Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11714

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
8508019 \ CV EXPL 20-4081
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Scooter startte niet meteen na reparatie. Consument heeft te snel een beroep gedaan op non-conformiteit, zij had hem eerst zelf moeten testen. Buitengerechtelijke ontbinding kan daarom geen stand houden. Tegenvordering herstelwerkzaamheden afgewezen op grond van artikel 7:21 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8508019 \ CV EXPL 20-4081

Uitspraakdatum: 4 november 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. R.P. Groot

tegen

[gedaagde] , tevens handelend onder de naam [handelsnaam]

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 06 april 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiseres] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

1.3.

Op 12 oktober 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiseres] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft op 28 april 2019 een scooter (een Leopard Forza) gekocht van [gedaagde] voor de koopprijs van € 1.434,00.

2.2.

Na enige tijd heeft [eiseres] problemen met het starten van de scooter en benadert zij [gedaagde] , die vervolgens tot reparatie is overgegaan. [eiseres] heeft
€ 120,00 voorrijkosten aan [gedaagde] moeten betalen.

2.3.

Op 12 oktober 2019 brengt [gedaagde] de scooter terug bij [eiseres] . [eiseres] weigert de scooter in ontvangst te nemen, omdat zij van mening is dat de scooter nog steeds niet goed start. Ook weigert [eiseres] om kosten voor het brengen en de reparatiekosten te voldoen. [gedaagde] neemt vervolgens de scooter weer met zich mee.

2.4.

Op 15 oktober 2019 stelt [eiseres] per brief [gedaagde] in de gelegenheid om tot herstel of vervanging over te gaan. In zijn brief van 10 november 2019 weigert [gedaagde] dit.

2.5.

Op 2 december 2019 laat [eiseres] aan [gedaagde] weten de koopovereenkomst te ontbinden. Zij verzoekt [gedaagde] om mee te werken aan de daaruit ontstane ongedaanmakingsverbintenissen. [gedaagde] laat in zijn reactie van 12 december 2019 weten dat hij heeft geconstateerd dat in de scooter onderdelen zijn vervangen door een derde en dat het gebrek niet bestond ten tijde van aflevering.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot:

Primair

I. betaling aan [eiseres] van het bedrag van € 1.434,00, dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag;

II. betaling aan [eiseres] van € 120,00, dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag;

III. betaling aan [eiseres] van de wettelijke rente over de vorderingen sub I en II vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. betaling aan [eiseres] van € 282,05, dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten;

V. de proceskosten en de nakosten.

Subsidiair

I. afgifte van de scooter aan [eiseres] binnen twee weken na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, met een maximum van € 1.500,00;

II. betaling aan [eiseres] van € 120,00, dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag;

III. betaling aan [eiseres] van de wettelijke rente over de vordering sub II vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. betaling aan [eiseres] van € 18,00, dan wel een in goede justitie vast te stellen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten;

V. de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de aan haar geleverde scooter niet de eigenschappen bezit die zij mocht verwachten. De scooter is non-conform omdat deze iedere keer uitviel wanneer hij stationair draaide. Het gebrek heeft zich binnen zes maanden na aflevering voorgedaan, dus het wettelijke vermoeden geldt dat de geleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. [eiseres] heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen, waarin [gedaagde] niet is geslaagd. Op 12 oktober 2019 startte de scooter nog steeds niet goed. Na een laatste mislukte poging om [gedaagde] tot herstel te bewegen, heeft [eiseres] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vordert zij de koopsom van € 1.434,00 terug. Daarnaast heeft [eiseres] een bedrag van € 120,00 onverschuldigd aan [gedaagde] betaald, omdat op grond van artikel 7:21 lid 2 BW de kosten van herstel niet bij de koper in rekening mogen worden gebracht.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat de scooter conform was op moment van aflevering (1 mei 2019). Op 3 juni 2019 heeft [eiseres] [gedaagde] benaderd voor een onderhoudsbeurt, waarop [gedaagde] aangeeft geen netwerk te hebben en haar geadviseerd heeft goed onderzoek te doen. Toen de scooter stuk was heeft [gedaagde] hem opgehaald en ontdekte hij dat deze bleek te zijn opgevoerd met een ECU-opvoerset, die niet geschikt is voor de scooter in kwestie. [gedaagde] heeft de scooter gerepareerd en deze op 12 oktober 2019 afgeleverd bij [eiseres] . De scooter deed het goed en liep zoals hij zou moeten lopen. [eiseres] weigerde echter de scooter in ontvangst te nemen, omdat het volgens haar te lang duurde voordat de scooter startte. Zij heeft haar moeder erbij gehaald. Beiden hebben de scooter niet aangeraakt of zelf geprobeerd te starten. Ook weigerde [eiseres] de kosten van de reparatie te voldoen.

4.2.

De problemen zijn pas ontstaan nadat de scooter door een derde was opgevoerd. De scooter was conform op het moment van afleveren, dus er bestaat geen ontbindingsgrond. Als sprake is van non-conformiteit, moet [gedaagde] eerst de kans op herstel of vervanging krijgen. Herstel is verricht, maar [eiseres] heeft geweigerd de scooter in ontvangst te nemen.

4.3.

[gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot:

I. betaling aan [gedaagde] van € 320,00 binnen 14 dagen na het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten, althans tot betaling van een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht;

II. de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis.

4.4.

Hij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [eiseres] niet heeft betaald voor de herstelwerkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht. Deze reparatiekosten bedragen € 170,00. Voorts vordert [gedaagde] € 150,00 aan bewaarkosten voor het stallen van de scooter.

5 Het verweer tegen de tegenvordering

5.1.

[eiseres] betwist de tegenvordering en stelt dat de herstelkosten op grond van artikel 7:21 BW niet bij de koper in rekening kunnen worden gebracht. Daarnaast moet deze vordering worden afgewezen omdat deze kosten niet tot herstel van de scooter hebben geleid. De bewaarkosten dienen eveneens te worden afgewezen, omdat [eiseres] de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Nu de scooter weer in eigendom van [gedaagde] was, kan hij geen kosten vorderen op grond van bewaarneming omdat de scooter immers zijn eigen zaak was.

6 De beoordeling

de vordering

6.1.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat de koopovereenkomst die tussen [eiseres] en [gedaagde] ter zake de scooter is gesloten, een consumentenkoop betreft in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (BW), omdat [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf en [eiseres] een natuurlijk persoon is die met de aankoop van de scooter niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

6.2.

Ingevolge artikel 7:17 lid 1 BW dient de afgeleverde zaak aan de overeenkomst te beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen heeft die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. Lid 5 bepaalt dat de koper zich er niet op kan beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn.

6.3.

[eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de scooter niet de eigenschappen bezit die zij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten en heeft de koopovereenkomst om die reden ontbonden. Zij vordert de koopsom terug. [gedaagde] heeft betwist dat de scooter non-conform is.

6.4.

Gelet op hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd is allereerst aan de orde of [eiseres] zich terecht heeft beroepen op artikel 7:17 BW. [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiseres] op 12 oktober 2019 de scooter niet in ontvangst wilde nemen omdat zij betwijfelde of deze goed startte. Ter zitting heeft [eiseres] toegelicht dat zij er bij stond toen [gedaagde] de scooter probeerde te starten en dat ze hem zelf niet heeft aangeraakt. [gedaagde] heeft aangegeven dat de scooter niet meteen startte, maar wel bij de tweede poging. Dat hij niet meteen startte was niet zo vreemd omdat de scooter net daarvoor helemaal van [vestigingsplaats] naar [woonplaats] was getransporteerd. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] de scooter eerst zelf had moeten testen voordat zij weigerde hem in ontvangst te nemen. [eiseres] had ten minste zelf een keer moeten proberen om de scooter te starten. Nu zij de scooter niet eens heeft aangeraakt maar direct weigerde de scooter in ontvangst te nemen, terwijl [gedaagde] hem na twee keer starten wel degelijk aan de praat kreeg, heeft zij te snel een beroep gedaan op non-conformiteit van de scooter. Een koper kan de overeenkomst enkel buitengerechtelijk ontbinden als de non-conformiteit van de zaak is komen vast te staan, hetgeen bij de scooter niet het geval was. De buitengerechtelijke ontbinding op grond van artikel 7:22 lid 1 sub a is dan ook niet geslaagd en kan geen stand houden.

6.5.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal afwijzen.

de tegenvordering

6.6.

[gedaagde] vordert een bedrag € 170,00 voor herstelwerkzaamheden. [eiseres] heeft gesteld dat de scooter in eerste instantie wel degelijk non-conform was. Op 11 september 2019 heeft [eiseres] aan [gedaagde] aangegeven dat de scooter niet goed functioneerde, waarna [gedaagde] de scooter heeft opgehaald ter reparatie. De motor startte niet goed en [gedaagde] heeft het gebrek verholpen (productie 3 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft deze stelling niet betwist. Nu kosten voor herstel ingevolge artikel 7:21 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek niet bij de koper in rekening mogen worden gebracht, wijst de kantonrechter de vordering van [gedaagde] af.

6.7.

[gedaagde] vordert nog een bedrag van € 150,00 aan bewaarkosten. De kantonrechter wijst deze vordering als onvoldoende onderbouwd af.

6.8.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen zowel in conventie als in reconventie ieder de eigen proceskosten dragen.

7 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

7.1.

wijst de vordering af;

7.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

7.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

de tegenvordering

7.4.

wijst de vordering af;

7.5.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

7.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter