Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2019:8026

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-09-2019
Datum publicatie
25-09-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 3835
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Geen eigendoms-, huur of gebruiksrecht van het pand waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Ook geen omwonende.

Daarom geen belanghebbende bij de verleende omgevingsvergunning. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

Zaaknummer: HAA 19/3835

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 24 september 2019 in de zaak tussen

[verzoeker] Museum

verzoeker,

(gemachtigde M.L.C. Nihot),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder,

verweerder

(gemachtigden: mr. E.C.W. van der Poel).

Tevens heeft als derde-belanghebbende aan het geding deelgenomen

Tuin Projectontwikkeling B.V.

(gemachtigde mr. A.J.J. Sweens).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder Tuin Projectontwikkeling B.V. (Tuin) een omgevingsvergunning verleend voor verbouwen van het voormalige postkantoor op het perceel [het perceel]
naar bedrijfsruimte en woningen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in verband met dat besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft partijen bij brief van 20 september 2019 gewezen op een tweetal uitspraken gedaan door deze rechtbank op 18 september 2019 (ECLI:NL:RBNHO:2019:7859 en ECLI:NL:RBNHO:2019:7860), en partijen verzocht om die bij de voorbereiding van de mondelinge behandeling van het verzoek te betrekken.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 september 2019 op zitting behandeld. Verzoeker is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder was tevens mr. [naam 1] aanwezig. Tuin heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Namens Tuin was tevens aanwezig [naam 2] , werkzaam voor derde-partij.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De voorzieningenrechter dient voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek ambtshalve te beoordelen of verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt.

2.1

Uit artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in combinatie met het bepaalde in artikel 7:1 van de Awb en het bepaalde in artikel 8:81 van de Awb volgt dat alleen een belanghebbende bezwaar kan maken tegen een besluit in de zin van de Awb en een voorlopige voorziening kan vragen in verband zo’n besluit. De voorzieningenrechter ziet zich derhalve voor de vraag gesteld of verzoeker als belanghebbende in de zin van de Awb valt aan te merken.

2.2

Uit artikel 1:2, eerste lid, van de Awb volgt dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

3.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat verzoeker niet degene is die de aanvraag heeft gedaan voor de omgevingsvergunning voor verbouwen van het voormalige postkantoor op het perceel [het perceel] , dat verzoeker geen eigenaar is van het pand, geen gebruiker (meer) is van het pand en ook geen omwonende.

3.2

De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat uit voornoemde uitspraken van

18 september 2019 volgt dat de overeenkomsten tussen verzoeker en verweerder die verzoeker aanspraak gaven op gebruik van het pand rechtsgeldig zijn opgezegd en per
30 juni 2017 zijn geëindigd.

3.3

De voorzieningenrechter ziet gelet op het voorgaande geen rechtstreeks belang van verzoeker bij het bestreden besluit. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoeker aangegeven dat hij in hoger beroep zal gaan tegen de uitspraken van 18 september 2019. Dit brengt geen verandering in het oordeel dat verzoeker geen belanghebbende is. Weliswaar is niet uit te sluiten dat in hoger beroep anders zal worden geoordeeld over de overeenkomsten met betrekking tot het pand, maar dit is onvoldoende om nu te kunnen spreken van een voldoende rechtstreeks, actueel, concreet belang als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb.

3.4

Verzoeker is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

4. Ten overvloede wijst de voorzieningenrechter erop dat verzoeker mogelijk in een civiele procedure om rechtsbescherming kan verzoeken.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. Steinhauser, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier, op 24 september 2019.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open