Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:1843

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
12-03-2020
Zaaknummer
15.060983.19 en 15.249308.19 (ttz gev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het herhaaldelijk seksueel misbruiken van een meisje dat in de bewuste periode 6 jaar werd en verdachte als een grootvader zag. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een exorbitant grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal, te weten ruim 4,7 miljoen foto’s en meer dan 3000 films en heeft hij aldus een gewoonte gemaakt van het bezit van kinderporno.

Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden en tbs met voorwaarden, dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15.060983.19 en 15.249308.19 (ttz gev)

Uitspraakdatum: 10 maart 2020

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 februari 2020 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [PI] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.G.T. Kramer en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.P.M. Kocken, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 te Haarlem, in elk geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, door

- zijn , verdachte’s penis door voornoemde [slachtoffer 1] te laten vasthouden en/of te laten betasten en/of
- voornoemde [slachtoffer 1] een kus te laten geven op zijn, verdachte’s, penis en/of
- met zijn, verdachte’s penis tussen de benen van voornoemde [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] met haar billen tegen verdachte’s penis aan lag en/of
- zichzelf af te trekken in aanwezigheid van voornoemde [slachtoffer 1] ;

Feit 2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 te Haarlem, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen (te weten foto’s en/of films/video’s) en/of gegevensdragers (te weten beslagnummers K.01.01.001 (Western digital 500 GB afkomstig uit Laptop Samsung), K.01.01.007 (Computer HP), K.01.01.008 (Externe harde schijf WD Caviar), K.01.01.013 (LG Network Storage) , K.01.01.015 (Nas WD drive M en N), K.01.01.016 (Vol02,

afkomstig vanaf Nas WD drive G en H), K.01.01.017 (Laptop Acer), K.01.01 019 (Externe harde schijf WD Elements drive P), K.01.01. 020 (Harde schijf WD elements PC02 dive I), K.01.01.021 (Computer HP), K.01.01.022 (Harde schijf WD Elements PC02 drive J), K.01.01.024 (USB Lexar 3.0), K.01.01.025 (Computer Medion), K.01.01.026 (Computer Dell), K.01.01.029 ((USB supertalent 4GB), K.01.01.034 ((USB scan Disk 16GB) en/of V.01.05.003 (Externe harde schijf, merk Seagate), V.01.03.008 (usb-stick), V01.01.002 ((laptop) en V.01.04.001 (tablet)), bevattende afbeeldingen (te weten foto’s en/of films/video’s)

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of heeft verworven

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)en/of de mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)en/of de mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)en/of de mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam
(pv p. 422, foto 2, filename: [bestandsnaam] en/of p. 422 foto 13, [bestandsnaam] )

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)en/of de mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(pv p. 424, foto 19, [bestandsnaam] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding
(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen
en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(pv p. 424 foto 25, filename: [bestandsnaam] en/of in aanvullend pv [verbalisant] d.d.4/2/20202 [bestandsnaam]

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(pv p. 424 foto 16, filename: [bestandsnaam] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 3 (voorheen feit 1 onder parketnummer 15.249308.19)

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 13 november 1993 te Haarlem, althans in Nederland met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1981), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte
- zijn, verdachtes penis in de mond van voornoemde [slachtoffer 2] gebracht en/of gehouden en/of
- zijn, verdachtes penis in de anus van voornoemde [slachtoffer 2] gebracht;

Feit 4 (voorheen feit 2 onder parketnummer 15.249308.19)

hij in of omstreeks de periode van 14 november 1993 tot en met 13 november 1996 te Haarlem, althans in Nederland met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1981), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte
- zijn, verdachtes penis in de mond van voornoemde [slachtoffer 2] gebracht en/of gehouden en/of
- zijn, verdachtes penis in de anus van voornoemde [slachtoffer 2] gebracht.

2 Voorvragen

2.1

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging van feit 4

2.1.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 4 is verjaard en dat om die reden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging voor dit feit.

2.1.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens betoogd dat het openbaar ministerie wegens verjaring niet-ontvankelijk is in de vervolging van feit 4.

