Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10958

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
15.285263.19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omzetting van een voorwaardelijke PIJ-maatregel naar een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15.285263.19

Uitspraakdatum: 11 december 2020

Tegenspraak

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (ex artikel 6:6:21 Sv)

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoeken ter terechtzitting met gesloten deuren van 20 oktober 2020 en 27 november 2020 in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

,

thans gedetineerd in [detentieadres] .

1 Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel

De officier van justitie heeft op 9 oktober 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank, locatie Haarlem, van 25 juni 2020 in deze zaak aan de veroordeelde voorwaardelijke opgelegde PIJ-maatregel alsnog ten uitvoer zal worden gelegd, nu veroordeelde de aan die voorwaardelijke maatregel verbonden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

3 Het standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering. Ter onderbouwing heeft zij gesteld dat momenteel de enige mogelijkheid voor veroordeelde een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is. Vast staat dat veroordeelde diverse voorwaarden van de voorwaardelijke PIJ-maatregel heeft overtreden binnen de Catamaran. De incidenten bij de Catamaran hebben zich in een kort tijdsbestek voorgedaan en behandeling van veroordeelde is niet goed op gang was gekomen. Hoewel er waardevolle aanvullende vragen zijn gesteld door de rechtbank, is het standpunt van de Catamaran ongewijzigd gebleven. Op basis van jarenlange ervaring heeft [psychiater en hoofd behandeling] , psychiater en hoofd behandeling, namens de Catamaran duidelijk gemaakt dat er binnen de Catamaran op geen enkele afdeling nog behandelmogelijkheden zijn voor veroordeelde. De Catamaran stelt dat zij de expertise daarvoor niet hebben en het openbaar ministerie ziet geen aanleiding om van dit standpunt af te wijken. Ter onderbouwing heeft de officier van justitie er ook op gewezen dat uit het dubbele persoonlijkheidsonderzoek (hierna: PO) tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak al was gebleken dat de psychiater - in tegenstelling tot de psycholoog - twijfels had of de problematiek van veroordeelde vanuit een voorwaardelijke PIJ-maatregel behandeld zou kunnen worden. De rechtbank heeft veroordeelde toen een kans geboden. Helaas dient, naar de mening van de officier van justitie nu geconcludeerd te worden dat de behandeling in de Catamaran toch niet werkt. Om die reden lijkt behandeling vanuit een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel nu nog de enige en meeste geëigende weg. In een JJI kan veroordeelde een strakker kader worden geboden met meer structuur en een dagritme, waarbij in een langzamer tempo toegewerkt kan worden naar diverse vrijheden. Het voorstel van de raadsman om de voorwaardelijke PIJ ten uitvoer te leggen in een Forensisch Psychiatrisch Kliniek (hierna: FPK) voor volwassenen, acht de officier van justitie geen haalbare kaart en bovendien niet in het belang van veroordeelde, vooral gelet op zijn leeftijd. Zij verzoekt dan ook om dat verzoek van de raadsman af te wijzen.

4 Het standpunt van veroordeelde

Mr. M.J. Bouwman heeft ter zitting – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

De raadsman had gehoopt dat in aanloop naar deze zitting een time-out periode zou ontstaan waarna de Catamaran veroordeelde nog een kans zou geven binnen een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De raadsman betreurt het stellige standpunt van de Catamaran dat zij daartoe geen enkele mogelijkheid meer zien. Hij is van mening dat een onvoorwaardelijke PIJ niet in het belang van veroordeelde is. Ter onderbouwing hiervan wijst hij op de conclusie van de psycholoog uit het PO, dat een onvoorwaardelijke PIJ maatregel een contra indicatie vormt voor het behandeltraject van veroordeelde. De raadsman verzoekt om de optie van plaatsing van veroordeelde binnen een Forensisch Psychiatrisch Kliniek (hierna: FPK) voor volwassenen te onderzoeken, zodat hiermee hopelijk een stabilisatie van veroordeelde plaatsvindt en hij daarna weer teruggeplaatst kan worden in de Catamaran. De raadsman denkt dat plaatsing binnen een FPK naar verwachting een beter alternatief is dan het ondergaan van een onvoorwaardelijke PIJ maatregel in een JJI. Het alternatief van plaatsing binnen het FPK kan zijns inziens in de komende weken door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna ook: de Raad) worden onderzocht. De raadsman verzoekt om die reden om aanhouding van de zaak voor de duur van een maand. Daarnaast hoopt de raadsman dat [psychiater en hoofd behandeling] in de tussentijd binnen de Catamaran nogmaals de mogelijkheid tot terugplaatsing van veroordeelde onder de aandacht wil brengen.

Veroordeelde heeft ter zitting aangegeven dat hij zo snel mogelijk duidelijkheid wil over zijn toekomst en het PIJ-traject. De onzekerheid hierover is heel moeilijk voor hem.

5 Het standpunt van de Catamaran

Ter terechtzitting heeft [psychiater en hoofd behandeling] het standpunt van de Catamaran naar voren gebracht. Zij heeft de vragen van de rechtbank, geformuleerd bij de tussenbeslissing van

3 november 2020, voorzover mogelijk beantwoord. Kort samengevat heeft [psychiater en hoofd behandeling] opnieuw kenbaar gemaakt dat er geen mogelijkheden tot terugplaatsing van veroordeelde bij de Catamaran zijn, ook niet bij een andere afdeling binnen die instelling (zoals de intensive care afdeling). Vanuit de Catamaran is alles in het werk gesteld om veroordeelde een kans te geven om zijn verblijf en behandeling daar succesvol te laten verlopen. Daarbij is rekening gehouden met zijn specifieke problematiek. Dit heeft echter niet mogen baten. [psychiater en hoofd behandeling] stelt zich op het standpunt dat de Catamaran niet over de expertise beschikt om met de gedragsproblemen van veroordeelde om te gaan. Een terugplaatsing bij de Catamaran van veroordeelde binnen een voorwaardelijke PIJ maatregel is uitgesloten. Dit geldt ook voor behandeling van veroordeelde binnen een onvoorwaardelijke PIJ maatregel. [psychiater en hoofd behandeling] is van mening dat een JJI op dit moment het beste past bij de behandelbehoefte van veroordeelde, gelet op het strakke kader en de structuur die een JJI biedt. Als veroordeelde gestabiliseerd is, dan zou de Catamaran eventueel het laatste stuk van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel kunnen uitvoeren, namelijk het stuk gericht op resocialisatie.

6 Het standpunt van de Jeugdbescherming Brabant

Uit de brief van Jeugdbescherming Brabant van 19 november 2020 komt onder meer naar voren dat de jeugdreclasseerder op 4 november 2020 contact heeft gezocht met [klinisch psycholoog/regiebehandelaar] , werkzaam als klinisch psycholoog/regiebehandelaar bij de instelling de Fjord. [klinisch psycholoog/regiebehandelaar] had in april 2020 op basis van een anonieme casus al aangegeven dat veroordeelde niet past binnen de behandelsetting van de Fjord. [klinisch psycholoog/regiebehandelaar] heeft dat standpunt op 4 november jl. telefonisch herhaald. Hij heeft aangegeven dat uit de bevindingen van beide PO’s blijkt dat het in deze casus gaat om een jongere met een antisociale persoonlijkheidsontwikkeling met emotionele verharding. Zolang er bij veroordeelde weinig tot geen probleembesef is, kunnen zij hem helaas niet verder helpen. Er is naast de Catamaran geen alternatief voorhanden nu de Catamaran de enige forensisch psychiatrische jeugdsetting in Nederland is. Verder heeft de jeugdreclassering op 10 november 2020 telefonisch gesproken met de mentor van veroordeelde in de JJI, te weten van de groep ‘ [groep] ’. Vanuit de JJI is aangegeven dat veroordeelde gezagsondermijnend gedrag heeft laten zien, een negatieve sfeer in de groep zet, niet kan omgaan met gezag en veelvuldig in discussie gaat met groepsleiding als hij in een grote groep is. Eén op één is veroordeelde in goede doen. Volgens de mentor heeft veroordeelde diverse keren rapport gehad (een pedagogische maatregel) waarna een mentorgesprek volgde. Ondanks de rapporten en mentorgesprekken was er bij veroordeelde geen verbetering zichtbaar. Veroordeelde bleek op 9 november 2020 overgeplaatst te zijn naar een kleinere groep ‘ [groep] ’, waar het veel beter met hem lijkt te gaan. De uitvoering van een onvoorwaardelijke PIJ maatregel is in iedere JJI mogelijk, ook binnen de [detentieadres] .

Ter terechtzitting heeft mevrouw Dil, als jeugdreclasseerder werkzaam bij Jeugdbescherming Brabant, desgevraagd aangegeven dat, als de rechtbank de vordering van de officier van justitie zou afwijzen, er dan een vonnis ligt dat niet uitgevoerd kan worden. De Fjord is de enige andere geschikte plek voor een behandeling binnen een voorwaardelijke PIJ-maatregel, maar ook zij kunnen veroordeelde niet in behandeling nemen. Er is helaas geen andere instelling beschikbaar waar veroordeelde - met zijn problematiek - kan verblijven in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

7 Het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming

In de brief van de Raad van 20 november 2020 worden de vragen van de rechtbank op voorhand beantwoord.

[vertegenwoordiger van de raad] heeft ter zitting namens de Raad naar voren gebracht dat de Raad bij de beantwoording van de vraag of een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd kan worden, altijd eerst onderzoekt of er een instelling aanwezig is die bereid is om de jongere op te nemen. In sommige zaken kan de Raad geen voorwaardelijke PIJ adviseren, omdat er geen instelling voorhanden is die bereid is om de jongere in het kader van de voorwaardelijke PIJ te behandelen. Hier houdt de Raad bij het advies in hun rapport altijd rekening mee. In deze zaak zijn verschillende opties onderzocht en helaas is een voorwaardelijke PIJ-maatregel voor veroordeelde niet haalbaar meer. De Catamaran is de enige instelling die het specifieke aanbod heeft maar zij hebben zeer duidelijk gemaakt dat de behandeling van veroordeelde niet wordt voortgezet.

8 Gronden van de beslissing

De rechtbank stelt vast dat de inhoudelijke beslissing in deze zaak uitermate lastig is, gelet op het standpunt van de Catamaran enerzijds en gelet op het belang van veroordeelde en de verstrekkende gevolgen die toewijzing van de vordering voor hem heeft. Om die reden heeft de rechtbank na de eerste zitting een tweede zitting nodig geacht en vragen geformuleerd teneinde alle benodigde informatie voor het nemen van een afgewogen beslissing op tafel te krijgen en met name te onderzoeken of er bij de Catamaran toch nog ruimte bestond om veroordeelde een kans te geven dan wel dat een andere instelling veroordeelde zou kunnen behandelen. De rechtbank heeft dit pad noodzakelijk gevonden in het kader van de zorgvuldigheid, nu zij zich door het standpunt van de Catamaran en het feit dat geen andere instelling voorhanden is die de behandeling binnen een voorwaardelijke PIJ maatregel kan voortzetten, voor het blok geplaatst zag.

Op basis van de beide zittingen overweegt de rechtbank het volgende.

Gelet op de overgelegde stukken en de gegeven toelichtingen en standpunten van alle betrokkenen, is voldoende komen vast te staan dat veroordeelde strikt genomen de voorwaarden van de voorwaardelijke PIJ-maatregel heeft overtreden. Hoewel de rechtbank ziet dat de door de Catamaran genoemde incidenten zich in een relatief kort tijdsbestek hebben voorgedaan en de behandeling van veroordeelde nog maar net was aangevangen, staat strikt genomen wel vast dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan alle voorwaarden. Zo heeft hij zich niet (volledig) gehouden aan het opgelegde drugsverbod en heeft hij (niet altijd) meegewerkt aan behandeling. Ook heeft hij zich verbaal agressief opgesteld binnen de Catamaran naar diverse medewerkers. Hoewel de rechtbank - en overigens ook andere betrokken procesdeelnemers - de wens hebben uitgesproken veroordeelde nog een kans te geven binnen de Catamaran, is gebleken dat hiervoor bij de Catamaran geen enkele ruimte bestaat. Namens de Catamaran heeft [psychiater en hoofd behandeling] betoogd dat zij niet over de expertise beschikken om veroordeelde binnen het voorwaardelijke PIJ kader te behandelen. Ook heeft zij gesteld dat veroordeelde - gelet op zijn problematiek - het meest gebaat is bij de duidelijke kaders, regels en structuur van de JJI. Dit standpunt van de Catamaran plaatst de rechtbank voor een voldongen feit, omdat er geen alternatieve behandelplek voor veroordeelde voorhanden is. In dit verband wordt erop gewezen dat de Catamaran in een unieke positie verkeert doordat zij – nagenoeg - de enige instelling in Nederland is, waar minderjarigen, met een specifieke problematiek, in het kader van een voorwaardelijke PIJ behandeld kunnen worden. Nu de Catamaran bij herhaling bij het standpunt blijft dat zij geen ruimte ziet voor een herplaatsing van veroordeelde, heeft de rechtbank geen andere mogelijkheid dan de vordering van de officier van justitie toe te wijzen. Daarbij heeft de rechtbank ook laten meewegen dat de Raad en de jeugdreclassering wederom de optie voor plaatsing in de Fjord hebben onderzocht, maar hebben aangeven dat behandeling in een voorwaardelijke PIJ kader daar niet mogelijk is.

Ten aanzien van het verzoek van de raadsman tot aanhouding van de zaak overweegt de rechtbank als volgt. Hoe begrijpelijk de wens van de raadsman ook is om veroordeelde een perspectief binnen een voorwaardelijke PIJ te kunnen bieden, kan de rechtbank zich niet vinden in de redenering dat veroordeelde beter af zou zijn binnen een FPK. Daarbij wijst de rechtbank op de jeugdige leeftijd van veroordeelde en de omstandigheid dat een FPK geen plek is die past bij de ontwikkel- en behandelbehoefte van minderjarigen. Ook wordt in aanmerking genomen dat duidelijk is geworden dat veroordeelde gebaat is bij duidelijkheid over zijn perspectief en dat opnieuw aanhouden van de beslissing tot veel stress en zorgen bij veroordeelde zou kunnen leiden.

Gelet op al deze omstandigheden, in onderling samenhang bezien, ziet de rechtbank aanleiding om de vordering van de officier van justitie toe te wijzen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften


De te geven beslissing is gegrond op artikel 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering.

10 Beslissing

De rechtbank:

wijst toe de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de voorwaardelijke PIJ -maatregel in een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

Mr. G.A.M. van Dijk, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en mr. C. Maat, rechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Nourozi Oranje,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 december 2020.

Mr. C. Maat is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.