Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11592

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-12-2020
Datum publicatie
01-02-2021
Zaaknummer
8752285 EJ VERZ 20-47
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Handlichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr/repnr.: 8752285 EJ VERZ 20-47

Uitspraakdatum: 23 december 2020

Beschikking op een verzoek tot handlichting

van:

S. Makar

wonende te Heemskerk

verzoeker

hierna te noemen: Makar

1 De procedure

1.1.

Makar heeft een verzoekschrift ingediend, ingekomen ter griffie van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, op 9 september 2020. Dit verzoekschrift is doorgestuurd naar de, in deze zaak bevoegde, locatie Haarlem van de Rechtbank Noord-Holland. Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een handlichting als bedoeld in artikel 1:235 BW.

1.2.

Nadat Makar daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft hij zijn verzoekschrift bij brief van 18 november 2020 aangevuld en heeft hij een kopie van zijn geboorteakte en kopieën van de identiteitsbewijzen van hemzelf en zijn ouders overgelegd.

1.3.

De ouders van Makar hebben zowel het verzoekschrift als de aanvulling daarop mede ondertekend.

1.4.

Beschikking is bepaald op heden.

2 Het verzoek

2.1.

Makar, geboren op 3 september 2004, wenst de bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat Makar een zelfstandige sieradenwebshop wil opstarten. Makar wenst over de volgende bevoegdheden te beschikken: (i) het openen van een zakelijke rekening en (ii) de mogelijkheid om ten behoeve van zijn bedrijf aankopen te doen tot een bedrag van € 5.000,00 per maand zonder toestemming van zijn ouders.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 1:235 BW wordt aan een minderjarige handlichting toegekend, indien de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en de ouders met het verzoek instemmen.

3.2.

De kantonrechter stelt vast dat Makar de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat zijn ouders instemmen met het verzoek. Daarmee is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 1:235 BW, zodat het verzoek van Makar kan worden ingewilligd.
De kantonrechter wijst voor de goede orde nog wel op het bepaalde in het derde lid van artikel 1:235 BW, waarin is bepaald dat de minderjarige door de handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen.

3.3.

Met betrekking tot de publicatieplicht wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 BW is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Omdat tegenwoordig echter de toegang tot internet voor iedereen beschikbaar is, geeft de publicatie van de handlichting op het internet hetzelfde, zo niet een ruimer effect dan voornoemde in de wet voorgeschreven wijzen van publicatie in twee aan te wijzen dagbladen. Nu de Staatscourant op internet beschikbaar is en publicatie kosteloos is, kan daarom daarmee naar het oordeel van de kantonrechter worden volstaan, naast de publicatie van de niet geanonimiseerde beschikking op www.rechtspraak.nl.

3.4.

Makar zal er overigens rekening mee moeten houden dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

verleent aan S. Makar, geboren op 3 september 2004, handlichting tot het openen van een zakelijke rekening, onder de voorwaarde dat Makar maximaal een bedrag van € 5.000,00 per maand mag besteden of verhandelen zonder toestemming van zijn ouders, zolang het saldo op voornoemde rekening dit toelaat;

4.2.

bepaalt dat deze beschikking door de griffier zal worden gepubliceerd in de (digitale) Staatscourant en op www.rechtspraak.nl.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter