Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:10246

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1271
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douanerecht. Verzoek tot terugbetaling. Indeling 'led rabbit'. De 'led rabbit' is niet uitsluitend ontworpen, vervaardigd en te herkennen als feestartikel. Niet aannemelijk gemaakt dat invoerrechten zijn betaald, die niet verschuldigd waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 14-12-2020
NTFR 2020/3743
FutD 2020-3801
DouaneUpdate 2021-0009 met annotatie van Fiscaal up to Date
NLF 2020/2808 met annotatie van
Douanerechtspraak 2020/143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 19/1271

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 1 december 2020 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres.

(gemachtigde: E. Stoker),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 6 februari 2018 een verzoek tot terugbetaling van een bedrag van € 969,52 aan douanerechten ingediend.

Verweerder heeft dat verzoek bij beschikking van 3 september 2018 afgewezen.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de hiervoor genoemde beschikking.

Verweerder heeft bij uitspraak van 1 februari 2019 het bezwaar van eiseres afgewezen.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2020 te Haarlem. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is een logistieke dienstverlener. Haar specialisatie ligt in transport, opslag, distributie en douaneafhandeling van onder andere algemene koopmansgoederen.

2. Eiseres heeft op 10 februari 2015 in eigen naam aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van ‘led rabbits’ met een douanewaarde van € 20.628. Eiseres heeft de led rabbits in deze aangifte in de gecombineerde nomenclatuur (GN) ingedeeld onder GN-code 9405 40 39 00 (“elektrische verlichtingstoestel van kunststof: andere”).

3. Verweerder heeft daarop ter zake van de invoer van led rabbits de meer verschuldigde douanerechten (zijnde 4.7% aan invoerrechten over de douanewaarde) nagevorderd door middel van de uitnodiging tot betaling (utb) tot een bedrag van € 969,52.

4. Eiseres heeft op 6 februari 2018 verzocht om terugbetaling van de douanerechten van € 969,52. In het verzoek geeft eiseres aan dat de led rabbits als “nabootsingen van dieren, niet opgevuld” onder GN-code 9503 00 49 90 ingedeeld hadden moeten worden. (Goederen onder deze GN-code worden belast met 0% douanerechten).

Geschil
5. In geschil is of het verzoek tot terugbetaling van eiseres terecht is afgewezen.

6. Eiseres stelt dat het verzoek tot terugbetaling ten onrechte is afgewezen. Tijdens het onderzoek ter zitting van 6 oktober 2020 heeft eiseres haar grond voor dit verzoek gewijzigd. Zij handhaaft niet langer haar eerdere stellingen op grond waarvan de led rabbit moet worden ingedeeld onder GN-code 9503 00 49 90 als een nabootsing van een dier in de vorm van een konijntje. De led rabbit is door de importeur in haar winkels als een paasartikel onder vermelding van [..] met kleureffect’ aangeboden. Dit betekent volgens eiseres dat een indeling onder GN-code 9505 90 00 als feestartikel meer voor de hand ligt. De paashaas heeft immers een duidelijke associatie met het paasfeest.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en verzoekt te bepalen dat de led rabbit ingedeeld moet worden onder de goederencode 9505 90 00, met veroordeling van verweerder tot vergoeding van het griffierecht.

7. Verweerder stelt dat de led rabbit onder goederencode 3926 40 00 moet worden ingedeeld. In de door verweerder in zijn verweerschrift genoemde EG-indelingsver-ordeningen worden verschillende dierfiguren als versieringsvoorwerpen van kunststof ingedeeld. Daarin worden ook diverse kunststofartikelen genoemd die zijn voorzien van

ledverlichting. De ledverlichting wordt gezien als bijkomend effect dat het versieringseffect verhoogt en enkel het decoratieve effect versterkt. De led rabbit heeft een vlakke onderzijde en is daarom bestemd om te worden neergezet. Gelet op het vorenstaande is verweerder van mening dat de led rabbit als versieringsvoorwerp van kunststof voor decoratieve doeleinden moet worden aangemerkt.

De led rabbit kwalificeert volgens verweerder niet als feestartikel. Het product is een konijn. Er valt geen haas in te zien. De led rabbit is niet uitsluitend ontworpen als een feestartikel. De led rabbit kan het hele jaar door als een decoratief artikel worden gebruikt.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

8. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Relevante regelgeving

De onderverdeling van post 3926 van de GN luidde - voor zover van belang - op 10 februari 2015 als volgt:

3926 Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere

stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914 (...)

3926 40 00 00 - beeldjes en andere versieringsvoorwerpen

3926 90 - andere (...)

De toelichting IDR op GS-post 3926 luidt, voor zover van belang, als volgt:

Deze post omvat werken van kunststof, elders genoemd noch elders onder begrepen

(zoals gedefinieerd in Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk) (...)

Hieronder zijn dus voornamelijk begrepen:

(...)

3. beeldjes en andere versieringsvoorwerpen;

De onderverdeling van post 9505 van de GN luidde - voor zover van belang - op 10 februari 2015 als volgt:

9505 Feestartikelen, carnavalsartikelen en andere

ontspanningsartikelen, benodigdheden voor het goochelen

en fop- en schertsartikelen daaronder begrepen:

9505 10 - kerstfeestartikelen:

9505 10 10 00 - - van glas

9505 10 90 00 - - van andere stoffen

9505 90 00 00 - andere

Toelichting IDR op GS-post 9505 luidt, voor zover van belang, als volgt:

Deze post omvat de hierna genoemde groepen van producten.

A. Feestartikelen, carnavalsartikelen en andere ontspanningsartikelen die, in verband met hun gebruik, veelal van eenvoudige en weinig sterke makelij zijn.

Van deze artikelen kunnen worden genoemd:

1. feestversieringsartikelen voor het versieren van kamers, tafels, enz. (guirlandes, lantaarns, enz.); artikelen voor kerstboomversiering (engelenhaar, gekleurde kerstballen, dierfiguren, nabootsingen van andere voorwerpen, enz.); artikelen voor versiering van gebak die traditiegetrouw zijn verbonden met een bijzondere feestelijkheid (bijvoorbeeld dierfiguren, vlaggetjes);

2. artikelen die gewoonlijk bij kerstfeesten worden gebruikt, in het bijzonder imitatiekerstbomen, kerstkribben, personages en dierfiguren voor kerstkribben, engeltjes, kerstpistaches (knalbonbons), kerstkousen, kerstklompen en -blokken, kerstmannetjes, enz.;

(...)

Toelichting EG op GS-post 9505 luidt, voor zover van belang, als volgt:

In aanvulling op de toelichting IDR, onder A, op post 95.05, moeten producten, om als feestartikelen te worden ingedeeld, een decoratieve waarde (qua ontwerp en versiering) hebben en uitsluitend ontworpen, vervaardigd en te herkennen zijn als feestartikelen. Deze producten worden gebruikt tijdens een specifieke dag of periode in het jaar.

Deze producten zijn op grond van constructie en ontwerp (opdrukken, versieringen, symbolen of opschriften) bedoeld voor gebruik voor een specifieke festiviteit.

Een ‘festiviteit' is een specifieke dag of een periode tijdens het jaar die door een gemeenschap wordt afgebakend met kenmerkende symbolen en bijbehorende gebruiken. Sommige daarvan stammen uit de oudheid, met de rituele viering van specifieke godsdienstige plechtigheden; andere worden in brede kring gevierd en vormen een belangrijk element van het nationale leven. Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn Kerstmis, Pasen, Halloween, Valentijnsdag, verjaardagen en huwelijken.

De volgende producten worden ook als feestartikelen beschouwd:

- figuurtjes in feestkleding, die seizoensgebonden thema's voorstellen of seizoensgebonden activiteiten verrichten; (...)

- artikelen die traditioneel bij het paasfeest worden gebruikt (bijvoorbeeld kunstpaaseieren, niet geschikt voor verpakkingsdoeleinden, gele paaskuikentjes en paashazen);

Beoordeling van het geschil

9. Op grond van het bepaalde in artikel 116, eerste lid, onder a, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) bestaat recht op terugbetaling van invoerrechten die teveel in rekening zijn gebracht in de zin van artikel 117, eerste lid, DWU, indien het bedrag dat correspondeert met de aanvankelijk meegedeelde douaneschuld het verschuldigde bedrag overschrijdt. Aangezien eiseres een beroep op deze bepaling doet, rust op haar de last aannemelijk te maken dat een te hoog bedrag aan douanerechten is betaald.

10. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie onder meer HvJ 26 april 2017, C-51/16 (Stryker EMEA Supply Chain Services BV), r.o. 39 en 45). De inhoud van GS- en GN-toelichtingen moet in overeenstemming zijn met de GN-bepalingen en mag de strekking daarvan niet wijzigen. Toelichtingen moeten, indien zij in strijd blijken met de tekst van de GN-posten en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken, terzijde worden geschoven (zie onder meer HvJ 26 november 2015, C-44/15 (Duval GmbH & Co, KG.), r.o. 24).

11. De led rabbit is een van relatief harde kunststof gemaakt diertje (door eiseres op de zitting als haasje en door verweerder als konijntje aangeduid) (uitgevoerd in een witte of enigszins transparante kleur; de oortjes zijn rose), dat is voorzien van een ingebouwd ledlampje dat van stroom wordt voorzien door een verwisselbaar knoopbatterijtje. De kleur van het licht verandert doorlopend van rood naar groen, blauw en paars. Het licht is echter te zwak om er een ruimte mee te verlichten. Partijen zijn het erover een dat de led rabbit daarom niet als verlichtingstoestel onder GN-code 9405 40 39 90 kan worden ingedeeld en dat deze goederencode waaronder de led rabbit in de aangifte voor het vrije verkeer is aangegeven niet juist is. Het diertje kent drie varianten: zittend, staand en op de rug liggend.

12. Eiseres heeft haar eerdere stellingen over de indeling van de led rabbit tijdens het onderzoek ter zitting laten vervallen. Zij voert thans uitsluitend aan dat de led rabbit door verweerder ingedeeld had moeten worden als feestartikel en dat bij die indeling minder invoerrechten zijn verschuldigd dan door haar zijn betaald.

13. Gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een feestartikel. De led rabbit heeft – met name gezien de relatief korte lengte van de oren en de afwezigheid van zichtbaar relatief lange achterpoten - de vorm van een konijn en niet van een haas. Naar het oordeel van de rechtbank is de led rabbit daarom niet te beschouwen als uitsluitend ontworpen, vervaardigd en te herkennen als feestartikel en op grond van constructie en ontwerp bedoeld voor gebruik voor een specifieke festiviteit. De led rabbit heeft dan ook geen speciale relatie met het paasfeest, ook niet in een meer verwijderd verband.

14. Nu de door eiseres voorgestane indeling van de led rabbit naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden gevolgd, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij invoerrechten heeft betaald die zij niet was verschuldigd.

15. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het verzoek om terugbetaling naar het oordeel van de rechtbank terecht afgewezen en dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 1 december 2020 door mr. S. Kleij , voorzitter, en
mr.drs. C.M. van Wechem en mr. T.E. Deurvorst, leden, in aanwezigheid van
mr. W.G. van Gastelen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.