Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10555

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
C/15/310275 / KG ZA 20-665
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2020:10328
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kop/staart-vonnis. Vzr. gebiedt Schiphol Real Estate om toestemming te geven aan Undae Real Estate voor overdracht van het erfpachtrecht aan de Islamitische Stichting Nederland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/310275 / KG ZA 20-665

Vonnis in kort geding van 30 november 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNDAE REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Leiden,

eiseres,

advocaat mr. M. de Wijs te Leiden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIPHOL REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Schiphol,

gedaagde,

advocaat mr. J.F. de Groot te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Undae en SRE genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de uitgebrachte dagvaarding met in totaal 23 producties

  • -

    de e-mail van 26 november 2020 met 5 producties

  • -

    de pleitnota van Undae

  • -

    de pleitnota van SRE.

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

  • -

    [naam] , directeur van Undae

  • -

    [naam] , gevolmachtigde Vakif B.V. (hierna: Vakif)

  • -

    [naam] , gevolmachtigde van de Islamitische Stichting Nederland (Hollanda Diyanet Vakfi) (hierna: ISN)

  • -

    mr. De Wijs voornoemd

  • -

    [naam] , portfolio manager (erfpacht) van SRE

  • -

    [naam] , bedrijfsjurist van SRE

  • -

    [naam] , gevolmachtigde van SRE

  • -

    mr. De Groot voornoemd

  • -

    mr. A.E.M. Langerhuizen, kantoorgenoot van mr. De Groot.

1.3.

Partijen blijven in twee termijnen bij de eerder door hen ingenomen standpunten. De rechter wijst het volgende (zg. ‘ kop-staart’)vonnis. De verdere uitwerking – waaronder de inhoudelijke beoordeling – volgt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk maandag 11 december 2020.

2. De beoordeling

2.1.

De navolgende inhoud van paragraaf 2 van dit vonnis strekt slechts tot informatie-voorziening en zal bij aanvullend vonnis worden vervangen door overwegingen die de volledige beoordeling van de zaak vormen.

2.2.

De voorzieningenrechter acht zich bevoegd van het geschil tussen partijen kennis te nemen en is van oordeel dat Undae een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

2.3.

SRE heeft toestemming voor overdracht van het erfpachtrecht geweigerd op twee zelfstandig dragende gronden:

  1. In art. 7.3 van de erfpachtakte is bepaald dat op/in de onroerende zaak alleen bedrijfsactiviteiten mogen plaatsvinden die direct verband houden met het luchtvaartwezen dan wel die, naar het oordeel van SRE, van belang zijn voor het goed functioneren van de luchthaven. Naar het oordeel van SRE voldoet een gebruik als mortuarium aan deze omschrijving, maar een gebruik als rouw-/uitvaartcentrum niet;

  2. uit een door SRE uitgevoerd onderzoek en uit overige openbare en algemeen toegankelijke bronnen volgt dat ISN stelselmatig in verband wordt gebracht met buitenlandse beïnvloeding. Het staat een onderneming als SRE, met een semi-publieke functie, die als privaatrechtelijk grondeigenaar eigen keuzes dient te maken ten aanzien van de partijen met wie zij zaken doet, vrij om conclusies te verbinden aan zelfs maar ‘enige schijn’ van ongewenste buitenlandse beïnvloeding, zodat weigering op grond van de genoemde vaststelling niet onredelijk is,

aldus SRE.

2.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het beoogde gebruik door de aspirant-huurder (Vakif, zijnde een 100% dochteronderneming van ISN) als volgt is omschreven: “Het pand zal als bewassingsruimte en voor het klaarmaken van de kisten voor repatriëring worden gebruikt. Er zullen islamitische gebedsruimten in het pand komen, die zeer vergelijkbaar zijn met wat het ‘luchthavenpastoraat’ aanbiedt. Het wordt geen afscheidscentrum”. Uit het verhandelde ter zitting leidt de voorzieningenrechter af dat het bezwaar van SRE niet ziet op dit gebruik.

Artikel 8.5 van de akte van erfpacht biedt SRE de mogelijkheid om zich te verzetten tegen strijdig gebruik van het gebouw door de huurder door aan de toestemming voor de verhuur gebruik-beperkende voorwaarden te verbinden. Zoals SRE ter zitting ook heeft beaamd, zijn er aldus voor SRE voldoende mogelijkheden om gebruik in strijd met de akte van erfpacht te voorkomen.

2.5.

Dat betekent dat het bezwaar van SRE alleen ziet op de identiteit van de koper. Uitgangspunt bij de beoordeling van dat bezwaar moet zijn dat SRE een dochteronderneming is van Royal Schiphol Group N.V. (‘Schiphol’), een semi-publieke instelling die is ingesteld ter behartiging van het publieke belang van handhaving, exploitatie en verdere ontwikkeling van een nationale luchthaven. SRE wordt door Schiphol gebruikt als privaatrechtelijk vehikel om een openbaar belang te dienen en is als zodanig onderworpen aan dezelfde fundamentele behoorlijkheidsnormen die ook voor de instelling zelf gelden. Gegeven dit uitgangspunt is de voorzieningenrechter van oordeel dat de onthouding van toestemming voor overdracht van het erfpachtrecht op grond van de identiteit van de koper, mede gelet op de motivering daarvan, in casu niet redelijk is. Het volgende is daarvoor redengevend.

2.6.

In aanmerking genomen (1) het grote belang van spoedige verkoop voor Undae,
(2) het voorgenomen gebruik van het pand en (3) de mogelijk ongewisse ontwikkeling van de markt voor onroerend goed in de regio Schiphol als gevolg van de Corona-crisis, vormt de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat ISN in een heel breed opgezet onderzoek en andere bronnen stelselmatig in verband wordt gebracht met buitenlandse beïnvloeding daarvoor onvoldoende grond.

Nu SRE, ook na kritiek op de gegeven motivering voor haar weigering, geen poging heeft gedaan om haar bezwaren – mede gelet op het voorgenomen gebruik van de betrokken onroerende zaak – te concretiseren, moet het ervoor worden gehouden dat die concretisering niet mogelijk is. Dat is voldoende grond voor de navolgende voorzieningen.

2.7.

De vorderingen zullen worden toegewezen, met dien verstande dat SRE de ruimte zal worden gelaten om het toegestane gebruik van de betrokken onroerende zaak te beperken als hiervoor omschreven.

2.8.

De verzochte machtiging zal worden afgewezen om SRE de ruimte te laten voor eigen keuzes.

2.9.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

2.10.

SRE zal als de overwegend in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Undae worden begroot op:

- betekening oproeping € 87,99

- griffierecht 656,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.723,99

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

gebiedt SRE om uiterlijk 30 november 2020 toestemming te geven aan Undae Real Estate B.V. voor overdracht van het erfpachtrecht aan de stichting ‘Islamitische Stichting Nederland (Hollanda Diyanet Vakfi)’, met dien verstande dat SRE desgewenst in de daartoe benodigde akte bepalingen kan doen opnemen die ertoe strekken te waarborgen dat het gebruik van de betrokken onroerende zaak blijft binnen de volgende omschrijving:

Het pand zal als bewassingsruimte en voor het klaarmaken van de kisten voor repatriëring worden gebruikt. Er zullen islamitische gebedsruimten in het pand komen, die zeer vergelijkbaar zijn met wat het ‘luchthavenpastoraat’ aanbiedt. Het wordt geen afscheidscentrum.

3.2.

gebiedt SRE om vanaf 30 november alle redelijkerwijs door de notaris (mr. [notaris] ) verlangde medewerking te verlenen aan overdracht van het erfpachtrecht aan de stichting ‘Islamitische Stichting Nederland (Hollanda Diyanet Vakfi)’,

3.3.

veroordeelt SRE om aan Undae een dwangsom te betalen van € 10.000,-
(zegge: tienduizend euro) voor iedere dag dat zij niet aan de in 3.1 en/of 3.2 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 200.000,- (zegge: honderdduizend euro) is bereikt,

3.4.

veroordeelt Schiphol in de proceskosten, aan de zijde van Verkoper tot op heden begroot op € 1.723,99,

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M.P. Langeveld op 30 november 2020.1

1 Conc.: 936