Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10621

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4962
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Compromis ter zitting: WOZ-waarde woning te hoog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2021/144
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/4962

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiseres
(gemachtigde: G. Gieben),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 22 augustus 2019 op het bezwaar van eiseres tegen de beschikking van verweerder van 28 februari 2019 waarbij de waarde ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) van de onroerende zaak [A] te [Z] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2019 is vastgesteld op € 467.000, alsmede de aan eiseres opgelegde aanslag

onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2019.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2020. Namens eiseres is verschenen J.L.G. van Herk, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [B] en [C] , taxateur.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de vastgestelde waarde tot € 432.000;

- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van € 432.000;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.572;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Eiseres is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning. De woning is een twee-onder-een-kap-woning uit 1957 met een aanbouw en berging. De inhoud van het hoofdgebouw van de woning is ongeveer 255 m³, van de aanbouw ongeveer 90 m³ en de oppervlakte van het perceel is ongeveer 299 m².

2. In geschil is de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2018.

3. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht. Nadat partijen over en weer hun standpunten hebben toegelicht, hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde van de woning. De waarde van de woning moet worden vastgesteld op € 432.000. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen en zal de waarde van de woning vaststellen op € 432.000.

4. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.572 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 261, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525 en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Marinus, griffier, op 25 november 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.