Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2219

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
7927465 \ CV EXPL 19-10499
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering betaling openstaande facturen toegewezen. Niet is komen vast te staan dat de revisie van de versnellingsbak gebrekkig is uitgevoerd noch dat het automatisch vervangen van de regeleenheid deel uitmaakte van de opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7927465 \ CV EXPL 19-10499

Uitspraakdatum: 18 maart 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] h.o.d.n. Autobedrijf [eiser]

wonende en zaakdoende te [plaats]

eiser in conventie, gedaagde in reconventie

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: Arag Incasso

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. Autobedrijf [gedaagde]

wonende te [plaats] en zaakdoende te [plaats]

gedaagde in conventie, eiser in reconventie

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. A.G.M. Wilms

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 17 juli 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en een tegenvordering ingesteld

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

In maart 2018 heeft [gedaagde] aan [eiser] opdracht gegeven tot revisie van de versnellingsbak van een Dodge Nitro met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van VNTS en BOVAG van toepassing.

2.2.

In artikel 9 van de algemene vooraarden van de vereniging Nederlandse transmissie specialisten (hierna: VNTS) VNTS staat het volgende: “In geval van reparatie de opdrachtnemer het retentierecht kan uitoefenen op een zaak indien en voor zolang:

- de opdrachtgever de kosten van de werkzaamheden aan de zaak niet of niet geheel voldoet. - de opdrachtgever de kosten van eerdere door opdrachtnemer verrichte werkzaamheden aan dezelfde zaak niet of niet in zijn geheel voldoet;

- opdrachtgever andere vorderingen (incl. tot vergoeding van de schade, rente en kosten) die voortvloeien uit de contractuele relatie met opdrachtnemer niet of niet geheel voldoet.”

2.3.

Op de factuur van [eiser] van 20 maart 2018 (factuurnr.: 18000451) staat het volgende:

Kilometerstand: 160245(…)

Diagnose stellen i.v.m. werking automatische transmissie type:42LE

Automatische transmissie gede-en monteerd.

Automatische transmissie mechanisch gereviseerd inclusief converter.

Oliekoeler lekt ATF, * ext.koeler voor condensor gemonteerd en aangesloten.

Automatische transmissie afgevuld met AFT.

(…) Proefrit gemaakt ter eindcontrole

Arbeid de/montage transmissie

Arbeid werkplaats koeler monteren.

Revisie transmissie

Deze revisie is uitgevoerd conform de VNTS voorwaarden

Garantie: 1 jaar op de uitgevoerde revisie, uitgezonderd transportkosten en gevolgschade

Elektrische componenten in de automatische transmissie zijn gecontroleerd.

Elektrische delen vallen niet onder de garantie.

(…)”

2.4.

[eiser] heeft de auto na reparatie ter beschikking gesteld aan [gedaagde] . Na verloop van tijd bleek dat een storing optrad, met als gevolg dat de aandrijving van de auto uitviel. [gedaagde] heeft daarom de auto opnieuw aangeboden aan [eiser] ter reparatie.

2.5.

Op de factuur van [eiser] van 19 oktober 2019 (factuurnr.: 18001768) staat het volgende:

Kilometerstand: 165911

Diagnose gesteld aan Automatische Transmissie (AT)

(…) oorzaak zit niet in de AT.

(…)Computer is uitwendig zeer heet tijdens storing. Computer vervangen en laten programeren € 375,00 + € 175,00)

Als de computer zeer heet is gaat de AT in storing met 1-temp (…) hitteschild naast computer gemaakt(…)

(…) Auto is aan u afgeleverd. Bij u is deze storing toch weer terug gekomen.(…) Vreemde signalen op te zien die niet uit de transmissie komen.”

2.6.

Op verzoek van [gedaagde] heeft [eiser] [garagebedrijf C] gevraagd om een diagnose op te stellen ten aanzien van de storing in de versnellingsbak. De kosten hiervan heeft [eiser] voor zijn rekening genomen. Op de factuur van [garagebedrijf C] van 3 september 2018 staat het volgende geschreven:

“Diagnose stellen i.v.m. storing in versnellingsbak na enige tijd rijden (motor warm)

Auto uitgelezen; storing aanwezig P0846 2-3 or 2c pressure solenoid.

Proefrit gemaakt met scope op aansluiting ecu naar solenoid 2-C.

Auto rijdt prima na enige tijd gaat deze in storing en valt de emassa sturing van de drukregelklep weg. Massa aansluitingen op ecu gecontroleerd en goed bevonden. Bedrading tussen ecu en transmissie gecontroleerd en goed bevonden.

Aansturing valt weg uit regeleenheid. Advies: Nieuw regelapparaat monteren”

2.7.

[eiser] heeft over de periode van 5 december 2018 tot en met 30 juni 2019 aan [gedaagde] (vrijwel) maandelijks facturen gezonden voor de stallingskosten van de auto ten bedrage van € 5,- per dag.

2.8.

Bij brief van 10 januari 2019 heeft [eiser] [gedaagde] aangemaand tot betaling van de openstaande facturen.

2.9.

Bij e-mail van 24 januari 2019 heeft [gedaagde] het volgende geschreven: “Tussen partijen staat vast dat cliënte aan uw cliënte een auto ter reparatie heeft aangeboden. Meer in het bijzonder betrof het hier een reparatie van een (automatische) transmissie. Tussen partijen staat eveneens vast dat cliënte, diverse pogingen ten spijt, niet in staat is gebleken om de transmissie deugdelijk te repareren. Cliënte heeft hieromtrent tijdig diverse malen gereclameerd. De transmissie is momenteel nog steeds niet deugdelijk gerepareerd.

Aangezien uw cliënte kennelijk niet in staat is om de transmissie deugdelijke te repareren, heeft cliënte aan uw cliënte voorgesteld om de reparatie door een derde te laten verrichten.

Uw cliënte weigert echter om de auto af te geven, zich daarbij beroepend op haar retentierecht wegens onbetaald gebleven facturen verband houdend met de reparatie.

Indachtig het voorgaande en het bepaalde in art. 6:54a BW komt uw cliënte geen retentierecht toe. Uw cliënte is immers in verzuim met de nakoming van haar verplichtingen jegens cliënte.

Voorts kan uw cliënte geen aanspraak maken op integrale betaling van de door haar verzonden facturen, omdat deze ten onrechte veronderstellen dat de werkzaamheden door uw cliënte deugdelijk zijn uitgevoerd.(…)”

2.10.

[gedaagde] heeft een voorstel tot finale kwijting gedaan. In reactie hierop heeft [eiser] bij brief van 3 april 2019 het volgende geschreven: “de auto is aangeboden om de automatische versnellingsbak te reviseren. Deze heeft mijn cliënt in maart 2018 mechanisch gereviseerd, hetgeen op factuurnummer 18000451 (kopie openstaande factuur) vermeld staat. In de voettekst staat ook duidelijk dat elektrische delen niet onder de garantie vallen. In dit geval ook logisch, want de versnellingsbak is alleen mechanisch gereviseerd, zoals overlegd.

Er is continue overleg geweest tussen partijen. Uw cliënt heeft niet gereclameerd. U geeft aan dat het om een reparatie gaat, maar het gaat om een totale mechanische revisie van de versnellingsbak.

Vele delen zijn nogmaals vervangen in de bak. Voordat deze delen vervangen werden, hebben partijen duidelijk afgesproken dat delen die dubbel vervangen zijn in de versnellingsbak, niet onder garantie vallen, en dat dit betaald dient te worden. Uw cliënt ging hiermee akkoord. Immers de revisie was goed uitgevoerd. (…)

(…) Op verzoek van uw cliënt heeft mijn cliënt ook nog een diagnose laten stellen door [garagebedrijf C] .

[garagebedrijf C] stelt dezelfde diagnose als mijn cliënt, zie omschrijving op de factuur. Wederom de conclusie dat de mechanische revisie goed is uitgevoerd. Partijen hebben na de diagnose van [garagebedrijf C] afgesproken dat uw cliënt eerst de openstaande facturen voldoet, voordat verdere actie ondernomen wordt door mijn cliënt. (…)”

2.11.

In reactie hierop schrijft [gedaagde] bij e-mail van 8 april 2019: “Uit het overgelegde expertiserapport van [garagebedrijf C] blijkt nou juist dat uw cliënte geen deugdelijk werk heeft afgeleverd en mitsdien in verzuim is. Cliënt heeft heden desgevraagd ter zake nogmaals een bevestiging gekregen van [garagebedrijf C] . De regeleenheid veroorzaakt keer op keer problemen. Uw cliënte, als onderdeel van de reparatieopdracht, dient er voor te zorgen dat er een deugdelijke regeleenheid geïnstalleerd wordt.

Inmiddels staat de auto al geruime tijd buiten gestald in weer en wind. Cliënt berichtte mij dat dientengevolge de auto schade oploopt (vastzittende remmen en handrem, bandenslijtage etc.). Voor deze schade houdt cliënt uw cliënte onverkort aansprakelijk. (…)”

2.12.

Hierop antwoordt [eiser] bij e-mail van 10 april 2019: “Echter handhaaft mijn cliënt haar standpunt en geeft juist aan dat de factuur van [garagebedrijf C] zo helder is als maar kan. Mijn cliënt ziet dan ook geen reden om nog meer te schikken, aangezien er al een credit heeft plaatsgevonden. Uw cliënt dient voor betaling zorg te dragen.

Wat betreft het buiten stallen van de auto is door het niet voldoen van de rekeningen een keuze van uw cliënt. De gevolgen hiervan komen dan ook voor rekening en risico van uw cliënt. Mijn cliënt is bereid de auto binnen te stallen, maar dan zijn de kosten € 15,- per dag. Indien uw cliënt gebruik wenst te maken van deze optie, verneem ik dat graag van u.

2.13.

Op verzoek van [gedaagde] stuurt [garagebedrijf C] in haar e-mail van 19 september 2019 aan [gedaagde] de diagnose die hij heeft gesteld aan de auto. In de e-mail staat de tekst gekopieerd die staat vermeld op de factuur van 3 september 2018.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert – na eiswijziging zonder bezwaar – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een totaalbedrag van € 6.3127,97, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 5.465,59 vanaf de dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening en tot betaling van de stallingskosten na 1 juli 2019. Het bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 5.465,59 aan openstaande facturen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente (ten bedrage van € 214,10) en de incassokosten van € 648,28. Dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit de overeenkomst. [eiser] heeft een opeisbare vordering op [gedaagde] op grond van een met [gedaagde] gesloten overeenkomst, met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden aan de auto zoals staat vermeld op de factuur van 20 maart 2018 en 19 oktober 2018.
Ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen heeft [gedaagde] de vordering niet voldaan. De betreffende facturen zien op een totale mechanische revisie van de versnellingsbak. Uit de diagnose van [garagebedrijf C] , die staat vermeld op de factuur van 3 september 2018, volgt ook de conclusie dat de mechanische revisie goed is uitgevoerd.

3.3.

Door het toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde] in de nakoming van de betalingsverplichting is [eiser] genoodzaakt buitengerechtelijke kosten te maken.
De gemaakte kosten zijn redelijke kosten. Ondanks diverse inspanningen van [eiser] is [gedaagde] niet tot betaling van de facturen overgegaan, zodat [eiser] terecht een beroep dat op het retentierecht. De met de stalling gepaard gaande kosten komen dan ook voor rekening van [gedaagde] .

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. [gedaagde] voert aan dat de kantonrechter zich onbevoegd dient te verklaren danwel de vordering van [eiser] dient af te wijzen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in conventie.
[gedaagde] voert verder aan – samengevat – dat de reparatie door [eiser] niet voldoet aan de door [gedaagde] gegeven opdracht. [eiser] heeft verzuimd de regeleenheid deugdelijk te laten functioneren, terwijl zulks onlosmakelijk verbonden is met de revisie van de automatische transmissie. Door [garagebedrijf C] wordt dit in haar e-mail van 19 september 2019bevestigd. Voorts heeft [gedaagde] telkens tijdig gereclameerd. [eiser] komt geen integrale betaling toe van de door hem verrichte werkzaamheden, aangezien dit zou veronderstellen dat de door hem verrichte werkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd. Nu [eiser] in verzuim is in de nakoming van zijn verplichtingen jegens [gedaagde] , komt hem geen beroep toe op het retentierecht.

4.2.

In reconventie vordert [gedaagde] dat [eiser] wordt veroordeeld tot afgifte van de auto aan hem dan wel een door [gedaagde] aan te wijzen derde. Dit met veroordeling van [eiser] in de procedure in reconventie.

5 Het verweer tegen de tegenvordering

5.1.

[eiser] betwist de vordering. De opdracht tussen partijen bestond uit de revisie van de automatische transmissie. Onder revisie moet worden verstaan de automatische transmissie geheel uit elkaar halen, onderdelen reinigen en beoordelen/meten wat er versleten is. Voor een revisie wordt een set nieuwe onderdelen gebruikt die de standaard slijtage delen vervangen. [eiser] voert aan de werkzaamheden goed te hebben uitgevoerd. Zoals uit de factuur van 20 maart 2018 valt op te maken, waren er naar aanleiding van de proefrit ook geen bijzonderheden geconstateerd en is de auto afgeleverd. Pas later is de auto teruggekomen met schakelklachten. [gedaagde] heeft aan [eiser] opdracht gegeven om uit te zoeken wat er verkeerd gaat. Hierop ziet de factuur van 19 oktober 2018. De automatische transmissie is mechanisch in orde.
De regeleenheid (computer) is de oorzaak gebleken van het niet goed schakelen van de automaat. Een elektronische regeleenheid staat los van een mechanische transmissie. In dit geval zeker, omdat deze buiten de versnellingsbak gemonteerd zit en niet erin. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [eiser] stukken in het geding gebracht van de Dodge waarop te zien is waar de diverse onderdelen (de versnellingsbak en de regeleenheid) zich in de auto bevinden. Voorts kan [eiser] zich wel degelijk beroepen op het retentierecht, aangezien [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen. Conform artikel 9 van de VNTS voorwaarden heeft [eiser] het recht van retentie. [eiser] verzoekt de vordering van [gedaagde] in reconventie af te wijzen met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

6 De beoordeling

6.1.

De kantonrechter stelt voorop dat, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet is gebleken waarom zij onbevoegd zou zijn van onderhavige procedure kennis te nemen. Dit verweer van [gedaagde] faalt.

6.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op hun rechtsverhouding.

6.3.

Partijen zijn het er over eens dat de opdracht was “om de versnellingsbak te reviseren”.
Voorts staat vast dat [gedaagde] de auto in maart 2018 afgeleverd heeft gekregen en in gebruik heeft genomen en dat eerst maanden later klachten zijn geconstateerd met betrekking tot het schakelen, welke het gevolg zijn van de ‘regeleenheid’. Partijen twisten over de vraag of de regeleenheid onderdeel uitmaakt van het “reviseren van een versnellingsbak” en daarmee tevens de vraag voor wiens rekening de (extra) kosten die gemoeid zijn met het onderzoek en herstel daarvan komen.

6.4.

[eiser] heeft, aan de hand van stukken, toegelicht dat een mechanische revisie van de versnellingsbak zoals opgedragen, niet mede omvat het altijd vervangen van een regeleenheid (ook wel ECU genoemd). Dat is niet onlosmakelijk met elkaar verbonden.
[gedaagde] voert aan dat het onderdeel uitmaakt van de revisie, maar heeft dit op geen enkele wijze toegelicht of onderbouwd. Daarmee is de stelling van [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat onderdeel van de onderhavige opdracht was het mede vervangen van de regeleenheid. Dit zou slechts anders kunnen zijn, indien de regeleenheid ten tijde van de revisie van de versnellingsbak, problemen toonde. Daaromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

6.5.

Als onbetwist staat vast dat er geen bijzonderheden zijn geconstateerd bij de aflevering van de auto na uitvoering van de revisie van de versnellingsbak. Eerst enkele maanden later heeft [gedaagde] opnieuw [eiser] benaderd, omdat er sprake zou zijn van schakelklachten. Daarbij is van belang dat sprake is van een oudere auto met 160.000 km op de teller. Na de aflevering is er nog ruim 5500 kilometer met de auto gereden, alvorens [gedaagde] zich met schakelklachten bij [eiser] meldde. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [eiser] een auto heeft afgeleverd met een defecte regeleenheid die hij had moeten vervangen bij de revisie van de versnellingsbak. [gedaagde] heeft ook geen feiten gesteld waaruit het tegendeel blijkt.

6.6.

De kantonrechter neemt daarbij nog in overweging hetgeen door [garagebedrijf C] is geconstateerd. [garagebedrijf C] geeft niet aan dat de revisie van de versnellingsbak onjuist is verricht, maar geeft wel aan dat de aansluitingen op de ECU en bedradingen tussen ECU en versnellingsbak zijn gecontroleerd en goed bevonden. Daarnaast is gewezen op het feit dat de storing ontstaat nadat enige tijd is gereden en de motor warm wordt, waarbij [eiser] nog (onweersproken) heeft toegelicht dat dit bij een buitentemperatuur van 30 graden gebeurd. Daarmee is nog niet gebleken dat de revisie gebrekkig zou zijn uitgevoerd, want in dat geval zou immers altijd sprake zijn van een storing bij het schakelen.
[gedaagde] heeft niet toegelicht in hoeverre deze klachten aan de regeleenheid zouden kunnen worden veroorzaakt door de versnellingsbak. [garagebedrijf C] adviseert ook een nieuwe regeleenheid te plaatsen, er is geen advies omtrent de versnellingsbak. De kantonrechter overweegt dat gelet op de leeftijd van de auto en de kilometerstand het niet onaannemelijk is te achten dat ook een ander onderdeel uit de auto, zoals elektronica, kapot kan gaan. Dat betekent nog niet dat [eiser] de opgedragen werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. Het verweer van [gedaagde] op dat punt is niet nader onderbouwd en faalt dan ook.

6.7.

Nu niet is komen vast te staan dat de revisie van de versnellingsbak gebrekkig is uitgevoerd noch het automatisch vervangen van de regeleenheid deel uitmaakte van de opdracht, heeft te gelden dat het onderzoek naar de klachten en de tweede reparatie geen verband houdt met de oorspronkelijke opdracht en dat [gedaagde] is gehouden tot betaling van de nota’s van [eiser] .

6.8.

Nu de omvang van de nota’s door [gedaagde] niet wordt weersproken, zal de kantonrechter de vordering tot betaling van € 6.327,97 toewijzen. Ook de nota’s die zien op de stallingskosten zal de kantonrechter toewijzen. Nu vast staat dat [gedaagde] in verzuim is met de tijdige betaling, zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente.

6.9.

Op grond van vorenstaande zal de kantonrechter de vordering tot betaling van de stallingskosten vanaf 1 juli 2019 eveneens toewijzen.

6.10.

Aangezien de algemene voorwaarden van toepassing zijn op de rechtsverhouding van partijen, komt [eiser] een beroep toe op het retentierecht conform artikel 9 van de algemene voorwaarden van de VNTS.

6.11.

Uit de in dit geding overgelegde producties kan worden afgeleid dat sprake is geweest van buitengerechtelijke werkzaamheden van enige omvang. Gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW is ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten toewijsbaar.

6.12.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.

7 De beslissing

De kantonrechter:

7.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 6.327,97, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.465,59 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de gehele betaling;

7.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de stallingskosten vanaf 1 juli 2019 tot en met de dag van gehele betaling;

7.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 96,36

griffierecht € 231,00

salaris gemachtigde € 600,00 ;

7.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter