Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8737

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-07-2019
Datum publicatie
21-10-2019
Zaaknummer
7698044 \ AO VERZ 19-51
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

WWZ. Vernietiging ontslag op staande voet, afwijzen tegenverzoek. De kantonrechter oordeelt dat het niet melden van de schade aan het vliegtuig door werknemer zelf weliswaar verwijtbaar is, maar in de gegeven omstandigheden niet zodanig verwijtbaar dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1141
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7698044 \ AO VERZ 19-51

Uitspraakdatum: 18 juli 2019

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. S.W.J. Koenen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Swissport Amsterdam B.V.,

gevestigd te Schiphol

verwerende partij

verder te noemen: Swissport

gemachtigde: mr. M.R. van Hall

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een verzoek gedaan, primair om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Swissport te vernietigen, en subsidiair om ten laste van Swissport een billijke vergoeding toe te kennen. Daarnaast heeft [werknemer] een verzoek gedaan om Swissport te veroordelen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te betalen. Swissport heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. Swissport heeft een verweerschrift ingediend, een zelfstandig tegenverzoek ingediend en een voorwaardelijk tegenverzoek gedaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

1.2.

Op 20 juni 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

Swissport houdt zich bezig met de afhandeling van vluchten op Schiphol.

2.2.

[werknemer] , geboren [in 1962] , is op 16 maart 1987 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Swissport. De functie die [werknemer] vervult, is die van Ramp Employee, met een salaris van € 2.239,90 bruto. Op de arbeidsovereenkomst is de cao van Swissport Amsterdam B.V. (hierna: de cao) van toepassing.

2.3.

In artikel 7 van de cao staat het volgende:

“De onderzoekscommissie heeft tot taak om, op verzoek van de afdelingsleiding, zich uit te spreken over voorvallen welke de afhandeling schade kunnen berokkenen. (…)

De Commissie bestaat uit drie personen:

- De manager Safety & Quality Control (vaste voorzitter);

- HR Director;

- Een derde persoon, dit kan zijn een Personeelsfunctionaris of een leidinggevende van een andere afdeling.”

2.4.

[werknemer] is thans bijna 32 jaar werkzaam bij Swissport. Gedurende zijn dienstverband heeft [werknemer] 10 waarschuwingen ontvangen. Deze waarschuwingen lopen uiteen van het veroorzaken van schade aan luchtvaarteigendommen tot het wegschoppen van een pylon om ruimte te maken voor een bagagerijder.

2.5.

[werknemer] heeft periodiek trainingen gevolgd die zien op de (vlieg)veiligheid en de te volgen procedures binnen Swissport. Uit de overgelegde trainingsdocumenten volgt dat er twee belangrijke regels zijn waaraan een werknemer zich dient te houden: de geen contact-regel (no contact rule) en de schademeldplicht. De geen contact-regel is van belang om schades te voorkomen.

2.6.

Op 12 februari 2019 had [werknemer] dienst met zijn collega [collega A] , die de functie van Marshall vervulde. [collega A] is door [werknemer] opgeleid. Zowel [werknemer] als [collega A] hebben sleepbevoegdheden voor het laden en lossen van vliegtuigen. De functies van [werknemer] en [collega A] zijn complementair.

2.7.

Op 12 februari 2019 kwam een vliegtuig van Cathay Pacific (registratie: B-LXE, vluchtnummer: CX271) binnen. Werknemer [voorman] vervulde de functie van voorman bij het afhandelen van deze vlucht. [collega A] en [werknemer] spraken af dat [collega A] het vliegtuig zou verslepen. [werknemer] zou als Ramp Employee de blokken bij het landingsgestel neerleggen en daarna de gemotoriseerde trap (hierna: de trap) aansluiten op het vliegtuig.

2.8.

