Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8714

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
7256357 \ CV FORM 18-8621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Gevorderde additionele kosten worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7256357 \ CV FORM 18-8621

Uitspraakdatum: 30 oktober 2019

Beschikking in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A. Bos (Flight Claim)

tegen

TAP – Air Portugal

gevestigd te Lissabon

verwerende partij

verder te noemen: TAP

gemachtigde: mr. E.A. Pluijm

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A) van de passagiers, ingekomen ter griffie op 5 oktober 2018;

  • -

    het verweerschrift van TAP, ingekomen ter griffie op 29 november 2018.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met TAP een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam naar Miami met vluchtnummer TP669 op 2 maart 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagiers hebben betaling van additionele kosten van TAP gevorderd in verband met voornoemde vertraging. TAP heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken TAP te veroordelen tot betaling van:

- € 705,69 (€ 524,19 additionele kosten en € 181,50 buitengerechtelijke kosten) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat TAP vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is additionele kosten te betalen conform artikel 7 lid 1 sub c van de Verordening tot een bedrag van € 524,19. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door TAP van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.3.

TAP betwist de verschuldigdheid van de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers meer dan drie uur na de oorspronkelijk geplande aankomsttijd op hun eindbestemming zijn aangekomen. In de toelichting van de gemachtigde van de passagiers wordt ingegaan op het vorderen van een compensatie als bedoeld in de Verordening, terwijl voldoende vaststaat dat in deze procedure niet bedoeld is een compensatie te vorderen (die is al voldaan door TAP, zo blijkt ook uit de brief van 2 augustus 2018 als overgelegd door de passagiers). Daarmee is voldoende komen vast te staan dat de compensatie door de passagiers in deze procedure niet wordt gevorderd, zodat de kantonrechter aan alle stellingen met betrekking tot de compensatie voorbij moet gaan.

4.3.

De gemachtigde vermeldt in zijn laatste alinea uitsluitend dat de passagiers ‘voorts als gevolg van de opgelopen vertraging additionele kosten {hebben} gemaakt ad € 524,19 die op grond van art 7 lid 1 sub c van de Verordening voor vergoeding in aanmerking komen (productie5).’. De gemachtigde van de passagiers heeft verder geen enkele toelichting gegeven. Ook deze vordering wordt gebaseerd op de Verordening, doch anders dan kennelijk wordt verondersteld, de Verordening biedt geen grondslag voor het vorderen van dergelijke additionele kosten. Artikel 7 van de Verordening regelt het recht op compensatie.

4.4.

Het is aan de passagiers om te stellen en te onderbouwen wat wordt gevorderd en waarop dit wordt gebaseerd. Het is vaste rechtspraak dat het niet aan de (kanton)rechter is om in de producties op zoek te gaan naar mogelijke stellingen waarop een partij zich wil beroepen. Er zijn geen feiten of omstandigheden omtrent de gebeurtenissen rond de annulering van de onderhavige vlucht gesteld. Zo is onbekend is gebleven wanneer deze twee passagiers zijn aangekomen op hun eindbestemming. Gesteld noch gebleken is dat TAP heeft geweigerd te voldoen aan haar verplichtingen tot het aanbieden van verzorging en/of een accommodatie met vervoer daar naar toe vanwege de annulering (als vermeld in de Verordening). Ook ontbreekt iedere toelichting op de in de productie gestelde kosten en overgelegde bonnetjes. Zo wordt vermeld dat er twee huizen in Miami waren met een niet te relateren bedrag, terwijl uit de bijgevoegde bevestiging van AirbNb volgt dat er één woning is gereserveerd voor 6 personen, waarbij is aangegeven“€ 18,80 per persoon per nacht”. Evenmin is toegelicht of de andere 4 passagiers wel gebruik hebben kunnen maken van die woning als ook van de huurauto vanaf 2 maart 2018 en op welke wijze er dan sprake kan zijn van geleden schade en op grond waarvan TAP daarvoor aansprakelijk is. Ook de telefoonkosten zijn op geen enkele wijze toegelicht, zodat niet kan worden vastgesteld dat deze zijn gemaakt dan wel het maken hiervan noodzakelijk is geweest. Los van het bedrag van de gestelde schade is gesteld noch gebleken op grond waarvan TAP aansprakelijk moet worden gehouden. TAP heeft terecht aangevoerd dat de vordering te vaag is. Zij kan zich daar tegen niet verweren. De vordering voldoet niet aan de vereisten die daaraan worden gesteld.

4.5.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de passagiers zal afwijzen.

4.6.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. De nakosten komen eveneens voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door TAP worden gemaakt. Ook de over de proceskosten en de nakosten gevorderde wettelijke rente acht de kantonrechter toewijsbaar, zoals in het dictum te melden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant TAP tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de betekening van deze beschikking, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze beschikking tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door TAP worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van voldoening;

5.4.

verklaart deze beschikking, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open