2.1.3

Oordeel van de rechtbank

Feit 4 betreft de vervolging voor artikel 245 Wetboek van Strafrecht. Sinds 1 april 2013 verjaart het recht op strafvervolging voor dit misdrijf niet. Echter, een op die datum reeds voltooide verjaring moet geëerbiedigd worden. Gelet op de artikelen 70 en 71 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die luidden in de tenlastegelegde periode, vervalt het recht op strafvervolging van feit 4 door verjaring van twaalf jaren vanaf de dag waarop de minderjarige ten aanzien van wie het feit is gepleegd 18 jaar werd. Aangever [slachtoffer 2] is op [geboortedatum] 1999 18 jaar geworden, zodat deze zaak op [datum] 2011 is verjaard. Gelet hierop is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat het openbaar ministerie in de vervolging voor feit 4 niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2.2

Overige voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie voor het overige ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2

Standpunt van de verdediging

Ook de raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 3, onder meer omdat onvoldoende duidelijk is hoe oud aangever [slachtoffer 2] was ten tijde van de tenlastegelegde handelingen. Wat betreft feit 1 heeft de raadsvrouw gewezen op de bekennende verklaring van verdachte. Over feit 2 heeft de raadsvrouw opgemerkt dat verdachte kinderporno in bezit heeft gehad, maar dat het dossier te rommelig is om helder te krijgen wanneer hij welke types kinderporno en in welke hoeveelheid aanwezig had.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak feit 3
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat niet vaststaat dat [slachtoffer 2] ten tijde van de tenlastegelegde handelingen de leeftijd van twaalf jaar nog niet had bereikt.

3.3.2

Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 9 januari 2018 (dossierpagina 157 e.v., in het bijzonder pagina 163 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2018 (dossierpagina 187 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 maart 2018 (dossierpagina 232 e.v.).

3.3.3

Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 25 oktober 2018 met bijlagen (dossierpagina 262 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 maart 2019 met bijlagen (dossierpagina 348 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen eerste beoordeling d.d. 4 maart 2019 (P-V voorgeleiding, dossierpagina 140 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (TBKK) d.d. 25 maart 2019 dossierpagina 370 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2019 (dossierpagina 376 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen eerste onderzoek tablet V01.04.001 d.d. 23 mei 2019 (dossierpagina 410 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal (TBKK) d.d. 1 oktober 2019 met bijlagen (dossierpagina 417 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte aanvullend proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal (90% beoordeeld) (TBKK) d.d. 4 februari 2020 (ongenummerd);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 februari 2020 (ongenummerd).

3.3.4

Bewijsoverwegingen feit 2

Gewoonte

Verdachte heeft verklaard dat hij na de aangifte door [slachtoffer 2] , de vader van [slachtoffer 1] , in januari 2018 alle kinderporno die hij in zijn bezit had heeft vernietigd. Toen de politie vervolgens niet kwam, voelde verdachte zich naar eigen zeggen veilig, schafte NAS-schijven aan en is (opnieuw) kinderporno gaan downloaden. Uit pagina 3 van het aanvullend proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 4 februari 2020 blijkt dat op 25 oktober 2018 in de woning van verdachte 4.716.756 afbeeldingen en 3324 films in beslag zijn genomen met daarop kinderpornografisch materiaal. Ook daarna is verdachte kinderporno blijven downloaden. Voornoemd proces-verbaal vermeldt op pagina 4 dat op 13 maart 2019 bij een tweede doorzoeking 2630 foto’s en 2 video’s met kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, waaronder een serie van 31 foto’s die verdachte op 21 november 2018 heeft opgeslagen.

Gelet op het grote aantal aangetroffen kinderpornografische foto’s en films, de verklaring van verdachte dat hij al vanaf zijn 13e plaatjes van (blote) kinderen verzamelt en series ‘compleet’ wil hebben alsmede de omstandigheid dat verdachte na de eerste zoeking in oktober 2018 bij de tweede zoeking in maart 2019 opnieuw een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in zijn bezit had, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gewoonte. Zij komt dan ook tot een bewezenverklaring van dit deel van het onder feit 2 ten laste gelegde.

