Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2223

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
26-03-2020
Zaaknummer
C/15/300186 / FA RK 20-1081
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank verleent zorgmachtiging in het kader van de Wvggz op basis van een referteverklaring, waarin betrokkene o.m. afstand doet van het recht om te worden gehoord. De rechtbank houdt geen zitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg / referte

zaak-/rekestnr.: C/15/300186 / FA RK 20-1081

beschikking van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2020,

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] , [plaats] ,

wonende te [plaats] ,

hierna: betrokkene,

advocaat mr. E. van Meeteren, gevestigd te Schagen.

1 Procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 03 maart 2020.

1.2.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring van 28 februari 2020;

  • -

    het zorgplan van 25 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur van 28 februari 2020.

1.3.

Op 13 maart 2020 is ter griffie van de rechtbank de referteverklaring van betrokkene ontvangen.

1.4

Gelet op de referteverklaring heeft de rechtbank het verzoek niet ter zitting behandeld.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de referteverklaring van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene het verzoekschrift heeft besproken met de advocaat, dat betrokkene erkent dat aan de voorwaarden voor toewijzing van het verzoek met de daarin opgenomen vormen van verplichte zorg wordt voldaan, dat betrokkene afziet van het recht te worden gehoord en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Gelet op de inhoud van de stukken en de referteverklaring, acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.

2.2.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis bipolair in combinatie met een lichte verstandelijke beperking.
2.3. Ook is vast komen te staan dat er als gevolg van voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstige materiële schade;

  • -

    ernstige financiële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    betrokkene roept met hinderlijk gedrag agressie van een ander op.

2.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op punt 6b van het zorgplan en het advies van de geneesheer‑directeur en bestaan uit:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 18 september 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 september 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van A.Boermans-Jager als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.