Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10688

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
8730032 \ CV EXPL 20-7141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekzaak. Ambtshalve toetsing. Ziggo, abonnementstermijnen, korting toegepast wegens schending informatieverplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8730032 \ CV EXPL 20-7141

Uitspraakdatum: 25 november 2020

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ziggo Services B.V.

gevestigd te Utrecht

de eisende partij

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 Het procesverloop

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 Overwegingen

2.1.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

2.2.

De eisende partij heeft gesteld dat zij met de gedaagde partij op 16 april 2018 een overeenkomst heeft gesloten, die de gedaagde partij per 1 november 2019 heeft beëindigd wegens opzegging. De eisende partij heeft verder gesteld dat de overeenkomst online is gesloten. De eisende partij heeft een e-mail aan de gedaagde partij overgelegd van 16 april 2018 waarin een bestelling is bevestigd van Kabel TV, TV Standard, Internet Complete, Safe Online, Bellen en Extra CI + Module. Voorts heeft de eisende partij een e-mail aan de gedaagde partij overgelegd van 1 oktober 2019 waarin de beëindiging van de Ziggo-abonnementen is bevestigd. De einddatum van deze diensten is gelegen op 1 november 2019. De eisende partij heeft haar algemene voorwaarden overgelegd.

2.3.

De eisende partij vordert (onder meer) betaling van € 195,51 aan abonnementstermijnen over de periode 1 augustus 2019 tot en met 1 november 2019.

De wettelijke informatieverplichtingen van artikelen 6:230m en 6:230v BW

2.4.

Op grond van artikelen 6:230m en 6:230v BW dient de eisende partij - kort gezegd - voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op afstand op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW opgesomde informatie aan de consument te verstrekken. Voor wat betreft de kenmerken van de zaak of dienst, de prijs en kosten, de duur van de overeenkomst en voorwaarden voor opzegging en de minimumduur dient zij daarbij onmiddellijk voorafgaand aan het plaatsen van de bestelling tevens op een in het oog springende wijze op deze informatie te wijzen. Het doel van artikel 6:230m lid 1 BW is om de consument de mogelijkheid te geven een weloverwogen besluit te nemen over zijn aankoop. Een verwijzing achteraf naar waar de informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW op de website dan wel in de algemene voorwaarden kan worden gevonden, is, gelet op voornoemd doel, niet in alle gevallen afdoende.

Daarnaast moet de eisende partij binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst een bevestiging van de overeenkomst verstrekken op een duurzame gegevensdrager, met daarin alle in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde informatie.

2.5.

Wat betreft de precontractuele informatieverplichtingen licht de eisende partij in productie 3 toe waar (maar overigens niet sinds wanneer) de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde en op de overeenkomst toepasselijke wettelijke informatie op haar website te vinden is. De eisende partij verwijst hiervoor ook naar de algemene voorwaarden.

Uit de stellingen en toelichting daarop in de dagvaarding en de overgelegde producties, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet, althans onvoldoende, dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, bijvoorbeeld gedurende het online bestelproces, alle van toepassing zijnde informatie van artikel 6:230m lid 1 BW op duidelijke en begrijpelijke wijze aan de gedaagde partij heeft verstrekt. Verwijzingen naar bepalingen in haar algemene voorwaarden en naar de optie ‘veelgestelde vragen’ op de website volstaan niet. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de eisende partij op juiste wijze aan haar precontractuele informatieverplichtingen heeft voldaan.

2.6.

Wat betreft de contractuele informatieverplichtingen heeft de eisende partij een e-mail overgelegd waarin zij de overeenkomst met de gedaagde partij heeft bevestigd. In deze e-mail, die als duurzame gegevensdrager kan worden aangemerkt, wordt op de in deze zaak relevante contractuele informatieverplichtingen expliciet gewezen.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet (volledig) aan de verplichtingen van artikel 6:230m lid 1 BW is voldaan.

2.8.

Gelet op de jurisprudentie van het HvJ EU moet de kantonrechter aan de schending van de informatieverplichtingen gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. Met het oog op deze Europeesrechtelijke beginselen ziet de kantonrechter aanleiding om de overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen, te weten voor 25% van de door de gedaagde partij verschuldigde prijs. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 en 3:41 BW, en/of aan de artikelen 6:193d en 6:193f BW, omdat de schending van de informatieverplichtingen ook een oneerlijke handelspraktijk is. Dit betekent dat van de gevorderde hoofdsom van € 195,51 aan abonnements- en verbruikskosten, een bedrag van € 146,63 toewijsbaar is.

Conclusie

2.9.

Een hoofdsom van € 146,63 is toewijsbaar. De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00.

2.10.

De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals onder de beslissing is opgenomen.

2.11.

De gedaagde partij wordt als de meest in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 186,63, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 146,63 vanaf de vervaldata van de verschillende facturen tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 86,85 wegens dagvaardingskosten,

€ 124,00 wegens griffierecht en

€ 36,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter