Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2319

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1292
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bijzondere bijstand

Wetsverwijzingen
Wet werk en bijstand 35
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/1292

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, verweerder

(gemachtigde: N. de Bruijn).

Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van vinyl, een bedrag van € 258,- in de vorm van een lening. Verweerder heeft het aflossingsbedrag bepaald op € 25,- per maand.

Bij besluit van 11 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2019. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend naar aanleiding van de brief van 4 oktober 2019 van verweerder waarin is meegedeeld dat met eiser overeengekomen is dat het aflossingsbedrag verlaagd wordt naar € 15,- per maand.

Eiser heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, meegedeeld zich in dit bedrag te kunnen vinden.

Partijen is gevraagd aan te geven of zij prijs stellen op een nadere zitting. Daarop is geen reactie ontvangen. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten en uitspraak bepaald op heden.

Overwegingen

1. Eiser heeft verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van vinyl voor de woonkamer en gang van zijn woning. Verweerder heeft daarop besloten als hiervoor onder ‘Procesverloop’ is weergegeven.

2. Eiser heeft aangevoerd dat de werkelijke kosten waarvoor hij bijzondere bijstand heeft gevraagd meer bedragen dan verweerder heeft toegekend. Eiser heeft er daarbij op gewezen dat hij vanwege lichamelijke beperkingen niet in staat is het vinyl zelf te leggen, zodat hij die kosten ook moet betalen. Eiser heeft een begroting van het te leggen vinyl, inclusief de benodigde ondervloer, bij het beroep gevoegd.

3. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat het verstrekte bedrag is vastgesteld conform de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Velsen 2019’ (hierna: Beleidsregels). Volgens verweerder moet eiser met het verstrekte bedrag in staat worden geacht een adequate vloer te kopen.

4.1

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandverlenende instantie ingevolge deze bepaling een zekere beoordelingsvrijheid. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.2

De rechtbank stelt vast dat verweerder de kosten van vinyl heeft aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, zodat aanspraak op bijzondere bijstand bestaat. Daarvoor is eiser een bedrag in de vorm van een lening verstrekt. Tussen partijen is inmiddels overeenstemming bereikt over het aflossingsbedrag voor terugbetaling van de lening.

4.3

Het resterende geschilpunt tussen partijen beperkt zich dus tot de hoogte van de verleende bijzondere bijstand. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.

4.4

Verweerder heeft het vinyl aangemerkt als een duurzaam gebruiksgoed. De rechtbank is van oordeel dat dit niet in strijd is met de vaste jurisprudentie op dit terrein (bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9181). Verweerder heeft vervolgens de hoogte van de bijzondere bijstand vastgesteld op basis van de Beleidsregels. In die Beleidsregels is in artikel 4, vierde lid, neergelegd dat bij de vaststelling van het bedrag van de bijzondere noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen uitgegaan wordt van 60% van de Nibudprijzen. Blijkens de toelichting op dit artikellid is de achtergrond hiervan dat het vaak mogelijk is via goedkope alternatieven als Marktplaats en de kringloopwinkel artikelen aan te schaffen. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij wel heeft gezocht naar goedkopere alternatieven, maar die niet heeft kunnen vinden. Het beleid van verweerder, waarbij gerekend wordt vanuit de gedachte dat duurzame gebruiksgoederen tweedehands kunnen worden aangeschaft, is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet onredelijk. Waar het echter gaat om de toepassing van dit beleid in het geval van eiser is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende grond aanwezig is om ervan uit te gaan dat dit specifieke duurzame gebruiksgoed goedkoper (tweedehands) zou kunnen worden aangeschaft. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat vinyl meestal geplakt moet worden op een ondervloer, waardoor hergebruik in het algemeen niet goed mogelijk is. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat met het toegekende bedrag een adequate vloer gekocht kan worden. De beroepsgrond van eiser slaagt dan ook.

5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het gaat om de hoogte van de toegekende bijzondere bijstand.

6. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor zover dat wordt vernietigd, in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder - in samenspraak met eiser - zal moeten onderzoeken wat de daadwerkelijke minimale kosten van de vloerbedekking (vinyl en ondervloer) zijn. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken. De rechtbank merkt op dat deze termijn pas begint nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, indien hoger beroep wordt ingesteld, nadat op het hoger beroep is beslist.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de hoogte van de bijzondere bijstand is vastgesteld op € 258,-;

- draagt verweerder op binnen zes weken na het gezag van gewijsde krijgen van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.