Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8589

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-10-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
C/15/294596 / KG ZA 19-747
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

FNV moet staking KLM-catering beperken

De door FNV aangekondigde stakingen bij KLM-cateraar KCS mogen niet het intercontinentale vliegverkeer treffen. FNV moet daarom een minimumbezetting garanderen. Dat heeft de voorzieningenrechter vandaag bepaald in het kort geding dat KCS en KLM hadden aangespannen tegen de vakbond. Verstoring van het intercontinentale vliegverkeer van KLM zou leiden tot schade die voor KLM, en voor de betrokken passagiers als buiten het geschil staande derden, onevenredig is, aldus de rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1112
JAR 2019/267
RAR 2020/23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/294596 / KG ZA 19-747

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLM CATERING SERVICES SCHIPHOL B.V.,

gevestigd te Schiphol,

eiseres,

advocaten mrs. P.G. Vestering en M. Jovović te Amsterdam,

en

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.

gevestigd te Amstelveen,

gevoegde partij,

advocaten mrs. J.M. van Slooten en I.F. Hyder te Amsterdam

tegen

de vereniging

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING HORECABOND,

gevestigd te Almere,

verweerster,

advocaat mr. Van der Stege te Utrecht.

Partijen zullen hierna KCS, KLM en FNV worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 0 t/m 10

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging met producties 1 t/m 4

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van KCS

  • -

    de pleitnota van KLM

  • -

    de (vooraf toegezonden) conclusie van antwoord/pleitnotities van FNV met 3 producties.

1.2.

Ter zitting zijn verschenen:

- [A.], directeur bij KCS

- mr. Vestering, voornoemd

- mr. Jovović, voornoemd

- [B.], hoofd inflight services bij KLM

- mr. Van Slooten, voornoemd

- mr. Hyder, voornoemd

- [C.], sector bestuurder catering bij FNV

- [D.], voorzitter van FNV

- mr. Van der Stege, voornoemd.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het KLM toegestaan zich te voegen aan de zijde van KCS, nu FNV zich daartegen niet heeft verzet en het belang van KLM daarbij evident is.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

KCS verzorgt op Schiphol de inflight catering voor KLM en enkele andere luchtvaartmaatschappijen. KCS is een 100%-dochtermaatschappij van KLM. Per dag bereidt KCS meer dan 55.000 maaltijden en levert deze af op Schiphol bij de vliegtuigen van haar klanten. KCS laadt ook lege cateringspullen uit binnengekomen vliegtuigen en verwerkt deze. Bij KCS werken circa 1.200 werknemers.

2.2.

Voor de medewerkers van KCS geldt de cao voor de contractcatering branche (hierna: CCAO). Deze CCAO wordt namens de werkgevers gesloten door de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties (hierna: Veneca; KCS is één van de leden) en namens de medewerkers met vakbonden De Unie, CNV Vakmensen (hierna: CNV) en FNV. De werkingsduur van de meeste recente CCAO is afgelopen op 1 april 2019, nadat FNV deze bij brief van 19 december 2018 had opgezegd.

2.3.

Vanaf 11 februari 2019 hebben Veneca, De Unie, CNV en FNV onderhandeld over een nieuwe CCAO. Op 7 mei 2019 heeft [C.], sectorbestuurder catering bij FNV (hierna: [C.]), hierover aan Veneca geschreven:

“(…) Op 25 maart jl. tijdens de vierde onderhandelingsronde hebben vakbonden aan werkgevers meegedeeld dat partijen niet verder komen. Met name op het punt van de door werkgevers geboden loonruimte.
(…)
Alvorens wij de conclusie gaan trekken dat wij met de werkgevers van VENECA uitonderhandeld zijn, willen wij werkgevers een laatste kans bieden om middels constructieve onderhandelingen tot een cao akkoord te komen dat voldoet aan onderstaande voorwaarden.

FNV Catering stelt Veneca in de gelegenheid om vóór 13 mei 2019 de volgende eisen in te willigen.
Looptijd
Cao met een looptijd van één jaar, van 1 april 2019 tot 1 april 2020
Lonen

Een loonsverhoging van 5% op de feitelijke lonen per 1 april 2019 met een bodem van € 100,- per maand.


Reiskosten
De vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer per 1 april 2019 te verhogen van € 0,15 naar netto € 0,19 per km voor alle gereisde km’s (zonder maximum) woon-werk (ww) v.v. per dag. Indien een werknemer gebruik maakt van het openbaar vervoer, dienen hiervoor de werkelijk gemaakt kosten per maand vergoed te worden.
Artikel 49 lid 8 a aanpassen. Indien bij een inflight bedrijf een lagere reiskostenregeling ww wordt toegepast, dan geldt de voor de medewerkers de meest gunstige reiskostenregeling ww.

De reiskostenregeling in de cao wijzigen van een standaardregeling naar een minimumregeling. Afwijkingen naar boven van de minimumregeling kunnen alleen met instemming van de OR of Personeelsvertegenwoordiging worden afgesproken.

Inflightcatering
De hoogte van de eindejaarsuitkering wordt vanaf 2019 berekend op dezelfde wijze als de vakantietoeslag (artikel 54 van de cao).

