Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:1579

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-02-2020
Datum publicatie
03-03-2020
Zaaknummer
8207300
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Het verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen. De werknemer heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op de zitting verschenen. Op het verzoek is beslist zonder nadere oproeping, omdat uit telefonisch contact van de rechtbank met de (professionele) gemachtigde van de werknemer is gebleken dat de oproeping voor de zitting is ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0262
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 8207300 \ AO VERZ 19-101

Uitspraakdatum: 27 februari 2020

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de stichting Stichting Magentazorg

wonende/gevestigd te Heerhugowaard

verzoekende partij

verder te noemen: Magentazorg

gemachtigde: mr. M.H. Godthelp

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

verder te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. F.C. Dijkman Dulkes

1 Het procesverloop

1.1.

Magentazorg heeft een verzoek gedaan, ontvangen door de rechtbank op 4 december 2019, om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 20 februari 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Magentazorg is verschenen. [verweerder] is niet verschenen, evenmin als zijn gemachtigde.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren [geboorteplaats] 1960, is sinds 15 juli 2019 in dienst bij Magentazorg op basis van een contract voor bepaalde tijd tot 15 juli 2020. De functie van [verweerder] is ondersteunend medewerker wonen en welzijn met een salaris van € 1.420,86 bruto per maand.

2.2.

Op 21 augustus 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en de teamcoach, waarbij het functioneren van [verweerder] is besproken. Op 30 augustus 2019, 9 september 2019, 10 september 2019, 20 september 2019 en 25 september 2019 zijn vervolggesprekken over het functioneren met [verweerder] gevoerd.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Magentazorg verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege – kort gezegd – disfunctioneren. Magentazorg legt aan het verzoek ten grondslag dat er vanaf de aanvang van het dienstverband sprake was van problemen met het functioneren van [verweerder] , dat dit met [verweerder] is besproken, dat [verweerder] uitvoerig is begeleid en dat een verbetertraject is doorlopen, maar dit niet heeft geleid tot voldoende resultaat. Volgens Magentazorg is [verweerder] zodanig ongeschikt gebleken om zijn functie uit te oefenen, dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst onontkoombaar is geworden. Herplaatsing is in de visie van Magentazorg niet mogelijk, omdat er geen andere passende functie beschikbaar is.

3.2.

[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet op de zitting verschenen.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter overweegt dat [verweerder] geen verweerschrift heeft ingediend, geen bericht van verhindering heeft gestuurd en ook niet op de zitting is verschenen. De rechtbank heeft [verweerder] met een brief van 17 december 2019, gericht aan de gemachtigde van [verweerder] , mr. F.C. Dijkman Dulkes van de FNV, opgeroepen voor de zitting. Dijkman Dulkes heeft in telefonisch contact met de griffier van de rechtbank op 20 februari 2020 meegedeeld dat zij de oproeping voor de zitting heeft ontvangen, dat zij bekend was met datum en tijdstip van de zitting, maar dat de zaak door de FNV is uitbesteed aan een externe partij. Welke partij dat was, waarom die niet op de zitting is verschenen en waarom geen verweerschrift is ingediend, kon Dijkman Dulkes niet aangeven. De kantonrechter moet gelet op deze informatie aannemen dat de gemachtigde van [verweerder] bekend was met de zitting, maar niettemin niet is verschenen. Dat komt voor rekening en risico van [verweerder] . Dat brengt mee dat op het verzoek kan worden beslist zonder nadere oproeping of zitting en ondanks het feit dat [verweerder] en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.

4.2.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

4.3.

[verweerder] heeft niet weersproken de voldoende gemotiveerde en onderbouwde stelling van Magentazorg dat sprake is van disfunctioneren en dat een verbetertraject geen resultaat heeft gehad. Daarvan uitgaande is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een redelijke grond voor ontbinding, te weten disfunctioneren van Hoeksta (artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW).

4.4.

De kantonrechter is verder van oordeel dat herplaatsing van [verweerder] binnen redelijke termijn niet mogelijk is, nu de stelling daarover van Magentazorg ook niet is weersproken.

4.5.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Magentazorg zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 april 2020. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure (artikel 7:671b lid 8 BW).

4.6.

Omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden, hoeft Magentazorg geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

4.7.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2020[datum ontbinding arbeidsovereenkomst];

5.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter