Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11753

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
13-04-2021
Zaaknummer
8731877 CV EXPL 20-7226
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2021:2508
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Eiser krijgt gelegenheid te bewijzen dat sprake is van ondeugdelijke werkzaamheden aan het dak waardoor hij lekkage heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8731877 CV EXPL 20-7226

Uitspraakdatum: 25 november 2020

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser sub 1]

2. [eiser sub 2]

wonende te [woonplaats]

eisers

verder gezamenlijk en in enkelvoud te noemen: [eiser]

gemachtigde: mw. mr. M.H. van der Zee-Van Balen (Stichting Univé Rechtshulp)

tegen

1 [gedaagde sub 1]

2. [gedaagde sub 2]

wonende te [woonplaats]

gedaagden

verder gezamenlijk en in enkelvoud te noemen: [gedaagde]

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 19 augustus 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[eiser] woont op [adres 1] en [gedaagde] woont op [adres 2] . Partijen zijn buren van elkaar en wonen onder één dak.

2.2.

In de week van 21 april 2019 heeft [gedaagde] met hulp van de buurman van [huisnummer] de dakpannen van zijn woning vervangen. Rond 9/10 mei 2019 zijn de werkzaamheden afgerond.

2.3.

Nadat [eiser] aan [gedaagde] heeft medegedeeld van mening te zijn dat de werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, heeft [gedaagde] dakdekkersbedrijf [dakdekker] (hierna: [dakdekker] ) uit [plaats] op 29 juli 2019 laten langskomen om de aansluiting van de dakpannen te controleren en zo nodig aanpassingen te verrichten.

2.4.

[eiser] heeft op 2 augustus 2019 aan [gedaagde] laten weten akkoord te gaan met het uitvoeren van de door [dakdekker] in een schaderapport aanbevolen herstelwerkzaamheden. De herstelwerkzaamheden zijn op 14 augustus 2019 door [dakdekker] uitgevoerd.

2.5.

Op 28 september 2019 heeft Roof Management: dak en risico-inventarisatie te Beverwijk (hierna: Roof) in opdracht van [eiser] de dakaansluiting aan de voor- en de achterzijde beoordeeld. Op 18 februari 2020 heeft Roof – voor zover hier relevant – daarover het volgende gerapporteerd:

“(…)

CONCLUSIE:

Pannenbedekking

Om een waterdichte constructie met de pannenbedekking te kunnen realiseren moet, gezien de gebreken die wij hebben waargenomen herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd aan met name de aansluitingen van nieuw naar oud.

Er is geprobeerd om een aansluiting te maken met een loodband op de scheiding, bij

inspectie is door ons waargenomen dat deze op een aantal plaatsen loskomt.

De constructie wordt belast door wind, regen en sneeuw, hierdoor is raadzaam om op de scheiding een renovatie koppelelement aan te brengen Monier (leverancier dakpannen bij de buren) heeft hier standaard profielen voor ( zie foto )

De diverse lood aansluitingen die zijn matig terug gebracht en met loodband hersteld, zijn niet waterdicht deze dienen met nieuwe loodslabben in de pannenkap te worden ingewerkt.

Ook dienen er een 2 tal dakpannen net onder de nokvorst te worden vervangen deze zijn gebroken.

(…)

CONSTATERINGEN EN GEBREKEN.

Pannenbedekking [adres 1]

(…)

Tijdens onze inspectie zijn er op diverse plaatsen gebroken pannen waargenomen in de dakvlakken, plaatselijk is zichtbaar dat het glazuur van een aantal pannen verdwijnt. ( foto nr. 2) Dhr. [eiser] geeft aan dat dit tijdens de werkzaamheden aan de pannenkap van de buren is ontstaan.(breuk dakpannen)

(…)

De doorvoeren (ontluchting) van de buren en van fam. [eiser] zijn vervangen echter bij de buren is deze afgedicht met loodband op de dakpan waardoor inwatering kan plaatsvinden ( foto nr. 3).

De dakpannen sluiten in zijn geheel niet aan vermoedelijk is daarom een loodband op de scheiding aangebracht. ( foto nr. 4).

Het voetlood en loket lood in de schoorsteen elke gedeeld word door beide woningen is in een matige staat en erg dun, plaatselijk is deze gerepareerd met een bitumineuze

dakbedekking. ( foto nr. 5).

ADVIES UIT TE VOEREN WERKZAAMHEDEN.

Pannenbedekking

Wij adviseren per direct herstelwerkzaamheden aan de bestaande dakpannen bedekking uit te laten voeren, hierbij adviseren wij u op de scheiding van de beide woningen aan zowel de voor als achterzijde een renovatie scheidingsprofiel aan te laten brengen waar bij de loodband van de dakpannen verwijderd kan worden.

De gebroken dakpannen ca. 2 a 3 stuks ( vlak onder de nokvorsten) dienen vervangen te worden, u dient er rekening mee te houden dat de nokvorsten kunnen breken bij het verwijderen, deze zullen dan ook vervangen moeten worden.

Wij adviseren om het voet en loket lood in de schoorsteen te vervangen door nieuw lood in te slijpen.

(…).”

2.6.

Op 22 april 2020 is [dakdekker] opnieuw langsgekomen en heeft de loodrand aan de onderzijde van de schoorsteen vervangen en de afdichting op de scheiding van de pannen beter vastgezet. Na de uitgevoerde aanpassingen heeft het niet meer gelekt ter plaatse van de dakdoorvoer/luchtpijp waar het lood eerder verkeerd was geplaatst.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot:

1. het verbeuren van een dwangsom van € 100,00, met een maximum van € 10.000,00, voor iedere dag na 1 november 2020 dat de volgende werkzaamheden door [gedaagde] niet worden uitgevoerd:

- het realiseren van een deugdelijke aansluiting tussen het dak van [eiser] en [gedaagde] (voor en achter) middels gebruikmaking van een renovatie-koppelelement;

- het vervangen van de kapotte dakpan op het dak van [eiser] en

- het goed leggen van het lood rondom de dakdoorvoer op het dak van [eiser] ;

2. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 478,20;

3. betaling binnen veertien dagen van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente, en de nakosten.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de werkzaamheden die [gedaagde] aan zijn dak heeft laten uitvoeren, ondeugdelijk zijn uitgevoerd, ook nadat [dakdekker] herstelwerkzaamheden heeft verricht. Als gevolg hiervan heeft [eiser] schade geleden omdat er lekkages zijn ontstaan, meer in het bijzonder heeft [eiser] in geval van (hevige) regenbuien en afhankelijk van hoe de wind staat, last van lekkage bij de balk in de nok, gesitueerd in de bergruimte op zolder. Dit is precies de plek waar de aansluiting van het dak van [eiser] op het dak van [gedaagde] loopt. Op deze plek heeft [eiser] nimmer eerder lekkage gehad, zodat [eiser] het aannemelijk acht dat de oorzaak van de lekkage is toe te rekenen aan het niet goed aansluiten van het nieuwe dak van [gedaagde] op zijn dak. Daarnaast is er door de werkzaamheden een dakpan op het dak van [eiser] kapot gegaan. Ten slotte is het lood rondom de dakdoorvoer op het dak van [eiser] weliswaar aangepast, maar op een andere, ondeugdelijke wijze ten opzichte van de eerdere situatie.

3.3.

[eiser] is dan ook van mening dat [gedaagde] de door Roof op 18 februari 2020 geadviseerde werkzaamheden moet uitvoeren op de wijze zoals die ook door Roof is geadviseerd, waarbij de aansluiting tussen het dak van [eiser] en [gedaagde] (voor en achter) middels gebruikmaking van een renovatie-koppelelement wordt gerealiseerd.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat de door hem ingeschakelde dakdekker [dakdekker] de door Roof geadviseerde herstelwerkzaamheden deugdelijk heeft uitgevoerd. Zo heeft [dakdekker] de rij dakpannen die teveel was weggehaald, teruggeplaatst met goede pannen en heeft [dakdekker] daaronder een speciale rubber gootstrip geplaatst en de overgang met speciaal loodtape beplakt. Verder is er een nieuwe ontluchtingspijp geplaatst, omdat de oude kapot was door ouderdom.

4.2.

[gedaagde] betwist verder dat de lekkage waarover [eiser] spreekt door een slechte aansluiting van de dakpannen komt. De aansluiting van de dakpannen ligt op het dak van [gedaagde] , zodat [gedaagde] een lekkage als eerste zou moeten merken.

4.3.

[gedaagde] stelt zich ten slotte op het standpunt dat de foto’s van de kapotte dakpannen op het dak van [eiser] zien op dakpannen die op plekken lagen waar de personen die het dak van [gedaagde] hebben gelegd, niet bezig zijn geweest.

5 De beoordeling

5.1.

Het uitgangspunt is dat, als [gedaagde] werkzaamheden aan zijn dakpannen verricht, hij dat op een deugdelijke manier moet doen, zodat [eiser] daarvan geen schade ondervindt. [eiser] heeft door het overleggen van de rapportage van Roof van 18 februari 2020 voldoende gesteld en bewezen dat de door [gedaagde] aanvankelijk uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk waren. Tussen partijen staat echter vast dat [dakdekker] naar aanleiding van die rapportage op 22 april 2020 herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd, waarna het (in elk geval) ter plaatse van de dakdoorvoer/luchtpijp waar het lood eerder verkeerd was geplaatst, niet meer heeft gelekt. Daarbij staat tussen partijen ook vast dat [dakdekker] op die datum de aansluiting tussen het dak van [eiser] en [gedaagde] heeft gewijzigd. Weliswaar heeft [gedaagde] niet betwist dat [dakdekker] daarbij geen renovatie-koppelelement heeft gebruikt, zoals door Roof wel was geadviseerd, maar dat enkele feit bewijst nog niet dat de aanpassing door [dakdekker] ondeugdelijk is. Dit mede gelet op het feit dat [gedaagde] stelt dat de aansluiting van de dakpannen op zijn eigen dak ligt, terwijl [eiser] stelt dat de lekkage in de nok van het dak van [eiser] is gelegen op de plek van de aansluiting. Deze stellingen zijn met elkaar onverenigbaar, tenzij [eiser] met zijn stelling bedoeld dat, ondanks dat de aansluiting op het dak van [gedaagde] is gelegen, de lekkage in de nok van het dak van [eiser] wordt veroorzaakt door de aansluiting. Echter, die stelling heeft [eiser] verder niet onderbouwd. Wel heeft [eiser] aangegeven dat de lekkage in de nok pas zou zijn ontstaan na de door [dakdekker] op 22 april 2020 uitgevoerde herstelwerkzaamheden en foto’s van de lekkage overgelegd. [gedaagde] heeft de lekkage echter betwist, althans heeft betwist dat de lekkage wordt veroorzaakt door de aansluiting.

5.2.

Verder heeft [eiser] zelf aangegeven dat het ter plaatse van de dakdoorvoer na de herstelwerkzaamheden door [dakdekker] niet meer heeft gelekt. De enkele stelling van [eiser] dat de herstelwerkzaamheden rond de dakdoorvoer ook nog altijd ondeugdelijk zijn uitgevoerd, is dan ook onbegrijpelijk.

5.3.

Ten slotte heeft [gedaagde] betwist dat de dakpan die [eiser] door [gedaagde] vervangen wil zien, door zijn werkzaamheden kapot is gegaan. [eiser] heeft verder niet aangegeven om welke dakpan het nu precies gaat die vervangen moet worden.

5.4.

Aangezien op [eiser] de bewijslast rust, zal hij overeenkomstig zijn bewijsaanbod in de gelegenheid worden gesteld zijn stelling(en) te bewijzen.

5.5.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

laat [eiser] toe tot bewijs van zijn stelling dat de werkzaamheden zoals die door [gedaagde] zijn uitgevoerd – zowel met betrekking tot de dakaansluiting als de dakdoorvoer – ook na de door [dakdekker] op 22 april 2020 uitgevoerde herstelwerkzaamheden, nog altijd ondeugdelijk zijn, waardoor [eiser] lekkage heeft. Tevens laat de kantonrechter [eiser] toe tot bewijs van zijn stelling dat de te vervangen dakpan op het dak van [eiser] door [gedaagde] , althans door personen die voor [gedaagde] werkzaamheden op het dak hebben uitgevoerd, kapot is gegaan;

6.2.

bepaalt dat bewijslevering door middel van het overleggen van stukken plaatsvindt vóór of uiterlijk op de rolzitting van 23 december 2020 te 10.00 uur;

6.3.

bepaalt dat wanneer [eiser] voor bewijslevering getuigen wil laten horen, uiterlijk op deze rolzitting ook het aantal en de personalia van de getuigen moeten worden opgegeven evenals de verhinderdata van beide partijen, de gemachtigden en - voor zover mogelijk - van de getuigen. Daarna zal een tijdstip voor het verhoor worden bepaald;

6.4.

bepaalt dat uitstel in beginsel niet wordt verleend. Bij het ontbreken van tijdig bericht van [eiser] wordt er van uitgegaan dat hij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid tot bewijslevering.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter