Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8072

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
6941302 \ CV EXPL 18-4304
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Cessie of lastgeving? Niet voldaan aan stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6941302 \ CV EXPL 18-4304

Uitspraakdatum: 25 september 2019

Vonnis in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht van Hong Kong

Airhelp Limited

wonende te Hong Kong

eiser

hierna te noemen Airhelp

gemachtigde mr. H. Yildiz (Weiss Legal)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Qatar Airways Q.C.S.C.

gevestigd te Doha, mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Qatar Airways

gemachtigde mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)

1 Het procesverloop

1.1.

Airhelp heeft bij dagvaarding van 4 mei 2018 een vordering tegen Qatar Airways ingesteld. Qatar Airways heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een incidentele conclusie strekkende tot zekerheidsstelling voor proceskosten ex artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genomen. Airhelp heeft hierop schriftelijke gereageerd. Bij vonnis van 23 januari 2019 heeft de kantonrechter Airhelp bevolen om zekerheid te stellen. Bij akte van 20 maart 2019 heeft Qatar Airways de kantonrechter geïnformeerd dat Airhelp zekerheid heeft gesteld voor de proceskosten.

1.2.

Airhelp heeft vervolgens schriftelijk gereageerd in de hoofdzaak, waarna ook Qatar Airways een schriftelijke reactie heeft gegeven in de hoofdzaak.

2 De feiten

2.1.

[passagier 1] , [passagier 2] , [passagier 3] en [passagier 4] (hierna de passagiers) hebben met Qatar Airways een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Qatar Airways de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Hamad International Airport, Doha (Qatar) naar Dubai Airport op 22 en 23 oktober 2016, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers hebben compensatie van Qatar Airways gevorderd.

2.3.

Qatar Airways heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.4.

De passagiers hebben hun vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp.

3 De vordering

3.1.

Airhelp vordert dat Qatar Airways bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat Qatar Airways vanwege de verstoring van één van de vluchten gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

4 Het verweer

4.1.

Qatar Airways betwist de vordering. Zij voert primair aan dat sprake is van cessie en dat het vorderingsrecht van de passagiers niet voor cessie vatbaar is. Subsidiair voert Qatar Airways aan dat geen sprake is van een rechtsgeldige cessie. Meer subsidiair voert Qatar Airways aan dat Airhelp niet aan haar stelplicht heeft voldaan en uiterst subsidiair voert Qatar Airways aan dat het gevorderde bedrag dient te worden gematigd.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Partijen twisten over de uitleg van de bepalingen in het assignment form. Airhelp betoogt dat het assignment form als een lastgevingsovereenkomst ex artikel 7:414 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) beschouwd dient te worden. Zij wijst in dit verband op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4488. Volgens Airhelp heeft zij de passagier niet betaald om zijn vordering over te kopen. Airhelp stelt dat op grond van de lastgevingsovereenkomst het vorderingsrecht bij de passagiers berust en dat Airhelp alle handelingen in opdracht van de passagiers verricht, waarbij Airhelp in eigen naam of in naam van de passagiers kan procederen. Bovendien hebben de passagiers een volmachtsdocument ondertekend waarin zij Weiss Legal hebben gevolmachtigd om hem te vertegenwoordigen. Indien beide partijen de overdracht van de vordering tot stand hadden willen brengen zouden de passagiers geen volmacht aan Weiss Legal hebben verleend, aldus Airhelp. Voorts hadden partijen niet de bedoeling om een overdracht van de vordering tot stand te brengen derhalve is er geen reden om aan te nemen dat cessie heeft plaatsgevonden, aldus nog steeds Airhelp.

5.3.

Volgens Qatar Airways volgt uit het assignment form dat de passagiers de volledige eigendom van de vordering aan Airhelp hebben gecedeerd. Airhelp en de passagiers hebben hiermee volgens Qatar Airways cessie beoogd. Qatar Airways wijst erop dat in artikel 1.7 van de algemene voorwaarden van Airhelp volmacht als volgt wordt gedefinieerd:

1.7 “Volmacht”: het document, waarmee de Cliënt, met inachtneming van de algemene voorwaarden daarin, de eigendom van de Claim overdraagt aan Airhelp”.

Dit betekent volgens Qatar dat weldegelijk een overdracht van eigendom is beoogd. Daarnaast is het volmacht/power of attorney document opgesteld tussen Airhelp en Weiss Legal, zonder enige betrokkenheid van de passagiers. Uit het document volgt dat Airhelp de procespartij is en Weiss Legal de gemachtigde, aldus Qatar Airways. Voorts bestrijdt Qatar Airways dat de passagiers niet betaald hebben gekregen voor het overdragen van haar vordering.

5.4.

De kantonrechter overweegt als volgt. De vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhoudingen tussen partijen geregeld zijn, kan niet alleen beantwoord worden op grond van een zuiver taalkundige uitleg. Het komt aan op de bedoeling die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en wat zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Deze uitleg staat bekend als de Haviltexnorm. Van belang is in de onderhavige kwestie dat Qatar Airways geen partij was bij de totstandkoming van het assignment form. Indien een overeenkomst of een regeling naar haar aard bestemd is om de rechtspositie van derden te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben op de inhoud of formulering van die tekst, dient de cao-norm toegepast te worden bij de uitleg van die tekst. Dit houdt in dat voor de uitleg de bewoording van de tekst, gezien in het licht van de gehele tekst, in beginsel van doorslaggevende betekenis is. Tussen beide uitlegnormen (Haviltex en cao) bestaat geen tegenstelling, maar een vloeiende overgang, zo blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1427, DSM/Fox). De gemeenschappelijke grondslag van beide normen is dat bij de uitleg van een schriftelijk contract, telkens alle omstandigheden van het concrete geval een beslissende betekenis hebben. Daarbij dient de uitleg gewaardeerd te worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid.

5.5.

Vast staat dat, anders dan in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2018 waarnaar Airhelp heeft verwezen, de passagier in dit geval niet als eisende partij optreedt.

Daarnaast volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de tekst van het assignment form niet dat de passagier aan Airhelp een last heeft verleend om de betreffende vordering in eigen naam te innen. Integendeel, de bewoordingen van het assignment form laten er geen misverstand over bestaan dat de vordering van de passagier in eigendom wordt overgedragen aan Airhelp. Indien de passagiers en Airhelp dit hadden gewenst dan had het uitdrukkelijk op hun weg gelegen om een dergelijke lastgeving op te nemen in de bepalingen van het assignment form. Daarnaast blijkt uit productie 4 bij dagvaarding dat Airhelp aan Weiss Legal een volmacht heeft verleend om Airhelp te vertegenwoordigen in en buiten rechte. De gestelde volmacht van de passagier aan Weiss Legal is niet bijgevoegd. Op grond van het bovenstaande komt de kantonrechter dan ook tot de conclusie dat in ieder geval geen sprake is van een lastgevingsovereenkomst zoals Airhelp heeft betoogd, maar van een overdracht van de vordering van de passagier aan Airhelp.

5.6.

Het verzoek van Airhelp tot rectificatie, in die zin dat de partijaanduiding van Airhelp als eisende partij zou moeten worden vervangen door die van de passagiers als eisende partij, wordt afgewezen. Anders dan Airhelp betoogt, was voor Qatar Airways niet kenbaar dat vanaf het moment van betekening van de dagvaarding sprake was van een vergissing. Voorts volgt zoals aangevoerd door Qatar Airways uit de volmacht verklaring tussen Airhelp en Weiss Legal dat de volmacht wordt verleend om in de naam van de volmachtgever, te weten Airhelp (rechts) handelingen te verrichten.

5.7.