Samenstelling

Blijkens het dossier is bij het onderzoek naar het aangetroffen materiaal - door middel van indeling in categorieën - onderscheid gemaakt naar gelang de verschillende afgebeelde gedragingen. Per categorie is steeds een aantal specifieke afbeeldingen aangeduid, welke afbeeldingen tevens feitelijk zijn omschreven. Enkele van deze afbeeldingen zijn, steeds onder de omschrijving van een specifieke categorie, in de tenlastelegging opgenomen.

Uit voornoemd proces-verbaal van 4 februari 2020 blijkt dat op de in beslag genomen gegevensdragers van elke categorie in grote mate kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Gelet hierop acht de rechtbank het tenlastegelegde op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, bewezen.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 te Haarlem ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige

[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, door

- zijn, verdachtes penis door voornoemde [slachtoffer 1] te laten betasten en
- voornoemde [slachtoffer 1] een kus te laten geven op zijn, verdachtes, penis en
- met zijn, verdachtes penis tussen de benen van voornoemde [slachtoffer 1] heen en weer te bewegen, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] met haar billen tegen verdachte aan lag en
- zichzelf af te trekken in aanwezigheid van voornoemde [slachtoffer 1] ;

Feit 2
hij op tijdstippen in de periode van 25 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 te Haarlem gegevensdragers (te weten beslagnummers K.01.01.001 (Western digital 500 GB afkomstig uit Laptop Samsung), K.01.01.007 (Computer HP), K.01.01.008 (Externe harde schijf WD Caviar), K.01.01.013 (LG Network Storage) , K.01.01.015 (Nas WD drive M en N), K.01.01.016 (Vol02, afkomstig vanaf Nas WD drive G en H), K.01.01.017 (Laptop Acer),K.01.01 019 (Externe harde schijf WD Elements drive P), K.01.01. 020 (Harde schijf WD elements PC02 dive I), K.01.01.021 (Computer HP), K.01.01.022 (Harde schijf WD Elements PC02 drive J), K.01.01.024 (USB Lexar 3.0), K.01.01.025 (Computer Medion), K.01.01.026 (Computer Dell), K.01.01.029 ((USB supertalent 4GB), K.01.01.034 ((USB scan Disk 16GB) en/of V.01.05.003 (Externe harde schijf, merk Seagate), V.01.03.008 (usb-stick), V01.01.002 ((laptop) en V.01.04.001 (tablet)), bevattende afbeeldingen (te weten foto’s en/of films/video’s)

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

in bezit heeft gehad en/of zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of heeft verworven

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en
het met een vingerdoor een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

anaal penetreren van het eigen lichaam
(pv p. 422, foto 2, filename: [bestandsnaam] en/of p. 422 foto 13, [bestandsnaam] )

en

het met de tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(pv p. 424, foto 19, filename [bestandsnaam] )

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een omgeving en in een erotisch getinte houding
op een wijze die niet bij zijn leeftijd past

en door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel van deze persoon in beeld gebracht wordt
waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(pv p. 424 foto 25, filename: [bestandsnaam] en/of in aanvullend pv [verbalisant] d.d.4/2/20202 [bestandsnaam]

enof

het masturberen boven en ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(pv p. 424 foto 16, filename: [bestandsnaam] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

Ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, dan wel zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals benoemd in het reclasseringsrapport van 19 februari 2020, en de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft verzocht te bepalen dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de goederen op de beslaglijst (2 tot en met 76).

Wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen, moet de vordering van [slachtoffer 1] worden toegewezen tot een bedrag van € 5.286,25 met wettelijke rente met de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en moet de vordering van [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk worden verklaard.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft er op gewezen dat verdachte open staat voor behandeling. Hij kan leven met de door de deskundigen nodig geachte klinische behandeling en de door de reclassering geformuleerde voorwaarden, behoudens het begeleid wonen. Als de rechtbank de gevorderde tbs-maatregel oplegt, heeft verdachte een lang (klinisch) traject voor de boeg en gaat het volgens de raadsvrouw te ver om hem de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

Wat betreft het beslag heeft de raadsvrouw gevraagd verdachte een kopie te geven van de bestanden die geen kinderporno bevatten.

De raadsvrouw heeft zich wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gerefereerd wat de materiële schade betreft. De gevorderde immateriële schade is volgens de raadsvrouw aan de hoge kant. Gelet op de bij de vordering gevoegde uitspraak zou de rechtbank volgens de raadsvrouw tot een lager bedrag moeten komen.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het herhaaldelijk seksueel misbruiken van [slachtoffer 1] , een meisje dat in de bewuste periode 6 jaar werd en verdachte als een grootvader zag. Tijdens verschillende logeerpartijtjes van [slachtoffer 1] bij verdachte thuis heeft verdachte met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft het vertrouwen dat [slachtoffer 1] in hem had misbruikt ten behoeve van zijn eigen lustgevoelens en behoeftebevrediging. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten daarvan vaak langdurige en ernstige psychische schade ondervinden. Uit de vordering van [slachtoffer 1] en de toelichting daarop blijkt ook hoezeer zij lijdt onder het misbruik en de wijze waarop verdachte haar vertrouwen heeft geschonden en dat zij hiervoor een jaar lang therapie heeft gehad. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een exorbitant grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal, te weten ruim 4,7 miljoen foto’s en meer dan 3000 films en heeft hij aldus een gewoonte gemaakt van het bezit van kinderporno.

De rechtbank overweegt dat het in bezit hebben van kinderporno bijzonder verwerpelijk is, nu bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte bezat foto’s en films waarop jonge kinderen op grove wijze seksueel worden misbruikt. Verdachte bezat onder meer een foto waarop te zien is hoe een meisje in de geschatte leeftijd van ongeveer drie tot vijf jaar vaginaal gepenetreerd wordt door een man, terwijl een andere volwassene haar beentje vasthoudt. Ook zijn er foto’s waarop kinderen met touwen zijn vastgebonden of seksuele handelingen verrichten bij een dier. Het is algemeen bekend dat de nadelige gevolgen die deze kinderen hiervan zowel in psychische als in fysieke zin ondervinden bijzonder ingrijpend zijn. Verdachte moet hiervoor mede verantwoordelijk worden gehouden, nu hij heeft bijgedragen aan het in stand houden van de vraag naar kinderporno en daarmee ook aan het seksuele misbruik en de exploitatie van kinderen.

Over verdachte is zowel door een psychiater als een psycholoog gerapporteerd.

Het psychiatrisch rapport gedateerd 20 juni 2019 van C.A.M. van der Meijs houdt onder meer het volgende in:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis, zijnde een pedofiele stoornis, exclusieve type, waarbij verdachte zich seksueel aangetrokken voelt tot zowel jongens als meisjes. Tevens is er bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die wordt gekenmerkt door dwangmatige persoonlijkheidstrekken. De pedofiele stoornis gaat bij verdachte gepaard met forse cognitieve vervormingen: seksueel contact met een kind wordt door verdachte niet als verkeerd beschouwd zolang er in zijn ogen sprake is van wederkerigheid. De aanwezige cognitieve vervormingen, die gedachten over het hebben van seks met kinderen goedkeuren, verlaagden bij verdachte de drempel om over te gaan tot het plegen van ontuchtige handelingen. Vanwege de doorwerking van de pedofiele stoornis in combinatie met de bij verdachte aanwezige cognitieve vervormingen adviseert de psychiater om verdachte dit ten laste gelegde feit in verminderde mate toe te rekenen.

Bij het downloaden van kinderporno werd verdachte eveneens geleid door zijn pedofiele stoornis in combinatie met de bij hem aanwezige cognitieve vervormingen over het hebben

van seks met kinderen. Vanuit zijn dwangmatige persoonlijkheidstrekken kwam verdachte ook nog tot een enorme verzameldrang. Alles overziende adviseert de psychiater om verdachte ook het tweede ten laste gelegde feit in verminderde mate toe te rekenen.

Het risico op recidive van ontucht wordt als matig-hoog ingeschat vanwege de combinatie van de pedofiele stoornis met de aanwezige cognitieve vervormingen (zogenaamde goedpraters) aangaande pedoseksualiteit. De pedofiele stoornis in combinatie met de cognitieve vervormingen en de dwangmatige persoonlijkheidstrekken maken het recidiverisico op het downloaden van kinderporno hoog.

Behandeling wordt noodzakelijk geacht om het recidiverisico te verminderen. Een behandeling dient vanwege de bij verdachte aanwezige cognitieve vervormingen aan te vangen met een klinisch traject. Een klinisch traject dient tenminste een jaar te duren en te worden gevolgd door poliklinische behandeling. Eenmaal buiten de kliniek wordt langdurig toezicht door de reclassering onontbeerlijk geacht. Zonder een doorlopen behandeling wordt het risico op recidive dan hoog geacht.

Vanwege het risico op recidive van zowel ontucht plegen als het downloaden van kinderporno wordt een tbs maatregel nodig geacht. Met een tbs maatregel met voorwaarden kan worden gestart met een intensieve klinische behandeling. Verdachte is gemotiveerd voor behandeling en zal zich naar verwachting houden aan op te leggen voorwaarden. De voorgestelde klinische behandeling kan plaatsvinden in behandeling voor zeden gespecialiseerde centra, zoals de FPK te Assen of op de afdeling kortdurende klinische behandeling (KKB) van de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. Aansluitend kan de behandeling poliklinisch worden voortgezet. Een toezicht van de reclassering is daarnaast belangrijk voor noodzakelijke externe controle.

Het psychologisch rapport gedateerd 20 juni 2019 van C. Pronk houdt onder meer het volgende in:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, die in diagnostische zin is te omschrijven als een pedofiele stoornis. Deze genoemde ziekelijke stoornis was aanwezig tijdens het plegen van beide ten laste gelegde feiten en heeft de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten dele bepaald ten tijde van beiden ten laste gelegde feiten.

Hoewel verdachte zich er bewust van was dat seksueel contact met [slachtoffer 1] wettelijk verboden is en dat dit haar vertrouwen in hem, alsmede het vertrouwen van haar ouders in hem zou schaden, heeft hij zich hier toch niet van kunnen weerhouden. Verdachte heeft vanuit zijn pedofiele stoornis enkel een seksuele voorkeur voor kinderen. Gezien het feit dat verdachte zich wel degelijk bewust was van de strafbaarheid van zijn handelingen en het vertrouwen

dat hij hiermee zou beschadigen, bij zowel [slachtoffer 1] als haar ouders, was hij enkel gedeeltelijk onvrij in zijn handelen. Er wordt derhalve geadviseerd onderzochte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Verdachte is zich er terdege van bewust dat het downloaden van kinderporno strafbaar is. Verdachte heeft zijn verzameling kinderporno gewist toen hij hoorde dat er aangifte tegen hem was gedaan, uit angst voor vervolging. Ondanks de angst voor een eventuele vervolging heeft verdachte zich echter niet kunnen bedwingen om opnieuw kinderporno te downloaden met als gevolg dat er tijdens de politie-inval grote hoeveelheden kinderporno zijn gevonden. Naar mening van de psycholoog bestaat er vanuit de aard en ernst van de pedofiele stoornis een sterk functioneel verband tussen de stoornis en de tenlastelegging. De psycholoog adviseert derhalve om verdachte het tweede ten laste gelegde eveneens in verminderde mate toe te rekenen.

Het risico op herhaling van ontucht, bij een onveranderde situatie, wordt als matig tot hoog ingeschat en het risico op herhaling van het downloaden van kinderporno, bij een onveranderde situatie, wordt als hoog ingeschat. Daarbij merkt de psycholoog op dat niet goed voorspeld kan worden hoe het risico op ontucht zich ontwikkelt, indien verdachte

niet langer over de mogelijkheid tot seksuele behoefte bevrediging door middel van

kinderporno beschikt.

Geadviseerd wordt verdachte klinisch te behandelen bij een forensische instelling

gespecialiseerd op het gebied van zeden. Starten met allereerst klinische behandeling

wordt geadviseerd zodat verdachte intensief en dagelijks bezig kan zijn met het aanleren van nieuwe coping strategieën, het leren omgaan met abstinentie van kinderporno/ontucht en het verlagen van het recidiverisico door middel van verschillende therapievormen die worden aangeboden binnen een kliniek. Aansluitend wordt geadviseerd een ambulante behandeling op te starten wanneer verdachte terugkeert naar zijn oude woonomgeving. Hierbij kan gedacht worden aan behandeling bij De Waag, alwaar verdachte reeds bekend is. Behandeling dient zich met name te richten op de recidiverisicofactoren, zoals omschreven.

Bovengenoemd advies kan volgens de psycholoog het beste plaatsvinden binnen de

maatregel tbs met voorwaarden.

Met de conclusies van het psychiatrische en het psychologische rapport kan de rechtbank zich verenigen en zij zal zich, net zoals de officier van justitie, aansluiten bij het advies van beide deskundigen om verdachte ten tijde van de feiten als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Voorts heeft Reclassering Nederland over verdachte diverse voorlichtingsrapportages uitgebracht, waaronder het reclasseringsadvies TBS met voorwaarden gedateerd 19 februari 2020 van reclasseringswerker [reclasseringswerker] . In dit rapport staat onder meer het volgende:

Verdachte wordt verdacht van het plegen van ontucht en het downloaden van kinderporno. Hij is een bekennende verdachte. Volgens de deskundigen is er bij verdachte sprake van een pedofiele stoornis waarbij de voorkeur naar zowel jongens als meisjes uitgaat.

Door zowel de reclassering als de deskundigen wordt, indien de tenlasteleggingen worden

bewezen, de kans op recidive inzake ontucht als matig tot hoog ingeschat en de kans op het

downloaden van kinderporno als hoog. Een klinische behandeling wordt noodzakelijk geacht ter voorkoming van recidive. De reclassering heeft in het kader van dit onderzoek een indicatiestelling aangevraagd bij het NIFP/IFZ. Verdachte is, conform het advies van de deskundigen, aangemeld bij FPA [plaats] alwaar hij op de wachtlijst is geplaatst in afwachting van de uitspraak van de rechtbank. FPK [plaats] biedt een forensische klinische behandeling die specifiek gericht is op de aanwezige zedenproblematiek. Naar inschatting van zowel de FPK als de Pro Justitia-rapporteurs zal de klinische behandeling aldaar minimaal een jaar in beslag nemen. Er zal vervolgens in overleg met de reclassering en de FPK gekeken worden naar een passend vervolgtraject ten behoeve van de resocialisatie van verdachte. Hierbij wordt gedacht aan een langdurig poliklinisch dan wel ambulant behandelcontact ten behoeve van het voorkomen van recidive.

De reclassering adviseert TBS met na te noemen voorwaarden. Verdachte heeft bij de reclassering aangegeven zich te conformeren aan de gestelde voorwaarden indien de maatregel opgelegd wordt door de rechtbank. De reclassering concludeert dat zij voldoende invulling aan het traject kan geven.

De reclassering adviseert de volgende voorwaarden:

• Geen strafbaar feit plegen

• Meewerken aan reclasseringstoezicht

• Meewerken aan time-out

• Niet naar het buitenland

• Meldplicht bij reclassering

• Opname in een zorginstelling

• Meewerken aan overbruggingszorg

• Ambulante behandeling

• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

• Contactverbod

• Geen andere huisvesting zonder toestemming

• Vermijden contact met minderjarigen

• Vermijden kinderporno

• Verbod bepaalde werkzaamheden

De reclassering adviseert dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden. De kans op een misdrijf met schade voor personen is volgens de reclassering groot.

De rechtbank is, evenals de psychiater, de psycholoog en de reclassering, van oordeel dat behandeling van verdachte dringend noodzakelijk is met het oog op het terugdringen van het de kans op recidive, die inzake de ontucht als matig tot hoog is ingeschat en bij het downloaden van kinderporno als hoog. Gelet op het feit dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis en er bij hem tevens sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, acht de rechtbank de terbeschikkingstelling van verdachte noodzakelijk om die behandeling te doen slagen. Daarom zal de terbeschikkingstelling van verdachte worden gelast met voorwaarden betreffende zijn gedrag, een en ander als nader in het dictum van dit vonnis aan te duiden. Verdachte heeft ter zitting verklaard zich aan de voorwaarden te zullen houden.

De rechtbank zal niet de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Wetboek van Strafrecht opleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding hiertoe, nu verdachte nooit eerder is veroordeeld of behandeld en ook gezien de duur die de aan verdachte op te leggen maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden kan hebben.

Op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is begaan, zoals hiervoor beschreven, en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, komt de rechtbank tot het oordeel dat naast de geadviseerde tbs met voorwaarden ook een gevangenisstraf moet worden opgelegd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid, zijn persoonlijke omstandigheden en de omstandigheid dat verdachte door zijn bekentenis en houding ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van achttien maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7 De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden

De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkingstelling van verdachte dient te worden gelast en voorwaarden betreffende zijn gedrag dienen te worden gesteld, nu bij verdachte tijdens het begaan van feit 1 en 2 sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, de door verdachte begane feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en de veiligheid van anderen het opleggen van deze maatregel eist.

De rechtbank kan, op vordering van het Openbaar Ministerie, bevelen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd indien de voorwaarden niet worden nageleefd. Het bewezen verklaarde feit 1 is een misdrijf dat gericht is tegen dan wel gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat een termijn van een eventuele maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet is beperkt tot vier jaren.

Omdat de rechtbank het van belang acht dat de behandeling van de verdachte direct aansluitend aan zijn detentie zal aanvangen, zal de rechtbank bepalen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zal zijn.

8 Vermogensmaatregel

Onder verdachte is een grote hoeveelheid voorwerpen in beslag genomen, waaronder een aanzienlijk aantal digitale gegevensdragers, computers, digitale (foto)camera’s, diverse foto’s en ansichtkaarten en verschillende mobiele telefoons. De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte een kopie beschikbaar te stellen van de bestanden waarop geen kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. De rechtbank acht dit een te grote belasting voor het Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme van de politie, gezien de toch al beperkte capaciteit van dit team en gelet op de enorme hoeveelheid te controleren gegevensdragers en bestanden. De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 2 bewezen verklaarde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang.

9 Vordering benadeelde partijen

9.1

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

De wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een (ter zitting naar beneden bijgestelde) vordering tot schadevergoeding van € 5.286,25 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bedrag van € 286,25 voor materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 286,25 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.500,00 billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9.2

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 7.260,45 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder feit 3 en feit 4 ten laste gelegde zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 3 is ten laste gelegd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging voor feit 4, de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet in de vordering kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk is in de vordering.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 57, 240b, 249 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging voor feit 4.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (zegge: achttien) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag:

1. Verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.

2. Verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
• Verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
• Verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien.
• Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
• Verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. • Verdachte werkt mee aan huisbezoeken.
• Verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
• Verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering. Overnachtingen van logés en/of overnachtingen elders, gaan in overleg en met toestemming van de reclassering.
• Verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.

3. Verdachte werkt mee aan een time-out in een FPK, FPA of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.

4. Verdachte gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.

5. Verdachte laat zich opnemen in FPK [plaats] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Indien er niet direct overgegaan kan worden tot plaatsing, verleent verdachte zijn medewerking aan overbruggingszorg. De opname duurt zolang de reclassering en/of behandelaar dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

6. Verdachte laat zich ambulant behandelen door AFPN of De Waag of een soortgelijke (forensische) zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

7. Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

8. Verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat hier in ieder geval een volwassen persoon bij aanwezig is waarvan de gegevens bekend is bij de reclassering. Hij dient een dergelijke situatie direct te melden bij de reclassering.

9. Verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
• het seksueel getint communiceren met minderjarigen
• gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen
• gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles (uitgevoerd door de politie) van computers en andere apparatuur. Verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek.

10. Verdachte stelt zich actief en begeleidbaar op in het vinden van een passende dagbesteding die de goedkeuring van de reclassering heeft. Indien geïndiceerd verleent verdachte zijn medewerking aan een re-integratietraject vanuit de gemeente. Hij zal niet veranderen van werk/dagbesteding zonder overleg en toestemming van de reclassering.

11. Verdachte werkt niet met minderjarigen, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.

Stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Geeft opdracht aan de reclassering bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Onttrekt aan het verkeer:

(2) K 01.01.001 Laptop Samsung

(3) K 01.01.002 SD kaart San Disk

(4) K 01.01.003 Harde schijf WD elements

(5) K 01.01.004 Externe harde schijf Logilink (S/N42972000178)

(6) K 01.01.005 Externe harde schijf Konig

(7) K 01.01.006 SD kaart samsung

(8) K 01.01.007 Computer HP

(9) K 01.01.008 Externe harde schijf WD

(10) K 01.01.009 Externe harde schijf WD

(11) K 01.01.010 Externe harde schijf Seagate

(12) K 01.01.011 Externe harde schijf Maxtor

(13) K 01.01.012 Telefoon Huawei

(14) K 01.01.013 LG Network Storage

(15) K 01.01.015 NAS WD drive M en N

(16) K 01.01.016 NAS WD drive G en H

(17) K 01.01.017 Laptop Acer

(18) K.01.01.018 Fotocamera Nikon

(19) K.01.01.019 Externe harde schijf WD Elements drive P

(20) K.01.01.020 Harde schijf WD Elements PCO2 drive I

(21) K.01.01.021 Computer HP

(22) K 01.01.022 Harde schijf WD Elements PCO2 drive J

(23) K.01.01.023 USB Lexar 3.0

(24) K.01.01.024 USB Lexar 3.0

(25) K.01.01.025 Computer Medion

(26) K.01.01.026 Computer Dell

(27) K.01.01.027 Computer HP

(28) K.01.01.028 USB supertalent 8GB

(29) K.01.01.029 USB supertalent 4G

(30) K.01.01.030 USB supertalent 8GB

(31) K.01.01.031 USB supertalent 8GB

(32) K.01.01.032 USB San Disk 16GB

(33) K.01.01.033 USB supertalent 8GB

(34) K.01.01.034 San Disk 16GB

(35) K.01.01.035 USB Lexar 16G

(36) K.01.01.036 USB TDK 8GB

(37) K.01.01.037 USB Verbatim

(38) K.01.01.038 USB Hema 4GB

(39) K.01.01.039 USB blauw

(40) V.01.01.001 laptop

(41) V.01.01.002 laptop

(42) V.01.02.001 laptop

(43) V.01.03.001 mobiele telefoon

(44) V.01.03.002 high 8 bandjes

(45) V.01.03.003 digitale camera

(46) V.01.03.004 usb-stick

(47) V.01.03.006 usb-stick

(48) V.01.03.007 usb stick

(49) V.01.03.008 usb-stick

(50) V.01.03.009 usb-stick

(51) V.01.03.010 usb-stick

(52) V.01.03.011 usb-stick

(53) V.01.03.012 usb-stick

(54) V.01.03.013 usbstick

(55) V.01.04.001 tablet

(56) V.01.05.001 Externe harde schijf

(57) V.0l .05.003 Externe harde schijf

(58) V.01.05.004 personal computer

(59) V.01.05.005 sd kaart

(60) V.01.05.006 sd kaart

(61) V.01.06.001 fotos 18 stuks

(62) V.01.06.002 ansichtkaarten 7 stuks

(63) V.01.07.001 dvs’s

(64) V.01.08.001 foto’s in wit mapje

(65) V.01.08.002 Tablet

(66) V.01.08.003 Mobiele telefoon

(67) V.01.09.001 foto’s in zwart mapje

(68) V.01.09.002 schrift

(69) V.01.10.001 Shredder

(70) V.01.11.001 sd kaart

(71) V.01.12.001 laptop

(72) V.02.01.001 3 mapjes met foto’s

(73) V.02.01.002 foto’s in kartonnen doosje

(74) V.03.01.001 mobiele telefoon

(75) V.03.01.002 foto’s in fotoboek

(76) V.03.01.003 digitale camera

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 2.786,25, bestaande uit € 286,25 als vergoeding voor de materiële en € 2.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.786,25.

Bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 37 dagen.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. Smits, voorzitter,

mrs. I.A.M. Tel en C.H. de Jonge van Ellemeet, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 maart 2020.

mr. De Jonge van Ellemeet en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.