Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:9539

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-10-2019
Datum publicatie
19-11-2019
Zaaknummer
C/15/294633
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Conservatoire maatregel
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot leggen van conservatoir beslag afgewezen. Noodzaak onvoldoende onderbouwd. Betwisting van de vordering levert die noodzaak niet op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/294633 / KG RK 19-662

Beschikking van de voorzieningenrechter van 17 oktober 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EWAC B.V.,

gevestigd te Broek op Langedijk,

kantoorhoudende te Heerhugowaard,

EWAC,

advocaat mr. A.J. Verbeek te Ouderkerk aan de Amstel

en

de stichting

STICHTING ENERGIEONDERZOEK CENTRUM NEDERLAND,

gevestigd en kantoorhoudende te Petten,

ECN.

Partijen zullen hierna EWAC en ECN worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Een verzoekschrift van 15 oktober 2019 van EWAC strekte tot het verkrijgen van verlof om conservatoir derdenbeslag te mogen leggen onder vier banken (zonder enig bekend rekeningnummer) en de rechtspersoon TNO ten laste van ECN voor een door EWAC begrote vordering van € 390.000,-. Dat verlof is niet verleend.
De voorzieningenrechter heeft EWAC in de gelegenheid gesteld om nader te onderbouwen waarom het noodzakelijk was dat er voor de gestelde vordering vijf conservatoire beslagen zouden moeten worden gelegd.
In een aanvullend verzoekschrift van 17 oktober 2019 heeft EWAC een nadere toelichting gegeven.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het verzoekschrift en de door EWAC overgelegde stukken blijkt het volgende. EWAC heeft met ECN in 2012 een geheimhoudingsovereenkomst gesloten. EWAC stelt dat ECN haar geheimhoudingsverplichtingen heeft geschonden. Daarnaast maakt ECN onrechtmatig gebruik van de kennis en knowhow van EWAC. EWAC heeft samen met een derde partij een bepaald soort filter ontwikkeld. EWAC stelt dat ECN deze filters buiten EWAC om zelf produceert. EWAC lijdt hierdoor schade.

In het kader van het summiere onderzoek dat de voorzieningenrechter op grond van art. 700 Rv. dient uit te voeren, heeft EWAC in het uitvoerige verzoekschrift voldoende aangevoerd ter onderbouwing van haar – nog in te stellen – vordering.

2.2.

Daarmee is echter nog niet gegeven dat het voor EWAC noodzakelijk is om conservatoir beslag te leggen ten laste van ECN. EWAC heeft dat in haar tweede verzoekschrift als volgt toegelicht:

“EWAC wenst dit beslag op dit moment te leggen, niet alleen omdat zij vreest dat met het uitbrengen van de dagvaarding gelden aan de bankrekening van ECN worden onttrokken, maar ook omdat bij haar thans het vermoeden bestaat dat ECN (ondanks de door Ewac meermalen tevergeefs geuite bezwaren daartegen) de productie van haar inbreukmakende imitatiefilters lijkt op te voeren, waardoor de schade die bij EWAC wordt veroorzaakt als gevolg van deze (verhoogde) productie iedere dag dat deze voortduurt alleen maar verder zal oplopen, inclusief het risico dat deze schade minder goed verhaalbaar zal blijken te zijn dan reeds het geval was (…).
Daarnaast heeft EWAC vanuit de markt vernomen dat ECN een nieuwe order aan het voorbereiden is, en de inbreuk en wanprestatie dus op korte termijn nog verder uitgebreid gaat worden.”

2.3.

De voorzieningenrechter merkt in reactie op deze onderbouwing op dat een conservatoir beslag er naar zijn aard niet voor is bedoeld om de gestelde verdergaande inbreukmaking een halt toe te roepen. Daartoe dient EWAC een vordering in te stellen, waarop de rechter na hoor en wederhoor zal beslissen. Een conservatoir beslag strekt er naar zijn aard toe om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal op dat (latere) moment mogelijk zal zijn.

2.4.

EWAC voert daarnaast nog het volgende aan:

“EWAC vreest voorts dat de tegoeden op de bankrekening(en) van ECN, indien deze niet in

conservatoir beslag worden genomen, zullen worden verduisterd of anderszins aan de macht van EWAC worden onttrokken, waardoor EWAC geen mogelijkheid heeft om haar schade op ECN te verhalen. ECN heeft immers helemaal niet gereageerd op de sommaties van EWAC, en levert de imitatiefilters doodgewoon door aan de (oorspronkelijk) afnemer van EWAC. ECN houdt zich dus niet aan de regels die in het normale handelsverkeer gelden. Met het uitbrengen van de dagvaarding verwacht EWAC dat ECN, als reactie daarop, de bedragen die zij heeft verdiend aan het produceren van de Filters zal onttrekken. Op deze manier wordt het voor EWAC bemoeilijkt om haar schade op ECN te verhalen. ECN heeft al laten zien geen ernst te zien in de vorderingen van EWAC. Volgens ECN kan EWAC hoog springen of laag springen, maar zal ECN ervoor zorgen dat EWAC geen compensatie krijgt. ECN laat dit zien door haar (gebrek aan) gedragingen.”

2.5.

De voorzieningenrechter merkt hierover het volgende op.

2.5.1.

Hoewel er bij het verzoek tot het leggen van een conservatoir derdenbeslag niet behoeft te worden onderbouwd dat er een vrees voor verduistering bestaat, dient in het beslagrekest wel te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is. Dat wordt ook vermeld in de Beslagsyllabus, editie augustus 2019, A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 4: “In het beslagrekest zal moeten worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is”.
In haar verzoekschrift stelt EWAC dat zij geen beschikking heeft over bekende bankrekeningnummers van ECN. Omdat de markt wordt gedomineerd door de vier grootbanken (ING, Rabobank, ABN AMRO en Volksbank) acht EWAC het aannemelijk dat ECN bij een van die vier banken bankiert. EWAC onderbouwt echter niet waarom een in het algemeen gerespecteerd onderzoeksinstituut als ECN de tegoeden op haar bankrekeningen naar elders zou wegsluizen in het geval ECN zou worden veroordeeld om schadevergoeding aan EWAC te betalen.

2.5.2.

EWAC stelt dat ECN als reactie op het uitbrengen van de dagvaarding (de eis in de hoofdzaak) de bedragen die zij heeft verdiend aan het produceren van de Filters zal onttrekken. Die dagvaarding zal voor ECN echter niet als een verrassing komen. In de door EWAC overgelegde sommatiebrief van 21 juni 2019 van de advocaat van EWAC aan de advocaat van ECN wordt immers vermeld:
“De dagvaarding ter zake is inmiddels gereed en zal één dezer dagen worden uitgebracht ook tegen ECN en NRG, tenzij ECN en NRG per omgaande schriftelijk bevestigen dat:

(…)

Mocht ik niet tijdig positief van u horen dan zal ik zonder nadere aankondiging uw cliënten in rechte betrekken.”
Indien ECN werkelijk van plan zou zijn gelden aan verhaal te onttrekken, dan valt niet in te zien dat dat niet kort na 21 juni 2019 zou zijn gebeurd.

2.5.3.

Anders dan ECN aanvoert, heeft ECN wel degelijk op de sommatie gereageerd. ECN legt immers zelf als productie een brief over van 5 juli 2019, waarin de advocaat van ECN gemotiveerd betwist dat ECN geheimhoudingsplichten heeft geschonden of inbreuk maakt op beschermde kennis.

Indien EWAC over dit geschil tussen partijen een rechterlijke beslissing wenst, dient zij een vordering in te stellen. Die procedure vangt aan met een dagvaarding. De noodzaak voor conservatoire maatregelen is daarmee echter niet gegeven.

2.6.

Gelet op wat hiervoor is overwogen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de noodzaak om het verhaal voor de gestelde vordering door middel van een conservatoir beslag te verzekeren onvoldoende is onderbouwd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos op 17 oktober 2019