Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:9862

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-11-2019
Datum publicatie
02-12-2019
Zaaknummer
7967605 AO VERZ 19-69
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Ontbinding op verzoek van de werkgever vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, omdat de werknemer binnen één jaar tot drie keer toe genoodzaakt is geweest om via een gerechtelijke procedure een onterechte loonstaking ongedaan te maken en doorbetaling van loon af te dwingen, zodat een billijke vergoeding van € 18.000,00 bruto aan de werknemer wordt toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 7967605 \ AO VERZ 19-69 BL

Uitspraakdatum: 19 november 2019

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. H. Kuin

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Power Internet B.V.

gevestigd te Sint Pancras

verwerende partij

verder te noemen: Power Internet

gemachtigde: mr. H.G.R. Meulmeester

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. Bij brief van 25 september 2019 heeft [verzoekster] haar verzoek herzien.

1.2.

Op 22 oktober 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Power Internet heeft ook pleitaantekeningen overgelegd.

2 De feiten

2.1.

Tussen [verzoekster] , geboren op [geboortedatum 2] , en de bestuurder van Power Internet [naam 2] bestond een affectieve relatie, waaruit op [geboortedatum 1] dochter [naam 1] is geboren. Tijdens de relatie tussen [verzoekster] en [naam 2] is Power Internet opgericht (op 24 december 2008). [verzoekster] was daarbij betrokken.

2.2.

[verzoekster] is per 24 juni 2009 in dienst getreden bij Power Internet. De functie van [verzoekster] is administratief medewerkster met een salaris van € 2.500,00 bruto per maand, exclusief emolumenten.

2.3.

In of omstreeks juni 2015 is de affectieve relatie tussen [verzoekster] en [naam 2] geëindigd. Zij hebben vervolgens nog tot april 2016 in goede harmonie samengewerkt. Begin april 2016 is [verzoekster] vrijgesteld van werkzaamheden.

2.4.

Op 29 juni 2016 heeft Power Internet een verzoek gedaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] . De behandeling van dat verzoek is destijds aangehouden voor mediation. In de periode van december 2016 tot eind mei 2018 heeft [verzoekster] weer werkzaamheden voor Power Internet verricht. De mediation heeft niet tot een oplossing geleid. Bij beschikking van 28 juni 2018 heeft de (ambtgenoot) kantonrechter het ontbindingsverzoek van Power Internet afgewezen, en Power Internet veroordeeld tot onmiddellijke toelating van [verzoekster] tot haar werkplek en het verrichten van haar volledige, laatstelijk verrichte werkzaamheden.

2.5.

Vervolgens is [verzoekster] weer werkzaamheden voor Power Internet gaan verrichten, waarna [verzoekster] zich op 26 september 2018 ziek heeft gemeld.

2.6.

[verzoekster] heeft op 28 november 2018 Power Internet in kort geding gedagvaard tot – kort gezegd – betaling van het gedeeltelijk onbetaald gebleven loon over oktober 2018. Bij vonnis van 10 januari 2019 is deze vordering door de (ambtgenoot) kantonrechter toegewezen.

2.7.

Op 26 februari 2019 is [verzoekster] in het kader van haar re-integratie begonnen met hervatting van werkzaamheden voor Power Internet. Daarbij is onenigheid tussen partijen ontstaan over de aard van de door [verzoekster] te verrichten werkzaamheden.

2.8.

Op 27 februari 2019 heeft [verzoekster] zich opnieuw volledig arbeidsongeschikt gemeld.

2.9.

Na een consult op 31 maart 2019 heeft de bedrijfsarts aan partijen teruggekoppeld dat er geen medische redenen zijn om de arbeidsongeschiktheid langer in stand te houden. Daarbij adviseert de bedrijfsarts volledige hersteldmelding per 15 april 2019 en inzet van mediation wat betreft het arbeidsconflict.

2.10.

In een e-mail van 11 april 2019 schrijft de gemachtigde van [verzoekster] aan de gemachtigde van Power Internet:
“(…) Aangezien de bedrijfsarts adviseert om mediation in te zetten met betrekking tot het arbeidsconflict, is cliënte benieuwd wat het vervolg zal zijn. Dat de situatie tussen partijen behoorlijk is verslechterd, behoeft nauwelijks toelichting. Dit neemt niet weg dat cliënte open staat voor overleg.
Werkhervatting zonder enig overleg / mediation ligt niet in de rede. Zodoende verneem ik graag van u hoe uw cliënte invulling wenst te geven aan het advies van de bedrijfsarts. (…)”

2.11.

In reactie hierop schrijft de gemachtigde van Power Internet in een e-mail van 12 april 2019:
“(…) Het eerdere mediationtraject heeft niets opgeleverd, terwijl uw cliënte toen volhield dat zij gewoon zou kunnen werken, omdat de privé verhoudingen (die toen ook al slecht waren, wat dat betreft is er niet veel veranderd), aan de zakelijke arbeidsverhouding niets zou afdoen.
Mijn cliënte heeft, in lijn met de uitspraak van de kantonrechter, uitvoering gegeven aan het aldaar gegeven oordeel en zal dus ook thans niet onbevooroordeeld meewerken aan een mediation die thans de insteek heeft dat uw cliënte, wegens de verstoorde privé verhouding, niet in staat is om te werken. Hoe ziet uw cliënte dat?”

2.12.

Het verzoek van [verzoekster] om toelichting van deze reactie heeft Power Internet onbeantwoord gelaten.

2.13.

Omdat het salaris over mei 2019 en het opgebouwde vakantiegeld onbetaald bleven heeft [verzoekster] bij dagvaarding van 17 juni 2019 in kort geding gevorderd – kort gezegd – veroordeling van Power Internet tot doorbetaling van loon. Bij vonnis van 26 juli 2019 is deze vordering tot en met juli 2019 (voor zover niet geheel voldaan) door de (ambtgenoot) kantonrechter toegewezen, onder overweging van het volgende:
“(…) Dat [verzoekster] niet heeft gewerkt ligt in de risicosfeer van Power Internet. Door geen mediationtraject op te starten zoals door de bedrijfsarts geadviseerd, door [verzoekster] voor te houden dat er eigenlijk geen werk meer voor haar is, en [verzoekster] klusjes op te dragen die geen dan wel nauwelijks verband houden met haar eigen werk concludeert de kantonrechter dat Power Internet onvoldoende inspanning heeft verricht om [verzoekster] haar eigen werk te laten verrichten. Dat had wel op de weg van Power Internet gelegen en dient dus in redelijkheid voor Power Internet te komen. (…)”

2.14.

Op 2 augustus 2019 schrijft de gemachtigde van Power Internet in een e-mail aan de gemachtigde van [verzoekster] :
“(…) Ik heb vernomen dat uw cliënte volgende week wegens vakantie afwezig is. Ik verzoek u om haar vandaag nog te attenderen op het gegeven dat mijn cliënte inmiddels in overleg is met een mediator, zodat uw en mijn cliënte, bij terugkomst van uw cliënte, direct het traject kunnen starten. (…)”

2.15.

In reactie hierop schrijft de gemachtigde van [verzoekster] op 8 augustus 2019:
“Op vrijdag 2 augustus informeerde u mij inzake het feit dat uw cliënte voornemens is mediation in gang te zetten. Wat cliënte betreft is dit echter mosterd na de maaltijd. Het heeft echt te lang geduurd vooraleer uw cliënte hier nu eindelijk iets mee wil doen. Bovendien heeft u herhaaldelijk, ook recentelijk, namens uw cliënte laten weten dat zij ernaar streeft de arbeidsovereenkomst te beëindigen. (…)
“Cliënte is op haar beurt tot de conclusie gekomen dat de arbeidsovereenkomst tot een einde moet komen en zal daartoe zelf een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst indienen. (…)”

2.16.

Op 12 augustus 2019 heeft [verzoekster] het onderhavige ontbindingsverzoek (met nevenvorderingen) ingediend.

2.17.

Power Internet deelt op 27 augustus 2019 in een e-mailbericht aan [verzoekster] mee dat zij de loonbetaling zal opschorten totdat [verzoekster] alsnog meewerkt aan mediation.

2.18.

Daarop laat [verzoekster] in een e-mail van 28 augustus 2019 weten bereid te zijn mee te werken aan een mediationtraject, onder de voorwaarde dat het salaris uiterlijk eind augustus zal worden voldaan en de kosten voor het mediationtraject voor rekening van Power Internet zijn.

2.19.

Power Internet reageert hierop in een e-mail van 29 augustus 2019, waarin zij zich op het standpunt stelt dat het redelijk lijkt dat beide partijen de kosten van mediation dragen.

2.20.

[verzoekster] geeft diezelfde dag te kennen dat zij zal bijdragen in de kosten van mediation. Daarbij wordt nogmaals benadrukt dat betaling van salaris voorwaarde is om aan mediation mee te werken.

2.21.

Vervolgens schrijft de gemachtigde van [verzoekster] in een e-mail van 5 september 2019 dat het salaris over september nog niet ontvangen is, en dat er verder nog niets duidelijk is over de inzet van mediation.

2.22.

De gemachtigde van Power Internet laat hierop diezelfde dag weten contact te hebben gehad met Result Mediation te Amsterdam, en het verzoek om betaling van het salaris te zullen doorzenden naar zijn cliënte.

2.23.

Daarop herhaalt de gemachtigde van [verzoekster] op 6 september 2019 dat betaling van salaris een voorwaarde is voor het starten van mediation, en verzoekt om betaling daarvan uiterlijk op 10 september 2019, bij gebreke waarvan een kort geding gestart zal worden.

2.24.

Vanaf augustus 2019 heeft Power Internet geen loon meer aan [verzoekster] betaald.

2.25.

Bij brief van 25 september 2019 heeft [verzoekster] haar verzoek herzien, in die zin dat daaraan een aanvullende nevenvordering is toegevoegd, te weten tot – kort gezegd – betaling van loon vanaf augustus 2019.

2.26.

Op 1 oktober 2019 heeft [verzoekster] Power Internet in kort geding gedagvaard tot – kort gezegd – betaling van loon vanaf augustus 2019. Die zaak (met zaaknr/rolnr. 8040084 KG EXPL 19-113) is gezamenlijk met het onderhavige verzoek ter zitting behandeld. Ook in het kort geding wordt vandaag uitspraak gedaan.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de arbeidsovereenkomst met Power Internet te ontbinden. Daarbij verzoekt [verzoekster] om Power Internet te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding en toekenning van een billijke vergoeding van € 50.000,00 bruto. Volgens [verzoekster] is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van Power Internet. [verzoekster] stelt – kort gezegd – dat Power Internet een onwerkbare situatie heeft gecreëerd en [verzoekster] heeft weggepest. Daar komt bij dat Power Internet bij herhaling ten onrechte de salarisbetaling heeft gestaakt. Dit levert ernstig verwijtbaar gedrag op, waardoor toekenning van een billijke vergoeding gerechtvaardigd is.

3.2.

Na aanvulling van het verzoek vordert [verzoekster] ook betaling van (achterstallig) loon.

4 Het verweer

4.1.

Power Internet concludeert in haar pleitaantekeningen tot honorering van het ontbindingsverzoek van [verzoekster] , onder toekenning van de transitievergoeding. Power Internet erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, die het gevolg is van de verstoorde verhouding tussen [verzoekster] en [naam 2] in privé.

4.2.

Power Internet verweert zich tegen de nevenvorderingen van [verzoekster] . Daartoe is – samengevat – het volgende aangevoerd. Van de verstoring van de arbeidsverhouding is Power Internet geen ernstig verwijt te maken, zodat [verzoekster] geen aanspraak kan maken op een billijke vergoeding. Voor zover een billijke vergoeding wordt toegekend verweert Power Internet zich tegen de hoogte daarvan. Verder is de loonstop met ingang van augustus 2019 gerechtvaardigd. [verzoekster] is arbeidsgeschikt, maar weigert te werken zolang er geen mediation is opgestart, terwijl [verzoekster] geen belang meer heeft bij mediation nu zij een ontbinding nastreeft.

5 De beoordeling

5.1.

Het verzoek van [verzoekster] om ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan worden toegewezen, omdat daar een redelijke grond voor is. Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting door partijen naar voren is gebracht moet de kantonrechter vaststellen dat de arbeidsverhouding verstoord is, waarbij partijen het er inmiddels over eens zijn dat daarvan geen herstel meer mogelijk is. Er is sprake van een onwerkbare situatie, mede gelet op de problemen die zijn ontstaan tussen de bestuurder van Power Internet en [verzoekster] na het verbreken van hun affectieve relatie. Daarvan uitgaande is sprake van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Dat levert een wettelijke grond voor ontbinding op (artikel 7:671c lid 1 BW).

5.2.

De kantonrechter ziet aanleiding de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 december 2019.

5.3.

Vast staat dat Power Internet vanaf augustus 2019 geen loon meer aan [verzoekster] heeft betaald. [verzoekster] vordert betaling daarvan. Power Internet stelt zich op het standpunt dat de door haar toegepaste loonstop gerechtvaardigd is, omdat [verzoekster] weigert (serieus) mee te werken aan mediation. De kantonrechter volgt Power Internet hierin niet en overweegt daarover het volgende.

5.4.

Naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts om mediation in te zetten heeft [verzoekster] al op 11 april 2019 aan Power Internet te kennen gegeven hiervoor open te staan om tot werkhervatting te kunnen komen. Power Internet heeft dit vervolgens niet opgepakt. In het kortgedingvonnis van 26 juli 2019 heeft de kantonrechter dit meegewogen bij het oordeel dat het in de risicosfeer van Power Internet ligt dat [verzoekster] , ondanks haar arbeidsgeschiktheid, niet heeft gewerkt. Kennelijk is dit voor Power Internet aanleiding geweest om op 2 augustus 2019 aan te kondigen dat op korte termijn alsnog een mediationtraject gestart zal worden. Hierop laat [verzoekster] op 8 augustus 2019 weten dat dit wat haar betref mosterd na de maaltijd is, en zij een ontbindingsverzoek zal indienen. Dit verzoek is vervolgens daadwerkelijk door [verzoekster] ingediend op 12 augustus 2019. Daarna heeft Power Internet (op 27 augustus 2019) aangekondigd dat zij de loonbetaling zal opschorten totdat [verzoekster] alsnog meewerkt aan mediation. Direct daarop verklaart [verzoekster] dat zij hieraan zal meewerken. Uiteraard op voorwaarde dat dan het salaris wordt doorbetaald. De door Power Internet zelf aangevoerde grond om geen loon door te betalen heeft zich dus niet voorgedaan, nu [verzoekster] nadrukkelijk heeft willen meewerken aan mediation. [verzoekster] heeft zich op 29 augustus 2019 zelfs bereid verklaard bij te dragen in de kosten voor mediation, waarmee zij Power Internet tegemoet kwam. Vervolgens heeft de gemachtigde van Power Internet op 5 september 2019 medegedeeld inmiddels contact te hebben gelegd met een mediator, en het verzoek om salarisbetaling te zullen doorzenden naar zijn cliënte. De loonbetaling is echter niet hervat, zonder nadere toelichting. Ook is er geen mediationtraject gestart. Gezien de hiervoor omschreven feitelijke gang van zaken heeft Power Internet ten onrechte de loonbetaling gestaakt, en ligt het in de risicosfeer van Power Internet dat [verzoekster] in de betreffende periode niet heeft gewerkt. Power Internet heeft ter zitting nog aangevoerd dat [verzoekster] door indiening van het ontbindingsverzoek feitelijk niet meewerkt aan mediation. Ook dit kan haar niet baten. Het verzoekschrift was immers al ingediend toen Power Internet op 27 augustus 2019 medewerking aan mediation als voorwaarde voor loonbetaling stelde. Dat ook het ontbindingsverzoek voor Power Internet een rol speelde bij haar beslissing tot loonstaking is niet met [verzoekster] gecommuniceerd, nog los van de vraag of het indienen van een ontbindingsverzoek überhaupt kan meebrengen dat er geen loon meer betaald hoeft te worden. De vordering tot betaling van het gebruikelijke salaris over de periode van augustus tot december 2019 wordt dan ook toegewezen.

5.5.

Verder verzoekt [verzoekster] om Power Internet te veroordelen een transitievergoeding te betalen. Namens Power Internet is ter zitting, daarnaar gevraagd, nadrukkelijk verklaard dat zij erkent dat [verzoekster] aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 9.000,00 bruto. [verzoekster] heeft op haar beurt erkend dat dit het juiste bedrag is. Power Internet zal dan ook worden veroordeeld tot betaling daarvan.

5.6.

[verzoekster] heeft ook verzocht om toekenning van een billijke vergoeding ter hoogte van € 50.000,00 bruto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag. De kantonrechter ziet aanleiding om aan [verzoekster] een billijke vergoeding toe te kennen. Voor toekenning van een billijke vergoeding is alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:671c lid 2, onderdeel b, BW). Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). Een dergelijke situatie doet zich hier voor. [verzoekster] heeft zich binnen één jaar tot drie keer toe genoodzaakt gezien om via een gerechtelijke procedure een onterechte loonstaking ongedaan te maken en doorbetaling van loon af te dwingen. Tot drie keer toe is Power Internet hiertoe veroordeeld. Dit bij herhaling zonder redelijke grond staken van loonbetaling is naar het oordeel van de kantonrechter op zichzelf al een zodanige schending van goed werkgeverschap dat dit de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Power Internet tegenover [verzoekster] . Dit geldt zeker voor de meest recente loonstaking, waarbij Power Internet niet tot salarisbetaling is overgegaan ondanks het feit dat de door haar zelf aan loonstaking gestelde voorwaarde evident niet is vervuld. Power Internet heeft [verzoekster] desondanks zonder inkomen gelaten, en bovendien nagelaten het als voorwaarde gestelde mediationtraject daadwerkelijk in gang te zetten. Omdat de herhaalde onterechte loonstakingen op zichzelf al kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen van Power Internet, wat een belangrijke reden is van de verstoring van de arbeidsverhouding en de ontbinding, hoeft over de andere door [verzoekster] aangevoerde feiten en omstandigheden geen oordeel gegeven te worden.

5.7.

Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in rechtspraak uitgangspunten geformuleerd (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juni 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2018:878 (Zinzia)). De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van de ontbinding kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.

5.8.

De aan [verzoekster] toe te kennen billijke vergoeding zal worden vastgesteld op een bedrag van € 18.000,00 bruto. Als Power Internet zich niet schuldig had gemaakt aan het bij herhaling ten onrechte staken van de loonbetaling, en zich in plaats daarvan tijdig, adequaat en serieus had ingezet voor het mediationtraject had de arbeidsrelatie mogelijk nog zekere tijd voortgeduurd. Anderzijds kan vanwege de problemen tussen [verzoekster] en [naam 2] in de familierechtelijke sfeer ook niet uitgesloten worden dat de arbeidsverhouding niet meer heel lang succesvol zou kunnen worden voortgezet. De kantonrechter neemt na een afweging van goede en kwade kansen aan dat [verzoekster] , als het ernstig verwijtbaar handelen van Power Internet achterwege was gebleven, niet langer dan twee jaar in dienst was gebleven. Gelet daarop zal de kantonrechter de hoogte van de billijke vergoeding bepalen op basis van een bedrag aan inkomensschade van € 18.000,00 bruto, zijnde het door [verzoekster] becijferde directe inkomensverlies dat zij zal lijden in de eerste twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst, rekening houdend met een recht op WW-uitkering. Die inkomensschade is door Power Internet onvoldoende betwist. De door [verzoekster] opgevoerde schadepost van nogmaals € 18.000,00 bruto voor inkomensschade over de daarop volgende twee jaar kan niet leiden tot een hogere billijke vergoeding, gezien de overweging dat [verzoekster] niet langer dan twee jaar in dienst zou zijn gebleven. Daarbij is meegewogen dat Power Internet ook wordt veroordeeld tot betaling van eerdergenoemde transitievergoeding, die deels ook bedoeld is om de inkomensschade van [verzoekster] op te vangen. Naar het oordeel van de kantonrechter wordt [verzoekster] in voldoende mate gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen aan de kant van Power Internet door haar een billijke vergoeding van € 18.000,00 bruto toe te kennen, zodat geen aanleiding bestaat een vergoeding toe te kennen voor de door [verzoekster] gestelde immateriële component.

5.9.

Nu aan de ontbinding een lagere billijke vergoeding wordt verbonden dan door [verzoekster] is verzocht, zal zij gelet op artikel 7:686a lid 6 BW in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna genoemde termijn. Ten aanzien van de transitievergoeding zal geen gelegenheid tot intrekking worden gegeven, ook al heeft [verzoekster] daarom gevraagd, omdat de transitievergoeding wordt toegewezen.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van Power Internet, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Power Internet. Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van [verzoekster] worden vastgesteld op € 720,00. Ook als [verzoekster] het verzoek intrekt, zal Power Internet de proceskosten van [verzoekster] moeten betalen, omdat Power Internet in dat geval ongelijk krijgt ten aanzien van de loonvordering. Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van [verzoekster] worden vastgesteld op € 480,00, en zal Power Internet slechts worden veroordeeld tot betaling van het griffierecht dat verschuldigd is voor de loonvordering, te weten € 231,00. Het meerdere dat aan [verzoekster] in rekening is gebracht dient in dat geval voor haar rekening te blijven.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek van [verzoekster] ten aanzien van het salaris

6.1.

veroordeelt Power Internet tot betaling van het salaris inclusief emolumenten op de gebruikelijke wijze vanaf 1 augustus 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen tot een rechtsgeldig einde komt;

het verzoek van [verzoekster] ten aanzien van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst

6.2.

bepaalt dat de termijn, waarbinnen [verzoekster] het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan intrekken (door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij), zal lopen tot en met 25 november 2019;

Voor het geval [verzoekster] het verzoek niet binnen die termijn intrekt:

6.3.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2019;

6.4.

veroordeelt Power Internet om aan [verzoekster] de transitievergoeding te betalen zoals hiervoor onder 5.5. genoemd;

6.5.

veroordeelt Power Internet om aan [verzoekster] een billijke vergoeding te betalen van € 18.000,00 bruto;

6.6.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op:
griffierecht € 486,00
salaris gemachtigde € 720,00;

6.7.

wijst het verzoek voor het overige af;

Voor het geval [verzoekster] het verzoek binnen die termijn intrekt:

6.8.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op:
griffierecht € 231,00

salaris gemachtigde € 480,00 .


Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter