Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8078

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-09-2019
Datum publicatie
18-10-2019
Zaaknummer
7373412 \ CV EXPL 18-10573
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Beroep op buitengewone omstandigheden (medisch noodgeval, inspectie na "overweight landing", sluiting luchthaven) slaagt. Vordering passagiers afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2020, afl. 1, p. 38
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7373412 \ CV EXPL 18-10573

Uitspraakdatum: 18 september 2019

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1],

2. [passagier sub 2],

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde T. Bouwman (Flight Claim)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TUI Airlines Nederland B.V., mede handelend onder de naam TUI FLY

gevestigd te Oude Meer, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen TUI fly

gemachtigde mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 13 november 2018 een vordering tegen TUI fly ingesteld. TUI fly heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna TUI fly een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met TUI fly een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan TUI fly de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Lanzarote naar Fuerteventura met vluchtnummer OR 529 op 6 september 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van TUI fly gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

TUI fly heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat TUI fly bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 aan additionele kosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 6 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat TUI fly vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. De passagiers vorderen daarnaast –zonder nadere onderbouwing- betaling van additionele kosten.

4 Het verweer

4.1.

TUI fly betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. De vlucht stond met een korte vertraging van 11 minuten klaar om te vertrekken. Eurocontrol heeft echter hierna een aantal maal een nieuwe Calculated Take-Off Time (CTOT) aan het toestel opgelegd waarna het toestel pas om 14:55 UTC toestemming kreeg om te vertrekken. Nadat het toestel is vertrokken bleek een passagier zich onwel te voelen. Na enige tijd vliegen raakte de betreffende passagier buiten bewustzijn. De passagier kwam weer bij en was aanspreekbaar, maar haar bloeddruk daalde. De bemanning achtte het risico dat de passagier weer buiten bewustzijn zou raken hoog. De gezagvoerder heeft daarom besloten terug te keren naar Schiphol. Het toestel bevond zich op dat moment ter hoogte van Parijs. Om 16:29 UTC is het vliegtuig op Schiphol geland en de passagier is vervolgens met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Omdat het toestel relatief kort heeft gevlogen en nog veel kerosine aan boord was voor de vlucht was het toestel erg zwaar tijdens de landing. Er was sprake van een zogenaamde “overweight landing”. Voordat het toestel weer mocht vliegen moest het geïnspecteerd worden om er zeker van te zijn dat de landing geen schade aan het toestel heeft veroorzaakt. Nadat de remmen voldoende waren afgekoeld is de inspectie zo snel mogelijk uitgevoerd. De inspectie is omstreeks 17:30 UTC voltooid. Op grond van de geldende regelgeving op het gebied van werk en rusttijden mocht de bemanning daarna de vlucht niet meer uitvoeren. Zij moesten de wettelijk voorgeschreven rust in acht nemen alvorens de vlucht opnieuw kon aanvangen. De vlucht is daarom verschoven naar 7 september 2018. De passagiers zijn opgevangen en in een hotel ondergebracht. Voorts voert TUI fly aan dat ook indien de bemanning de vlucht wel mocht uitvoeren op 6 september 2018 dit niet meer mogelijk zou zijn geweest, omdat de luchthaven van Fuerteventura tussen 06:30 UTC en 22:00 UTC is gesloten (de kantonrechter begrijpt tussen 22:00 UTC en 06:30 UTC). Indien het toestel na 17:30 UTC zou zijn vertrokken zou het toestel de luchthaven om 22:15 UTC bereiken. Op dat moment zou de luchthaven reeds zijn gesloten, aldus TUI fly.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van méér dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. Gelet hierop is TUI compensatie aan de passagiers verschuldigd, tenzij TUI kan aantonen dat de vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden, in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval ook aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden - behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht - dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot annulering (of langdurige vertraging) van de vlucht leidden.

5.3.

De passagiers betwisten niet dat sprake is geweest van een medisch noodgeval waardoor het toestel noodgedwongen moest terugkeren naar Schiphol. Zij stellen dat TUI niet heeft aangetoond dat zij zelfs met inzet van alle beschikbare materiele en personeelsmiddelen – voor zover dit geen onaanvaardbare offers zou hebben gevraagd – de langdurige vertraging niet te vermijden zou zijn. TUI had op het moment van terugkeren naar Schiphol bekend kunnen zijn met de verplichte rusttijden van de crew. Zij had een nieuwe crew op Schiphol kunnen verzamelen die de vlucht zou kunnen uitvoeren, aldus de passagiers. Ten aanzien van het verweer van TUI fly dat sprake was van sluiting van de luchthaven van Fuerteventure conformeren de passagiers zich naar het oordeel van de kantonrechter.

5.4.

Tussen partijen is niet in het geschil dat zich tijdens de vlucht een medisch noodgeval heeft voorgedaan als gevolg waarvan de vlucht is teruggekeerd naar Schiphol. Een medisch noodgeval is een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij. Het betreft hier immers een van buiten komende oorzaak waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed kan uitoefenen. Dit kwalificeert als buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Voorts heeft TUI fly aan de hand van het veiligheidsrapport aangetoond dat na de landing een inspectie diende plaats te vinden. De kantonrechter is van oordeel dat ook de inspectie van het toestel na het voortijdig landen vanwege een medisch noodgeval op de vlucht niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij en daarmee ook kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid.

5.5.

De kantonrechter overweegt voorts dat het niet paraat hebben van (nieuwe) bemanningsleden een operationeel probleem is en dan ook inherent is aan de uitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft TUI fly echter voldoende aannemelijk gemaakt dat het inzetten van een vervangende bemanning verdere vertraging niet had kunnen voorkomen aangezien het toestel pas na 17:30 UTC kon vertrekken en daarmee niet voor het sluiten van de luchthaven van Fuerteventura om 22:00 UTC zou arriveren. Het niet kunnen landen op een vliegveld vanwege een vertraging van de vlucht door meerdere bijzondere omstandigheden en daaropvolgende sluiting van de luchthaven is naar het oordeel van de kantonrechter ook aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Het betreft hier immers ook een van buiten komende oorzaak waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed kan uitoefenen.

5.6.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg is geweest van meerdere buitengewone omstandigheden. Nu de vertraging is ontstaan als gevolg van de buitengewone omstandigheden dient de kantonrechter te beoordelen of TUI fly in het onderhavige geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigd. Niet valt in te zien welke maatregelen TUI fly in dit geval tijdens de vlucht had moeten nemen om vertraging te voorkomen. De vordering tot compensatie zal dan ook worden afgewezen. De nevenvorderingen volgen hetzelfde lot.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door TUI fy worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor TUI fly worden vastgesteld op een bedrag van € 240,00 aan salaris van de gemachtigde van TUI fly.

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 60,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door TUI fly worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter