Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8681

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
11-11-2019
Zaaknummer
7270877 \ CV FORM 18-8821
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim (EPGV). Onvoldoende overstaptijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7270877 \ CV FORM 18-8821

Uitspraakdatum: 16 oktober 2019

Beschikking in de zaak van:

[passagier sub 1] ,

[passagier sub 2] ,

beiden wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. E.L. Heenk

tegen

TAP-Air Portugal,

gevestigd te Lissabon (Portugal)

verwerende partij

verder te noemen: TAP

gemachtigde: mr. P.C.X. de Leede

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 11 oktober 2018;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 21 februari 2019;

  • -

    schriftelijk antwoord aan de zijde van de passagiers, ingekomen ter griffie op 15 mei 2019;

  • -

    schriftelijk antwoord aan de zijde van TAP, ingekomen ter griffie op 13 juni 2019.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met TAP een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TAP de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Lisbon Portela Airport, Lissabon naar Faro Airport (Portugal) op 4 november 2017, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht van Amsterdam naar Lissabon is met vertraging van uitgevoerd, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt en met een vertraging van meer dan zeven uur op hun eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van TAP gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

TAP heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken TAP te veroordelen tot betaling van:

- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat TAP vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 800,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door TAP van de wettelijke rente.

3.4.

TAP betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat er in beginsel een compensatieplicht geldt voor TAP. Dit is anders indien TAP kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de Verordening.

4.3.

In overweging 14 en 15 van de considerans van de Verordening is – voor zover relevant – vermeld dat er wordt geacht sprake te zijn van buitengewone omstandigheden wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, ook al heeft de betrokken luchtvaartmaatschappij alle redelijke inspanningen geleverd om de vertragingen of annuleringen te voorkomen. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

4.4.

TAP voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. De vertraging is veroorzaakt door een slot restrictie van de vlucht van Amsterdam naar Lissabon, met vluchtnummer TP 669, van luchtverkeersbeheer. De vlucht zou oorspronkelijk om 06:00 UTC vertrekken echter heeft luchtverkeersbeheer een nieuwe “Calculated Take Off Time” (CTOT) opgelegd tot 06:19 UTC vanwege capaciteitsrestricties op het vliegveld van bestemming. Uiteindelijk vertrok de vlucht 21 minuten later dan gepland en kwam de vlucht met een vertraging van 12 minuten aan in Lissabon. Een besluit van het luchtverkeersbeheer tot het opleggen van restricties aan een vlucht is een omstandigheid die geheel buiten de invloedsfeer van TAP ligt. TAP heeft hier geen invloed op kunnen uitoefenen, aldus TAP.

4.5.

De passagiers stellen dat TAP onvoldoende bewijsmiddelen heeft overgelegd waaruit blijkt dat door luchtverkeersbeheer restricties waren uitgegeven die specifiek golden voor vlucht TP 669. Voorts is niet voldaan aan de vereisten gesteld in punt 15 van de considerans van de Verordening, nu de vertraging niet gekwalificeerd kan worden als een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of sprake is van annulering. Een vertraging van 12 minuten zou daarnaast niet mogen leiden tot het missen van de aansluitende vlucht, aldus de passagiers.

4.6.

De kantonrechter overweegt dat een CTOT kan worden gezien als een besluit van de luchtverkeersleiding ten aanzien van een specifiek vliegtuig op een specifieke dag in de zin van overweging 15 van de considerans van de Verordening, zodat het een buitengewone omstandigheid kan opleveren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft TAP voldoende aannemelijk gemaakt dat de luchtverkeersleiding voorafgaand aan het vertrek vanuit Amsterdam een gewijzigde CTOT heeft toegewezen aan de onderhavige vlucht vanwege capaciteitsrestricties op de luchthaven van Lissabon. Voorts heeft TAP voldoende aangetoond dat de minimale overstaptijd van de onderhavige vlucht op de luchthaven van Lissabon 45 minuten bedraagt. Dit houdt overigens ook in dat de passagiers geen buffer hadden om hun aansluitende vlucht te halen en zij daarmee zelfs met een vertraging van slechts 12 minuten de aansluitende vlucht niet konden halen. In het arrest van het Hof van 12 mei 2011 (Eglitis/Latvijas C-294/10) is voor recht verklaard dat een luchtvaartmaatschappij gehouden is om in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening te houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van eventuele buitengewone omstandigheden. Het Hof heeft daarbij aangegeven dat een luchtvaartmaatschappij in een bepaalde reservetijd dient te voorzien om de vlucht na afloop van de buitengewone omstandigheden zo mogelijk volledig te kunnen uitvoeren. TAP diende derhalve tussen de aansluitende vluchten over een buffer te beschikken om de vertraging ten gevolge van buitengewone omstandigheden op te kunnen vangen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat TAP door geen buffer aan te houden onvoldoende rekening heeft gehouden met eventuele vertragingen in het reisschema van de passagiers. Het verweer van TAP dat niet van haar kan worden gevergd dat zij standaard rekening houdt met een ruimere connectietijd om een vertraging ten gevolge van buitengewone omstandigheden op te vangen faalt dan ook. De conclusie is dat de vordering van de passagiers tot betaling van de compensatievergoeding zal worden toegewezen.

4.7.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

4.8.

De overige verweren en stellingen behoeven, gelet op hetgeen hiervoor overwogen is, geen bespreking meer.

4.9.

De proceskosten komen voor rekening van TAP omdat deze ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt TAP tot betaling aan de passagiers van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt TAP tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 266,00 aan griffierecht en € 240,00 aan salaris gemachtigde.

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open