Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11630

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-11-2020
Datum publicatie
24-02-2021
Zaaknummer
8737729 AO VERZ 20-145
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet in verband met betwisting ziekte en niet nakomen van de re-integratievoorschriften. Het oordeel of een werknemer arbeidsongeschikt is, is aan een bedrijfsarts voorbehouden. Ontslag op staande voet is een ultimum remedium.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0228
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8737729 AO VERZ 20-145

Uitspraakdatum: 24 november 2020

Beschikking in de zaak van:

[werkneemster] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekster

verder te noemen: [werkneemster]

gemachtigde: mr. M. Raaijmakers

tegen

Multi Movement B.V.,

gevestigd te Haarlem

verweerster

verder te noemen: Multi Movement

procederend bij de directeur (dhr. I.A.M. Jordan)

1 Het procesverloop

1.1.

[werkneemster] heeft een verzoek gedaan teneinde de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Multi Movement te vernietigen en haar tevens te veroordelen tot doorbetaling van loon. Multi Movement heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 27 oktober 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

2 De feiten

2.1.

Multi Movement exploiteert verschillende sportscholen in Haarlem. In verband met de Covid-19 pandemie zijn de sportscholen tussen 15 maart 2020 en 1 juli 2020 gesloten geweest.

2.2.

[werkneemster] , geboren op [in 1968] , is sinds 1 januari 2011 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij Multi Movement in dienst getreden.
De functie van [werkneemster] is barmedewerker/administratieve kracht tegen een bruto maandsalaris van € 1083,13 op basis van een 25-urige werkweek.

2.3.

Op 7 juli 2020 is [werkneemster] op het werk verschenen. Deze dag is zij aan het begin van haar dienst naar huis gegaan omdat zij hevig geëmotioneerd was.

2.4.

Op 10 juli 2020 is [werkneemster] door haar moeder bij [bedrijfsleider] , de bedrijfsleider van Multi Movement, ziekgemeld.

2.5.

Op 16 juli 2020 is tussen de moeder van [werkneemster] en [bedrijfsleider] telefonisch contact geweest.
In dit gesprek heeft de moeder van [werkneemster] te kennen gegeven dat [werkneemster] symptomen van een burn-out en een depressie vertoont en dat zij om die reden bij haar ouders verblijft.

2.6.

Bij brief van 31 juli 2020 is [werkneemster] door Multi Movement op staande voet ontslagen, waarin het volgende staat:
‘Helaas moeten wij u mededelen dat wij vandaag 30 juli 2020 uw dienstverband beëindigen, omdat wij uw ziekte betwisten en dat u onvoldoende pogingen heeft ondernomen om ons te informeren en actief met het herstel bezig te zijn om weer te kunnen komen werken

Reden van ontslag:
(…)

Op 2 juli, 6 juli heeft u nog gewerkt en op 7 juli bent u tijdens uw werk ziek naar huis gegaan.

Onze Bedrijfsleider [bedrijfsleider] heeft daarna telefonisch contact met U gezocht en alleen met uw moeder kunnen spreken op 10, 16 en 24 juli. Volgens u moeder zou u een burn-out hebben. Onze bedrijfsleider [bedrijfsleider] heeft u niet eenmaal ondanks aandringen bij uw moeder aan de lijn gekregen en hij werd ook niet door U t/m 30 juli geïnformeerd over de voortgang van uw ziekte of op de hoogte gebracht van een goed behandelplan, waarbij u te kennen geeft pogingen te ondernemen om weer snel aan het werk te kunnen gaan.

De burn-out kunt u nooit vanwege werkzaamheden bij ons hebben opgelopen, omdat u van 15 maart t/m 1 juli slechts sporadisch heeft gewerkt. Uw dienstverband was bij ons slechts 25 uur per week en daarvan heeft U in de gehele periode tussen 15 maart 1 juni slechts de helft per week gewerkt en bent u in juni vrij geweest. U heeft gedurende deze periode wel buiten ons bedrijf om bij andere niet geregistreerde personen/werkgevers werkzaamheden verricht. (…)’

2.7.

Bij brief van 2 augustus 2020 heeft [werkneemster] tegen het gegeven ontslag geprotesteerd en heeft zij om loondoorbetaling verzocht.

2.8.

Multi Movement heeft bij brief van 5 augustus 2020 gereageerd op het bovenstaande en schrijft ondermeer het volgende:

‘U stelt in uw brief dat u een burn-out en een depressie heeft. Voor uw ziekmelding van 7 juli 2020 heeft U de bedrijfsleider [bedrijfsleider] of mij persoonlijk nooit op de hoogte gesteld dat u aan depressies zou lijden, overspannen van het werk/privé zou zijn dan wel er problemen op de werkvloer zouden zijn. Bij een burn-out spreekt men over een overspannenheid van langer dan 6 maanden. Als werknemer had u de verplichting ons te informeren over uw situatie. U heeft dit nooit op enige wijze aan onze bedrijfsleider of mij kenbaar gemaakt en wilde ook na uw ziekmelding tot aan de beëindiging arbeidsovereenkomst niet met onze bedrijfsleider [bedrijfsleider] spreken. Wij handhaven onze beslissing en behoeven geen loon door te betalen.’

3 Het verzoek

3.1.

[werkneemster] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en [verkorte partijnaam verweerder] te veroordelen tot loondoorbetaling totdat de arbeidsovereenkomst op een rechtsgeldige wijze is beëindigd. Aan dit verzoek legt [werkneemster] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet en dit ontslag niet onverwijld is gegeven, zodat Multi Movement de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek heeft opgezegd. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, omdat: (i) de bedrijfsleider van Multi Movement sinds de ziekmelding van 7 juli 2020 regelmatig van de ziekte van [werkneemster] op de hoogte is gehouden door de familie van [werkneemster] omdat zij in een zodanig psychische toestand verkeerde dat zij zelf hiertoe niet in staat was, (ii) Multi Movement geen gegronde reden heeft om de ziekte van [werkneemster] te betwisten en (iii) [werkneemster] betwist dat zij, ten tijde dat de sportscholen dicht waren in verband met Covid-19, bij andere werkgevers werkzaamheden heeft verricht en mede daardoor een burn-out heeft gekregen. Voor zover wel een dringende reden aanwezig is, meent [werkneemster] dat het ontslag niet onverwijld aan haar is gegeven. [werkneemster] heeft zich immers op 7 juli 2020 ziekgemeld, waarna zij mede op basis hiervan op 31 juli 2020 per e-mail op staande voet is ontslagen.

4 Het verweer

4.1.

Multi Movement verweert zich tegen het verzoek. Zij voert samengevat – aan dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, als gevolg waarvan de arbeidsovereenkomst van [werkneemster] rechtsgeldig is geëindigd. Het ontslag op staande voet is gebaseerd op het feit dat [werkneemster] vanaf 7 juli 2020 geen contact met haar werkgever heeft opgenomen en daarnaast ook onbereikbaar was. Een werkneemster dient de werkgever te informeren over en op de hoogte te houden van de arbeidsongeschiktheid. Daarbij is de feitelijke verblijfplaats van [werkneemster] pas op 9 augustus 2020 aan Multi Movement medegedeeld, waarmee zij zich niet aan haar re-integratieverplichtingen heeft gehouden. Bovendien betwist Multi Movement de ziekte van [werkneemster] : dit is een en al een toneelstuk aan de zijde van [werkneemster] .

5 De beoordeling

5.1.

[werkneemster] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.2.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en Multi Movement moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.

5.3.

Ter beantwoording daarvan ligt als eerste de vraag voor of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW moet een ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag.

5.4.

Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.

5.5.

Voor de beoordeling van de vraag of het door Multi Movement aan [werkneemster] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [werkneemster] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 31 juli 2020 (zie rechtsoverweging 2.6) in beginsel maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Volgens Multi Movement is een dringende reden voor ontslag aanwezig, omdat: (i) [werkneemster] niet ziek is, (ii) [werkneemster] onvoldoende pogingen heeft ondernomen om Multi Movement te informeren en (iii) [werkneemster] onvoldoende actief met haar herstel bezig is geweest.

5.6.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor zover al zou komen vast te staan dat [werkneemster] zich aan één van de drie bovenstaande gedragingen schuldig heeft gemaakt, kunnen geen van deze omstandigheden in de betreffende zaak tot een ontslag op staande voet leiden. Ten aanzien van het verwijt van Multi Movement dat van [werkneemster] niet ziek zou zijn, oordeelt de kantonrechter dat het oordeel of een werknemer arbeidsongeschikt is, aan een bedrijfsarts is voorbehouden en niet aan Multi Movement. Multi Movement heeft geen bedrijfsarts of arbodienst ingeschakeld om de ziekte van [werkneemster] te beoordelen. Ook het tweede verwijt en het derde verwijt kunnen in de voorliggende zaak niet tot ontslag op staande voet leiden, nu niet is gesteld of gebleken dat [werkneemster] de re-integratievoorschriften stelselmatig heeft overtreden. Niet kan worden ingezien waarom Multi Movement niet heeft volstaan met een loonopschorting (i) en/of een loonstop (ii en iii).

5.7.

Het geven van een ontslag op staande voet is een ultimum remedium en Multi Movement had bij het nemen van de zwaarste sanctie in het arbeidsrecht alle belangen in ogenschouw dienen te nemen, ook die van [werkneemster] . Het ontslag op staande voet heeft immers voor [werkneemster] verstrekkende gevolgen. Niet alleen ontvangt zij sinds 31 juli 2020 geen salaris meer, in geval van een ontslag op staande voet komt zij evenmin in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat geen sprake was van een dringende reden en dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zodat het verzoek van [werkneemster] om vernietiging van die opzegging worden toegewezen.

5.9.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [werkneemster] recht op loon. De vordering van [werkneemster] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van Multi Movement, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt Multi Movement tot betaling aan [werkneemster] van € 1083,13 aan loon vanaf 1 augustus 2020 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt;

6.3.

veroordeelt Multi Movement tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de zijde van [werkneemster] tot en met vandaag vaststelt, te weten:

griffierecht € 83,00;

salaris gemachtigde € 720,00;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 24 november 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter