Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:1122

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-02-2020
Datum publicatie
18-03-2020
Zaaknummer
AWB - 17 _ 3104
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Reorganisatie politie, Notitie, aanvulling, lot-traject deels in referteperiode, tijdelijke werkzaamheden voldoen in overwegende mate aan de niveaubepalende elementen van de functie van Senior GGP, zelf voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/3104

uitspraak van de meervoudige kamer van 18 februari 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.A. Kouwenoord),

en

De korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. J. Mathura en [naam] ).

Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres per 1 juli 2016 aangewezen als herplaatsingskandidaat en per diezelfde datum herplaatst in de functie van

Generalist GGP, Vreemdelingen, (schaal 7).

Bij besluit van 9 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

De rechtbank heeft het onderzoek op 5 februari 2019 heropend en verweerder vragen gesteld. Bij brief van 1 april 2019 heeft verweerder een reactie gegeven op de gestelde vragen en (nadere) stukken ingediend. Bij brief van 13 juni 2019 heeft eiseres op verweerders reactie gereageerd. Vervolgens hebben partijen nogmaals op elkaars reacties gereageerd. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarna de rechtbank het onderzoek per heden heeft gesloten.

Overwegingen

.

1.1.

Bij besluit van 1 december 2015 heeft de korpschef de oorspronkelijke functie van eiseres voor de reorganisatie Politiewet 2012 vastgesteld op Generalist Tactische Opsporing, Vreemdelingen, gewaardeerd op schaal 7.

1.2.

Verweerder heeft bij brief van 1 december 2015 het voornemen kenbaar gemaakt eiseres aan te wijzen als herplaatsingskandidaat en vervolgens te herplaatsen in de functie van Generalist GGP, Vreemdelingen, gewaardeerd schaal 7. Eiseres heeft hiertegen haar bedenkingen geuit. Deze zijn door verweerder voorgelegd aan de plaatsingsadviescommissie (PAC). De PAC heeft geadviseerd de plaatsing te handhaven. Verweerder heeft overeenkomstig dit advies besloten en eiseres per 1 juli 2016 herplaatst op de functie Generalist GGP, Vreemdelingen. Verweerder heeft zijn besluit na bezwaar gehandhaafd.

2.1.

Voor het kader en de van toepassing zijnde regelgeving verwijst de rechtbank naar de uitspraak van 21 juni 2018 van de Centrale Raad van Beroep, (ECLI:NL:CRVB:2018:1843).

2.2.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres een geslaagd beroep toekomt op de Notitie, zoals aangevuld met de Aanvulling, en of er op die grond aanleiding bestaat om haar per 1 juli 2016 te plaatsen op de door haar geambieerde functie van Senior GGP, Vreemdelingen, gewaardeerd in salarisschaal 8. Volgens eiseres staat voldoende vast dat zij minstens drie jaar (ten minste) in overwegende mate de werkzaamheden van de functie van Senior Thematische Rechercheur heeft uitgevoerd. Deze werkzaamheden wijken af van de korpsfunctie en de LFNP-functie van eiseres, maar komen wel overeen met die van een andere LFNP-functie, namelijk Senior GGP, Vreemdelingen. Dit volgt uit het feit dat haar collega’s met de oorspronkelijke korpsfunctie Senior Thematische Rechercheur als herplaatsingskandidaat zijn geplaatst op deze LFNP-functie. Eiseres voldoet ook aan de overige criteria. Uiteindelijk heeft verweerder eiseres bij besluit van 24 september 2018 ook per 1 juli 2017 op deze functie geplaatst.

2.3.

In artikel 55v van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) is bepaald dat indien de toepassing van hoofdstuk VII.b (Voorzieningen bij reorganisaties) of de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard of indien er sprake is van een bijzondere situatie van een individuele herplaatsingskandidaat, het bevoegd gezag, na afweging van de belangen van het individu en van de organisatie, kan afwijken van dit hoofdstuk of van de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk.

2.4.

De Notitie en de Aanvulling vormen een uitwerking van de in artikel 55v van het Barp neergelegde hardheidsclausule voor situaties waarin een medewerker gedurende fase 1 van de reorganisatie (dus tot 1 juli 2016) een periode van drie jaar tijdelijk was tewerkgesteld in een andere functie. Om in aanmerking te komen voor plaatsing in de gewenste functie dient aan vier cumulatieve criteria te worden voldaan:

- De betrokkene dient de door hem gevraagde LFNP-functie gedurende minimaal drie jaar voorafgaand aan 1 juli 2016 ononderbroken uit te hebben geoefend. Volgens de Aanvulling moet de vraag of de gewenste functie daadwerkelijk is uitgevoerd, worden beantwoord aan de hand van de niveaubepalende elementen van die functie. Noodzakelijk is dat vastgesteld wordt dat door het uitoefenen van de tijdelijke werkzaamheden in overwegende mate is voldaan aan de niveaubepalende elementen van de andere functie. Deze zijn omschreven in het onderdeel “kern van de functie” in de betrokken LFNP-functie.

- De tewerkstelling dient schriftelijk te kunnen worden onderbouwd door de medewerker.

- De gewenste functie moet zijn ingericht in de nieuwe formatie. Er moet dus sprake zijn van werkzaamheden die vanuit het bedrijfsvoeringsbelang ook na de reorganisatie worden gecontinueerd.

- Het functioneren van de medewerker dient voldoende te zijn.

3.1.

De rechtbank overweegt als volgt.

3.2.

Vanaf 1 januari 2014 verricht eiseres op basis van een Tijdelijke Tewerkstelling overeenkomst (TTW) de functie van Senior Thematische Rechercheur voor gemiddeld 32 uur per week. Zij ontvangt daarvoor een waarnemingstoelage naar salarisschaal 8. Niet in discussie is dat eiseres vanaf 1 januari 2014 in overwegende mate de niveaubepalende elementen van de functie Senior Thematische Rechercheur heeft uitgevoerd. De vraag is evenwel of dat ook het geval is vanaf 1 juli 2013. Alsdan zou zij deze functie gedurende minimaal drie jaar voorafgaand aan 1 juli 2016 ononderbroken hebben uitgeoefend. Daarbij is niet in geschil dat eiseres in de periode van 1 juli 2013 tot 1 januari 2014 formeel nog in een leer- en ontwikkeltraject (LOT-traject) tot Senior Thematische Rechercheur zat. Anders dan verweerder stelt, is het ook in die situatie zeer wel mogelijk dat eiseres de niveaubepalende elementen van de functie Senior Thematische Rechercheur heeft uitgevoerd. Dat in de gespreksverslagen van 16 juni 2012 en van 19 juni 2013 ten aanzien van het LOT-traject afspraken zijn opgenomen dat aan dit traject geen arbeidsrechtelijke aanspraken kunnen worden ontleend, doet daaraan niet af nu voormelde Notitie en Aanvulling van latere datum zijn en deze afspraken – net als bij de TTW – opzijzetten.

3.3.1.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting kan het volgende worden afgeleid.

Eiseres vervulde een administratief-technische functie met BOA-bevoegdheid. In 2011 heeft zij een LOT-traject aangevraagd. Op 16 juni 2012 is er een gespreksverslag opgemaakt met afspraken over het LOT-traject voor de functie Senior Thematische Rechercheur. Daarbij is onder meer afgesproken dat het traject zou lopen van 1 september 2012 tot 1 september 2013. Op 12 juli 2012 is een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld; eiseres gaat voor de functie Senior Thematische Rechercheur. Weliswaar heeft eiseres gesteld dat zij direct op 12 juli 2012 met het LOT-traject is gestart, maar zij heeft dit niet met stukken onderbouwd. De rechtbank gaat dan ook uit van 1 september 2012 als startpunt van het LOT-traject.

3.3.2.

Op 23 november 2012 is medegedeeld dat er een vacature Senior Thematische Rechercheur is opengesteld waarop medewerkers met een BOA-status, zoals eiseres, niet kunnen solliciteren.

3.3.3.

Op 19 maart 2013 heeft een functioneringsgesprek met eiseres plaatsgevonden. Uit het daarvan opgemaakte verslag blijkt dat het verslag ziet op het functioneren van eiseres over de periode van 15 november 2011 tot en met 25 februari 2013. In het verslag staan enkele aandachtspunten vermeld maar over het geheel genomen lijkt eiseres voldoende te hebben gefunctioneerd. Ook staat vermeld dat eiseres alle voorkomende werkzaamheden heeft verricht die van een coördinator kunnen worden verwacht in de rol van beslisser van dienst en coördinator van het Progisteam.

3.3.4.

Op 19 juni 2012 (lees 2013) is een gespreksverslag opgemaakt waarin staat dat het LOT-traject op verzoek van eiseres zal worden verlengd tot 1 januari 2014. Er zijn geen andere redenen voor de verlenging opgenomen in het verslag noch heeft verweerder op enig ander moment relevante redenen voor de verlenging aangedragen. Nu er in het gespreksverslag geen aandachts- of verbeterpunten meer genoemd staan, gaat de rechtbank er vanuit dat de verlenging niet te maken had met de omstandigheid dat het functioneren van eiseres als Senior Thematische Rechercheur nog verbetering behoefde. Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee genoegzaam vast dat het verzoek van eiseres de (enige) reden voor verlenging van het LOT-traject was. In dit kader merkt de rechtbank tevens op dat er op het moment van verlenging van het LOT-traject voor eiseres geen mogelijkheid bestond te solliciteren naar de vacature Senior Thematische Rechercheur. Daardoor was, hetgeen verweerder ook niet heeft weersproken, een verlenging van het LOT-traject voor eiseres de enige mogelijkheid om deze werkzaamheden te blijven uitvoeren.

3.3.5.

Op 1 oktober 2013 is er een tijdelijke tewerkstelling (TTW) vacature Senior Thematische Rechercheur opengesteld waarop ook eiseres mocht solliciteren, hetgeen zij heeft gedaan. Daarbij heeft eiseres schriftelijk uiteengezet waar haar werkzaamheden uit bestonden. Eiseres is vervolgens benoemd op deze tijdelijke werkplek per 1 januari 2014.

3.3.6.

Op 28 november 2013 is een personeelsbeoordelingsformulier ingevuld met betrekking tot de periode van 25 februari 2013 tot en met 13 november 2013. Hierin is eiseres beoordeeld op haar werkzaamheden als Senior Thematische Rechercheur. Voorts staat hierin vermeld dat eiseres alle voorkomende werkzaamheden heeft verricht die van een coördinator kunnen worden verwacht zoals het zijn van beslisser van dienst op de afdeling en coördinator op het taakaccent Progis. Er staan op het formulier geen aandachtspunten meer genoemd. Eiseres scoort op alle te beoordelen punten voldoende dan wel goed. Tot slot blijkt uit het formulier dat op het moment van het beoordelingsgesprek eiseres ook al is aangenomen als TTW Senior Thematische Rechercheur.

4. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het vorenstaande in beginsel worden afgeleid dat eiseres in ieder geval vanaf 1 juli 2013 in overwegende mate de niveaubepalende elementen van de functie Senior Thematische Rechercheur heeft uitgevoerd. Daarbij wordt met name gewezen op de verslagen van 19 maart 2013, 19 juni 2013 en 28 november 2013.

5.1.

Na heropening van het onderzoek heeft de rechtbank verweerder gevraagd zijn standpunt toe te lichten op welke wijze vanaf 1 juli 2013 invulling is gegeven aan het LOT-traject en waarin de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door eiseres vóór 1 januari 2014 zich van de uitvoering van de werkzaamheden na deze datum onderscheidde. Het is immers zeer wel mogelijk dat eiseres die laatste periode nagenoeg dan wel in overwegende mate zelfstandig aan het werk was.

5.2.

Verweerder heeft vervolgens gewezen op het feit dat er in het POP-formulier van 13 augustus 2012 is vermeld dat sprake is van coaching door een senior ten aanzien van de inhoud en de sturing. Volgens verweerder golden deze afspraken in de laatste periode van het LOT-traject nog steeds, nu deze niet zijn gewijzigd in het gespreksverslag van 19 juni 2012 (lees 2013). Verweerder heeft tevens aangegeven dat hij het gehele LOT-traject heeft onderzocht en dat A.W. Douma en I. Vos de begeleiders van eiseres waren. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder een e-mailbericht van 27 februari 2019 van A.W. Douma en een van 7 maart 2019 van J. van der Woude overgelegd. In deze

e-mailberichten is weliswaar vermeld dat eiseres tijdens het LOT-traject is begeleid maar daarin is niet uitgelegd waaruit de begeleiding en/of coaching bestond en of dit naarmate het traject vorderde, veranderde of werd afgebouwd. Gezien de expliciete en herhaalde betwisting door eiseres had het op de weg van verweerder gelegen dit nader toe te lichten, in het bijzonder ten aanzien van de periode van 1 juli 2013 tot 1 januari 2014.

5.3.

Nu verweerder niet heeft toegelicht waaruit de begeleiding/coaching van eiseres vanaf 1 juli 2013 heeft bestaan, staat naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam vast dat eiseres de niveaubepalende elementen van de functie Senior Thematische Rechercheur vanaf 1 juli 2013 reeds in overwegende mate zelfstandig heeft uitgevoerd. Redengevend hiervoor acht de rechtbank dat het beoordelingsformulier van 28 november 2013, dat ziet op de periode vanaf februari 2013, tot tweemaal toe vermeldt dat eiseres goed zelfstandig kan werken en dat uit het bijbehorende scoreformulier blijkt dat eiseres op alle te beoordelen aspecten voldoende dan wel goed scoort. Over begeleiding dan wel coaching staat ook helemaal niets vermeld. Voorts is gesteld noch gebleken dat het werk van eiseres gecontroleerd werd door een derde. Voor zover de eindverantwoordelijkheid voor de werkzaamheden in de periode van 1 juli 2013 tot 1 januari 2014 nog niet (geheel) op eiseres rustte, acht de rechtbank dit formele aspect onvoldoende om tot de conclusie te komen dat eiseres de functie niet in overwegende mate zou hebben uitgevoerd.

6.1.

Verweerder heeft voorts aangevoerd dat de functie van Senior Thematische Rechercheur is gematcht met de LFNP-functie van Senior Tactische Opsporing en niet met de functie van Senior GGP, vreemdelingen. Eiseres heeft volgens verweerder de functie van Senior GGP, vreemdelingen al hierom niet in overwegende mate uitgevoerd.

6.2.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij al jaren dezelfde werkzaamheden verricht.

6.3.

De rechtbank stelt vast dat eiseres per 1 januari 2014 voor één jaar tijdelijk is tewerkgesteld in de functie van Senior Thematische Recherche. Deze functie is gematcht aan de LFNP-functie Senior Tactische Opsporing. Per 1 januari 2015 is eiseres voor één jaar tijdelijk tewerkgesteld in de functie van Senior Tactische Opsporing. Daarna is eiseres in de periode van 1 januari 2016 tot 1 mei 2017 tijdelijk tewerkgesteld in de functie van Senior GGP, vreemdelingen. Gesteld noch gebleken is dat eiseres per 1 januari 2016 andere werkzaamheden is gaan verrichten dan daarvoor. Sterker nog, verweerder heeft in deze procedure meermalen aangegeven dat eiseres de relevante werkzaamheden slechts tweeënhalf jaar heeft uitgevoerd omdat het LOT-traject niet meetelt. De rechtbank wijst in dit kader ook op het e-mailbericht van 28 maart 2017 van R. van der Linden waarin staat dat eiseres met ingang van 1 januari 2014 de functie volledig uitvoert, per die datum voldoet aan alle niveaubepalende elementen en dat de uitgevoerde werkzaamheden vallen onder de LFNP-functie Senior GGP. Voorts is niet in geschil dat collega’s van eiseres met dezelfde functie van Senior Tactische Opsporing in het kader van werk naar werk zijn geplaatst op de functie van Senior GGP, vreemdelingen. Ook eiseres zelf is, op grond van de uitvoeringsinstructie inzake tijdelijke tewerkstellingen, bij besluit van 3 september 2018 uiteindelijk per 1 juli 2017 op deze functie geplaatst. Dit besluit vermeldt dat het feit dat eiseres niet voldeed aan ‘noodhulp’ haar niet kan worden tegengeworpen omdat geen enkele Senior GGP, vreemdelingen in de noodhulp werkzaam is en dat er geen andere gronden waren die aan plaatsing in de weg stonden.

6.4.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de hier aan de orde zijnde referteperiode van 1 juli 2013 tot 1 juli 2016 onafgebroken tijdelijke werkzaamheden heeft verricht die in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van de functie van Senior GGP, vreemdelingen. Het beroep van eiseres op de Notitie en Aanvulling slaagt dan ook.

6.5.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Uit een oogpunt van definitieve geschilbeslechting ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien en eiseres met ingang van 1 juli 2016 te plaatsen in de functie van Senior GGP, vreemdelingen, salarisschaal 8.

6.6.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.362,50 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en een 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na de heropening met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Ook de reiskosten van eiseres komen voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten worden begroot op € 21,- voor de kosten van openbaar vervoer. Dit leidt ertoe dat verweerder, nu van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken, in totaal dient te vergoeden een bedrag van € 2.383,50 aan proceskosten.

Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het besluit van 10 juni 2016, plaatst eiseres met ingang van 1 juli 2016 in de

functie van Senior GGP, vreemdelingen, salarisschaal 8, en bepaalt dat deze

uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.383,50;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het griffierecht van 168,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, voorzitter, en mr. W.B. Klaus en

mr. A. Bouteibi, leden, in aanwezigheid van D.M.M. Luijckx, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2020.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.