De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of met het assignment form een rechtsgeldige cessie in de zin van artikel 3:94 van het Burgerlijk Wetboek tot stand is gekomen. Qatar Airways heeft aangevoerd dat deze vraag ontkennend beantwoord moet worden. Qatar Airways voert daartoe aan dat het betreffende document tweeledig is opgesteld en daarmee niet voldoet aan de vereiste van rechtsgeldige cessie. Uit het document blijkt immers dat sprake is van een akte van cessie waarmee Airhelp de eigenaar van de compensatie vordering zou moeten zijn en – indien dit niet wordt gehonoreerd- als een volmacht om namens de passagier in rechte op te treden, aldus Qatar Airways. De kantonrechter volgt de stelling van Qatar Airways niet. Voor een rechtsgeldige cessie is vereist dat sprake is van een daartoe bestemde akte en mededeling. Qatar Airways voert in de onderhavige procedure aan dat zonder twijfel vast staat bij wie het vorderingsrecht berust, namelijk Airhelp. Hieruit volgt dat voor Qatar Airways voldoende duidelijk is dat de akte tot levering van de bedoelde vordering is bestemd en dat hiervan mededeling is gedaan. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat sprake is van een rechtsgeldige cessie.

5.8.

Qatar Airways heeft vervolgens aangevoerd dat het doel van de Verordening is om een hoog niveau van bescherming voor passagiers te bieden. Het eventuele recht op compensatie heeft een hoogstpersoonlijk karakter, namelijk een vergoeding voor het persoonlijk geleden ongemak, te weten tijdverlies. De aard van het vorderingsrecht verzet zich derhalve tegen overdracht. De kantonrechter volgt ook deze stelling van Qatar Airways niet. De overdraagbaarheid van een vordering op grond van de Verordening is niet in de Verordening uitgesloten, terwijl een dergelijke vordering tot compensatie in het algemeen niet zozeer aan de persoon van de schuldeiser zal zijn gebonden dat zij naar haar aard niet voor overdracht vatbaar is. Evenmin is gesteld of gebleken dat partijen de overdraagbaarheid van hun vorderingsrechten bij beding hebben uitgesloten. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan dit verweer van Qatar Airways.

5.9.

Meer subsidiair heeft Qatar Airways aangevoerd dat Airhelp niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Airhelp heeft gesteld dat de vluchten of één van de vluchten was verstoord. Door Airhelp wordt niet gesteld welke vlucht was verstoord en wat de duur van de vertraging is geweest, aldus Qatar Airways. Voorts heeft Airhelp geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de passagiers zich tijdig hebben gemeld bij de incheckbalie dan wel dat de passagiers zich überhaupt hebben gemeld bij de incheckbalie. Tevens blijkt uit productie 1 bij dagvaarding dat de passagiers op beide vluchten geen stoelnummer toegewezen hebben gekregen, aldus nog steeds Qatar Airways.

5.10.

De kantonrechter overweegt dat van een professionele partij als Airhelp mag worden verwacht dat zij de stellingen die zij opwerpt in een gerechtelijke procedure behoorlijk stelt en onderbouwt. Bij dagvaarding heeft Airhelp slechts gesteld dat “(…) (Een van) deze vlucht(en) was verstoord.(…)” Airhelp heeft haar stelling niet nader onderbouwd. Airhelp stelt dat uit productie 2 bij dagvaarding alle benodigde informatie volgt. In het bijgevoegde formulier volgt immers dat compensatie wordt gevorderd voor een vertraagde vlucht. De kantonrechter merkt op dat hij het niet tot zijn taak rekent om de standpunten van partijen af te leiden uit de overgelegde producties. De enkele omstandigheid dat uit een door Airhelp overgelegd stuk een bepaald feit zou blijken, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunten op dat feit beroept. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van de gestelde vertraging rust op Airhelp, zij beroept zich immers op het rechtsgevolg van die stelling, te weten het recht op compensatie op grond van de Verordening. Het had dan ook op de weg van Airhelp gelegen om meer feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit de juistheid van haar stelling kan volgen. Nu hiervan geen sprake is zal de vordering worden afgewezen. De overige stellingen en verweren behoeven derhalve geen bespreking.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat deze ongelijk krijgt.

5.12.

De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Qatar Airways worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Qatar Airways worden vastgesteld op een bedrag van € 420,00 aan salaris van de gemachtigde van Qatar Airways.

6.3.

veroordeelt Airhelp tot betaling van € 105,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Qatar Airways worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter