Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:11452

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
11-01-2021
Zaaknummer
8493494 \ EJ VERZ 20-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking. Verzoekschrift afschrift van bescheiden (843a Rv) en voorlopig deskundigenbericht (202 Rv). Bevoegdheid kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./repnr.: 8493494 \ EJ VERZ 20-22

Uitspraakdatum: 29 september 2020

Tussenbeschikking in de zaak van:

1 [verzoeker sub 1]
2. [verzoeker sub 2]

vennoten van verzoekster sub 3
beiden wonende te [woonplaats]
3. de vennootschap onder firma [verzoeker sub 3]
gevestigd te [woonplaats]

verzoekers

verder gezamenlijk te noemen: [verzoeker sub 1] c.s.

gemachtigde: mr. N.M. Slump

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJsvogel Retail B.V.

gevestigd te Ede

verweerder

verder te noemen: IJsvogel

gemachtigde: mr. R.A.M. Schram

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker sub 1] c.s. heeft een verzoekschrift ingediend strekkende tot vordering van afschrift van bescheiden ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) en tevens tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv. Het verzoekschrift is ter griffie ingekomen op 6 mei 2020. Bij brief van 20 augustus 2020 heeft [verzoeker sub 1] c.s. haar verzoekschrift aangevuld en producties overgelegd. IJsvogel heeft een verweerschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 25 augustus 2020. IJsvogel heeft daarin een bevoegdheidsverweer gevoerd.

1.2.

Op 1 september 2020 heeft een zitting plaatsgevonden waarin uitsluitend de bevoegdheidsvraag is besproken. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [verzoeker sub 1] heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker sub 1] c.s. bij brieven van 25 augustus 2020 (producties 14 t/m 16) en 31 augustus 2020 (producties 17 t/m 21) nog stukken toegezonden. De kantonrechter heeft laatstgenoemde producties, die ook op zitting zijn overgelegd, geweigerd.

1.3.

De kantonrechter heeft bepaald dat op 29 september 2020 zal worden beslist op de vraag of de kantonrechter bevoegd is van de verzoeken kennis te nemen.

2. Feiten

2.1.

Tussen [verzoeker sub 1] c.s. als franchisenemer en IJsvogel als franchisegever is op 15 mei 2012 een franchiseovereenkomst tot stand gekomen. Op diezelfde dag hebben [verzoeker sub 1] c.s. als huurder en IJsvogel als verhuurder een huurovereenkomst gesloten ten aanzien van de huur van de winkelruimte aan [adres] . Op basis van deze overeenkomsten drijft [verzoeker sub 1] c.s. als franchisenemer van IJsvogel een dierenwinkel onder de naam Pets Place.

2.2.

In de franchiseovereenkomst is in artikel 32.10 een forumkeuzebeding opgenomen dat luidt: “(…) Geschillen welke niet in der minne kunnen worden opgelost dienen bij uitsluiting berecht te worden door de bevoegde rechter binnen het Arrondissement Arnhem, dan wel door de rechter die op grond van een dwingendrechtelijke bepaling bevoegd is. (…)

3 De bevoegdheid van de kantonrechter

3.1.

Voordat de kantonrechter toekomt aan een eventuele inhoudelijke beoordeling van de verzoeken van [verzoeker sub 1] c.s. dient zij eerst vast te stellen of zij bevoegd is van de verzoeken kennis te nemen. In dat kader is van belang dat artikel 203 Rv bepaalt dat een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de (mogelijk) daarna te voeren zaak kennis te nemen. Verder bepaalt dit artikel dat indien de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, het verzoek wordt gedaan aan de kantonrechter. Ten slotte is van belang dat de rechter slechts summierlijk beoordeelt of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist.

3.2.

Volgens [verzoeker sub 1] c.s. is de kantonrechter bevoegd om over de verzoeken te oordelen. IJsvogel heeft ondeugdelijke prognoses aan hem overhandigd waardoor [verzoeker sub 1] c.s. op basis van een onjuiste voorstelling van zaken de beide samenhangende overeenkomsten heeft gesloten. In een eventueel nog te voeren geding tegen IJsvogel zal naast een beroep op onrechtmatige daad en toerekenbare tekortkoming daarom mede een beroep kunnen worden gedaan op dwaling en vernietiging van de huur- en franchiseovereenkomst(en). Een van de mogelijke vorderingen is dan ook een vordering tot vernietiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst wegens dwaling. Op grond van artikel 93 sub c Rv dient [verzoeker sub 1] c.s. dan een vordering in te stellen bij de kantonrechter (in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem). Het is daarom ook de kantonrechter aan wie de onderhavige verzoeken dienen te worden gericht, aldus [verzoeker sub 1] c.s.

3.3.

IJsvogel betwist dat de vorderingen die [verzoeker sub 1] c.s. in een eventueel te voeren geding zou willen instellen betrekking hebben op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Volgens IJsvogel zijn de eventueel in te stellen vorderingen van [verzoeker sub 1] c.s. gebaseerd op gestelde wanprestatie en/of onrechtmatige daad van IJsvogel uit hoofde van de tussen partijen gesloten franchiseovereenkomst. Voor zover sprake mocht zijn van een gemengde overeenkomst, weegt de franchiseovereenkomst duidelijk het zwaarst, aldus IJsvogel . Verder voert IJsvogel aan dat in de franchiseovereenkomst is bepaald dat alle geschillen tussen partijen, bij uitsluiting van andere rechtbanken, worden beslecht door de bevoegde rechter binnen het arrondissement Arnhem. IJsvogel verzoekt de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren.

3.4.

De kantonrechter is van oordeel dat uit het verzoekschrift in combinatie met het aanvullend verzoekschrift van [verzoeker sub 1] c.s. en de daarop ter zitting gegeven toelichting voldoende blijkt dat [verzoeker sub 1] c.s. in een mogelijk te voeren procedure tegen IJsvogel (mede) een beroep zal doen op de vernietigbaarheid van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Op grond van het bepaalde in artikel 93 sub c Rv dient een dergelijke zaak te worden behandeld en beslist door de kantonrechter ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. Als daarnaast sprake is van andere vorderingen bepaalt artikel 94 lid 2 Rv dat dan alle vorderingen door de kantonrechter worden behandeld en beslist, voor zover de samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Gezien de samenhang tussen de huurovereenkomst en de franchiseovereenkomst en het feit dat de gestelde vorderingen zullen worden gebaseerd op hetzelfde feitencomplex, is sprake van zodanige samenhang dat ook een eventuele vordering van [verzoeker sub 1] c.s. op IJsvogel uit hoofde van dwaling dan wel wanprestatie of onrechtmatige daad ten aanzien van de franchiseovereenkomst dan door de kantonrechter zal worden behandeld en beslist. Nu de kantonrechter aldus bevoegd zal zijn om kennis te nemen van een eventueel door [verzoeker sub 1] c.s. tegen IJsvogel aanhangig te maken geding ten aanzien van zowel de huurovereenkomst als de franchiseovereenkomst, is de kantonrechter ook bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van [verzoeker sub 1] c.s. tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. [verzoeker sub 1] c.s. heeft haar verzoek dan ook terecht ingediend bij de kantonrechter (van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem). Het forumkeuzebeding in de franchiseovereenkomst maakt dit niet anders. Dit beding heeft immers op grond van artikel 108 lid 2 Rv jo 103 Rv geen gevolg aangezien uitsluitend de rechter binnen wiens rechtsgebied de bedrijfsruimte zich bevindt bevoegd is en niet ter discussie staat dat het gehuurde bedrijfsruimte is die zich in [woonplaats] bevindt.

3.5.

De kantonrechter is op grond van het voorgaande bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht en daarmee ook tot het daarmee nauw samenhangende verzoek ex artikel 843a Rv.

3.6.

De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bepalen voor de verdere behandeling van de verzoeken. Partijen ontvangen nader bericht over de datum en het tijdstip.

3.7.

Elke andere beslissing, waaronder ook over de proceskosten, zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

verklaart zich bevoegd van de verzoeken van [verzoeker sub 1] c.s. kennis te nemen;

4.2.

bepaalt een nadere mondelinge behandeling;

4.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.


Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.