Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:1018

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
21-02-2020
Zaaknummer
C/15/298022 / FA RK 20-48
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen de crisismaatregel Wvggz, deels gegrond verklaard. De medische verklaring is niet opgemaakt door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken is, zoals de wet eist. Er is geen sprake geweest van tijdelijk verplichte zorg en de burgemeester heeft voldaan aan de hoorplicht, zodat het beroep op deze punten ongegrond is verklaard.

Het verzoek om schadevergoeding ex art.10:12 Wvggz is afgewezen, omdat betrokkene niet heeft voldaan aan de stelplicht met betrekking tot de schade

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JGz 2020/27 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

Beroep tegen een crisismaatregel (7:6 Wvggz) en verzoek schadevergoeding (10:12 Wvggz)

zaak-/rekestnr.: C/15/298022 / FA RK 20-48

beschikking van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2020,

naar aanleiding van het beroep op grond van artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

wonende te [plaats] ,

hierna: betrokkene,

advocaat: mr. B.J. de Groot, gevestigd te Haarlem,

en op het verzoek van betrokkene tot schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wvggz.

1 Procedure

1.1

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 januari 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de crisismaatregel die haar op 2 januari 2020 door de burgemeester van de gemeente [gemeente] is opgelegd. Daarnaast heeft betrokkene verzocht om haar schadevergoeding toe te kennen.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020, op het kantoor van het FACT te [plaats] .

1.3

Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- [burgemeester] , burgemeester van de gemeente [gemeente] ;

- [psychiater] , psychiater;

- [arts] , arts;

- de vader van betrokkene;

- [verpleegkundige] , verpleegkundige.

Tevens waren als toehoorders ter zitting aanwezig:

- [juridisch adviseur fysiek domein] , juridisch adviseur fysiek domein van de gemeente [gemeente] ;

- [adviseur openbare orde en veiligheid] , adviseur openbare orde en veiligheid van de gemeente [gemeente] .

2 Vaststaande feiten

2.1

Op 2 januari 2020 om 18.00 uur heeft de burgemeester van de gemeente [gemeente] ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel in de zin van artikel 7:1 Wvggz genomen.

2.2

Op 6 januari 2020 is het verzoek om voortzetting van de crisismaatregel door deze rechtbank, locatie Alkmaar, afgewezen. De rechtbank was niet tot de overtuiging gekomen dat de angst- en paniekstoornis bij betrokkene nog langer onmiddellijk dreigend ernstig nadeel deed veroorzaken.

3 Verzoek

3.1

Betrokkene heeft op grond van artikel 7:6 Wvggz beroep ingesteld tegen de crisismaatregel. Ook heeft zij op grond van artikel 10:12 Wvggz een verzoek tot schadevergoeding door de gemeente ingediend.

3.2

Betrokkene heeft – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Zij heeft allereerst gesteld dat haar vervoer naar en de eerste schreden in de accommodatie in [plaats] zonder haar instemming en zonder crisismaatregel zijn geweest. Daarom kan deze periode niet anders worden geduid dan tijdelijke verplichte zorg in de zin van artikel 7:3 Wvggz. Er was naar haar mening echter geen noodzaak om over te gaan tot het uiterste middel van tijdelijke verplichte zorg. Onduidelijk is waarom zij de beslissing van de burgemeester niet thuis heeft mogen afwachten.

3.3

Betrokkene heeft zich ook op het standpunt gesteld dat zij in het kader van de tijdelijke verplichte zorg niet gebracht is naar een plek waar in verband met de voorbereiding van de maatregel zorg geboden zou worden. Zij is immers rechtstreeks gebracht naar de plek waar de crisismaatregel ten uitvoer zou moeten worden gelegd zodra deze zou zijn afgegeven.

3.4

Verder heeft betrokkene gesteld dat de medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Het is onduidelijk wie de verklaring heeft opgesteld, [arts] of [psychiater] . In beide gevallen is niet aan de Wvggz voldaan. [arts] is geen psychiater en voor [psychiater] geldt dat hij de behandelend psychiater van betrokkene is.

3.5

Daarnaast is betrokkene van mening dat de hoorplicht door de burgemeester niet correct is uitgevoerd en dat niet verifieerbaar is of deze is uitgevoerd. Betrokkene is kort telefonisch gesproken door de burgemeester op het moment dat zij al op de gesloten afdeling was. Uit de beschikking van de burgemeester blijkt niet wat er besproken is en welke moeite is gedaan om haar voor het vervoer te spreken. Ook vraagt betrokkene zich af of ze daadwerkelijk door de burgemeester is gehoord.

3.6

Tot slot heeft betrokkene zich op het standpunt gesteld dat de burgemeester de beslissing heeft genomen op basis van verkeerde en/of niet verifieerbare informatie.

4 De standpunten

4.1

Ter zitting hebben de psychiater, [psychiater] , en de arts, [arts] – samengevat – naar voren gebracht dat betrokkene op het moment dat zij naar [plaats] werd vervoerd daarmee akkoord was. Zowel zij als de ouders en de behandelaren waren van mening dat de thuissituatie bij de ouders niet meer houdbaar was. Ze hebben de tijd genomen om betrokkene goed voor te bereiden op de opname en de komende crisismaatregel, bijvoorbeeld door haar te laten douchen en haar spullen te laten pakken. Zij hebben ingeschat dat het voor betrokkene het minst bezwarend zou zijn wanneer zij zou worden vervoerd op een moment dat er consensus was over de opname.

Ten aanzien van de medische verklaring heeft de psychiater naar voren gebracht dat hij de behandelend psychiater van betrokkene is. Hij is degene geweest die het onderzoek heeft verricht en de medische verklaring heeft afgegeven, omdat er op dat moment geen andere psychiaters aanwezig waren. Het systeem Khonraad voorziet niet in een mogelijkheid een aanvullende verklaring van een psychiater op te nemen wanneer bijvoorbeeld een arts, niet zijnde een psychiater, de medische verklaring afgeeft.

4.2

De burgemeester heeft – samengevat – naar voren gebracht dat zij zelf via Khonraad heeft gebeld met betrokkene op haar mobiele telefoonnummer. Hierbij verschijnt dan niet het telefoonnummer van de burgemeester in het scherm van de gebelde. Tijdens het gesprek heeft de burgemeester betrokkene algemene vragen gesteld en haar gevraagd naar haar mening over een eventuele crisismaatregel. De burgemeester heeft een kort verslag van het gesprek in Khonraad gezet. Na het gesprek met betrokkene heeft de burgemeester gesproken met de psychiater, waarna zij de crisismaatregel heeft afgegeven.

5 Beoordeling

ten aanzien van de tijdelijke verplichte zorg

5.1

Artikel 7:3 Wvggz luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

1 Voorafgaand aan de beslissing over een crisismaatregel kan, indien redelijkerwijs mag worden verondersteld dat een crisismaatregel zal worden genomen, gedurende korte tijd verplichte zorg aan een persoon worden verleend.

2 De verplichte zorg, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen als uiterste middel verleend indien dit noodzakelijk is in verband met de voorbereiding van de crisismaatregel en uitsluitend gedurende de periode die nodig is om de procedure voor de crisismaatregel af te ronden. Deze periode bedraagt als geheel ten hoogste achttien uur, en niet meer dan twaalf uur te rekenen vanaf het moment dat betrokkene door een psychiater wordt onderzocht ten behoeve van de medische verklaring.

3 De verplichte zorg, bedoeld in het eerste lid, kan, teneinde te laten onderzoeken of een crisismaatregel moet worden genomen en in afwachting van het nemen van de crisismaatregel, tevens inhouden dat een persoon zijn vrijheid wordt ontnomen en hij onverwijld wordt overgebracht naar een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf.

5.2

Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat het vervoer naar de accommodatie in [plaats] en haar eerste schreden daar dienen te worden aangemerkt als tijdelijke verplichte zorg als bedoeld in artikel 7:3 Wvggz.

De rechtbank volgt betrokkene hierin echter niet, aangezien ter zitting duidelijk is geworden dat betrokkene en alle overige aanwezigen, waaronder haar ouders, het erover eens waren dat de situatie bij de ouders thuis niet langer houdbaar was en dat betrokkene in afwachting van het nemen van de crisismaatregel alvast naar de accommodatie in [plaats] zou worden vervoerd. Daarbij hebben de ter plaatse aanwezige psychiater en arts – zo is onweersproken door hen gesteld – de tijd genomen om betrokkene goed voor te bereiden op de opname en is de inschatting gemaakt dat deze handelswijze het minst belastend zou zijn voor betrokkene. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest van tijdelijke verplichte zorg als bedoeld in artikel 7:3 Wvggz, zodat het beroep op dit punt en ook op het punt van de plaats van de tijdelijke zorg ongegrond zal worden verklaard.

ten aanzien van de medische verklaring

5.3

Artikel 7:1 Wvggz luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

3. De burgemeester neemt niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij:
a. ervoor zorg heeft gedragen dat een psychiater, indien van toepassing volgens het vastgestelde model, in een medische verklaring zijn bevindingen vermeldt […]

Artikel 5:7 Wvggz luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Voor de toepassing van deze wet gelden voor de psychiater de volgende voorwaarden:

[…]

d. hij heeft minimaal één jaar geen zorg verleend aan betrokkene.

5.4

Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat de medische verklaring niet aan de eisen van de wet voldoet, nu deze verklaring niet is opgesteld door een niet bij de behandeling betrokken psychiater.

Dit betoog treft doel. Ter zitting heeft de psychiater, [psychiater] , verklaard de behandelend psychiater van betrokkene te zijn. Ook heeft hij verklaard dat hij degene is geweest die het geneeskundig onderzoek heeft verricht en de medische verklaring heeft afgegeven. Gelet hierop voldoet de medische verklaring niet aan de eisen van de wet als bedoeld in voormeld artikel 7:1, derde lid, onder a, in samenhang met artikel 5:7, onder d, Wvggz. Dit maakt dat deze verklaring niet als grondslag heeft kunnen dienen voor de beslissing van de burgemeester tot het nemen van de crisismaatregel van 2 januari 2020. Op de burgemeester rust de plicht zich ervan te vergewissen dat de medische verklaring is opgemaakt door een niet bij de behandeling betrokken psychiater als bedoeld in voormeld artikel. Nu de burgemeester dit heeft nagelaten en de crisismaatregel op grond van een ondeugdelijke medische verklaring heeft genomen, is sprake van een onrechtmatig genomen crisismaatregel. Het beroep zal op dit punt gegrond worden verklaard.

ten aanzien van het horen van betrokkene

5.5

Artikel 7:1 Wvggz luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

3. De burgemeester neemt niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij:
[…]
b. betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.

5.6

Betrokkene heeft ten slotte aangevoerd dat niet duidelijk is of de hoorplicht van de burgemeester correct is uitgevoerd.

De burgemeester heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat zij betrokkene op haar eigen telefoon heeft gesproken en dat zij betrokkene daarbij algemene vragen heeft gesteld en gevraagd heeft naar haar mening over een eventuele crisismaatregel. Hierbij heeft zij ook kort gesproken met de vader van betrokkene. Daarna heeft zij de crisismaatregel genomen.

Nu de rechtbank geen reden heeft te twijfelen aan deze door de burgemeester geschetste gang van zaken, en door de psychiater onbetwist is gesteld dat het horen aan betrokkene was aangekondigd, heeft de burgemeester op correcte wijze voldaan op de op haar rustende verplichting om betrokkene te horen voorafgaand aan het nemen van de crisismaatregel. Dat het wellicht wenselijker was geweest dat gebeld zou zijn via bijvoorbeeld de telefoon van de crisisdienst in plaats van via de telefoon van betrokkene doet aan het voorgaande niet af. Dit onderdeel van het beroep zal ongegrond worden verklaard.

ten aanzien van de schadevergoeding

5.7

Artikel 10:12 Wvggz luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

1. Indien de wet niet in acht is genomen bij het nemen van een crisismaatregel, of bij de toepassing van artikel 7:3 kan betrokkene of de vertegenwoordiger door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de rechter verzoeken tot schadevergoeding door respectievelijk de gemeente of de organisaties onder wiens verantwoordelijkheid de personen, bedoeld in artikel 7:3, vierde lid, hebben gehandeld. De rechter kent een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe.

5.8

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene ten aanzien van het verzoek tot schadevergoeding niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht met betrekking tot de schade. Het alleen in het petitum van het verzoekschrift verzoeken om schadevergoeding is daartoe onvoldoende. Het verzoek tot schadevergoeding zal om deze reden worden afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 2 januari 2020 gegrond voor zover het ziet op het niet in acht nemen van artikel 7:1, derde lid, onder a, in samenhang met artikel 5:7, onder d, Wvggz, zoals hiervoor onder 5.4 verwoord;

6.2

verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

6.3

wijst af het verzoek tot schadevergoeding.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. van der Heijden, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Alexander als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.