Verder dienen er afspraken gemaakt te worden zoals verwoord in de voorstellenbrief van FNV Catering over aanpassing artikel 3, afschaffen van artikel 17A, uitbreiding artikel 33, een 80-90-100% regeling over een variant hierop en doelgroepenbeleid. Als gevolg van de Wet Invoering extra geboorteverlof achten wij het wenselijk de tekst van artikel 58 hierop aan te passen (wettelijke regeling 5 dagen verlof met ingang van 2019).

Vanwege de nu ontstane situatie en het feit dat werkgevers ondanks herhaalde verzoeken hiertoe niet bereid zijn om een substantiële betere loonruimte bod te doen, doe ik u namens FNV Catering een ultimatieve brief toekomen.

Indien wij vóór 13 mei 2019 van u geen schriftelijke reactie hebben ontvangen, waaruit blijkt dat u integraal akkoord gaat met de hierboven geformuleerde eisen, dient u rekening te houden met door ons uit te roepen en te organiseren acties, waarbij geen enkel actiemiddel wordt uitgesloten. (…)”

2.4.

Teneinde haar eisen kracht bij te zetten heeft FNV collectieve acties georganiseerd bij KCS. Het betrof een demonstratie, stiptheidsacties op 15, 30 en 31 augustus 2019 en een twee uur durende werkonderbreking op 4 september 2019. Aan de laatste werkonderbreking hebben 146 medewerkers van KCS meegedaan. Dat is ongeveer éénderde van het totaal aantal medewerkers dat op dat moment aan het werk was.

2.5.

[A.], directeur bij KCS (hierna: [A.]), heeft op 4 september 2019 aan [C.] geschreven dat wat KCS betreft de grens in zicht komt van wat zij nog wil gedogen en rechtmatig acht. KCS heeft FNV verzocht om haar koers te heroverwegen en verdere acties bij KCS achterwege te laten.

2.6.

[C.] heeft in reactie hierop op 12 september 2019 aan [A.] geschreven dat het tot de vrijheid van FNV behoort om gebruik te maken van het actierecht en dat nadelige gevolgen op zichzelf genomen geen aanleiding vormen voor de beperking daarvan. [C.] schrijft ook dat FNV, indien noodzakelijk en gewenst, ook bij KCS een nieuwe aankondiging van collectieve actie(s) zal laten uitgaan.

2.7.

Veneca en De Unie hebben op 20 september 2019 een onderhandelingsakkoord bereikt over een CCAO voor de periode 1 april 2019 tot 1 april 2020. Dit resultaat houdt onder meer in een loonsverhoging van 3,1 % per 1 oktober 2019 en een eenmalige uitkering van 0,5 % bruto in november 2019. Inflight-medewerkers, zoals de medewerkers van KCS, ontvangen daarnaast een uitkering van € 200,00 netto in december 2019, een eenmalige uitkering van 0,4 % netto in januari 2020 en er wordt een (pilot voor een) 80-90-100 regeling ingevoerd.

2.8.

FNV heeft niet ingestemd met het onderhandelingsakkoord en bij Veneca aangekondigd dat zij alle medewerkers in de catering zal oproepen om op 10, 17 en 24 oktober 2019 het werk neer te leggen.

2.9.

Op 4 oktober 2019 heeft [A.] aan [C.] geschreven dat de acties KCS onevenredig zwaar treffen, terwijl KCS geen overwegende invloed op de onderhandelingen over de catering-cao heeft en de discussie ook niet gaat over het inflight deel daarvan. [A.] heeft verder geschreven dat de acties bij KCS ook, meer dan bij andere cateraars het geval is, derden zoals KLM, Schiphol en de passagiers raken, waarbij een 24-uursstaking bij KCS potentieel een zodanige impact heeft, dat deze onacceptabel en onrechtmatig is. De aandacht heeft zich bij de daarop volgende discussie geconcentreerd op maatregelen die nodig waren om de zgn. ICA (intercontinentale) vluchten doorgang te doen vinden. Deze vluchten mogen (in tegenstelling tot Europese vluchten) zonder catering aan boord niet vertrekken.

2.10.

Op 8 oktober 2019 heeft tussen KCS en FNV een veiligheidsoverleg plaatsgevonden, waarin zij minimumafspraken hebben gemaakt (hierna: de Minimumafspraken). Ter voldoening aan deze afspraken heeft KCS een aanhangig gemaakt kort geding ingetrokken.

2.11.

De Minimumafspraken houden het volgende in:

Veiligheidsafspraken t.b.t. de werkonderbreking van 10 oktober 2019

Verloop actie

• Alle medewerkers die willen staken moeten voor aanvang dienst zich registreren bij KCS op Schiphol Centrum

• KCS zal het register vanaf 4.30 uur a.m. bemensen

• Deelnemers aan de werkonderbreking mogen doorlopen naar het bedrijfsrestaurant alwaar

een separate ruimte beschikbaar gemaakt zal worden waar men zich kan verzamelen, in

bedrijfskleding

• FNV zal toegang verleend worden tot deze separate ruimte. Noch FNV, noch deelnemende

collega’s mogen de overige ruimte van KCS betreden (stakers & fnv moeten niet rond gaan

lopen). Ook zullen er geen overige manifestaties plaatst vinden binnen bij KCS.

• FNV committeert zich om de veiligheidsrisico’s van deze actie te beperken voor de

productie t.b.v intercontinentale vluchten en de productie voor buitenlandse maatschappijen

• Hiertoe wordt het volgende afgesproken:

o Deelnemende medewerkers verzamelen zich in de aangewezen ruimte in

bedrijfskleding

o Minimale bezetting om deze veiligheidsrisico’s in te perken zijn vastgelegd in

bijgevoegde bijlage .

o Deze minimale bezetting zal als volgt worden gerealiseerd

- Als eerste werk willende medewerkers van de eigen afdeling

- Daarna werk willende medewerkers van andere afdelingen

- Daarna medewerkers van de eigen afdeling die zich geregistreerd hebben als

deelnemer aan de actie.

- Daarna medewerkers van een andere afdeling die zich geregistreerd hebben

als deelnemer aan de actie

o KCS zal dc aanwijzing doen. FNV zal dit steunen vanuit veiligheidsoverwegingen.

o Aangewezen stakers zullen alleen maar ingezet worden t.b.v. de minimale bezetting.

dit ter voorkoming van het gebruik moeten maken van de rode knop procedure.

o Alvorens aan te wijzen zal contact zijn met de stakingsleider tan FNV opgenomen worden om helder te maken dat niet aan de minimale bezetting kan worden voldaan zonder aanwijzing.

o Een aangewezen staker zal niet ingezet worden in de afhandeling van Europa en

KLC vluchten

o Zodra dc minimale bezetting is gegarandeerd (incl de pool t.b.v. de rodeknop - zie

hieronder -), welk uiterlijk binnen een uur na aanvang van dienst duidelijk dient te

zijn en aan de FNV zal worden kenbaar gemaakt, zullen de overige deelnemers het

pand verlaten

Rode knop-procedure

• Ingeval van ernstig veiligheidsgevaar met impact voor openbare orde en veiligheid, neemt

de dienstdoende DCM’er van KCS contact op met een door FNV aan te wijzen persoon om

de staking te beëindigen.

• Om dit feitelijk ook mogelijk te maken zal een pool van 6 chauffeurs (on top off de

minimale bezetting) beschikbaar zijn tijdens de actie op locatie bij KCS.

Overige algemene afspraken

• FNV en KCS zullen vrijdag 11 oktober de actie evalueren

• Alvorens een nieuwe actie wordt aangezegd, zullen KCS en FNV opnieuw een veiligheidsoverleg voeren uiterlijk maandag 14 oktober 10.00 uur (dit ivm de te hanteren aanzegtermijn van 72 uur)

KCS zal de FNV in de gelegenheid stellen en hiertoe faciliteiten beschikbaar stellen (op

Schiphol Noord of in the Base) om op 9 oktober 2019 de ochtendploeg na einde dienst en

de middagploeg voorafgaand aan de dienst te informeren over de met betrekking tot 10

oktober gemaakte afspraken. FNV zal dit kenbaar maken aan haar achterban.

2.12.

Als bijlage bij de Minimumafspraken is een normbezetting gevoegd, waarin KCS heeft becijferd welke minimale bezetting voor haar noodzakelijk is om de intercontinentale vluchten van de noodzakelijke catering te voorzien.

2.13.

De door FNV georganiseerde collectieve actie op10 oktober 2019 heeft doorgang gevonden, met inachtneming van de Minimumafspraken. Alle ICA-vluchten van KLM hebben, zij het soms met enige vertraging, kunnen vertrekken. De Europese vluchten van KLM hadden op 10 oktober 2019 als gevolg van de collectieve actie geen catering aan boord. Om dit een en ander te realiseren heeft KCS heeft 9 chauffeurs (6 uit de ochtenddienst en 3 uit de avonddienst) moeten vragen om te werken en 3 keukenmedewerkers moeten aanwijzen om te werken.

2.14.

Op 11 oktober heeft mr. Van der Stege, de advocaat van FNV, aan mr. Vestering, de advocaat van KCS, geschreven:

“(…) De collectieve acties zoals deze gisteren plaatsvonden binnen de sector hebben tot op heden niet geleid tot het door FNV Catering beoogde resultaat. De collectieve acties zoals deze reeds eerder zijn aangezegd voor 17 en 24 oktober, zullen dan ook doorgang vinden, mede bij KCS, waarbij FNV Catering haar leden integraal zal oproepen de werkzaamheden gedurende 24 uur niet uit te voeren en waarbij de met betrekking tot 10 oktober 2019 besproken maatregelen, die leidden tot een substantiële beperking van het collectieve actierecht van FNV Catering, niet meer aan de orde zullen zijn.
(…)
De reden dat FNV Catering nu reeds ‘open kaart’ wenst te spelen met het oog op de collectieve acties, is gelegen in de omstandigheid dat KCS en derde partijen, nu zij kennis hebben genomen van de aard en omvang van de aangezegde collectieve acties bijna een week de tijd hebben om maatregelen te treffen, zoals bijvoorbeeld het informeren van de reizigers en air-lines, het treffen van alternatieve voorzieningen met betrekking tot de catering van vliegtuigen, het mogelijk moeten annuleren van vluchten etc. etc. (…)”

3 Het geschil

3.1.

KCS vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de voorzieningenrechter:

primair

I. FNV gebiedt bij de collectieve acties bij KCS, aangekondigd voor 17 oktober 2019 en 24 oktober 2019, de eerder door partijen gemaakte Minimumafspraken tijdig en volledig na te leven, zodat de belevering van catering en andere gebruikelijke producten door KCS aan de intercontinentale vluchten van haar klanten mogelijk blijft,

II. FNV eveneens gebiedt bij eventuele andere collectieve acties bij KCS op andere dagen in de periode van heden tot en met 31 december 2019 de gemaakte Minimumafspraken zoals opgenomen in productie 2 tijdig en volledig na te leven, zodat de belevering van catering en andere gebruikelijke producten door KCS aan de intercontinentale vluchten van haar klanten mogelijk blijft;

subsidiair

III. in goede justitie een andere voorlopige voorziening te treffen jegens FNV,

in alle gevallen

IV. alle voornoemde veroordelingen versterkt met een dwangsom van € 250.000,- per keer dat FNV geheel of gedeeltelijk in strijd met deze veroordeling handelt en voorts op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding geheel of gedeeltelijk voortduurt,

V. aan KCS verlof verleent als bedoeld in artikel 64 lid 3 Rv om het ten deze te wijzen vonnis op alle dagen en uren aan FNV te laten betekenen,

VI. FNV te veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

FNV voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De huidige stand van het stakingsrecht als uiteengezet in de arresten van HR 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3077, FNV c.s./Enerco) en HR 19 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1687, Amsta/FNV) kan, voor zover in dit geding van belang, als volgt worden samengevat.

(1) Indien een ter toetsing voorliggende stakingsactie, zoals hier het geval is, onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4, ESH valt, moet deze in beginsel worden aangemerkt als een rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie.

(2) Het ligt dan op de weg van degene die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting gerechtvaardigd is. Dit is alleen het geval indien beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.

(3) Bij de beantwoording van de vraag of dat het geval is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen, in het bijzonder de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden en de aard van die belangen en die schade.

(4) In dat verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de in de rechtspraak aanvaarde processuele spelregels voor de uitoefening van het recht op collectief optreden zijn nageleefd.

Omvang van het geschil

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat zowel de al door FNV gevoerde acties als de aangekondigde acties vallen binnen de reikwijdte van artikel 6 lid 4 ESH. KCS noch KLM beoogt FNV haar recht op collectieve actie te ontzeggen. Het onderlinge geschil spitst zich toe op de vraag of de acties die FNV heeft gepland op 17 en 24 oktober 2019 dusdanig verstrekkende consequenties hebben dat deze op grond van artikel G ESH dienen te worden beperkt.

Standpunt KCS en KLM

4.3.

KCS stelt kort samengevat dat de door FNV aangekondigde acties op grond van artikel G ESH beperkt moeten worden, tenzij opnieuw minimumafspraken worden gemaakt. KCS voert hiertoe aan dat FNV zich niet houdt aan de geldende spelregels. Zij houdt zich niet aan de spelregel dat de staking een ultimum remedium moet zijn, nu zij te snel is opgeschaald naar twee 24-uursstakingen. Ook heeft zich niet gehouden aan de afspraak om de acties op 10 oktober 2019 te evalueren en daarna opnieuw veiligheidsoverleg te voeren. Zij liet op 11 oktober al weten dat zij geen nieuwe afspraken over een minimale bezetting wilde maken.

Verder betoogt KCS dat de voorgenomen acties niet of slechts beperkt bijdragen aan een cao-resultaat, omdat KCS slechts circa 10% van de werknemers in de contractcateringbranche vertegenwoordigt en niet zelf onderhandelt over de arbeidsvoorwaarden.

Ook betoogt KCS dat de schade voor KCS en met name haar klant KLM onevenredig groot is en dat sprake is van onevenredig zware overlast voor derden -door de acties worden mogelijk duizenden passagiers getroffen. Ook bestaat het risico dat de openbare orde en veiligheid op Schiphol in gevaar komen.

4.4.

KLM heeft aangevoerd dat de door FNV aangekondigde acties, indien succesvol, tot gevolg hebben dat een groot aantal (intercontinentale) vluchten van KLM op die dagen niet zal kunnen vertrekken, waardoor grote aantallen passagiers kunnen stranden op Schiphol en op luchthaven elders in de wereld. De acties leiden tot grote schade en overlast voor KLM en de betrokken passagiers en brengen onaanvaardbare veiligheidsrisico’s met zich mee. KLM heeft zich ter toelichting beroepen op een memo van KLM Security d.d. 14 oktober 2019, waarin het volgende is gesteld.

“(…) Op beide genoemde dagen komen en vertrekken er ongeveer 56 ICA KLM vluchten op/vanaf Schiphol. Daarin zullen ca 33.000 passagiers worden vervoerd. Gezien het feit dat het op beide data herfstvakantie is in Nederland kunnen deze aantallen nog verder oplopen. Indien de vliegtuigen die deze vluchten uitvoeren geen catering krijgen, dan wel hun afval niet wordt gelost, kan een dergelijke vlucht niet weg vanaf Schiphol en wordt dus op dat moment geannuleerd.

Grootschalig annuleren van vluchten verstoort het hele netwerk van KLM. KLM vervoert voornamelijk (70%) transfer passagiers; dat zijn passagiers die via Schiphol naar elders vliegen. Door vertrekkende vluchten vanaf Schiphol te cancelen, komen deze passagiers dus aan op Schiphol, maar kunnen zij niet doorvliegen naar hun eindbestemming. Het cancelen van vluchten leidt dus tot een hogere concentratie van mensen die vast zitten op Schiphol. Passagiers zonder de vereiste papieren moeten noodgedwongen achter de douane wachten tot er een vliegtuig vertrekt. Dat zullen er naar verwachting 5.000-7.500 zijn. Zij kunnen daar tot 48 uur “opgesloten” zitten en gedwongen worden om de nacht op veldbedden door te brengen. Voor zover KLM bekend, heeft Schiphol ca 2000

veldbedden. Er is geen plek op dit deel van Schiphol voor zoveel mensen en er zijn evenmin voldoende veldbedden.

Het vertragen dan wel annuleren van vluchten heeft bovendien gevolgen voor de afhandelingscapaciteit op de luchthaven Schiphol. Immers, vliegtuigen blijven aan de gate staan of worden geparkeerd op buffer posities. Deze capaciteit is echter beperkt en kan een sneeuwbal effect tot gevolg hebben. Het is niet ondenkbaar dat passagiers langere tijd aan boord van het toestel zullen moeten blijven met alle gevolgen van dien. (…)”

Op basis van ervaring met eerdere gebeurtenissen, zoals weerscalamiteiten en logistieke verstoringen, houden wij in dat geval rekening met de volgende gebeurtenissen.

(…)

In de eerste plaats zullen veel passagiers boos en geïrriteerd zijn en hun gevoelens afreageren op elkaar en het aanwezige personeel.

Ten tweede zullen er kwetsbare personen onder hen zijn, zoals jongeren, bejaarden, zieken en anderen die zolang niet achter de douane kunnen blijven. Zij kunnen mogelijk worden toegelaten in Nederland maar hun selectie zal tijd kosten en tot ongenoegen bij anderen leiden.

Ten derde dreigen er incidenten door passagiers die unruly worden (dat gaat verder dan boos of gefrriteerd). Passagiers gaan bijvoorbeeld drank inslaan op Schiphol en teveel gebruiken. Het gevolg kan zijn dat passagiers met elkaar op de vuist gaan. Ook aan boord van vliegtuigen kan, indien deze niet direct afgehandeld kunnen worden, onrust ontstaan.

Tenslotte moeten wij rekening houden met een scenario waarin er problemen met de crowd control komen. Slechts één iemand kan proberen mensen op te jutten of juist aan het schrikken te maken. Het gevolg kan dan zijn dat grote groepen plotseling in beweging komen en elkaar onder de voet lopen.

Andere passagiers kunnen ondergebracht worden in een hotel. De beschikbare hotelkamers in Amsterdam zijn steeds schaarser, zeker in de periode rond de herfstvakantie.

Daarnaast geldt dat het annuleren van boekingen van de vanuit Amsterdam vertrekkende passagiers ook impact heeft. De ervaring leert dat passagiers toch naar de luchthaven komen in de hoop met een vliegtuig mee te kunnen komen, waardoor het wegennet nog meer verstopt raakt en daarnaast onveilige situaties met zich mee kan brengen op de luchthaven, denk hierbij aan boze passagiers bij de balies.”

Indien er slechts een deel van de ICA vluchten wordt getroffen, zal het aantal gestrande

transfer passagiers uiteraard minder worden. Er zullen ook dan echter passagiers

stranden achter de douane.

KLM heeft zich ter adstructie van de in het memo geschetste risico’s beroepen op een overgelegde Safety Issue Risk Analysis, afkomstig van haar Integrated Safety Services Organisation, waarin de risico’s meer in detail worden uiteengezet en gewaardeerd.

De inhoud van het memo sluit in grote lijnen aan bij deze analyse. Verder heeft KLM een schadeberekening overgelegd.

4.5.

KLM heeft erop gewezen dat de onduidelijkheid omtrent de omvang van de acties die FNV voor de komende twee dagen heeft uitgeroepen haar voor een lastig dilemma plaatst. Het is mogelijk dat er niemand staakt op een wijze die de uitvoerbaarheid van haar ICA-vluchten raakt. Het is echter ook mogelijk dat er zoveel stakers zijn dat de ICA niet worden beleverd, met als gevolg dat de schade voor passagiers en KLM enorm zal zijn (als hiervoor geschetst). KLM kan er voor kiezen om uiterlijk 48 uur tevoren, min of meer gereguleerd, alle ICA-vluchten te annuleren. Dat zou dan leiden tot een schade die zij heeft begroot op € 14 mln per dag. Zij kan er ook voor kiezen om af te wachten waartoe de ontwikkeling van de stakingsacties haar nopen. In dat geval kan de schade wel oplopen tot € 25 mln, omdat toestellen, mensen en materieel niet op de juiste plaats op de wereld staan als de staking voorbij is en het langer duurt om ze daar te krijgen. Bij dit alles komt dan nog de veiligheid.

Moet zij nu op voorhand al uitgaan van het scenario waarin de staking heel succesvol zal zijn, of niet? KLM stelt dat zij, door dat te doen, er aan zou meewerken dat FNV wellicht veel effectiever is dan ze in feite is doordat zij met een kleine opoffering een gigantische schade veroorzaakt. Dat doet volgens KLM geen recht aan het principe van de “Waffengleichheit” dat een staking als krachtmeting behoort te begeleiden.

4.6.

KLM benadrukt verder dat zij de enige derde is die als gevolg van de collectieve acties van FNV een dergelijke schade lijdt. Bij alle andere aangesloten werkgevers hebben de klanten allerlei terugvalopties, zoals het meenemen van eigen voedsel of het overstappen op een ander bedrijf. KLM heeft die opties niet.

standpunt van FNV

4.7.

FNV betwist de stellingen en gevolgtrekkingen van KCS en KLM. Zij meent dat KCS en KLM een overtrokken en onjuist beeld schetsen van de impact van de acties.

KCS suggereert ten onrechte dat zij door de aangekondigde staking ernstig wordt beperkt in het afleveren van de maaltijden aan de luchtvaartmaatschappijen. De staking van 10 oktober jl. was bij veel cateringbedrijven in Nederland een succes, maar heeft bij KCS weinig impact gehad: de ICA vluchten hebben hoegenaamd geen hinder ondervonden van de acties, terwijl de Europese vluchten wel wat vertraging hebben opgelopen maar met de aanwezige bezetting van werkwillige medewerkers toch nog van de verlangde maaltijden konden worden voorzien. In feite kwam het erop neer dat KCS op 10 oktober ook zonder de inzet van de actievoerenden vrijwel aan het gehele cateringproces vorm heeft kunnen geven.

FNV meent dat er geen reden is om aan te nemen dat dit tijdens de acties op 17 en 24 oktober anders zal zijn.

4.8.

FNV vraagt er ook aandacht voor dat zij juist omdat de staking van 10 oktober jl. weinig problemen voor KCS heeft opgeleverd, heeft besloten de voor 17 en 24 oktober voorziene acties op te schalen naar een hoger niveau. Zij beoogt daarmee te bewerkstelligen dat KCS niet opnieuw wordt voorzien van een minimale bezetting, waarmee de maaltijden -tijdens de staking- met alleen wat vertraging naar de vliegtuigen kunnen worden gebracht.

FNV heeft haar gewijzigde opstelling tijdig, op vrijdag 11 oktober 2019, aan KCS ter kennis gebracht, om op die manier KCS/KLM de mogelijkheid te bieden door het deels annuleren van vluchten onaanvaardbare gevolgen te voorkomen. De tijdige aankondiging creëert aldus de mogelijkheid voor KLM om keuzes te maken waarmee de gevolgen van de staking kunnen worden beperkt, zoals dat passagiers zoveel als mogelijk worden geïnformeerd omtrent de wenselijkheid van het zelf meenemen van een broodje of waar mogelijk een maaltijd op een luchthaven te nuttigen.

4.9.

FNV stelt dat ervan mag worden uitgegaan dat ook tijdens de komende acties een groot gedeelte van de gewenste maaltijden ten behoeve van intercontinentale vluchten geleverd kan worden. Wanneer voor de aankomende acties ongeveer eenzelfde aantal medewerkers zich als staker aanmeldt (33% van de medewerkers, overeenkomend met 135 KCS medewerkers) beschikt KCS over een bezetting waarmee zij de maaltijden voor een groot aantal ICA vluchten nog wel kan aanleveren, en waarmee in ieder geval de in de dagvaarding genoemde knelpunten (dat de bemanning en passagiers met een medische aandoeningen moeten kunnen eten, alsmede dat vliegtuigen moeten worden voorzien van een medische kit) kunnen worden opgelost. Volgens FNV zijn de grootste knelpunten hiermee wel opgelost, zodat slecht valt in te zien waarom vluchten niet zouden kunnen vertrekken. FNV gelooft niet dat de impact van de voorgenomen acties zo groot is als door KCS wordt gesteld, juist nu luchtvaartmaatschappijen zich op de komende acties hebben kunnen voorbereiden.

Bovendien geldt nog de rode knop procedure, waarmee kan worden ingegrepen, indien zich daadwerkelijke concrete plotselinge onveilige situaties voordoen.

Oordeel voorzieningenrechter

4.10.

Toepassing van het in 4.1 geschetste kader op gebruik van het collectief actierecht op Schiphol is in de rechtspraak van de afgelopen jaren een aantal malen aan de orde geweest en heeft als door de Hoge Raad gedekte lijn1 opgeleverd dat het beperken van een staking die tot gevolg heeft dat een groot aantal vluchten uitvalt en daarmee gevolgen heeft voor een groot aantal passagiers, in de door artikel G ESH bedoelde zin maatschappelijk dringend noodzakelijk kan zijn. Dit uitgangspunt is ook - wellicht zelfs temeer - relevant wanneer het gaat om uitval van vluchten van een partij die ten opzichte van het arbeidsgeschil als derde is te beschouwen.

Op grond van dit uitgangspunt zal het hiervoor weergegeven debat nader moeten worden beschouwd.

4.11.

Daaraan voorafgaand verdient opmerking dat het even verwonderlijk als ongelukkig is dat de door KLM verstrekte gegevens omtrent de mogelijke impact van de acties, waar het sub 4.4 en 4.5 weergegeven betoog in belangrijke mate op steunt, niet veel eerder onder de aandacht van FNV zijn gebracht. Van FNV kan moeilijk worden verwacht dat deze improviserend ter zitting een motivering voor haar betwisting van deze gegevens bijeenraapt die opweegt tegen de prima vista overtuigingskracht van deze documentatie. Men zou bovendien verwachten dat de onderwerpen “inschatting impact” en “verwachte veiligheidsrisico’s” prominent op de agenda van het tussen partijen gevoerde veiligheidsoverleg zouden staan, dat partijen de nodige moeite doen om omtrent deze onderwerpen een gedeeld beeld te ontwikkelen en dat het resultaat van die inspanningen -mede met het oog op een toetsing in rechte- dankzij behoorlijke verslaglegging kenbaar is.

4.12.

De gebrekkige mogelijkheid tot serieuze betwisting van de hiervoor genoemde gegevens in dit geding is voor de voorzieningenrechter echter geen reden om aan die documentatie niet het gewicht toe te kennen die deze at face value moet hebben. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat de rekenmodellen en procedures die KLM bij de vervaardiging van deze stukken volgt standaard tools zijn, die hun betrouwbaarheid in de praktijk van de operatie hebben bewezen, en dat de wijze waarop de overgelegde stukken zijn vervaardigd niet afwijkt van de manier waarop dat in andere gevallen gebeurt.

4.13.

Uitgaande van deze gegevens en het betoog waaraan ze steun bieden, moet worden vastgesteld dat FNV nogal laconiek spreekt over de causale keten waarop het beroep op disproportionaliteit van KCS en KLM is gestoeld. Een iets minder laconieke reactie had haar in het licht van eerdere ervaringen met stakingen op Schiphol en de daaruit resulterende kennis van de complexiteit en de interdependentie van de daarop plaatsvindende operaties niet misstaan. Dat spreekt temeer nu zij niet heeft weersproken dat de cateringoperatie van KCS zodanig is opgezet dat het ontbreken van een relatief gering percentage van de minimaal noodzakelijke inzet op een aantal sleutelfuncties (zoals de chauffeurs die de maaltijden c.a. naar de vliegtuigen moeten vervoeren en de “vuile vaat” van de aangekomen vluchten moeten innemen) al tot grote disruptie van haar gehele operatie kan leiden.

4.14.

Verder valt op dat de door FNV gekozen benadering van de gestelde risico’s voor disproportionele schade en overlast in zekere zin inconsistent is. Zij wijst enerzijds een herhaling van de voor 10 oktober afgesproken beperkingen af omdat die hebben geleid tot een te grote beperking van de impact van de toen gehouden actie, maar wijst anderzijds juist op de ervaringen met het verloop van die actie om haar betoog te schragen dat het allemaal wel zal meevallen. Zij miskent daarmee echter dat het juist de onzekerheid omtrent de impact van de acties is die KCS en KLM voor grote problemen plaatst.

4.15.

Door - met de hiervoor bedoelde kennis van de kwetsbaarheid van het luchtvervoer als hoogcomplexe netwerk- en ketenoperatie - bij de voorbereiding van de acties in dit stadium te kiezen voor deze laconieke opstelling, aldus geen rekening houdend met de mogelijkheid van ernstige disruptie, en daardoor de meer dan denkbeeldige kans op onevenredige schade voor lief te nemen, heeft FNV te snel en zonder zich voldoende te verdiepen in de mogelijke gevolgen van haar keuze opgeschaald naar een 24-uursstaking.

De voorzieningenrechter acht op grond van de voorhanden zijnde gegevens, als toegelicht ter zitting, aannemelijk dat reeds een staking van een beperkt aantal uren (b.v. 5) door een relatief beperkt aantal cruciale medewerkers (b.v. enkele tientallen chauffeurs) een aanzienlijke impact heeft op de operatie van KCS-KLM. Niet is in te zien waarom dat actiemiddel niet eerst is overwogen. In zoverre is er sprake van onevenredigheid.

4.16.

De voorzieningenrechter stelt verder vast dat FNV niet heeft weersproken dat de KCS-catering de enige bij Veneca aangesloten cateraar is waar de catering, hoewel qua waarde ondergeschikt, dusdanig is verknoopt met de daardoor ondersteunde diensten dat het leveren van die diensten in gevaar komt wanneer de catering ontbreekt. (Ter vergelijking: staking van de catering op de VU zal niet leiden tot het massaal uitvallen van colleges.)

Ook heeft FNV niet weersproken dat dit de 6e keer is dat KCS in de context van het onderhavige arbeidsconflict door FNV als doel is geselecteerd en dat KCS daarmee de koploper is.

KCS beroept zich ook in zoverre terecht op een gebrek aan evenredigheid: het is onevenredig om (op dit moment en in deze vorm) opnieuw en direct voor twee x 24 uur stakingsacties tegen KCS uit te roepen in de wetenschap dat, bij voldoende deelname, de kans bestaat dat enkele tientallen actievoerders schade bij KLM van vele miljoenen kunnen veroorzaken en dat een opkomst boven verwachting zal kunnen leiden tot het geheel van keteneffecten die hiervoor in het KLM-memo zijn beschreven, waaronder ellende voor vele duizenden passagiers.

KCS verwijst in dit verband niet ten onrechte naar het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3472, waarin het hof een staking verbood van 80 medewerkers van de sleepdienst omdat die tot gevolg zou hebben dat 5000 passagiers in reeds gelande vliegtuigen uren zouden moeten wachten alvorens ze zouden kunnen uitstappen. De in het memo geschetste gevolgen zijn in casu weliswaar minder waarschijnlijk dan de aanname van de gevolgen in het arrest van het Hof, maar daar staat tegenover dat de kans bestaat dat geen 5000 passagiers maar enkele tienduizenden passagiers worden geraakt en niet doordat ze een aantal uren in een vliegtuig moeten wachten maar doordat ze mogelijk een nacht op een veldbed achter de douane moeten doorbrengen, 48 uur op een vreemde luchthaven moeten bivakkeren of onverrichterzake terug moeten keren naar hun woning of verblijfsadres. Maatvoering ontbreekt hier volledig.

4.17.

Dit een en ander brengt mee dat de stakingsacties moeten worden beperkt. Die beperking behoeft niet per se zover te gaan dat alle schade voor KLM daardoor wordt voorkomen. Nu partijen echter geen hanteerbaar ander criterium hebben aangereikt dan de minimaal nodige bezetting, zal de voorzieningenrechter hierbij aansluiten. Daarbij zal de bijstelling van die bezetting als aangegeven op zitting worden meegenomen.

Uiteraard hebben partijen de ruimte om dit scenario naar aanleiding van de evaluatie op 13 oktober j.l. in overleg op details aan te passen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat KCS daarvoor in zoverre ruimte biedt dat zij gevoelig is voor de irritatiepunten bij haar medewerkers die door FNV in de evaluatie en ter zitting naar voren zijn gebracht, die alle de essentie van de beperking niet raken.

4.18.

Anders dan KCS en KLM willen zal de beperking niet tot ultimo 2019 worden opgelegd. Redengevend daarvoor is hetgeen onder 4.11 is opgemerkt, in samenhang met de mogelijkheid dat een grondiger onderzoek van de aangereikte gegevens tot een andere inschatting van de hiervoor besproken risico’s zou kunnen leiden. Ook zou de noodzaak van beperking anders kunnen komen te liggen wanneer de duur van de staking wordt beperkt. Verder is de voorzieningenrechter niet duidelijk wat er in de komende weken aan acties richting andere aangesloten werkgevers plaatsvindt, zodat ook niet kan worden beoordeeld wanneer het punt is bereikt waarop KCS redelijkerwijs gesproken weer “aan de beurt” zou mogen zijn.

Tenslotte zouden de attitude van KCS ten opzichte van het arbeidsvoorwaardenoverleg en de mate waarin zij zich inspant om in dat overleg beweging te krijgen factoren kunnen zijn die in een volgende beoordeling meewegen

4.19.

Dit een en ander leidt tot de volgende beslissingen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt FNV bij de collectieve acties bij KCS, aangekondigd voor 17 oktober 2019 en 24 oktober 2019, de Minimumafspraken zoals opgenomen in productie 2 bij dagvaarding tijdig en volledig na te leven, met dien verstande dat het de in de bijlage opgenomen minimale bezetting wordt bijgesteld, in die zin dat bij de vroege dienst minimaal 179 werknemers beschikbaar zijn, en in de late dienst minimaal 158, een en ander zonder dat het aantal chauffeurs dat als minimaal nodig in de bijlage is opgenomen vermindert, zodat de belevering van catering en andere gebruikelijke producten door KCS aan de intercontinentale vluchten van haar klanten mogelijk blijft,

5.2.

verleent KCS verlof als bedoeld in artikel 64 lid 3 Rv om dit vonnis op alle dagen en alle uren aan FNV te laten betekenen,

5.3.

veroordeelt FNV tot betaling van de proceskosten aan de zijde van KCS tot op heden begroot op € 1.619,00.

5.4.

veroordeelt FNV tot betaling van de proceskosten aan de zijde van KLM tot op heden begroot op € 1.619,00.

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.W.A. Huijzer op 16 oktober 2019.2

1 IN HR 19 juli 2019, JAR 2019, 201 werden de tegen het desbetreffende oordeel van het hof gerichte motiveringklachten door de HR met verwijzing naar art. 81 lid 1 RO verworpen.

2 type: 1428 coll: