Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:1483

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
28-02-2020
Zaaknummer
8287529 AO VERZ 20-6
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Tussenbeschikking. Werknemer heeft een verzoek ingediend om voor recht te verklaren dat aan een ontslag op staande voet geen dringende reden ten grondslag ligt. De werkgever heeft nog geen verweerschrift ingediend. De kantonrechter geeft op verzoek van de werknemer in een tussenbeschikking en met toepassing van artikel 87 lid 3 Rv toestemming aan partijen om drie getuigen mee te nemen naar de zitting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0232
NJF 2020/133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8287529 \ AO VERZ 20-6

Uitspraakdatum: 4 februari 2020

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. drs. F. Westenberg

tegen

de besloten vennootschap Lidl Nederland GmbH,

gevestigd te Neckarsulm (Duitsland), en kantoorhoudend te Huizen

verwerende partij

verder te noemen: Lidl

gemachtigde: mr. A. Douglas-Scheele

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft op 27 januari 2020 een verzoek ingediend, onder meer om voor recht te verklaren dat aan een ontslag op staande voet op 2 december 2019 geen dringende reden ten grondslag ligt. Lidl heeft nog geen verweerschrift ingediend. Aan partijen is meegedeeld dat een mondelinge behandeling (zitting) zal plaatsvinden op 24 februari 2020 om 14:30 uur.

1.2.

[verzoeker] heeft in een begeleidende brief bij het verzoekschrift van 24 januari 2020 verzocht om in te stemmen met het horen van getuigen op de zitting van 24 februari 2020. In een e-mail van 29 januari 2020 heeft Lidl laten weten dat ook zij er een voorkeur voor heeft dat op de zitting getuigen worden gehoord.

2 De beoordeling

2.1.

Gelet op het hiervoor genoemde verzoek van [verzoeker] in de begeleidende brief van 24 januari 2020, moet de kantonrechter beoordelen of [verzoeker] en Lidl getuigen kunnen meenemen naar de zitting en of deze op de zitting van 24 februari 2020 kunnen worden gehoord.

2.2.

De kantonrechter geeft toestemming aan [verzoeker] en Lidl om getuigen mee te nemen naar de zitting van 24 februari 2020. Daarbij is het volgende van belang.

2.3.

Op grond van artikel 87 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), in werking getreden op 1 oktober 2019, kunnen met voorafgaande toestemming van de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling getuigen worden gehoord. Dat artikel geldt ook voor deze verzoekschriftprocedure, mede gelet op artikel 279 lid 6 Rv.

2.4.

De bedoeling van artikel 87 lid 3 Rv is om de rechter meer ruimte te geven om de zitting af te stemmen op de bijzonderheden van de zaak en de wensen van partijen (Kamerstukken II, 2018-2019, 35 175, nr. 3, pag. 4). Verder is beoogd om afzonderlijke zittingen voor het horen van getuigen te voorkomen, zodat efficiënter kan worden omgegaan met de tijd van partijen, hun advocaten en de rechter (Kamerstukken II, 2014-2015, 34 059, nr. 3, pag. 70).

2.5.

Een voorafgaande bewijsopdracht is niet nodig voor het meenemen of horen van getuigen op de zitting. Wel moet worden voorkomen dat het verloop van de mondelinge behandeling te veel wordt verstoord doordat een groot aantal getuigen wordt meegenomen om te worden gehoord. Verder wil de toestemming van de kantonrechter aan [verzoeker] en Lidl om getuigen mee te nemen naar de zitting van 24 februari 2020 nog niet zeggen dat die getuigen dan ook daadwerkelijk gehoord zullen worden. Het staat de kantonrechter vrij om het daadwerkelijk horen van de getuigen te laten afhangen van (onder meer) het verloop van de mondelinge behandeling (Kamerstukken II, 2014-2015, 34 059, nr. 3, pag. 72).

2.6.

Naar de kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift, ziet het verzoek om het horen van getuigen op drie werknemers van Lidl, van wie bij het verzoekschrift schriftelijke, geanonimiseerde verklaringen zijn overgelegd. Verder begrijpt de kantonrechter dat de namen van die werknemers bekend zijn bij Lidl en dat Lidl die werknemers heeft geïnformeerd over de mogelijkheid dat zij op 24 februari 2020 op de zitting als getuigen zullen worden gehoord.

2.7.

De toestemming aan [verzoeker] en Lidl om getuigen mee te nemen naar de zitting van 24 februari 2020, ziet gelet op het voorgaande uitsluitend op de drie hiervoor genoemde werknemers. Verder neemt de kantonrechter gezien de e-mail van Lidl van 29 januari 2020 aan dat Lidl zal regelen en bevorderen dat deze getuigen op de zitting verschijnen. De getuigen hoeven daarom niet vooraf te worden opgeroepen door één van de partijen.

2.8.

De kantonrechter gaat ervan uit dat de zaak op de zitting eerst zal worden behandeld zonder het horen van de getuigen, waarvoor 90 minuten tijd is gereserveerd, en dat nadien zal worden beslist of de getuigen aansluitend zullen worden gehoord, waarvoor zo nodig aanvullend 60 minuten is gereserveerd.

2.9.

De kantonrechter benadrukt dat de toestemming om getuigen mee te nemen geen oordeel inhoudt over de zaak, ook niet voorlopig, en ook geen bewijsopdracht is.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

geeft aan [verzoeker] en Lidl toestemming om de hiervoor genoemde drie getuigen mee te nemen naar de zitting en bepaalt dat deze getuigen, indien nodig, zullen worden gehoord;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 4 februari 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter