Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:9121

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
7715344 CV EXPL 19-5333
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Vonnis in incident. Passagiers niet ontvankelijk in hun vordering omdat zij hun vordering tot compensatie hebben overgedragen aan een derde. Passagiers evenmin ontvankelijk in hun voorwaardelijke incidentele vordering tot voeging/tussenkomst van deze derde. Niet gebleken is dat deze derde zich in de procedure heeft willen voegen dan wel heeft willen tussenkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7715344 CV EXPL 19-5333

Uitspraakdatum: 30 oktober 2019

Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats] (Maleisië)

eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, eisers in het voorwaardelijke incident

hierna te noemen de passagiers

gemachtigde mr. H. Yildiz (Weiss Legal)

tegen

de rechtspersoon naar het recht van Turkije

Turk Havayollari A.O.

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, gedaagde in het voorwaardelijke incident

gevestigd te Ankara, Turkije, mede kantoorhoudende te Schiphol

hierna te noemen Turkish Airlines

gemachtigde mr. G.J. Ziedses des Plantes

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 20 maart 2019 een vordering tegen Turkish Airlines ingesteld. Turkish Airlines heeft een incidentele conclusie strekkende tot niet-ontvankelijkheid genomen. De passagiers hebben hierop schriftelijke gereageerd en daarbij tevens een (voorwaardelijke) incidentele conclusie genomen houdende een voorwaardelijke vordering tot voeging althans tussenkomst ex artikel 217 Wetboek van Rechtsvordering (Rv).

2 De vordering

2.1.

De passagiers vorderen dat de kantonrechter Turkish Airlines veroordeelt tot betaling van € 600,00. Zij leggen aan de vordering ten grondslag dat zij een vervoersovereenkomst hebben gesloten voor een vlucht op 17 en 18 april 2018 met vluchtnummers TK 1954 en TK 0060 van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Ataturk Airport naar Kuala Lumpur International Airport (Maleisië) en dat deze vlucht meer dan drie uur later op de eindbestemming is aangekomen. Op grond van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) stellen de passagiers dat Turkish Airlines gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de verordening tot een bedrag van € 600,00. Voorts vorderen de passagiers Turkish Airlines te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 90,00 en betaling van de proceskosten.

3 De vordering en het verweer in het incident

3.1.

Turkish Airlines vordert - samengevat - in het incident dat de passagiers, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, niet ontvankelijk worden verklaard in hun vordering, met veroordeling van de passagiers in de kosten van het incident.

3.2.

Turkish Airlines legt aan haar vordering ten grondslag dat de passagiers niet de gerechtigde zijn van de gepretendeerde vorderingen. De passagiers hebben de vorderingen die zij meenden te bezitten aan Airhelp overgedragen. Zowel de passagiers als de gemachtigde hebben bij de dagvaarding onjuiste informatie verstrekt en beletten door deze proceshouding dat in de onderhavige procedure feiten aan het licht komen die tot een voor Turkish Airlines gunstige afloop van de procedure kunnen leiden, aldus Turkish Airlines. Door deze proceshouding handelen de passagiers en de gemachtigde in strijd met hun waarheidsplicht die voortvloeit uit artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, aldus nog steeds Turkish Airlines.

3.3.

De passagiers voeren aan dat het assignment form beschouwd dient te worden als een cessie ter incasso, oftewel een lastgevingsovereenkomst in de zin van artikel 7:414 lid 2 BW, inhoudende dat Airhelp alle handelingen ter incasso van de vordering in opdracht van de passagiers verricht. In het geval van lastgeving mogen alle rechtshandelingen zowel in naam van Airhelp als de passagiers worden verricht. Daarbij hebben de passagiers op verzoek van Weiss Legal een volmachtsdocument ondertekend waarin zij Weiss Legal een volmacht hebben verleend om hen te vertegenwoordigen. Hieruit blijkt dat zowel de passagiers als Airhelp de bedoeling hadden en er ook redelijkerwijs vanuit zijn gegaan dat de passagiers de rechthebbende van de vordering zijn gebleven. Nu beide partijen niet de bedoeling hadden om een overdracht van de vordering tot stand te brengen is er ook reeds hierom geen reden om aan te nemen dat cessie heeft plaatsgevonden, aldus Airhelp. Voorts is het assignment form alleen door de passagiers ondertekend. Voor cessie is nodig dat beide partijen deze hebben aanvaard. Airhelp heeft de vordering niet aanvaard in de zin van artikel 3:84 van het Burgerlijk Wetboek. Voorts ontbreekt een geldige titel voor overdracht. Airhelp heeft de vordering niet gekocht, aldus nog steeds de passagiers

4 De beoordeling in het incident

4.1.

De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van rechtsgeldige cessie en overweegt hiertoe als volgt. Turkish Airlines heeft ter onderbouwing van haar vordering ‘assignment forms’ overgelegd. Op de assignment forms staat onder andere het logo van Airhelp, het boekingsnummer van de vlucht en de handtekening van de passagiers. Verder staat in het formulier “(…) The client hereby assigns to Airhelp full ownership and legal title to his/her claim pursuant to Regulation 261/04 in relation tot he above operated flight(s) identified by the booking reference (…)”. In het formulier staat aldus dat de passagier het volledige eigendom van zijn vordering overdraagt aan Airhelp. Dit volgt ook uit de brief die Weiss Legal op 20 december 2017 naar Turkish Airlines verstuurde namens de passagiers en Airhelp Ltd. Volgens de passagiers kan geen sprake zijn van cessie omdat Airhelp de vordering niet heeft aanvaard in de zin van artikel 3:84 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter overweegt dat voor de overdracht van een vordering geldt dat die vordering geleverd moet worden (artikel 3:84, eerste lid, BW). In dit geval moet levering plaatsvinden door middel van een daartoe bestemde akte en een mededeling aan Turkish Airlines (artikel 3:94 BW). Uit de akte moet blijken dat zij tot levering van de bedoelde vordering is bestemd. Zij hoeft niet tweezijdig te zijn. Voldoende is een door de vervreemder in dit geval de passagiers ondertekende akte. Uit de akte hoeft ook niet te blijken van de verklaring van Airhelp dat zij de levering aanvaard. De aanvaarding kan vormvrij geschieden. gelet op het feit dat Turkish Airlines de assignment forms heeft overgelegd en de passagiers ook niet hebben betwist dat deze naar Turkish Airlines zijn verstuurd mede namens Airhelp Ltd. is voldaan aan de vereisten van rechtsgeldige overdracht van de vordering door de passagiers aan Airhelp voldaan. De passagiers zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

4.2.

De passagiers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

incidentele vordering tot voeging/tussenkomst

4.3.

De passagiers hebben verzocht om Airhelp te laten interveniëren in deze procedure door middel van voeging, althans door middel van tussenkomst aan de zijde van de passagiers. De passagiers hebben deze incidentele vordering nadrukkelijk voorwaardelijk geformuleerd, namelijk onder de voorwaarde dat de kantonrechter in het incident de passagiers niet-ontvankelijk verklaart. Nu de kantonrechter in als zodanig heeft beslist, zijn de voorwaarden waaronder de incidentele vordering is ingesteld vervuld en zal de kantonrechter tot beoordeling van de subsidiaire incidentele vordering overgaan.

4.4.

Uit artikel 217 volgt dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Het artikel biedt derden de mogelijkheid om zich te mengen in een procedure tussen anderen. De kantonrechter overweegt dat het incident is ingesteld door de passagiers. Niet gebleken is dat Airhelp zich in de procedure heeft willen voegen dan wel heeft willen tussenkomen. De passagiers zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun voorwaardelijke incidentele vordering.

4.5.

De passagiers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het voorwaardelijke incident worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident aan de zijde van Turkish Airlines

5.1.

wijst de vordering in incident toe;

5.2.

veroordeelt de passagiers als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident aan de zijde van Turkish Airlines tot op heden begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde;

In het voorwaardelijke incident aan de zijde van de passagiers

5.3.

verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun voorwaardelijke incidentele vordering;

5.4.

veroordeelt de passagiers in de proceskosten van het voorwaardelijke incident aan de zijde van Turkish Airlines tot op heden begroot op nihil;

in de hoofdzaak:

5.5.

verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter