Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11757

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-11-2020
Datum publicatie
07-04-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 1124
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling of verweerder de belastingrente juist heeft berekend omdat het beroep te laat is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 07-04-2021
FutD 2021-1199
NTFR 2021/1322
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/1124

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres,

(gemachtigde: L. Bakker)

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2016 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (hierna: vpb) opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 77.543. Tegelijkertijd is een beschikking belastingrente opgelegd van € 1.632.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2020 te Haarlem.

Eiseres noch zijn gemachtigde zijn, zonder voorafgaand bericht, verschenen. De griffier heeft het kantoor van gemachtigde gebeld en een kantoorgenoot van de gemachtigde heeft verklaard dat de gemachtigde een brief heeft gestuurd naar de rechtbank met de mededeling dat er niemand ter zitting zal verschijnen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. [a] en [b] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft op de volgende data (herziene) aangiften vpb over de jaren 2016 en 2017 zoals hierna weergegeven ingediend. Verweerder heeft naar aanleiding daarvan de volgende (navorderings)aanslagen vpb over de jaren 2016 en 2017 opgelegd.

2016

2017

belastbaar bedrag

beschikking

belastingrente

belastbaar bedrag

beschikking

belastingrente

27-nov-17

aangifte

€ 77.543

30-dec-17

voorlopige aanslag

€ 77.543

6-jan-18

definitieve aanslag

€ 77.543

16-apr-19

aangifte

-€ 45.336

6-jul-19

definitieve aanslag

€ 32.207

15-jul-19

herziene aangifte

€ 54.664

10-aug-19

navorderingsaanslag

€ 54.664

€ 1.044

31-aug-19

navorderingsaanslag

€ 77.543

€ 1.632

2. Daarnaast heeft verweerder tegelijkertijd met de navorderingsaanslagen vpb 2016 en 2017 beschikkingen belastingrente vastgesteld van € 1.632 over de periode 1 juli 2017 tot en met 30 september 2019 (bij de navorderingsaanslag 2016) en € 1.044 over de periode 1 juli 2018 tot en met 10 september 2019 (bij de navorderingsaanslag 2017).

3. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking belastingrente 2016.

4. Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 3 december 2019 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

5. Met dagtekening 14 januari 2020 heeft eiseres een brief gestuurd naar deze rechtbank. Op de enveloppe van de brief is een sticker geplakt afkomstig van PostNL. Op deze sticker staat vermeld dat het een aangetekende brief betreft en de datum 16 januari 2020 met de tijdsaanduiding 16:50.

Geschil

6. In geschil is of verweerder de belastingrente op een juiste wijze heeft berekend.

7. Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil dient de rechtbank ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep te beoordelen.

8. Op grond van artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vangt de termijn voor het instellen van beroep, in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de uitspraak van de inspecteur, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als het beroepschrift buiten de termijn en dus te laat is ingediend, is het beroep in beginsel niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post (PostNL) wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan.

9. De rechtbank stelt vast dat de dagtekening van het bestreden besluit 3 december 2019 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending van dit besluit later dan die datum heeft plaatsgevonden. Hieruit volgt dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift is aangevangen op (woensdag) 4 december 2019 en is geëindigd op (woensdag) 15 januari 2020.

10. Het beroepschrift is gedateerd 14 januari 2020 en de poststempel op de enveloppe is 16 januari 2020. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 17 januari 2020. Eiseres heeft dus na het verstrijken van de in artikel 6:7 van de Awb gestelde termijn het beroep ter post aangeboden. Het beroepschrift is dus te laat ingediend.

11. Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest. Artikel 6:11 van de Awb ziet op gevallen waarin eiseres redelijkerwijs niet in staat was tegen een besluit tijdig een rechtsmiddel aan te wenden. Eiseres heeft hieromtrent geen gronden aangevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

12. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Proceskosten

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van

mr. B. Schaafsma, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 20 november 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.