Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:2041

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
C/15/299528 / JU RK 20-303
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling. Klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

Zaakgegevens : C/15/299528 / JU RK 20-303

datum uitspraak: 6 maart 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

De Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Haarlem,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [plaats] .

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de Raad van 12 februari 2020, ingekomen bij de griffie op

17 februari 2020.

Op 6 maart 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [minderjarige] , die apart met de kinderrechter heeft gesproken,

- de vader,

- [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad,

- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam;

- [gezinscoach] , werkzaam als gezinscoach.

De feiten

De vader heeft het gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vader.

Waar gaat het om?


De Raad heeft verzocht om een ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft verschillende zorgen om [minderjarige] . Zij trekt haar eigen plan, is weinig op school aanwezig en gebruikt drank en drugs. Ook heeft zij veel meegemaakt in haar verleden. Al vanaf haar geboorte heeft zij moeten leven met het feit dat haar moeder ernstig ziek was en er niet altijd voor haar kon zijn. Omdat de vader veel van de verzorging van de moeder op zich nam, was hij ook niet altijd beschikbaar voor [minderjarige] . Zij heeft daarom veel tijd doorgebracht bij haar oma. [minderjarige] heeft in het verleden ook veel zelf moeten doen, waardoor zij niet gewend lijkt te zijn om aan te geven waar zij moeite mee heeft. Op

[datum] is de moeder van [minderjarige] overleden. [minderjarige] en de vader zitten nog middenin een rouwproces en het lukt hen niet altijd om de juiste beslissingen te nemen op de juiste momenten. Dit kan bij [minderjarige] ook komen doordat haar IQ minder is ontwikkeld dan bij haar leeftijdsgenoten. Het leven is voor haar daarom soms ingewikkelder. Hierdoor heeft zij af en toe de hulp van anderen nodig, iets waar [minderjarige] niet altijd voor open lijkt te staan. [minderjarige] heeft weinig vertrouwen in de mensen om haar heen en durft tegen hen niet eerlijk te zijn. De vader wil er voor [minderjarige] zijn, maar heeft de afgelopen periode veel op zijn bord gekregen rondom zijn vrouw en [minderjarige] . De vader vindt het soms lastig hoe hij [minderjarige] het beste kan opvoeden. Het zou voor de vader helpend kunnen zijn om de steun van een jeugdbeschermer te hebben en opvoedondersteuning te krijgen. Ook vindt de Raad het belangrijk dat [minderjarige] werkt aan de verwerking van het verlies van haar moeder, dat zij naar school gaat en geen drank en drugs meer gebruikt. Een jeugdbeschermer kan hierin de leiding nemen en een steun voor [minderjarige] zijn en haar helpen met het regelen van dingen, zoals bijvoorbeeld haar school. Als laatste is van belang dat [minderjarige] naar haar vader leert luisteren en de beslissingen die hij over haar neemt accepteert.

Wat vindt [minderjarige] ?

[minderjarige] heeft tegen de kinderrechter gezegd dat zij het wel goed zou vinden als er een jeugdbeschermer komt om haar te helpen. Zij vindt dit beter dan alle instanties waar zij tot nu toe mee te maken had. Zij heeft slechte ervaringen met Lijn5. Zij heeft vooral wat hulp nodig om te regelen dat zij naar een andere school kan. Zij wil graag naar de Spinaker. Ze vindt het fijn dat ze bij haar vader een dak boven haar hoofd heeft. Het is niet fijn als er thuis discussies zijn en naar elkaar geschreeuwd wordt.

Wat vindt de vader?

De vader is het eens met het verzoek van de Raad. De vader wil [minderjarige] graag helpen, maar weet soms niet goed hoe hij dit moet doen. Zij luistert niet altijd naar hem en het lukt hem niet tot haar door te dringen. Ook maakt de vader zich zorgen om [minderjarige] . Hij wil graag dat zij naar school gaat en geen drugs meer gebruikt. Daar hebben ze discussies over. De vader zou het fijn vinden om ondersteuning te krijgen bij de opvoeding van [minderjarige] .

Wat vindt de kinderrechter?


Nu de kinderrechter met de Raad heeft gesproken en de mening van [minderjarige] en de vader heeft gehoord, moet hij beslissen of er een jeugdbeschermer voor [minderjarige] en de vader moet komen. De kinderrechter maakt zich net als de Raad en de vader zorgen om [minderjarige] . [minderjarige] heeft een moeilijke jeugd gehad. Haar moeder was vanaf de geboorte van [minderjarige] al ziek en had gaandeweg steeds meer zorg nodig. De vader heeft veel van deze zorg op zich genomen, waardoor hij minder tijd had voor [minderjarige] . De kinderrechter vindt het knap van [minderjarige] dat zij in deze tijd veel dingen zelf heeft gedaan. Tegelijkertijd is het wel erg belangrijk dat [minderjarige] naar haar vader blijft luisteren. Hij is als vader en volwassene verantwoordelijk voor [minderjarige] en hij heeft het beste met haar voor. Zo vindt de vader het terecht belangrijk dat zij naar school gaat en geen drank en drugs meer gebruikt. Maar het lukt de vader niet goed om tot [minderjarige] door te dringen en ze hebben veel discussies met elkaar, waarin ook nogal eens geschreeuwd wordt.

Ook vindt de kinderrechter het belangrijk dat [minderjarige] hulp krijgt bij het verwerken van het verlies van haar moeder. Het zou fijn voor haar kunnen zijn om met iemand, anders dan familie, over dit grote gemis te praten. Daarbij gunt de kinderrechter het [minderjarige] dat zij leert om mensen te vertrouwen en zich open te stellen voor anderen. Hier kan een jeugdbeschermer haar bij helpen. Ook kan een jeugdbeschermer, samen met [minderjarige] , zorgen voor de aanmelding voor haar nieuwe school. Daarnaast kan een jeugdbeschermer de vader ondersteunen in de opvoeding van [minderjarige] . De vader moet leren grenzen te stellen aan [minderjarige] en [minderjarige] moet leren die grenzen te accepteren en beslissingen te nemen die goed voor haar toekomst zijn. De rechtbank vindt de ondertoezichtstelling nodig om ervoor te zorgen dat de hulp die [minderjarige] en de vader nodig hebben er ook echt komt, want tot nu toe is dat nog onvoldoende van de grond gekomen. Het is belangrijk dat de hulp niet uit teveel verschillende mensen bestaat, zodat het voor [minderjarige] overzichtelijk blijft.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan de eisen voor een ondertoezichtstelling die in de wet staan in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank zal dus beslissen dat [minderjarige] onder toezicht wordt gesteld zoals de Raad heeft gevraagd, voor de periode van twaalf maanden, tot 6 maart 2021.

De beslissing


De kinderrechter:

stelt de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , onder toezicht van de gecertificeerde instelling De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Alkmaar, met ingang van 6 maart 2020 tot 6 maart 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. L.S. Hoenderdos als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 maart 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam