Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11599

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
01-02-2021
Zaaknummer
C/15/301866 / FA RK 20/2833
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253t BW. Nu de vader van de minderjarige onbekend is en daarmee geen sprake is van een andere ouder met familierechtelijke betrekking, dient de rechtbank enkel nog te beoordelen of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de tante en de minderjarige en of de belangen van het kind ernstig verwaarloosd zouden worden bij inwilliging van het verzoek. De rechtbank komt tot de conclusie dat het verzoek moet worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

gezag

zaak-/rekestnr.: C/15/301866 / FA RK 20/2833

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 16 december 2020

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder

advocaat mr. J.J. Boekhout, kantoorhoudende te Zeist.

en

[de tante]

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de tante

advocaat mr. J.J. Boekhout, kantoorhoudende te Zeist.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekers, ingekomen op 16 april 2020;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder en de tante, ingekomen op 12 november 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de besloten zitting van 16 november 2020 in aanwezigheid van de tante, bijgestaan door mr. J.J. Boekhout. De moeder is telefonisch gehoord op de zitting.

1.3.

Als vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming was als informant ter zitting aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] .

2 De feiten

2.1.

De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

De minderjarige woont bij de moeder. De vader van de minderjarige is onbekend.

2.3.

De moeder heeft thans nog twee minderjarige kinderen:

- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .

2.4.

Bij beschikking van 2 februari 2011 van de rechtbank Alkmaar zijn de moeder en de tante op hun verzoek belast met het gezamenlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 2] .

3 Het verzoek

3.1.

De moeder en de tante hebben verzocht te bepalen dat de tante (mede) zal worden belast met het gezag over de minderjarige. De moeder is van mening dat het in het belang van de minderjarige is dat de tante mede met het gezag wordt belast voor het geval haar iets zal overkomen, waardoor zij tijdelijk dan wel blijvend niet in staat is om het gezag over haar dochter uit te oefenen. De tante is al sinds de geboorte intensief betrokken bij de minderjarige, net zoals zij dat ook is bij de opvoeding en verzorging van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

4 Standpunt van de Raad

4.1.

De Raad geeft ter zitting aan dat hij zich kan vinden in het verzoek. Ter zitting is naar voren gekomen dat verzoekers de opvoeding en verzorging van de minderjarige samen goed regelen en organiseren en dat een en ander ook goed verloopt bij [minderjarige 2] .

5 De beoordeling

5.1.

Ingevolge artikel 1:253t lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Uit de stukken en hetgeen is besproken op zitting is de rechtbank het volgende gebleken.

5.2.

Gezamenlijk verzoek: de achtergrond

De moeder heeft van rechtswege (alleen) het gezag over de minderjarige. De moeder kampt al langere tijd met psychische problemen en is ten aanzien van de opvoeding en verzorging van haar drie kinderen afhankelijk van de ondersteuning van haar familie en in meer of mindere mate van de hulpverlening. In het verleden is ten aanzien van haar middelste zoon [minderjarige 2] sprake geweest van een ondertoezichtstelling en een tijdelijke uithuisplaatsing en tot voor kort is ambulante hulpverlening betrokken geweest bij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Oudste zoon [minderjarige 3] woont bij grootmoeder (mz) en heeft in de weekenden omgang met de moeder en de tante.

5.3.

De moeder verzoekt nu samen met de tante om te worden belast met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] , zoals ook door de rechter op 2 februari 2011 is beslist ten aanzien van [minderjarige 2] . Nu de vader van de minderjarige onbekend is en daarmee geen sprake is van een andere ouder met familierechtelijke betrekking (als bedoeld in artikel 1:253t lid 2 BW), dient de rechtbank enkel nog te beoordelen of sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de tante en de minderjarige en of de belangen van het kind ernstig verwaarloosd zouden worden bij inwilliging van het verzoek (artikel 1:253 lid 3 BW).

5.4.

Nauwe persoonlijke betrekking

Uit de stukken en hetgeen is besproken op zitting komt naar voren dat de tante al geruime tijd een duidelijke en belangrijke rol speelt in het gezin van de moeder en in het leven van de minderjarige. Naast de persoonlijke ondersteuning van de moeder, neemt zij veel taken op zich rondom de opvoeding en verzorging van alle kinderen en daarmee ook voor de minderjarige. De tante woont in hetzelfde appartementencomplex als de moeder en is dagelijks in het gezin aanwezig en betrokken bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. Tussen de moeder en de tante is bovendien al sprake van een bepaalde verdeling van taken en zij nemen gezamenlijk beslissingen ten aanzien van bijvoorbeeld school en hulpverlening.

5.5.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de tante in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot de minderjarige. Voorts bestaat er geen gegronde vrees dat de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd bij verkrijging van het gezamenlijk gezag. Juist door de tante mede met het gezag te belasten, is de continuïteit in de opvoeding en verzorging van de minderjarige gewaarborgd en is het in het belang van de minderjarige, maar ook van de moeder, om het verzoek toe te wijzen.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

bepaalt dat de moeder en de tante [de tante] gezamenlijk met de uitoefening van het gezag worden belast over de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. van Poecke, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Commandeur als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.