Tijdens het aansluiten van de trap bij de achterste deur van het vliegtuig is schade ontstaan aan de romp van het vliegtuig. [werknemer] is met de trap tegen de romp van het vliegtuig aangekomen. Op dat moment heeft [collega A] [werknemer] hierop aangesproken en gezegd dat hij de schade diende te melden, omdat er een zwarte veeg op het vliegtuig was te zien. [werknemer] heeft toen gezegd dat die zwarte veeg er al zat en dat hij die schade niet had veroorzaakt. Vervolgens zijn [werknemer] en [collega A] ieder in een andere caddy naar de kantine gereden. [collega A] heeft vanuit zijn caddy [collega A] gebeld en gezegd dat hij de schade diende te melden. Bij aankomst in de kantine heeft [collega A] nogmaals [werknemer] erop aangesproken dat hij de schade moest melden. Uiteindelijk heeft [collega A] na overleg met [werknemer] de schade telefonisch gemeld aan [medewerker airside operations] (medewerker Airside Operations).

2.9.

[werknemer] is op 12 februari 2019 geschorst. De schorsing is schriftelijk bevestigd aan [werknemer] per e-mail en per post.

2.10.

De onderzoekscommissie van Swissport heeft conform artikel 7 van de cao een onderzoek ingesteld naar aanleiding van het incident van 12 februari 2019.

2.11.

Op woensdag 13 februari 2019 zijn [werknemer] , [collega A] en [voorman] uitgenodigd door Swissport voor een verhoor bij de onderzoekscommissie op 14 februari 2019.

2.12.

Op 14 februari 2019 zijn [werknemer] , [collega A] en [voorman] door de onderzoekscommissie gehoord. Naar aanleiding van dit verhoor heeft de onderzoekscommissie een verslag opgesteld. Zowel [werknemer] , [collega A] als [voorman] hebben de gelegenheid gekregen om het verslag van het verhoor door te nemen en waar nodig te corrigeren.

2.13.

In de verklaring die [collega A] bij de onderzoekscommissie heeft afgelegd staat het volgende: “ik weet niet precies wat er gebeurde, misschien bleef het gas hangen, maar de trap raakte het toestel. Toen de trap vervolgens weer naar achter werd gereden, zag ik een zwarte plek op het toestel welke daar eerst niet zat. (…) [werknemer] zei dat de schade niet door hem veroorzaakt was, maar ik zag dat de schade wel door de trap was gekomen, het was namelijk best een harde klap. Hij bleef er echter bij dat de schade niet door de trap was veroorzaakt. (…) Ik zei tegen [werknemer] , wat heb je nou gedaan, dit moeten we melden. Hij zei toen; dit komt niet door mij. (…) We hebben toen de trap aangesloten en zijn terug naar de C pier gegaan. (…) Omdat ik met de grote pushback reed, moest ik via de baan terug en moest daarom een tijd wachten op begeleiding. Toen ik daarop stond te wachten, heb ik [werknemer] gebeld en hem nogmaals de kans gegeven de schade zelf te melden. Hij bleef volhouden dat de schade niet door hem veroorzaakt was en dat het er al zat. Aangekomen in de kantine op de C-pier heb ik hem apart genomen en gezegd; we moeten dit melden. Hij zei toen; je mag het melden maar het komt niet door mij en daar blijf ik bij. Het was een lastige situatie, ik kan het goed met [werknemer] vinden. (…) [werknemer] heeft de schade niet gemeld, ik ben naar Airside Operations gegaan en heb het gemeld. Tussen de schade en het melden heeft ongeveer 20 minuten gezeten. (…) De technische dienst bevestigde dat er schade was. [medewerker airside operations] heeft mij en [werknemer] toen apart genomen om te vragen wat er precies gebeurd is. [werknemer] zei toen dat het alleen viezigheid was. Ik denk dat [werknemer] in paniek is geweest. Ik vind het heel vervelend dat hij het niet toegeeft, het was overduidelijk.”

2.14.

Op 15 februari 2019 heeft [werknemer] het aangepaste en ondertekende verslag retour gezonden aan de onderzoekscommissie. In het verslag staat het volgende:

“Tijdens de onderzoekscommissie heeft de [werknemer] het volgende verklaard:

- Tijdens het benaderen van het vliegtuig met de trap, was [werknemer] bezig met het naar boven stellen van de trap. [werknemer] heeft verklaard dat zijn aandacht gevestigd was op een gedeelte van de trap dat zich boven hem bevond. Zijn aandacht was niet gevestigd op het vliegtuig en [collega A] .

- [werknemer] heeft aangegeven dat vlak voordat de trap in aanraking kwam met het vliegtuig, niet goed op de rem had, maar de trap rolde door op eigen kracht. Dit had [werknemer] niet door. Vervolgens kwam de trap in aanraking met het vliegtuig.

- [collega A] gaf op dat moment aan dat [werknemer] het vliegtuig raakte met de trap en wees hem vervolgens op de schade aan de romp van het toestel. Deze schade bevond zich ongeveer 1 meter onder de deur.

- [werknemer] heeft verklaard dat hij van mening is deze schade niet veroorzaakt te hebben. Dit gezien de locatie van de schade, omdat hij niet gevoeld of gehoord heeft bij het raken van het vliegtuig met de trap en omdat hij het vliegtuig niet heeft zien bewegen. Ook geeft hij aan dat slechts de bumper (het rubberen gedeelte) van de trap in aanraking is geweest met het vliegtuig.

(…)

- [werknemer] heeft verklaard dat na een telefonisch overleg onderweg naar de C-pier met [collega A] is besloten dat de schade gemeld moest worden door [collega A] heeft vervolgens [medewerker airside operations] (medewerker Airside Operations) ingelicht over de schade.

- Er is geen discussie geweest over wie de schade moest melden. [collega A] gaf aan het te willen melden, [werknemer] heeft toen aangegeven dat hij dit moest doen.”

2.15.

Diezelfde dag, 15 februari 2019, heeft Swissport [werknemer] uitgenodigd voor een gesprek op 18 februari 2019.

2.16.

Op 18 februari 2019 is [werknemer] door Swissport op staande voet ontslagen. Aan dit ontslag heeft Swissport – blijkens de overgelegde brief van 19 februari 2019 – voor zover relevant het volgende ten grondslag gelegd:

“(…)

Verklaringen

U bediende vervolgens de trap richting het vliegtuig. Daarna verklaart u dat uw voet, vlak voordat de trap in aanraking kwam met het vliegtuig, niet op de rem had maar op het gaspedaal. De trap is, zo verklaart u, vervolgens doorgerold tegen het vliegtuig aan. Uw collega, [collega A] , heeft u toen gewezen op de schade aan de romp van het vliegtuig. Deze schade, zo verklaart u, bevond zich ongeveer een meter onder de achterste deur. Daarna heeft u de trap naar achteren gereden en heft u de trap alsnog op de juiste hoogte gesteld en deze geplaatst bij de achterste deur van het vliegtuig. (…)

Op de trap is een deel van de verf van het vliegtuig van Cathay Pacific aangetroffen. (…)

[collega A] verklaart dat hij u na het incident nog de mogelijkheid heeft geboden om zelf de schade te melden. Dit heeft hij telefonisch met u besproken. U vond dit echter niet nodig omdat u de schade niet zou hebben veroorzaakt. [collega A] heeft u – toen u al in de kantine zat – apart genomen en aangegeven dat de schade gemeld moest worden. U gaf nogmaals aan dat hij dat dan maar moest doen. Vervolgens heeft [collega A] dan ook de schade gemeld.

Procedure

Binnen Swissport geldt een ‘no contact rule’ ofwel ‘geen contact regel’. (…) U heeft verklaard dat u bekend bent met deze ‘geen contact regel’ en dat u weet dat wanneer er een mogelijke schade aan een vliegtuig wordt geconstateerd, u de afhandelingswerkzaamheden gelijk dient te stoppen en de afdeling Airside Operations hierover moet informeren.

Ontslag op staande voet

Op 18 februari bent u geconfronteerd met bovenstaande bevindingen en de uitkomsten van het interne onderzoek (internal incident investigation). Hetgeen u hiertegen in hebt gebracht acht ik niet relevant, dan wel ongeloofwaardig.

Het spreekt voor zich dat dergelijk gedrag volstrekt niet door de beugel kan. Alles wijst erop dat u onzorgvuldig hebt gehandeld en dat u vervolgens (bewust) de schade niet hebt willen melden. U hebt de procedures die binnen Swissport gelden niet dan wel niet juist gevolgd.

Door uw onacceptabele gedrag en gelet op de ernst van uw handelen en nalaten hebt u Swissport geen andere keuze gelaten dan u op staande voet te ontslaan. (…)”

2.17.

Uit het onderzoeksrapport volgt dat de trap te ver werd doorgereden, waardoor de linkerzijde van het bovenste platform in contact is gekomen met de romp van het vliegtuig. Dit heeft geleid tot een gat en enkele krassen in de romp van het vliegtuig, ongeveer 1 meter onder de achterste deur van het vliegtuig. Door de schade kon het vliegtuig niet vertrekken.

2.18.

Op 6 maart 2019 heeft de onderzoekscommissie naar aanleiding van het incident van 12 februari 2019 haar advies aan de directie van Swissport gegeven. In het adviesrapport staat:

“It is likely that the driver of the stairs was aware of hitting the aircraft with the stairs and causing the damage. However, he denies having caused the damage and he did not intend to report the damage. (…)

Disciplinary action for Mr. [werknemer] , since he did not intend to report the damage. (…) Due to the severity of the damage and the consequences this could have had for the flight safety, a sever disciplinary action would be in place.”

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding Swissport te veroordelen tot betaling van het loon van € 2.717,79 bruto per maand, vanaf 18 februari 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Voorts vordert [werknemer] de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en Swissport te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50 %. [werknemer] heeft subsidiair een verzoek gedaan om Swissport te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 357.796,85 bruto vermeerderd met de pensioenschade P.M., een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.871,16 bruto en een transitievergoeding van 47.787,77 bruto. [werknemer] stelt dat de transitievergoeding ook verschuldigd is indien de kantonrechter van oordeel is dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Voorts vordert [werknemer] dat Swissport zal worden veroordeeld om een eindafrekening te verstrekken aan [werknemer] onder afgifte van deugdelijke netto/bruto specificaties. Dit alles met veroordeling van Swissport in de kosten van het geding.

3.2.

Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort weergegeven – dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en er geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Ten slotte voert [werknemer] aan dat het ontslag op staande voet een te zwaar sanctiemiddel is gelet op de omstandigheden van het geval. De verzoeken op grond van artikel 223 Rv zijn door [werknemer] ingesteld gelet op de voortgang van de procedure en de mogelijke bewijsopdrachten, zodat er sprake kan zijn van de situatie waarin [werknemer] geen inkomen heeft gedurende de procedure.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

Swissport verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Swissport heeft voortvarend gehandeld en zij heeft voldaan aan het vereiste van een onverwijlde opzegging. Alle primaire en subsidiaire verzoeken van [werknemer] dienen dan ook te worden afgewezen, met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 dagen na datum beschikking tot de dag der algehele voldoening. De verwijten die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd zijn, gelet op alle stukken, de verklaringen en de gedragingen van [werknemer] , voldoende aannemelijk geworden. [werknemer] heeft willens en wetens de schade niet willen melden. Hij handelt niet zorgvuldig en brengt de vliegveiligheid in gevaar. Swissport kan niet toestaan dat haar werknemers lichtvoetig omgaan met het al dan niet melden van de schade. Binnen de luchtvaart draait alles om veiligheid.

4.2.

In de zaak van het tegenverzoek wordt door Swissport verzocht om de gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 3 BW.

4.3.

Verder verzoekt Swissport de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Dit verzoek is voorwaardelijk, namelijk voor het geval het ontslag op staande voet vernietigd wordt. [werknemer] heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.

4.4.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hierna verder worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter zal in deze beschikking direct beslissen op het verzoek in de hoofdzaak, zodat er geen reden is om met toepassing van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding

het verzoek

5.2.

Uit artikel 7:681 lid 1, aanhef en sub a, BW volgt dat de kantonrechter, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW, op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, of op zijn verzoek aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen. Ter zitting heeft [werknemer] aangegeven dat hij de kantonrechter verzoekt om het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen.

5.3.

Ter beantwoording ligt allereerst de vraag voor of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Volgens artikel 7:677 lid 1 BW moet een ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag. Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.

5.4.

Indien er naar de mening van de werkgever sprake is van een dringende reden, moet de arbeidsovereenkomst onverwijld worden opgezegd onder gelijktijdige mededeling van de reden voor het ontslag. De verplichting van onverwijlde mededeling van artikel 7:677 lid 1 BW strekt er toe te waarborgen dat voor de werknemer onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de werkgever hebben gebracht tot het beëindigen van de dienstbetrekking. Daarbij dient te werkgever met de nodige voortvarendheid te handelen. Voor het antwoord op de vraag of een ontslag op staande voet al dan niet onverwijld is gegeven, is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.

5.5.Voor de beoordeling van de vraag of het door Swissport aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [werknemer] opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 19 februari 2019 maatgevend en wordt het geschil afgebakend tot de daarin genoemde verwijten. Uit de brief volgt dat aan het ontslag op staande voet – kort gezegd – ten grondslag ligt dat [werknemer] onzorgvuldig heeft gehandeld en dat hij bewust de schade niet heeft willen melden. Daarmee heeft [werknemer] de procedures die binnen Swissport gelden niet nageleefd.

5.6.

[werknemer] stelt zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, omdat voor Swissport reeds op 14 februari 2019 vast stond dat [werknemer] ernstig verwijtbaar had gehandeld, terwijl het ontslag op staande voet pas op 18 februari 2019 is verleend.

5.7.

Volgens Swissport is voldaan aan de eis van onverwijldheid. Zij voert aan dat bij haar het vermoeden dat [werknemer] de veiligheidsvoorschriften had geschonden is ontstaan op 13 februari 2018. Omdat op dat moment nog geen sprake was van een vaststaand feit, diende nader onderzoek verricht te worden. Swissport heeft daarom in de daaropvolgende dagen getracht bewijsmateriaal te verzamelen, gepoogd hoor- en wederhoor toe te passen en juridisch advies ingewonnen. Voor Swissport stond na het gesprek met [werknemer] op 18 februari 2019 vast dat sprake was van het door [werknemer] schenden van veiligheidsvoorschriften, hetgeen voor haar – gelet ook op hetgeen zich omtrent [werknemer] in het verleden heeft voorgedaan – reden was om hem op staande voet te ontslaan.

5.8.

Met Swissport in de kantonrechter van oordeel het ontslag op staande voet wel onverwijld aan [werknemer] is gegeven. Daartoe overweegt de kantonrechter dat Swissport, gelet op hetgeen Swissport hiervoor onbetwist heeft aangevoerd, voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitvoering van haar onderzoek naar de feiten.

5.9.

Vervolgens ligt de vraag voor of er sprake is van een dringende reden. Daartoe wordt het volgende overwogen. Vast staat dat het voor een onderneming als Swissport van groot belang is dat haar medewerkers zorgvuldig zijn en handelen naar de veiligheidsregels. Vaststaat ook dat [werknemer] bekend was met de meldplicht en dat hij heeft gehandeld in strijd met de meldplicht. Hij wist dat er schade was aan het vliegtuig –al dan niet door hem veroorzaakt – en hij heeft deze schade niet zelf gemeld.

5.10.

De kantonrechter oordeelt dat het niet melden van de schade door [werknemer] zelf weliswaar verwijtbaar is, maar in de gegeven omstandigheden niet zodanig ernstig verwijtbaar dat van Swissport in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te laten voortduren. Daartoe is redengevend dat [werknemer] samen met [collega A] het vliegtuig afhandelde. Uit de verklaring van [betrokkene] ter zitting is gebleken dat de functies van [werknemer] en [collega A] complementair zijn. [collega A] sleepte het vliegtuig, [werknemer] sloot de trap aan en [collega A] begeleidde hem daarbij. Nu [werknemer] wist dat zijn collega [collega A] de schade aan het vliegtuig zou melden en ook vaststaat dat de melding binnen 20 minuten na het incident (en voor de eindcheck) is gedaan door [collega A] , is voor wat betreft deze schade voldaan aan de meldplicht, zodat de vliegveiligheid niet in het geding is geweest. Dat het op de weg van [werknemer] had gelegen deze schade te melden en dat niet aan zijn jongere en door hem opgeleide collega [collega A] over te laten, is evident, maar leidt niet tot een andere conclusie. Voor zover Swisspoort heeft beoogd aan te voeren dat als [collega A] de schade niet had gemeld, de schade niet door [werknemer] was gemeld, overweegt de kantonrechter dat over deze situatie geen oordeel hoeft te worden gegeven nu deze situatie niet aan de orde is en deze situatie ook niet vaststaat.

5.11.

Bij de beoordeling speelt mede een rol dat [werknemer] reeds lange tijd bij Swissport werkzaam is en dat de steken die hij in dat langdurige dienstverband heeft laten vallen niet van zodanig ernstige aard zijn dat dit incident nu de druppel is die de emmer doet overlopen en tot ontslag op staande voet zou moeten leiden. Van Swissport mocht in de onderhavige situatie verwacht worden dat zij een minder verstrekkende maatregel zou hebben opgelegd in plaats van de als ultimum remedium geldende maatregel van ontslag op staande voet.

5.12.

De kantonrechter concludeert dat het ontslag op staande voet van 18 februari 2019 niet rechtsgeldig is gegeven en Swissport de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [werknemer] recht op loon. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

5.13.

Partijen verschillen van mening over de hoogte van het loon. Volgens [werknemer] heeft hij recht op een bedrag van € 2.717,79 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. Swissport voert aan dat [werknemer] recht heeft op het laatstverdiende maandsalaris van [werknemer] van € 2.239,90 bruto per maand. De kantonrechter zal bepalen dat Swissport aan [werknemer] verschuldigd is het vaste maandsalaris vermeerderd met de vaste looncomponenten. De loonadministratie van Swissport zal ongetwijfeld in staat zijn bedragen aan het maandsalaris en de vaste looncomponenten te koppelen. De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen worden toegewezen, waarbij de wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 10%.

5.14.

De proceskosten komen voor rekening Swissport, omdat zij ongelijk krijgt.

het tegenverzoek

5.15.

In het tegenverzoek heeft Swissport verzocht [werknemer] te veroordelen tot betaling van samengevat de gefixeerde schadevergoeding. Gelet op hetgeen bij het verzoek is overwogen zal dit verzoek van Swissport worden afgewezen.

het voorwaardelijk tegenverzoek

5.16.

Het gaat in de zaak van het voorwaardelijk tegenverzoek om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1 BW. Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder Swissport het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, is vervuld, zodat dit verzoek zal worden beoordeeld.

5.17.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.18.

Swissport voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in (ernstig) verwijtbaar handelen. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Swissport in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, sub e, BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.19.

Swissport legt aan haar ontbindingsverzoek dezelfde feiten ten grondslag als die zij heeft aangevoerd in het kader van het verweer tegen het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet. Bij de beoordeling van het verzoek heeft de kantonrechter reeds overwogen dat het nalaten van het zelf melden van de schade door [werknemer] geen dringende reden oplevert. Naar het oordeel van de kantonrechter levert dit nalaten evenmin een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op.

5.20.

Dat [werknemer] verschillende, althans inconsistente, verklaringen heeft afgelegd omtrent de in het voorgaande bedoelde gebeurtenissen, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet uit de overgelegde stukken en evenmin uit hetgeen hij ter zitting heeft aangevoerd. De stelling van Swissport dat [werknemer] hiermee het vertrouwen van Swissport onwaardig is geworden, volgt de kantonrechter dan ook niet.

5.21.

Als meest seniore werknemer had het op de weg van [werknemer] gelegen om de schade zelf te melden en dat niet aan [collega A] over te laten. [werknemer] heeft [collega A] door zijn handelswijze in een loyaliteitsconflict geplaatst. [werknemer] kan aldus verweten worden dat hij niet handig en ook verwijtbaar heeft geopereerd, maar er is geen sprake van gedragingen van [werknemer] die zodanig verwijtbaar zijn dat van Swissport in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.22.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Swissport tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, en derhalve ook de daarmee samenhangende verzoeken, zal afwijzen.

5.23.

De proceskosten komen voor rekening van Swissport nu zij in het verzoek en in het (voorwaardelijk) tegenverzoek in het ongelijk wordt gesteld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt Swissport tot betaling aan [werknemer] van het gebruikelijke vaste loon per maand, vermeerderd met de vaste looncomponenten en vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10 % en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 februari 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wordt beëindigd;

6.3.

veroordeelt Swissport tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 951,00, te weten:

griffierecht € 231,00

salaris gemachtigde € 720,00 ;

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

het tegenverzoek

6.5.

wijst de verzochte ontbinding, alsmede de daarmee samenhangende verzoeken, af;

6.6.

veroordeelt Swissport tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 720,00, salaris gemachtigde;

6.7.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 18 juli 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter