Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10636

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
28-12-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 849
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Beroep pkv gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2021/159
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/849

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser

(gemachtigde: J. van de Rijt),

en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) met dagtekening 28 februari 2019 de waarde van de onroerende zaak [A] te [B] (hierna: het object) voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 255.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen (hierna: de aanslag) 2019 bekend gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de WOZ-waarde en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2020 te Haarlem.

Namens verweerder is verschenen [C] . Namens eiser is, zonder bericht van verhindering, niemand verschenen. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 3 september 2020 ter attentie van zijn gemachtigde, op het adres [D] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu deze brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 4 september 2020 op voormeld adres is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden, zodat het onderzoek kan worden voltooid.

Overwegingen

Feiten

1. Eiser is eigenaar van het object.

2. Tussen partijen was de waarde van het object op de voor het kalenderjaar 2019 geldende waardepeildatum 1 januari 2018 in geschil.

3. Eiser heeft (zonder gemachtigde) bezwaar gemaakt tegen voormelde beschikking en aanslag.

4. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 november 2019 de WOZ-waarde en de aanslag gehandhaafd.

5. De gemachtigde van eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroepschrift op 2 januari 2020 ontvangen.

6. Verweerder heeft eiser bij brief van 3 maart 2020 geïnformeerd dat voor wat betreft de waardevaststelling aan hem tegemoet is gekomen.

7. De rechtbank heeft op 22 april 2020 een verklaring van eiser ontvangen waarin hij het onderhavige beroep handhaaft.

Geschil

8. In geschil is of eiser recht heeft op een proceskostenvergoeding voor het beroep.

9. Eiseres beantwoordt deze vraag bevestigend.

10. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verklaard zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

11. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

12. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1 (gemiddeld)).

13. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 525;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van

mr. B. Bruijnzeel, griffier. De beslissing is gedaan op 18 december 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.