Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10595

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
17-12-2020
Zaaknummer
C/15/309960 / KG ZA 20-645
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot hervatten werkzaamheden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/309960 / KG ZA 20-645

Vonnis in kort geding van 17 december 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CCHW HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. A.J. Horenblas te Amsterdam,

tegen

[gedaagde/eiser] , h.o.d.n. JHF BOUW,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. C. Hofmans te Amsterdam.

Partijen zullen hierna CCWH en JHF Bouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de brief met producties van de zijde van JHF Bouw

  • -

    de brief met aanvullende producties van de zijde van CCWH

  • -

    de conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van CCWH

  • -

    de pleitnota van JHF Bouw.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

CCWH is een financiële holding. Zij houdt het recht van erfpacht op een perceel grond te Hoofddorp met de kadastrale aanduiding [nummer], gelegen aan de [adres]. Op dit perceel ontwikkelt CCWH een hotel dat [naam] zal gaan heten (hierna: het hotel).

2.2.

JHF Bouw drijft een dakdekkers- en schildersbedrijf in de vorm van een eenmanszaak.

2.3.

Op verzoek van CCWH heeft [gedaagde/eiser] op 19 november 2019 een offerte uitgebracht voor diverse dakdekkerswerkzaamheden (aanbrengen isolatie en afwerking op het liftdak, hoofddak, terras 6e verdieping en dak 1e verdieping) voor een totaalbedrag van

€ 44.000,= ex btw aan arbeidsloon. De benodigde materialen zou CCWH zelf aanleveren.

Omtrent betaling is in de offerte vermeld: Betalingscondities: In overleg.

Verder vermeldt de offerte:

Betalingscondities:

*In overleg

Werkzaamheden JHF Bouw/ Punten n.a.v. telefonisch gesprek:

-De detaillering van het dak en de dakbedekking worden uitgevoerd conform de geharmoniseerde VB (VEBIDAK-BDA) details of volgens de in een KOMO®-attest-met­ productce1tificaat gegeven aanwijzingen. ( KOMO®-attest-met-productcertificaat is op te vragen bij de desbetreffende fabrikant)

-Dakbedekkingsconstructies worden brandveilig ontworpen, gedetailleerd en uitgevoerd conform NEN 6050

*Fixatiestroken worden bij de randen aangebracht, en randen worden dubbel ingebrand.

*U heeft 10 jaar garantie op onze werkzaamheden!

*Garantie houdt in dat mochten er problemen/lekkages voordoen welke te wijten zijn aan door JHF Bouw uitgevoerde werkzaamheden, dan zullen deze zonder kosten worden verholpen.

*Indien er gevolgschade is door lekkages, welke verband houden met door JHF Bouw

uitgevoerde werkzaamheden, dan zal JHF Bouw deze schade herstellen.

De offerte is door CCWH aanvaard en ondertekend.

2.4.

Tijdens de werkzaamheden heeft CCWH aan JHF Bouw nadere opdrachten gegeven tot het verrichten van meerwerk. De totale aanneemsom voor de werkzaamheden, inclusief meerwerk, bedraagt € 62.820,= exclusief btw (€ 76.012,20 inclusief btw).

2.5.

Tussen partijen is al vrij kort na aanvang van de werkzaamheden in december 2019 wrijving ontstaan omdat facturen veelal niet tijdig werden voldaan en omdat ook niet altijd de benodigde materialen tijdig aanwezig waren, zodat ingeplande werkzaamheden niet konden plaatsvinden.

2.6.

In een e-mail van 6 februari 2020 heeft [gedaagde/eiser] van JHF Bouw aan de projectmanager van CCWH het volgende geschreven:

(…)

Voortgang werkzaamheden

Wat de verdere planning van de werkzaamheden betreft wil ik wel duidelijk maken dat wij dat alleen zullen uitvoeren als er per week betaalt gaat worden. Aangezien jullie zo slecht van betaling zijn laten jullie mij geen andere mogelijkheid en is dat de voorwaarde die ik nu stel!

Na de eerste factuur heb ik ook al weken en weken achter mijn geld aan moet zitten. En daar pas ik nu voor!

(…)

Ik verwacht ook een schriftelijk akkoord voor deze betalingsvoorwaarden (…)! Zodra de betalingen binnen zijn en wij dat akkoord hebben ontvangen ga ik pas het vervolg van de werkzaamheden inplannen.

Grind

Al maanden geven wij aan dat het grind op het dak aangebracht moet worden. Als ballast en om het dak te beschermen. Er lopen allerlei werklui op het dak, er wordt door anderen werkzaamheden op het dak uitgevoerd, en kunnen zij zo schade aanbrengen aan de dakbedekking. Een schroef is zo gevallen, en er hoeft maar iemand op te gaan staan en dan gaat die schroef zo door de dakbedekking heen. Wij kunnen zo ook onmogelijk garant staan voor het dak.

Zonder ons ook maar op de hoogte te brengen zijn ze gaten gaan boren. Het is niet te geloven hoe chaotisch er allemaal te werk wordt gegaan. Laat staan wat een toestanden met de levering van materialen, hoe vaak ik met personeel voor niets ben gekomen. Het is echt ongelooflijk.

2.7.

Ondanks een toezegging door [A.] namens CCWH op 10 april 2020 dat een en ander betaald zou zijn, heeft JHF Bouw geen betalingen ontvangen. Zij heeft op 30 april 2020 CCWH een officiële aanmaning gezonden voor het openstaande bedrag van

€ 7.865,00.

2.8.

Omdat betaling uitbleef heeft JHF Bouw haar werkzaamheden opgeschort.

2.9.

In een e-mail van 25 juni 2020 van JHF Bouw aan [A.] vermeldt [gedaagde/eiser] het volgende:

Hierbij zet ik naar aanleiding van ons telefoongesprek van woensdag 24 juni jl., en jouw berichtjes via de Whatsapp van vandaag, nog even alles duidelijk op de mail.

Openstaande facturen:

▪Als bijlage nogmaals de oude facturen 200103 d.d. 11-03-2020 & 200116 d.d. 20-03-2020.

▪ Openstaande bedrag is nog € 6.865,00 na betaling van € 1.000,00 op 12 juni jl.

▪ Betaling van het openstaande bedrag van € 6.865,00 zal uiterlijk volgende week plaatsvinden.

Planning & afspraken voor de rest van de werkzaamheden:

▪ Als bijlage het overzicht van de kosten van de nog uit te voeren werkzaamheden. Als ook het betaling schema. Dit ontvang ik graag ondertekend retour.

▪ De aanvang van de werkzaamheden kan ik plannen op maandag 20 juli aanstaande.

▪ Pas na ondertekening voor akkoord van de afspraken & het ontvangen van de 1e betaling op uiterlijk 7 juli aanstaande, zal ik de aanvang van de werkzaamheden definitief vastzetten in mijn planning.

▪ Zo niet blijf ik gewoon andere opdrachten plannen, en ga ik geen reeds geplande opdrachten verzetten om zo mijn agenda geheel vrij te maken om aaneengesloten al het werk bij het [naam] in Hoofddorp te kunnen uitvoeren.

▪Verder wil ik dat in het vervolg alle afspraken nu via de mail gaan, en ontvang ik ook graag een bevestiging van deze mail.

Bij deze e-mail is als bijlage een afspraken & Betaling-schema gevoegd waarin een overzicht is opgenomen van de nog te verrichten werkzaamheden en de daarmee samenhangende arbeidskosten tot een bedrag van € 34.751,20. Tevens is het volgende betaling schema opgenomen:

07-06-2020

1e betaling

Na akkoord 30%

€ 10.425,36

27-06-2020

2e betaling

Gedurende uitvoering 30%

€ 10.425,36

03-08-2020

3e betaling

Gedurende uitvoering 30%

€ 10.425,36

4e betaling

Bij oplevering 10%

€ 3.475,12

Verder zijn de volgende afspraken vermeld:

▪ Na ondertekening voor akkoord zal volgens het betalingsschema de 1e betaling z.s.m., doch uiterlijk op 7 juli 2020 plaatsvinden.

▪ Aanvang van de werkzaamheden vindt plaats op 20 juli 2020.

▪ Vervolgbetalingen zullen volgens betalingsschema plaatsvinden. Zo niet, dan zullen de werkzaamheden worden opgeschort, totdat betaling heeft plaatsgevonden.

▪Opdrachtgever zal er voor zorgen dat alle benodigde materialen aanwezig zijn en/of op tijd worden besteld, zodat er geen vertraging zal ontstaan voor het uitvoeren van de werkzaamheden en/of de werknemers van JHF Bouw komen stil te staan.

▪ Eventuele vertraging door het weer, of door zaken wat in handen van de opdrachtgever ligt, zal geen effect hebben op het betaling schema. Alle betalingen zullen volgens het schema worden nagekomen.

▪ Garantie op de werkzaamheden van JHF Bouw zal pas ingaan als opdrachtgever voor een goede bescherming van de aangebrachte dakbedekking heeft zorg gedragen, zoals is doorgegeven door John [gedaagde/eiser] en besproken met [A.].

2.10.

Op 26 juli 2020 stuurt JHF Bouw de 1e aanbetalingsfactuur, welke op 29 juli 2020 wordt betaald.

Op 1 september 2020 stuurt JHF Bouw de 2e aanbetalingsfactuur, welke na herinnering op 10 september 2020 wordt betaald.

Op 13 oktober 2020 stuurt JHF Bouw de 3e aanbetalingsfactuur. De vervaldatum is 16 oktober 2020. Deze blijft ondanks verzoeken en sommaties onbetaald.

2.11.

Over het uitblijven van betaling van de 3e aanbetalingsfactuur is de volgende

e-mailwisseling tussen JHF Bouw en [A.] gevoerd:

5 november 2020 te 14:16 uur (JHF Bouw)

De 3e aanbetalingsfactuur (…) moet UITERLIJK vrijdag 06-11-2020 bijgeschreven zijn!

Zo niet dan ga ik voor mijn medewerkers ander werk inplannen voor volgende week!

5 november 2020 te 15:22 uur ([A.])

Tot op heden is dan 81,7% van de opdracht inclusief meerwerk betaald.

Het werk is zeker nog geen 81,7% gevorderd en nog rekening te houden met een laatste oplevertermijn.

Over het meerwerk hebben we weinig discussie gevoerd en vlot geaccepteerd mede als gebaar naar door jou genoemde problematieken.

Met jouw verzoek zouden we op 95,4% zitten en klopt niet met voortgang.

Het wisselen van mensen, coördinatie en afstemming problematieken en wegwaaien van isolatie etc. nog buiten beschouwing gelaten.

Nu dreigement van meer dan 95% te betalen omdat je anders wegloopt vind ik niet netjes.

5 november 2020 te 15:59 uur (JHF Bouw)

Ga nu verder niet uitgebreid in op de inhoud van jouw mail. Breek mij de bek niet open, want dan komt er een hele lijst van zaken die wij kunnen opstellen naar jullie toe, waarover al heel veel, en hele lange mails zijn uitgebracht.

In het kort is het heel simpel. Wegens wanbetaling van jullie kant hebben wij ingestemd de werkzaamheden alleen nog te komen uitvoeren op basis van ‘Afspraken en Betaling schema’.(…) Dit is heel duidelijk met jou besproken (…)

Onze eis is en blijft de werkzaamheden uit te voeren op basis van vooruitbetaling. Dat zou in 3 delen gebeuren van telkens 30% en 10% voor de oplevering!

De gestuurde factuur is de 3e aanbetalingsfactuur van 30%. Deze dient morgen betaald te zijn. Zo niet dan zal ik volgende week mijn werknemers inplannen op andere werkzaamheden.

Voor de duidelijkheid is er voor mij verder geen discussie meer mogelijk en zijn dit de voorwaarden waarop ik het werk nog kom uitvoeren. Daar is een hele duidelijke afspraak over, en dat zijn mijn voorwaarden.

10 november 2020 te 11:58 uur ([A.])

Onderstaande is nog geen afspraak en is jouw standpunt en door jou gestelde voorwaarde om verder te gaan.

Daar hebben we bij vorige betalingen gehoor aan gegeven om uit een impasse te komen en voortgang te krijgen.

Toch zijn er de nodige onderbrekingen geweest bij de uitvoering bij JHF en is het dak max ca 70% gereed en je vraagt tot ca 96% vooruit te betalen.

(…)

Wij zien overigens geen reden om af te zien van de afgesproken garantie van bij de oplevering zoals je melde in laatste telefoongesprek. (…)

10 november 2020 te 12:38 uur (JHF Bouw)

Nogmaals verwijs ik naar de mail van 25 juni jl. met het betalingsschema en afspraken.

Onder deze voorwaarden hebben wij uiteindelijk de werkzaamheden hervat.

De voorwaarde dat wij de vervolg werkzaamheden nog verrichten is bij vooruitbetaling. Dit staat wat ons betreft niet ter discussie.

Het heeft geen enkel nut een planning door te geven, als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan.

Wij geven derhalve tot uiterlijk 13 november aanstaande om aan deze voorwaarden te voldoen, en zo niet dan scheiden onze wegen per 13-11-2020! Voor de duidelijkheid betekent dit dat je dan geen beroep meer kan of hoeft te doen op JHF Bouw.

2.12.

JHF Bouw heeft het werk voor CCWH op 9 november 2020 neergelegd, nadat een medewerker van haar op de laatste dag nog alles heeft nagelopen om te bekijken of het (resultaat van de werkzaamheden van JHF Bouw) waterdicht was.

2.13.

In de nacht van 11 op 12 november 2020 is er lekkage opgetreden bij het hotel nadat het geregend had.

2.14.

CCWH heeft op 12 november 2020 door derden maatregelen doen nemen om de schade als gevolg van deze lekkages zoveel mogelijk te beperken.

2.15.

In een brief van 12 november 2020 heeft de advocaat van CCWH JHF Bouw gesommeerd haar werkzaamheden uiterlijk 16 november 2020 weer te hervatten.

Aan deze sommatie heeft JHF Bouw geen gevolg gegeven.

2.16.

Op 23 november 2020 heeft de advocaat van CCWH de aannemingsovereenkomst met JHF Bouw gedeeltelijk ontbonden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

CCWH vordert samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad JHF Bouw zal bevelen om:

  • -

    binnen twee dagen na de datum van dit vonnis de uitvoering van de Aannemingsovereenkomst te hervatten en te blijven uitvoeren op straffe van een dwangsom,

  • -

    het werk uiterlijk twee weken na de datum van dit vonnis op te leveren op straffe van een dwangsom,

alles met veroordeling van JHF Bouw in de kosten van dit geding.

3.2.

CCWH legt aan haar vordering ten grondslag dat JHF Bouw toerekenbaar tekort schiet in het nakomen van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst. Zij stelt dat JHF Bouw ten onrechte haar werkzaamheden heeft opgeschort en aanspraak maakt op vooruitbetaling van delen van de aanneemsom. Zij betwist en benadrukt dat volgens het systeem van de wet de betalingsverplichting van de opdrachtgever pas opeisbaar is bij oplevering van het werk. Dit zou anders kunnen zijn indien partijen anders overeengekomen zijn maar die situatie doet zich hier niet voor, aldus CCWH. Aangezien het werk nog niet is opgeleverd is de betalingsverplichting van CCWH dus nog niet opeisbaar. Zij voert aan dat zij al een bedrag van € 62.111,72 aan JHF Bouw heeft betaald terwijl het werk niet evenredig aan de betalingen is gevorderd. Zij benadrukt dat tussen partijen noch in de offerte noch in de contacten over het meerwerk afspraken zijn gemaakt over vooruitbetaling van (delen van) de verschuldigde aanneemsom dan wel over een betalingsschema, zodat zij ook niet in schuldeisersverzuim kan verkeren. Verder wijst zij er op dat zij door het stilleggen van het werk door JHF Bouw schade heeft geleden omdat het dak nog niet op alle plaatsen waterdicht is en er lekkages zijn opgetreden. Tot slot stelt zij dat zij schade lijdt omdat het hotel pas later zal kunnen openen dan was gepland.

3.3.

JHF Bouw voert verweer. Zij stelt onder meer dat CCWH geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Daarnaast voert zij aan dat sprake is van schuldeisersverzuim aan de kant van CCWH zodat JHF Bouw niet in verzuim kan verkeren. Verder wijst zij er op dat CCWH de aannemingsovereenkomst op 23 november 2020 heeft ontbonden, zodat zij om die reden sowieso niet langer nakoming kan vorderen.

Bij haar inhoudelijk verweer voert JHF Bouw aan dat CCWH voortdurend de op haar rustende betalingsverplichting niet tijdig nakomt, hetgeen er reeds eerder toe heeft geleid dat JHF Bouw haar werkzaamheden heeft opgeschort. Deze eerdere opschorting heeft toen langere tijd geduurd. JHF Bouw heeft haar werkzaamheden hervat nadat tussen partijen afspraken gemaakt waren, welke afspraken neergelegd zijn in een e-mail met bijlagen van 25 juni 2020 (hiervoor weergegeven onder 2.9). CCWH komt haar betalingsverplichting uit die afspraken thans opnieuw niet na, als gevolg waarvan JHF Bouw op 9 november jl. haar werkzaamheden weer heeft gestaakt.

Met betrekking tot de door CCWH overgelegde foto’s en video voert JHF Bouw aan dat zij daarmee nu voor het eerst geconfronteerd wordt. Zij betwist nadrukkelijk dat op die foto’s en/of in de video de staat getoond wordt waarin zij het werk heeft achtergelaten. Zij verklaart daarbij dat er steeds meerdere bedrijven op het dak werkzaamheden verrichten, die niet allemaal even zorgvuldig met de aanwezige materialen en met de reeds aanwezige dakbedekking omspringen. Zij voert aan dat zij dit reeds eerder onder de aandacht heeft gebracht van CCWH maar dat er niets aan is gedaan en benadrukt dat zij thans als gevolg daarvan niet de door CCWH van haar verlangde garantie op het dak kan en wil geven.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.5.

JHF Bouw vordert voorwaardelijk, verkort weergegeven voor het geval dat de voorzieningenrechter de vordering van CCWH in conventie zal toewijzen dat: (i) CCWH wordt veroordeeld binnen twee dagen na de datum van dit vonnis alsnog een bedrag van

€ 10.425,36 te voldoen en verder binnen een week na de datum van dit vonnis voor het bedrag van € 3.475,12 zekerheid zal stellen in de vorm van een bankgarantie waarbij JHF Bouw als begunstigde wordt gesteld, (ii) CCWH wordt veroordeeld op eerste afroep van JHF Bouw de juiste materialen beschikbaar te stellen (waaronder deugdelijke dakrollen) en er voor te zorgen dat deze materialen binnen twee weken op het bouwwerk aanwezig zijn, op straffe van een dwangsom, (iii) CCWH wordt veroordeeld er voor te zorgen dat het hout op de dakranden wordt aangepast door CCWH alvorens JHF Bouw haar werkzaamheden verricht, op straffe van een dwangsom en (iv) een en ander met veroordeling van CCWH in de kosten van deze reconventie.

3.6.

JHF Bouw legt aan haar vorderingen ten grondslag dat CCWH toerekenbaar tekort schiet in het nakomen van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst. Zij stelt dat op dit moment reeds sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van CCWH.

3.7.

CCWH voert verweer. Zij betwist dat sprake is van schuldeisersverzuim en benadrukt dat het thans aan JHF Bouw is om als eerste te presenteren. Zij stelt dat volgens het systeem van de wet de betalingsverplichting van de opdrachtgever pas opeisbaar is bij oplevering van het werk. Dit zou anders kunnen zijn indien partijen anders overeengekomen zijn maar die situatie doet zich hier niet voor. Aangezien het werk nog niet is opgeleverd, is de betalingsverplichting van CCWH dus nog niet opeisbaar.

Zelfs als er aanvullende betalingscondities overeengekomen zouden zijn, blijkt nergens uit dat aan die condities is voldaan. Het schema uit de e-mail van 25 juni 2020 suggereert dat betaling dient plaats te vinden naar rato van de voortgang van het werk. Zij heeft al 82% van de aanneemsom voldaan, maar het werk is nog maar tot circa 70% geleverd. Een en ander volgens CCWH.

4 De beoordeling

in conventie

Spoedeisend belang

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van JHF Bouw is dat CCWH geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Dit verweer faalt. Uit de door CCWH gepresenteerde feiten en omstandigheden, waaronder de schade als gevolg van lekkages, volgt een voldoende spoedeisend belang. CCWH kan derhalve in haar vordering worden ontvangen.

Inhoudelijk

4.2.

CCWH vordert verdere nakoming van de aannemingsovereenkomst door JHF Bouw. JHF Bouw heeft haar werkzaamheden stil gelegd omdat CCWH betalingsafspraken niet nakwam. De vraag of tussen partijen betalingsafspraken zijn gemaakt vormt de kern van dit geschil. CCWH heeft het bestaan van die afspraken betwist, maar in dit betoog wordt zij niet gevolgd. Op grond van de hiervoor onder 2.1 t/m 2.15 weergegeven feiten is voldoende aannemelijk geworden dat er zich van meet af aan problemen hebben voorgedaan tussen partijen, voornamelijk omdat CCWH haar verplichtingen jegens JHF Bouw onder de aannemingsovereenkomst niet naar behoren nakwam. Uit de inhoud van de aangehaalde

e-mails blijkt afdoende dat CCWH niet voldeed aan haar verplichting om er voor te zorgen dat het juiste materiaal voor de werkzaamheden van JHF Bouw op locatie aanwezig was zodat JHF Bouw haar werkzaamheden kon uitvoeren en dat CCWH haar betalingsverplichtingen niet stipt is nagekomen.

4.3.

CCWH heeft weliswaar gesteld dat tussen partijen geen betalingsafspraken zijn gemaakt maar in dit betoog wordt zij niet gevolgd. Uit de inhoud van de onder 2.9 aangehaalde e-mail van 25 juni 2020 blijkt voldoende dat JHF Bouw na een eerdere opschorting alleen bereid was haar werkzaamheden te hervatten onder de in die e-mail vermelde condities. Uit de overgelegde appberichten volgt dat [A.] namens CCWH daarmee in juli 2020 akkoord is gegaan, waarna JHF Bouw haar werkzaamheden heeft hervat. Aldus is voldoende aannemelijk geworden dat de voorwaarden die zijn gesteld in de e-mail van 25 juni 2020, waaronder het betalingsschema, tussen partijen overeengekomen zijn. CCWH heeft daaraan ook uitvoering gegeven door de 1e aanbetalingsfactuur voor het overeengekomen bedrag tijdig te voldoen en de 2e aanbetalingsfactuur voor het overeengekomen bedrag kort na een herinnering te voldoen.

4.4.

CCWH heeft hiertegen nog ingebracht dat, voor zover wordt geoordeeld dat [A.] akkoord is gegaan met die betalingsafspraken, hij daartoe niet bevoegd was, maar ook deze stelling kan haar niet baten. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [A.] als projectmanager van meet af aan de contactpersoon is geweest van JHF Bouw en ook degene is geweest die de opdracht voor de offerte heeft gegeven en de overeenkomst met JHF Bouw tot stand gebracht heeft. Door deze gang van zaken is bij JHF Bouw minstgenomen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid gewekt. Nu CCWH de hiervoor omschreven rolinvulling van [A.] heeft toegelaten, mocht JHF Bouw op die schijn ook vertrouwen. Voor zover [A.] niet bevoegd zou zijn geweest akkoord te gaan met de voorwaarden in de e-mail van 25 juni 2020 dient dit dan ook voor rekening en risico van CCWH te blijven.

4.5.

Nu vaststaat dat CCWH, in strijd met het overeengekomen betalingsschema, tot op heden geweigerd heeft de 3e aanbetalingsfactuur aan JHF Bouw te voldoen, volgt daaruit dat zij, CCWH, in verzuim verkeert. Op grond van dit verzuim was JHF Bouw gerechtigd tot opschorting van haar werkzaamheden over te gaan.

CCWH kan reeds om die reden geen hervatting van de werkzaamheden vorderen.

4.6.

In de e-mail van 10 november 2020 te 12:38 uur van JHF Bouw aan CCWH te lezen dat als de verschuldigde termijnbetaling niet vóór 13 november 2020 wordt voldaan, de wegen van JHF Bouw en CCWH scheiden en dat CCWH dan geen beroep meer kan doen op JHF Bouw. Hierin kan een ontbinding van de overeenkomst tussen partijen door JHF Bouw gelezen worden. In het licht van de voorgeschiedenis kan de herhaalde non-betaling de ontbinding dragen en zou ook om die reden geoordeeld kunnen worden dat de vordering van CCWH tot hervatting van de werkzaamheden niet kan worden toegewezen.

4.7.

Het voorgaande zou anders kunnen zijn als zou blijken dat de door CCWH gestelde schade als gevolg van lekkages een direct gevolg is van gebrekkige of niet afgemaakte werkzaamheden van JHF Bouw.

JHF Bouw heeft nadrukkelijk betwist dat de foto’s van het dak de situatie tonen die zij heeft achtergelaten of dat deze betrekking hebben op door haar verrichte werkzaamheden. Daarbij heeft zij er op gewezen dat er meerdere ploegen werkzaam zijn en/of waren op het dak. Dit is door CCWH niet weersproken. Reeds om die reden wordt geoordeeld dat niet voldoende aannemelijk geworden is dat de door CCWH gestelde lekkages een gevolg zijn van gebrekkig of niet afgemaakt werk van JHF Bouw.

JHF Bouw heeft hieraan ter zitting van 26 november 2020 nog aangevoerd dat zij CCWH meermalen heeft gewaarschuwd dat de omstandigheid dat er meerdere ploegen werkzaamheden verrichtten op het dak, zonder overleg en zonder zorgvuldig om te gaan met de daar aanwezige materialen, tot gevolg had dat zij geen garantie zou kunnen geven op de staat van het dak, maar dat CCWH met die waarschuwing niets dan wel onvoldoende heeft gedaan. Gelet op de foto’s lijkt dat geen onredelijk standpunt.

Ook om deze reden is er geen aanleiding om JHF Bouw te veroordelen haar werkzaamheden te hervatten.

4.8.

Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van CCWH worden afgewezen.

4.9.

CCWH zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van JHF Bouw begroot op:

vastrecht € 304,00

salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.284,00

in voorwaardelijke reconventie

4.10.

Nu de vordering van CCWH in conventie wordt afgewezen, is de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld niet vervuld, zodat deze vordering als niet ingesteld dient te gelden en geen nadere bespreking behoeft.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt CCWH tot betaling aan JHF Bouw van een bedrag van € 1.284,00 ter zake van de proceskosten;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier C. Vis-van Zanden op 17 december 2020.1

1 type: 1155 coll: