Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2363

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/15/299905 / FA RK 20-923
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gaat om een beroepschrift tegen een crisismaatregel inz WvGGZ

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0250
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

beroep tegen een crisismaatregel

zaak-/rekestnr.: C/15/299905 / FA RK 20-923

Beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2020

naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

thans verblijvende in [verblijfplaats] ,

hierna: betrokkene,

advocaat: mr. N.H. Fridsma, gevestigd te Heemskerk.

1 Procedure

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 februari 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Haarlem op 16 februari 2020 jegens haar opgelegde crisismaatregel. Tevens wordt verzocht om een schadevergoeding
ten laste van de gemeente Haarlem.

Bij het verzoekschrift zijn als bijlage gevoegd:

- het dossier Details en het episodejournaal uit het systeem Khonraad, met gegevens over betrokkene op 16 februari 2020.

De burgemeester van de gemeente Haarlem heeft op 19 maart 2020 een verweerschrift ingediend.

De raadsvrouw heeft (tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek tot zorgmachtiging van betrokkene op 20 maart 2020) gereageerd op het verweerschrift van de burgemeester.

2 Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat op 16 februari 2020 sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en van een vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeide uit een psychische stoornis van betrokkene. Eveneens is gebleken dat op die datum dit nadeel enkel door een crisismaatregel kon worden weggenomen, en dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de burgemeester niet heeft voldaan aan zijn verplichting moeite te doen om betrokkene te horen en dat hij er te licht vanuit is gegaan
dat dit niet mogelijk was. Uit het dossier in het computersysteem KhonRaad blijkt dat de burgemeester heeft aangegeven dat betrokkene niet hoorbaar is, nadat hij contact heeft gehad met de psychiater. Die had aangegeven dat het niet zou lukken om patiënt te horen. In het verslag staat: “Het is, ook nadat daartoe meerdere pogingen zijn ondernomen, niet mogelijk gebleken betrokkene te horen”. Verzuimd is echter aan te geven wat die pogingen inhielden. De burgemeester is ermee bekend dat wanneer telefonisch horen niet mogelijk is, hij naar betrokkene toe dient te gaan. Nu dat niet is gebeurd, is betrokkene in haar belangen geschaad. Het recht te worden gehoord, is een fundamenteel recht en noodzakelijk om tot een goede belangenafweging te komen. Omdat dit is geschonden, wordt op grond van artikel 10:12 Wvggz een schadevergoeding van € 225,- verzocht.

De burgemeester stelt dat hij voldoende moeite heeft gedaan om betrokkene te horen, maar dat het onder de gegeven omstandigheden niet mogelijk was haar feitelijk te horen vóórdat hij de crisismaatregel nam.
De burgemeester geeft aan dat hij telefonisch contact heeft opgenomen met de betreffende psychiater van GGZ, en haar heeft gevraagd of hij betrokkene telefonisch kon spreken.
De psychiater zei dat betrokkene in diepe slaap was en dat het medisch gezien onwenselijk (want schadelijk voor de behandeling) was die te onderbreken.
Op aandringen van de burgemeester is de psychiater vervolgens toch met de telefoon naar betrokkene gelopen en heeft geprobeerd haar wakker te krijgen. Via de telefoon hoorde hij dat de psychiater betrokkene aansprak, dat die wat kreunde, maar niet wakker werd. Vervolgens heeft hij met de psychiater overlegd of het mogelijk was betrokkene op een later moment te horen. De psychiater antwoordde dat zij, gezien de toestand van betrokkene en de toegediende medicatie, verwachtte dat betrokkene de komende uren zou blijven slapen en herhaalde dat het onwenselijk was haar op een later moment te wekken, omdat slaap voor haar belangrijk was.
Daarop heeft de burgemeester geconcludeerd dat het niet mogelijk was betrokkene te horen, voordat hij een beslissing nam. Daarbij maakt het geen verschil of hij naar betrokkene toeging of niet: zij was immers in diepe slaap. Aanleiding te veronderstellen dat zij op korte termijn wel te horen zou zijn was er niet, hetgeen werd bevestigd door het feit dat betrokkene later die dag, bij aanspreking door de verpleging, nog steeds doorsliep. Dit los van het feit dat de psychiater had gezegd dat het wakker maken van een patiënt die in een dergelijke toestand verkeert, medisch gezien onwenselijk is.

De raadsvrouw geeft als reactie op het verweerschrift, dat daaruit een ander verhaal naar voren komt dan uit de eerdere stukken die zij had ontvangen. Namelijk dat betrokkene lag te slapen, dat de burgemeester telefonisch heeft geprobeerd haar te horen en dat hij overleg heeft gehad met de psychiater dat betrokkene niet hoorbaar was.
De raadsvrouw heeft haar twijfels met betrekking tot de inhoud van het verweerschrift en handhaaft haar standpunt.

De rechtbank neemt als uitgangspunt dat van de burgemeester verwacht mag worden dat hij alles doet wat in redelijkheid van hem gevraagd kan worden om betrokkene te horen, alvorens een crisismaatregel te nemen.
In het onderhavige geval heeft de burgemeester dat gedaan.
Aannemelijk is dat de burgemeester de psychiater heeft verzocht betrokkene te wekken teneinde haar te kunnen spreken, en dat dit niet is gelukt.
Daarbij zal een rol hebben gespeeld dat betrokkene de 48 daaraan voorafgaande uren hyperactief was en niet had geslapen -en dat haar medicatie was toegediend.
Terzijde zij opgemerkt dat uit de stukken blijkt dat betrokkene in die periode haar stem kapot had geschreeuwd en daarom geen geluid uit kon brengen.

Gelet op het voorgaande zal het beroep ongegrond worden verklaard en het verzoek tot schadevergoeding worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 16 februari 2020 ongegrond;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.L. Diender, rechter, in tegenwoordigheid van

S. Dekker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.