de kosten van dit geding, alsmede de nakosten, één en ander te vermeerderen met rente.

3.2.

Totall-IT voert hiertoe, kort gezegd, als volgt aan.

Tussen Totall-IT en Marant is een overeenkomst gesloten. De tussen beiden gemaakte afspraken zijn neergelegd in de schriftelijke overeenkomst met titel: “Backoffice Overeenkomst nr. 01102016/02” (zie 2.5.). Uit deze schriftelijke overeenkomst blijkt dat sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van 36 maanden, ingaande op 1 oktober 2016 en eindigend op 30 september 2019.

Op enig moment heeft Marant Management de plaats van Marant als contractspartij ingenomen. Primair is sprake van contractoverneming, subsidiair van schuldoverneming, meer subsidiair is een nieuwe overeenkomst door Marant Management met Totall-IT gesloten.

De opzegging van Marant Management met ingang van 1 september 2018 doet niet af aan de contractuele aanspraak van Totall-IT op loon. Primair behoudt Totall-IT haar aanspraak op betaling van het volledige loon over de resterende looptijd van de overeenkomst. Subsidiair heeft Totall-IT aanspraak op betaling van een naar redelijkheid vast te stellen deel van het volledige loon.
Uitgaande van een aanspraak op betaling van het volledige loon, laat Marant Management ten onrechte een hoofdsom van € 14.171,31 onbetaald.

Marant Management weigert aan haar betalingsverplichting te voldoen en is zij hiermee in verzuim. Vanwege deze wanbetaling en dit verzuim dient Marant Management aan Totall-IT te vergoeden de buitengerechtelijke kosten en de verschuldigde wettelijke handelsrente.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

Marant Management voert verweer op, kort gezegd, de navolgende gronden.

Totall-IT en Marant hebben een overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Het schriftelijk door Totall-IT opgesteld stuk waarin een bepaalde tijd van 36 maanden staat vermeld, is door Marant nooit ondertekend. Marant is nimmer gebonden geweest aan de in dat stuk weergegeven voorwaarden.

Van contract overneming respectievelijk schuldoverneming door Marant Management is geen sprake geweest. Na het faillissement van Marant is tussen partijen stilzwijgend een nieuwe afzonderlijke duurovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen. Deze overeenkomst is opzegbaar. De opzegging van Marant Management brengt mee dat zij over de periode vanaf 1 september 2018 geen loon aan Totall-IT is verschuldigd. Ter zake de periode tot 1 september 2018 heeft te gelden dat Totall-IT herhaaldelijk tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Voor zover Marant Management betaling van loon over de periode tot 1 september 2018 verschuldigd is, beroept Marant Management zich op een opschortingsrecht en/ of op een bevoegdheid tot verrekening in verband met de door Marant Management als gevolg van de tekortkoming geleden schade. De door Marant Management geleden schade kan worden begroot op een totaalbedrag van € 80.823,97. De gederfde winst van Marant Management begroot zij op € 78.323,97. Daarbij komt een bedrag van € 2.500,00 aan bijkomende kosten.

4.2.

Marant Management vordert dat de kantonrechter Totall-IT veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 77.005,42 dan wel € 80.823,97 te vermeerderen met rente, alsmede te vermeerderen met de kosten van het geding.

4.3.

Deze vordering ziet, aldus de door Marant Management aangedragen gronden, op vergoeding van de in 4.1. genoemde schade.

4.4.

Totall-IT voert verweer tegen de tegenvordering.

5 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2.

Gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, zal de kantonrechter eerst bepalen welke looptijd tussen Totall-IT en Marant is overeengekomen, vervolgens bezien in hoeverre Marrant Management aan deze looptijd is gebonden, daarna beoordelen welk gevolg de opzegging van Marant Management heeft voor de aanspraak van Totall-IT op loon en tot slot in hoeverre Marant Management recht heeft op vergoeding van schade en aan haar om deze reden een recht op opschorting en/ of verrekening toekomt.

5.3.

Partijen verschillen van mening over de looptijd van de tussen Totall-IT en Marant gesloten overeenkomst. Totall-IT stelt dat van een overeenkomst voor bepaalde tijd sprake is en beroept zich hiertoe op de inhoud van de e-mailcorrespondentie van 12 oktober 2016 en van de door haar opgestelde en onder 2.5. deels weergegeven “Backoffice Overeenkomst nr. 01102016/02”. Marant Management is daarentegen van mening dat partijen een overeenkomst voor onbepaalde tijd zijn aangegaan en wijst hiertoe op het feit dat de “Backoffice Overeenkomst nr. 01102016/02” nimmer namens Marant voor akkoord is ondertekend.

5.4.

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de inhoud van de e-mailcorrespondentie, door Totall-IT en Marant gevoerd in het kader van de onderhandelingen over de serviceovereenkomst tussen beiden, volgt dat Totall-IT op 12 oktober 2016 per e-mail een schriftelijk concept van een overeenkomst aan Marant Management heeft opgestuurd ter ondertekening. De door Totall- IT voorgestelde looptijd van 36 maanden, ingaande 1 oktober 2016, is duidelijk in dit concept vermeld. Marant heeft de e-mail met concept ontvangen en desgevraagd verklaard voor ondertekening zorg te dragen. Noch in haar antwoord per e-mail noch op enig moment daarna heeft Marant te kennen gegeven zich niet met de inhoud van dat concept te kunnen verenigen. Dit terwijl de betrokken partijen, naar is gebleken, in de periode daarna uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven. Zo heeft Totall-IT de overeengekomen dienstverlening/ werkzaamheden verricht en heeft Marant de hiervoor in rekening gebrachte factuurbedragen betaald. Voorts is gebleken dat de looptijd van 36 maanden staat vermeld op de door Totall- IT verzonden facturen. Onder die omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat Marant de looptijd van 36 maanden heeft aanvaard.

5.5.

Gebleken is dat partijen de overeenkomst die tussen Totall-IT en Marant is aangegaan, na het faillissement van Marrant feitelijk hebben voortgezet. Zo heeft Marant Management aanspraak gemaakt op nakoming door Totall-IT. Daarnaast heeft Totall-IT op verzoek van Marant Management vanaf medio oktober 2017 de facturen op naam van Marant Management gesteld en heeft Marant Management deze facturen tot aan 1 juni 2018 betaald. Dat de door Totall-IT te verrichten dienstverlening in die periode enige wijziging heeft ondergaan, is gesteld noch gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat partijen in die periode op enig moment het overleg zijn aangegaan over de specifieke voorwaarden, zoals de looptijd, waaronder de voortzetting van de overeenkomst plaats zou vinden. Dit terwijl de looptijd van 36 maanden ook staat vermeld op de door Totall-IT aan Marant Management verzonden facturen.
Het voorgaande overziende is tussen partijen een op 30 september 2019 eindigende overeenkomst tot stand gekomen.

5.6.

Dat Marant Management gebonden is aan een overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd, doet niet af aan haar mogelijkheid deze overeenkomst op te zeggen, zoals zij op 10 augustus 2018 heeft gedaan. Immers artikel 7:408 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een opdrachtgever, zoals Marant Management, de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen.

5.7.

Nu Marant Management de overeenkomst heeft opgezegd met ingang van 1 september 2018, doet zich de situatie voor dat de overeenkomst van opdracht eindigt voor het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn, terwijl de verschuldigdheid van loon afhankelijk is van het verstrijken van die termijn. Voor een dergelijk geval bepaalt lid 1 van artikel 7: 411 BW dat een opdrachtnemer als Totall-IT recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon. Bij de bepaling hiervan wordt onder meer rekening gehouden met de reeds door de opdrachtnemer verrichte werkzaamheden, het voordeel dat de opdrachtgever daarvan heeft, en de grond waarop de overeenkomst is geëindigd. Lid 2 van laatstgenoemd wetsartikel bepaalt een opdrachtnemer slechts recht heeft op het volle loon, indien het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en de betaling van het volle loon, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is.

5.8.

Gebleken is dat partijen vanaf mei 2018 bezig zijn geweest met ontvlechting van de dienstverlening en van migratie van de data, maar dat Marant Management in ieder geval tot aan december 2018 ondersteuning heeft gekregen van Totall-IT. Onder die omstandigheden is redelijk het loon te bepalen over de tot en met december 2018 door Totall-IT in rekening gebrachte factuurbedragen. De hoogte van deze bedragen zijn op zichzelf niet in geschil.

5.9.

Dat betekent dat in beginsel toewijsbaar zijn de gevorderde factuurbedragen over de periode tot en met december 2018. Aan de hand van de overgelegde facturen in samenhang met het door Totall-IT als productie 25 bij dagvaarding overgelegde overzicht kan deze hoofdsom worden als volgt worden begroot. De hoofdsom over de periode tot en met september 2018 kan worden begroot op € 3.696,71. Over de periode tot en met september 2018 heeft Totall-IT maandelijks facturen gestuurd, waarvan het resterende openstaande bedrag kan worden afgeleid uit het als productie 25 overgelegde overzicht. De hoofdsom over de periode vanaf 1 oktober tot en met december 2018 kan worden begroot op begroot op 3/12 x € 10.352,72= € 2.588,19. Dit bedrag kan worden afgeleid uit de slotfactuur van Totall-IT van 8 oktober 2018. Deze factuur van € 10.352,76 beslaat een periode van 12 maanden (oktober 2018 tot en met 30 september 2019), terwijl het recht op beloning is vastgesteld op 3 maanden (oktober tot en met december 2018). De totale hoofdsom bedraagt daarmee € 6.284,90.

5.10.

De vordering tot betaling van de factuur die ziet op vergoeding van rente en administratiekosten, wordt afgewezen. Totall-IT heeft deze vordering niet voldoende onderbouwd.

5.11.

Marant Management stelt de hiervoor vastgestelde hoofdsom niet te hoeven betalen in verband met haar klachten over de kwaliteit van de dienstverlening/ werkzaamheden van Totall-IT. Marant Management beroept zich in verband hiermee op een recht op opschorting, alsmede op een recht van verrekening van de volgens haar door haar geleden schade. Totall-IT heeft gemotiveerd betwist tekort te zijn geschoten en heeft daarnaast het bestaan en de hoogte van de gesteld geleden schade gemotiveerd weersproken.

5.12.

De kantonrechter overweegt als volgt. Nu Marant Management geen aanspraak (meer) maakt om nakoming van de overeenkomst door Totall-IT, kan zij zich slechts met succes op een opschortingsrecht beroepen, indien komt vast te staan dat Marant Management als gevolg van een tekortkoming van Totall-IT schade heeft geleden die door Totall-IT dient te worden vergoed. In dit geval strandt de aanspraak/ vordering van Marant Management tot vergoeding van schade reeds op het ontbreken van een deugdelijke ingebrekestelling. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

5.13.

Artikel 74 lid 1 BW bepaalt, voor zover van belang, dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar (Totall-IT) verplicht de schade die de schuldeiser (Marant Management) daardoor lijdt te vergoeden. Lid 2 van dit artikel bepaalt, kort gezegd, dat voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, lid 1 slechts toepassing vindt voor zover een schuldenaar als Totall-IT in verzuim is. Marant Management stelt omzetschade te hebben doordat zij in de periode van 17 augustus tot en met 24 september 2018 als gevolg van een tekortschieten van Totall-IT telefonisch niet bereikbaar was. Wat hier verder ook van zij, niet kan worden vastgesteld dat nakoming van de overeenkomst door Totall-IT in deze periode blijvend onmogelijk is geweest. Dat brengt mee voor een verplichting van Totall-IT tot vergoeding van deze gesteld geleden schade vereist is dat zij in verzuim is komen te verkeren.

5.14.

In lid 1 van artikel 82 BW is bepaald dat het verzuim intreedt, wanneer de schuldenaar (Totall-IT) in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Ter zitting is namens Marant Management desgevraagd verklaard dat de door haar gemachtigde op 10 augustus 2018 en 19 september 2018 verzonden brieven (productie 7 en 8 bij conclusie van antwoord) als ingebrekestelling kunnen worden beschouwd. De kantonrechter gaat hierin niet mee. De brief van 10 augustus 2018, waarmee de overeenkomst is opgezegd, bevat geen voldoende duidelijke aanmaning tot nakoming binnen redelijke termijn. De brief van 19 september 2018 evenmin.

5.15.

Bij gebrek aan een deugdelijke ingebrekestelling kan verzuim aan de zijde van Totall-IT niet worden vastgesteld en bestaat geen grondslag om haar tot vergoeding van de volgens Marant Management geleden schade te verplichten. Bovendien acht de kantonrechter het bestaan van de schade en de gestelde hoogte, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van Totall-IT, onvoldoende onderbouwd.

5.16.

Alle tegen de in 5.9. vastgestelde hoofdsom gevoerde verweren, zijn verworpen. Dit bedrag ligt voor toewijzing gereed. Tegen de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (€ 916,71) en rente is voor het overige geen inhoudelijk verweer gevoerd. Deze vordering ligt voor toewijzing gereed als na te melden. De over het bedrag van € 2.588,19 gevorderde rente is toewijsbaar als gevorderd met ingangsdatum 8 november 2018 (zie petitum dagvaarding). De over de resterende hoofdsom gevorderde rente is toewijsbaar als gevorderd met ingangsdatum van 1 oktober 2018 (zie petitum dagvaarding).

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van Marant Management, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. Gelet op de samenhang tussen de vordering en de tegenvordering, zal de kantonrechter de proceskosten van Totall-IT die zien op haar verweer tegen de tegenvordering begroten op nihil. De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als na te melden. De gevorderde rente over proceskosten en nakosten is toewijsbaar als na te melden.

5.18.

Het voorgaande leidt tot na te melden beslissing. Al hetgeen partijen voor het overige hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

veroordeelt Marant Management tot betaling aan Totall-IT van € 6,284,90, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2,588,19 vanaf 8 november 2019 tot aan de dag van de gehele betaling en over € 3,696,71 vanaf 1 oktober 2018 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt Marant Management tot betaling aan Totall-IT van een bedrag van 916,71;

6.3.

veroordeelt Marant Management tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Totall-IT tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 86,30

griffierecht € 972,00

salaris gemachtigde € 720,00 ;

één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4.

veroordeelt Marant Management in de nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten worden gemaakt, met een maximum van € 120,00;

6.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst de vordering voor het overige af;

de tegenvordering

6.7.

wijst de vordering af;

6.8.

veroordeelt Marant Management tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Totall-IT worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter